Rekkelijken en Preciezen zijn allebei tegen een muur gebotst in de Nederlandse verkiezingen. Net als in de zeventiende eeuw zijn de persoonlijke vrijheidsadepten én de predestinatievolgelingen uit het calvinistische arendsnest te pletter gevlogen in onderlinge verwijten en een schrijnend tekort aan zelfrelativering. Vertaald naar vandaag is het failliet aangetoond van losbandige “vrijheid blijheid” en van stugge rechtlijnigheid. Het verlies van links en uiterst rechts deelt dezelfde onoordeelkundigheid: wie zich opwerpt als ideoloog komt van een kale reis thuis, wie zich pragmatisch opstelt verzandt desondanks in een ideologie. Geert Mak noemde het “een strijd om de werkelijkheid”. Dat is juist, maar met dien verstande dat realisme geen vrijgeleide geeft om terug te grijpen naar ingebeelde postulaten.
En dat waren er veel in de kiesstrijd. Migratie, woningnood, sociale desintegratie, drugsproblematiek, de rechtsstaat, de Gaza-oorlog, de slechte voetbalresultaten in Europa, het klimaat, het volstrekte uitvegen van wat gemakkelijkheidshalve polarisering heet, maar het niet is. Nederland is verkruimeld, niet geperst tussen links en rechts. Het hervalt in tijdelijke bondgenootschappen tussen stadsprivileges en handelsbelangen zoals bij de vorming van de confederale Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden: ieder voor zich, maar samen tegen de dreigingen van buitenaf. Toen tegen de bedilzucht van Filips II, vandaag met opgestoken stekels tegen Europa. Ook nu bleek herboren nationalisme (lees: hebzucht en betweterigheid en een onbestaand eenheidsgevoel) de drijfveer te zijn van al dat oranje-blanje-bleu vlaggengezwaai. Dat pakte goed uit voor de winnaar van de verkiezingen: de links (nou ja) liberale (nou ja) D’66 van Rob Jetten. Sprong, twee jaar na de vorige parlementsverkiezingen en de amechtige “regering” van technocraat Dick Schoof waarin amper beslissingen werden genomen, van 9 naar 26 zetels in de Tweede Kamer. Amper 30.000 stemmen meer dan de geklopte populist en hagepreker Geert Wilders (PVV). De PVV haalde evenveel zetels, maar verloor er wel elf. D’66 haalde wel niet meer dan goed 16 % van de stemmen. Dat Nederland geen kiesdrempel hanteert is uitermate democratisch, maar niet bevorderlijk om stabiele regeringen te vormen. Er zitten nu 15 partijen in het halfrond van 150 parlementariërs, daar kan België nog een puntje aan zuigen. Ware het niet lachwekkend dat daar een Partij voor de Dieren bijzit, een BoerenBurgerBeweging, Volters, vijftigplussers, Denkers, ja zelfs de oudste politieke partij SGP (Staatkundig Gereformeerde Partij, 3 zetels), wat ze alle gemeen hebben is een rotsvast geloof in het opgestoken vingertje. Van Wilders’ doemgedachten en inwijkingsangst tot Timmermans’ klimaatmaatregelen.
Zelfbevlekking
En dat past nou net niet in het ongebreidelde vrijhandelsdenken en de begrotingsdiscipline wat de grondslag is van het Nederlandse succes. Ive Marx schudde in De Standaard het hoofd bij zoveel onbegrijpelijke zelfbevlekking. In een land dat de hoogste werkzaamheidsgraad ter wereld heeft (waardoor de sociale uitkeringen kunnen gehalveerd worden), een vrijwel onbestaande overheidsschuld, hoge arbeidsverloning en sociale bescherming, waar klagen ze over, die malcontenten ? “Het is ronduit verbijsterend dat Nederlanders hun heil hebben gezocht bij fantasten en charlatans zoals Pim Fortuyn en Thierry Baudet”, verzucht Marx. Hij wijt het aan de vervreemding tussen bestuur en burger. Maar die is nooit weggeweest, de handelsgeest teert op concurrentie en ondernemingsdrift. Dat heeft Nederland getoond als natie tijdens de grote bankencrisis en financiële instorting na 2008: het bleef onverbiddelijk afkerig (net als Finland, Oostenrijk en Duitsland) om zich lankmoedig te tonen voor de zwakkere lidstaten in de EU, Griekenland, Portugal, Italië, Oost-Europese partners, die maar met grote moeite, IMF-steun en vooral verarming van een groot deel van de bevolking, uit de afgrond konden kruipen.
Nederland leeft in een schaduwwereld, wentelt zich in zijn spiegelbeeld en ziet alleen de perfectie van zijn uiterlijk (het omgekeerde van Oscar Wildes Picture of Dorian Gray), en is altijd op zoek naar een nieuwe messias, de verlosser die de (imaginaire) netwerkfeilen bij toverslag zal wegwerken. Het schiet verbouwereerd in een kramp als het internationaal geconfronteerd wordt met onwilligheid, zoals bij de Val van Fort Zeelandia tegen Koxinga (1662), de snelle overgave aan Nazi-Duitsland, de dekolonisering van Indonesië, de Servische uitmoording van moslims in Srebrenica.
Populisme
Mak heeft gelijk als hij beklemtoont dat het populisme nog lang niet is uitgeroeid. Zelfs in het breedlachend vertoog van Jetten zit utopisch denken ingebakken. Gratis kinderopvang voor iedereen ? Dat komt alleen de verfoeide migranten ten goede, verluidt het. Om de woningnood te verhelpen belooft Jetten tien nieuwe steden te bouwen. Een nieuwe Ark des Verbonds zou nuttiger zijn. Want om gauwgauw 400.000 huizen bij te bouwen, is wel veel verbeelding nodig. The Economist wijst op de zere plek: “Social housing corporations, which provide 30 % of the country’s housing, have waiting-lists ten years long in some cities; young people and immigrants find it all but impossible to find apartments”. Woningen en huurkamers zijn gewoon onbetaalbaar voor deze categorieën.
En de sluipende verrechtsing heeft de afkeer van inwijkelingen fors doen stijgen en verhinderd dat nieuwe opvangcentra konden geopend worden. De consensus over het hele spectrum van de politiek is nagenoeg volledig, zelfs Jetten en zijn gezworen coalitiepartner van het CDA, Henri Bontenbal, schromen zich niet meer voor beperkingsmaatregelen. “We moeten harder optreden tegen uitgeprocedeerde asielzoekers. Als mensen hier niet horen te zijn en de rechtsstaat wijst ze uit”, dan moet dat ook gebeuren, aldus Bontenbal, die opnieuw legerdienst wil verplichten, en niet over zijn lippen krijgt dat weigering van homoseksuele leerlingen in reformatorische scholen onwettelijk is. Jetten zelf vindt het migratiesysteem maar “kut”, haalt de neus op voor jonge boefjes en ongemanierde straatlopers, en staat open voor een herziening van het VN-vluchtelingenverdrag uit 1951, dat uitwijzing naar het land van herkomst verbiedt als vervolging waarschijnlijk is. Jetten voelt zich gesterkt door het feit dat zelfs Europa er niet in slaagt de interne afspraken uit te voeren: opvang in de eerste lidstaat waar de vluchteling toekomt (Duitsland sluist nogal wat ongewensten door naar Polen) en eerlijke verdeling van asielzoekers over de lidstaten (notoir is de weigering van Hongarije om nog migranten op te nemen en hun “één enkele reis naar Brussel” aanbiedt).
Centrum weg
Eigenlijk betekent een dergelijke ontwikkeling dat er geen centrum meer bestaat in Nederland, en dat soms wilde eisen van een Fortuyn of Wilders en zijn PVV gemeengoed zijn geworden. Het gidsland van vroeger – toen sefardische joden zonder moeite werden geïntegreerd nadat ze uit Spanje waren gezet – is zo vermolmd als de Westerse democratie zelf. Nederland is een gipsland geworden, een aan elkaar geplakt geheel van ondernemingen en handelaars dat op wankele benen staat, omdat alleen in opgefokte eigendunk (sport, cultuur, literatuur, film, theater, Engelstaligheid,…) een “oranjegevoel” wordt opgevoerd. Nederland bestaat niet, opperde een satirisch filmpje van BNNVARA op Youtube (16 januari 2018). Alleen het Koninkrijk Nederland bestaat (met boven- en benedenwindse eilanden), ook al woont 98,32 % in Nederland, de rest op de eilanden. Eerder had Hans Groen al op 8 juni 2011 in hetzelfde medium aangetoond dat de Nederlandse Cultuur niet bestaat. Want ze “is per definitie multicultureel”. Sterker nog, de Gouden eeuw berust op ingevoerde arbeidskrachten. En op het eind van de 17e eeuw “was in Amsterdam 2/3 van de ondertrouwde bruidegoms immigrant”. De toestroom van protestantse Vlamingen na de Val van Antwerpen zorgde voor investeringen die de VOC en de WIC alle slagkracht gaf om wereldwijd factorijen en wingewesten te stichten. Later kwamen behalve vervolgde joden uit Midden-Europa, ook massa’s Franse Hugenoten naar Nederland (18e eeuw), gevolgd door Duitsers (19e eeuw). En Groen besluit: “Diversiteit en tolerantie zijn door de eeuwen heen, de belangrijkste kernwaarden van Nederland. Net als dat potje pindakaas waar we allemaal groot mee zijn geworden, maar van oorsprong toch echt Amerikaans is”.
Dat eerste is onmiskenbaar, over het tweede valt te discuteren. Het is in elk geval niet de leidraad van PVV en andere rechtse partijen (FVD, BBB, JA12, VVD), die verdraagzaamheid. Het Centrum (D’66, CDA, VOLT) raakt besmet, zelfs linkse partijen zoals Groen Links-PvdA, DENK of SP. Het maakt een regeringsvorming bijzonder moeilijk. Alweer. België mag in dezen dan recordhouder zijn (541 dagen), Nederland heeft een handje weg van uitzichtloze gesprekken: Rutte had voor zijn derde mandaat 225 dagen nodig, voor zijn vierde zelfs 299, Schoof zat ook op 223 dagen. Een regering voor kerstmis is dus een fabeltje. Vooral omdat er geen stabiele meerderheid denkbaar is zonder Groen Links-PvdA én VVD, die elkaars bloed drinken.
Na de eerste verkenningsronde fluit verslaggever Wouter Koolmees in het donker. Twee keer is VVD-voorzitster Dilan Yesilgöz op de koffie geweest bij Koolmees. Twee keer ging het om koffie drinken, en radicale afwijzing van samenwerking met de socialisten. Met technocraten dreigt het vervreemde kiezerskorps nog verder af te drijven. Mark Elchardus merkt terecht op dat “de obsessie met expertise zelden of nooit volstaat om een beslissing te nemen”, bij gebrek aan wetenschappelijke evidentie. Het aantreden van een nieuwe jongere generatie (Jetten, Bontenbal, Jesse Klaver) lijkt evenwel vooral gericht op een technocratische benadering, verpakt in utopische wensdromen.
Met het aantreden van de eerste openlijke homo als minister-president (Jetten gaat dan nog trouwen met zijn Argentijnse vriend) zal meteen duidelijk worden hoe verdraagzaam Nederland kan blijven, als alles mislukt. De kans dat de Franse polemist Michel Houellebecq alsnog gelijk krijgt stijgt navenant. Koningin Maxima hernemend zei hij: “Nederland bestaat niet, het is geen land, hooguit een bedrijf”. Dat maakt een regering naar Clintons model vrijwel onvermijdelijk: “It’s the economy, stupid”.
