Zweden in de militarisering van de Europese Unie

Er gebeuren interessante zaken in Zweden. Op 28 november 2000 heeft de Zweedse premier Goran Persson aan de Financial Times gezegd dat Zweden niet langer een neutraal land is, maar dat het militair alliantievrij blijft. Dat was twee weken voordat het Zweedse parlement een debat zou houden (13 december 2000) over dat onderwerp. Ook het programma van de sociaal-democratische partij wordt herzien. Zweden zal niet langer “niet-gebonden in vrede zijn om neutraal te kunnen zijn in oorlogen.”

Het hoofdargument is dat er met het einde van de koude oorlog geen twee partijen meer bestaan waar “neutraal” tussen kan worden gestaan, noch is er enige andere reden om neutraal te blijven. Toch zal Zweden niet formeel van een alliantie deel uitmaken en verplicht worden steun te verlenen als een lid van de alliantie aangevallen zou worden (Cf. de uitspraak van Prodi).

Toen het hoofd van defensie, Johan Hederstedt, meer duidelijke richtlijnen vroeg over de militaire rol van Zweden in de Europese Unie en de mogelijke gevolgen van deelname aan toekomstige EU-operaties, werd hij in een persmededeling berispt door de minister van Buitenlandse Zaken Anna Lindh, en de minister van Defensie, Björn von Sydow.

Het is nogal begrijpelijk dat het hoofd van defensie, een ijverig pleitbezorger van de internationalisering van het Zweedse leger, duidelijkheid wil wat volgens de politieke criteria, de richtlijnen en het voorzitterschap als fundamentele vraag wordt gezien: op welk punt veranderen crisismanagement, vredeshandhaving en -oplegging in oorlog? Want over oorlog beslis je toch niet zomaar?
De Zweedse minister van Defensie zegt officieel dat er geen beperkingen bepaald zijn voor wat betreft de interventies van de Europese snelle reactiemacht. Dit doet ons veronderstellen dat in principe kan worden tussengekomen in gelijk welk conflictgebied waarvan de EU oordeelt dat het belangrijk is.

Een aanmodderend vredesbeleid…en steun bieden aan de NAVO?

De stelling van de Zweedse regering is dat de EU volgens het nieuwe opzet, het volledige domein van conflictpreventie, crisismanagement en vredesopbouw wil bestrijken. Deelname aan de militaire structuur van de EU betekent niet dat Zweden de politiek om op militair vlak alliantie-vrij te zijn, opgeeft. In de eerder aangehaalde persmededeling houden de twee ministers staande dat “We op elk moment zelf beslissen of we al dan niet willen deelnemen, en op welke manier. Een VN-mandaat zal noodzakelijk zijn om in vredesopleggende (peace-enforcing) situaties op te treden. Dat houdt o.a. in dat alle grootmachten achter de operatie moeten staan. De EU-samenwerking staat in functie van crisismanagement, en dient dus niet voor wederkerige veiligheidsgaranties en verdediging van het territorium.”

In mei 2000 toonde een opiniepeiling aan dat 47 % van de Zweden tegen een lidmaatschap van de NAVO is. Slechts 19 % was voor. De regering staat er daarom op dat Zweden geen lid wordt van de NAVO en alliantie-vrij blijft. Waarom zou Zweden ook moeten ijveren voor een formeel NAVO-lidmaatschap als niets haar belet om vanuit haar alliantie-vrije rol, NAVO-bombardementen te bevestigen, lid te kunnen zijn van het PfP (Partnership for Peace), onder NAVO/KFOR-commando te staan in Kosovo, deel te nemen aan NAVO- en Europese gemeenschappelijke militair-industriële projecten en oefeningen, en nu deel te nemen aan de Europese militarisering?

We hoeven niet verbaasd te zijn, als in de toekomst een Zweeds politicus de volgende woorden uitspreekt: “Omdat we daar allemaal aan meedoen en de NAVO loyaal helpen haar beleid uit te voeren, is het niet meer dan vanzelfsprekend dat we ook toegang krijgen tot de kamers waar de plannen getekend en de beslissingen genomen worden, zodat we onze stem kunnen laten horen in de beleidsvorming. Want uiteindelijk zetten we toch Zweedse levens op het spel.” M.a.w., het is mogelijk dat Zweden langzaam maar zeker in de NAVO glipt.

Het moet de lezer treffen dat de Zweedse regering de nood aan een VN-mandaat voor militaire vredesafdwingende operaties beklemtoont. Tijdens de NAVO-bombardementen van vorig jaar maakte ze daar nochtans geen punt van. Betekent dit dat andere wereldwijde militaire acties, door de EU genomen zonder VN-mandaat, door Zweden bevestigd kunnen worden? En waarom is een dergelijke voorzorgsmaatregel niet vermeld in de Europese verdragen en documenten? Sommigen hebben het echt over autonome EU-operaties. Met de grote machtsambities waarvan de EU doordrongen geraakt, is het moeilijk te geloven dat het altijd “toelating” zal vragen aan de VN. Inderdaad, in de debatten over interventie wordt meestal gesteld dat landen niet kunnen tegengehouden worden om tussen te komen, omdat de Veiligheidsraad geen groen licht kan geven.

Het enige fundamentele meningsverschil tussen Zweden en de NAVO/EU, is dat Zweden in de voorste gelederen staat als het om het bannen van de kernwapens gaat. Voor Zweden is het moeilijk om de NAVO-gelederen te vervoegen omdat dat een bevestiging van de nucleaire doctrine en de nucleaire oorlogsplanning van de NAVO zou inhouden.

Veel van de officiële argumenten worden zonder veel omhaal geuit. Op een dag kunnen de woorden misschien iets betekenen zonder dat Zweden het zo bedoelde.

Veiligheidspolitiek is geen koud buffet

Veronderstel dat Zweden zich aansluit bij een aantal andere staten om met een toekomstige Europese militaire macht een operatie uit te voeren en het land/de partij waartegen het zich richt neemt de wapens op. Als Zweedse troepen aangevallen worden moeten ze natuurlijk in staat zijn zich te verdedigen. Mag Zweden logischerwijs niet verwachten dat de andere EU-landen hen zouden komen bijstaan? Zou Zweden politiek in staat zijn tot terugtrekking te beslissen als de troepen van een ander land in dezelfde operatie aangevallen zouden worden – een situatie die een internationale oorlog inhoudt, al dan niet verklaard?

Of, indien er Zweedse soldaten gedood worden in een operatie ver weg, hoe zou de regering balanceren tussen een waarschijnlijk erg hevige thuisreactie tegen een verdergaand engagement en de solidariteit met wie de missie gestart werd? Tot wat is een land als Zweden in staat en bereid, wat is het actieterrein, wat zijn de beoogde doelen en wat zijn de beperkingen? Zeggen dat geval per geval beslist moet worden, zou wel eens tot onaangename verrassingen en dilemma’s kunnen leiden.

De verdragen van de EU hebben het niet alleen over een Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid, maar op termijn ook over het komen tot een gemeenschappelijke defensiepolitiek. Is het echt realistisch te veronderstellen dat afzonderlijke lidstaten de facto over de vrijheid zullen beschikken om te nemen en te kiezen, zoals in een koud buffet?

Worden wij geacht te veronderstellen dat Zweden de geloofwaardigheid van de EU en de NAVO zou ondermijnen in een gespannen situatie of midden in een operatie en daarbij zou zeggen: “Neen, wij gaan niet akkoord met jullie, wij blijven thuis. Gaan jullie maar!” of “Nu is het een beetje te gevaarlijk voor ons, dus wij trekken ons terug en laten het aan jullie over om het af te werken.” Zweden kan argumenteren dat het geen deel uitmaakt van een alliantie en daarom geen wederzijds bindende verplichtingen moet respecteren. Maar er is ook nog zoiets als politieke signalen, geloofwaardigheid, ongebonden en morele verplichtingen.

Toename is hier een belangrijk begrip. Wat in de EU start als een kleine militaire macht met interimcomités wordt al gauw een grotere macht met permanente instellingen. Een interventie voor humanitaire vredeshandhaving kan zich ontwikkelen tot een vredeopleggende operatie en zelfs tot een volledige oorlog. Deze processen hebben een “Eigendynamik” waarbij onomkeerbaarheid een ander belangrijk begrip is in alles wat betrekking heeft op de EU: eens je daar bent, denk er dan niet aan er uit te stappen of je eigen deuntje te spelen!

Militaire operatie zijn eveneens gestoeld op toename en onomkeerbaarheid. Wat in 1999 begon als een bombardement van enkele dagen werd een 78 dagen durende campagne die dreigde in een landoorlog te eindigen met een inzet vele duizenden soldaten. Tony Blair, die pleitte voor een grondoorlog zei het later op de BBC heel duidelijk: “De basisgedachte was dat we niet konden verliezen, we konden niet verliezen.”

Verbeeld je eens het risico voor de geloofwaardigheid van de alliantie, zelfs voor haar bestaan, zo een van de landen van de bombarderende coalitie zich zou teruggetrokken hebben. Dezelfde psychologie gaat op voor de EU wanneer deze als EU militair tussenkomt. De EU is bovendien niet ‘alleen’ een militaire alliantie, maar ook de basisstructuur die steeds grotere segmenten van onze levens omvat. Dus er zal nog veel meer op het spel staan.

Kan neutraliteit opnieuw gedefinieerd worden i.p.v. afgeschaft?

De – niet erg intellectuele – uitleg voor het laten vallen van de neutraliteit is dat er geen twee blokken meer zijn om neutraal tussen te staan. De defensie-intellectuelen en de beleidsmakers vinden het blijkbaar niet belangrijk te onderzoeken of we neutraal kunnen zijn tussen velen in plaats van tussen twee.

Neutraliteit heeft een negatieve klank gekregen, zelfs als dat betekent niet bij oorlogen betrokken te zijn. In de plaats daarvan zijn moed, morele betrokkenheid, conflictmanagement en humanitaire interventie de woorden van alledag, die steeds meer het gebruik van militaire middelen rechtvaardigen, zelfs tegen het internationaal recht en de normen van het VN-charter in.

Laten we proberen, ook al is het theoretisch, neutraliteit te herdefiniëren:
“Een neutraal land in het post-koudeoorlog tijdperk voert een politiek – en wordt door anderen zo ervaren – gebonden aan algemene of hogere normen en waarden, zoals de VN-norm van ‘vrede met vreedzame middelen’ en heeft voorbereidende stappen gezet om deze politiek uit te voeren indien conflicten of andere veiligheidsproblemen opduiken. De neutraliteit houdt op twee manieren een principiële en actieve voorbereiding van de vredestijd in: ten eerste door zich te weerhouden van geweldadige acties in de conflicten van een ander land, ten tweede door de neutrale actor zo vroeg mogelijk in een conflict toe te staan haar diensten aan de strijdende partijen aan te bieden. Die diensten zijn op normen gebaseerd, onpartijdig en probleemoplossend en worden in het vroegste stadium van een conflict geleverd..
Zo draagt neutraliteit bij tot geweldpreventie en -vermindering, en bevordert ze het onderhouden van en bouwen aan vrede, veiligheid en stabiliteit, zowel in eigen land als daarbuiten.
Maar een neutrale opstelling betekent nooit neutraal staan tegenover geweld. Een neutraal land maakt gebruik van zijn invloed om met andere middelen te werken aan de oplossing van een conflict, en overtuigt anderen om dat evenzeer te doen.”

Neutraliteit zou dus kunnen geherdefinieerd worden en gelinkt aan de groeiende behoefte naar vroege diagnoses, geweldpreventiediplomatie, en onpartijdige bemiddeling bij conflicten. Landen en mensen kunnen neutraal worden als ze geen andere motieven hebben dan problemen op te lossen met zo weinig mogelijk geweld, en dit in een zo vroeg mogelijk stadium en met eerlijke medewerking van alle partijen. Of we ze neutraal noemen of niet, landen met een dergelijke filosofie zullen in de toekomst broodnodig zijn in ons wereldsysteem.

De veranderende rol van de Scandinavische landen

Het voorgaande loopt nagenoeg volledig parallel met de historische betekenis van de Scandinavische landen en het naoorlogse beeld dat hen in het buitenland werd toegemeten, niet in het minst in het Zuiden. Dat maakte hen geschikt voor VN-missies. Vanuit een blinde drang tot internationalisering hebben de Scandinavische regeringen – zonder hun onderdanen te raadplegen – er in het laatste decennium voor gekozen de klassieke neutrale defensiepolitiek te “europeaniseren en te veramerikaniseren”. Denemarken heeft het zelfs zo ver gedreven mee Joegoslavië te bombarderen en defensieminister Hans Haekkerup daarvoor beloond met een post aan het hoofd van de VN-missie in Kosovo (UNMIK).

Het imago van de Scandinavische landen zou hen in de jaren ’90 tot ideale bemiddelaar kunnen gemaakt hebben in, zeg maar de verschillende delen van Joegoslavië, en in Kosovo in het bijzonder. Geen van deze landen nam echter een onafhankelijk en onpartijdig initiatief. In de plaats daarvan werkten zij mee met de groten in de EU (gemeenschappelijke politiek), de VS en de NAVO, en zijn ze vredeshandhavers in gebieden waar geen vrede heerst, waar het nooit tot oorlog was gekomen zo de internationale gemeenschap eerder wijzere stappen had genomen om geweld te verhinderen.

Samengevat, in het profiel van de EU gaat het om één stem, één politiek, één beleid, één gedeelde verantwoordelijkheid achter het beleid van enkele sterke landen. Indien dit niet goed werkt – en het werkte niet goed in ex-Joegoslavië – hebben de leden samen eveneens een grote vergissing gemaakt. Dit hindert het democratisch debat en de zelfkritiek. Waarom is het voor velen zo moeilijk zich een Europa voor te stellen waar het principe van eenheid in verscheidenheid heerst, in plaats van uniforme eenheid? Het eerste zal veel vlugger tot vrede leiden.

Het berustende Zweden

Gedurende de laatste 10-15 jaren bleek Zweden steeds minder haar eigen analyses en inzichten te promoten, en heeft het zich op vele terreinen aangepast aan die van de EU en de NAVO. Onafhankelijke inzichten die verschillen van deze van de EU en de NAVO zijn juist een last omdat deze organisaties zich de luxe van meerdere inzichten niet veroorloven in hun eenheidspolitiek, zeker niet als ze strijdig zijn met de opinie van de sterkste spelers. Zo heeft bijvoorbeeld geen enkele kritische Zweedse opmerking over de NAVO-operatie in Joegoslavië de toets doorstaan.

Gedurende de laatste vier jaren heeft de Zweedse regering – waarschijnlijk als enige in de wereld – drie uitstekende analyses gemaakt van conflictpreventie, preventieve diplomatie en niet-militair conflictmanagement, inclusief een lange lijst maatregelen, die zo vlug mogelijk genomen moesten worden. Het meest recente is van 19 oktober 2000: “Gewapende conflicten vermijden”.

Is het ironie van de geschiedenis dat Zweden sinds 1 januari 2001 de EU voorzit en, toevallig, de EU naar militarisering en meer integratie met de NAVO en de VS moet leiden? Zweden beschikt niet meer over de nodige dosis creativiteit om wereldproblemen te lijf te gaan en heeft de solidariteit verloren jegens de minder bedeelden. Zweden zoekt veiligheid door de kudde te volgen.

(Uitpers, april 2001)

* Jan Oberg is directeur van TFF, in Zweden (Transnational Foundation for Peace and Future Research). Dit artikel is overgenomen uit “Het opkomend militarisme van de Europese Unie” verschenen bij Vrede vzw en VD AMOK 134 blz, maart 2001. Voor informatie over deze publicatie zie de rubriek Signalement.

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 134 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook