Zuid-Soedan, een op voorhand mislukte staat?

Afgaande op de eerste resultaten van het referendum in Zuid-Soedan, blijkt dat de Zuid-Soedanezen zich bijna unaniem voor afscheiding van het noorden hebben uitgesproken. Een afscheiding die, als alles verloopt zoals het zou moeten, op 9 juli zal leiden tot formele onafhankelijkheid. Maar de vraag is nu of Zuid-Soedan al niet op voorhand gedoemd is een mislukte staat te worden.

Dat de christelijke en animistische Zuid-Soedanezen onafhankelijkheid willen zal niemand verwonderen gezien de bijna 50 jaar oorlog tegen het noorden ten gevolge van de Britse kolonisatiepolitiek. Vanaf 1896 werd Zuid-Soedan door de Britten, die niet goed wisten wat er mee aan te vangen maar vooral de Fransen en ook de islam wilden buiten houden, apart bestuurd. Zuid-Soedan werd van het Arabisch-islamitische Noorden afgeschermd en werd overgelaten aan christelijke missionarissen van alle mogelijke denominaties. Zo mochten zuiderlingen bv. geen werk gaan zoeken waar het te vinden was: in de ontwikkelingsprojecten die de Britten in het noorden opzetten terwijl ze het Zuiden verwaarloosden. In 1946 besloten de Britten het zuiden toch maar te verenigen met het noorden. In 1956 werd Soedan onafhankelijk.

Die tegennatuurlijke samenvoeging en blijvende verwaarlozing, ook na samenvoeging met het noorden, leidde al in 1955 tot een eerste oorlog, die duurde tot 1972, toen president Jafar al-Numeiri, een vredesakkoord sloot, met autonomie, dat ook uitzicht bood op afscheiding. Maar de voormalige generaal geraakte politiek in de problemen en kon, bij gebrek aan geld, zijn beloften voor ontwikkeling van het zuiden niet waar maken. Om zijn positie te versterken zocht hij meer en meer zijn toevlucht tot de islamisten. Op hun instigatie voerde hij de sharia, de islamitische wet in, ook in het zuiden, waarvan eveneens de autonomie werd beperkt.

Dit alles leidde tot een tweede oorlog, die uitbrak in 1983 en pas eindigde in 2005 toen er, na bemiddeling van de Kenianen, Amerikanen, Britten en Noren, een Comprehensive Peace Agreement (CPA) werd ondertekend. Het Zuiden kreeg weer autonomie en de belofte van een referendum in 2011 over zijn toekomst. Beide oorlogen, die samen bijna 50 jaar duurden, kostten het Zuiden twee miljoen doden en nog eens vier miljoen verplaatste personen. Anderhalf tot twee miljoen zuiderlingen trokken naar het noorden, vooral naar de sloppenwijken van Khartoem.

De vooruitzichten voor de nieuwe staat zijn echter alles behalve goed. De levensverwachting is slechts 42 jaar in Zuid-Soedan – een gevolg van de enorme sterfte van vrouwen kinderen en van de vele endemische ziekten. Zo sterft een op zeven vrouwen tijdens de zwangerschap of bevalling. Nog eens één op zeven haalt zijn vijfde verjaardag niet. De oorzaak? Het vrijwel totaal ontbreken van medische infrastructuur. Zo zijn er slechts 100 vroedvrouwen voor een bevolking van 9 miljoen inwoners in een gebied van 640.000 vierkante km, zo groot als het Iberisch schiereiland. Ook in de rest van Soedan is de situatie uiterst belabberd op het gebied van gezondheidszorg: drie vierden van alle gezondheidswerkers leven in Khartoem. In het zuiden zijn malaria, cholera en Hiv/Aids endemisch, maar ondanks de autonomie sedert 2005, werd eind 2009 vastgesteld dat andere “killers” zoals polio, melaatsheid en mazelen weer oprukken. In 2010 was de ondervoeding volgens het Wereldvoedselprogramma gestegen tot 47 %.

Scholing is er, ondanks de inspanningen van de missionarissen, ook nauwelijks. Zowat 85 % van de Zuid-Soedanezen zijn analfabeet, bij de vrouwen zelfs 90 %. Dit is er de oorzaak van dat wat er aan economie is, nu in handen is van buitenlanders: Arabische handelaars in de grenssteden, westerse kaderleden, fietstaxichauffeurs, markthandelaars, hotelpersoneel… uit Kenia, Oeganda en andere Afrikaanse landen. De werkloosheidsgraad van de arbeidsgeschikte Zuid-Soedanezen ligt dan ook op een ontstellende 90 %. En 90 % van de hele bevolking leeft met minder dan één dollar inkomen per dag in grote armoede. Zuid-Soedan is één van de armste en minst ontwikkelde landen ter wereld

De omvang van het onderbevolkte land is enorm, en het ligt in tropisch gebied met vele rivieren – de Witte Nijl en haar talrijke bijrivieren. Door de weersomstandigheden zijn grote delen soms maanden afgesloten van de rest van het land. Het vervoer is een ramp, want er zijn in heel Zuid-Soedan maar 60 km verharde wegen. Elektriciteits- en waterleidingen voor drinkwater zijn bijna onbestaande nutsvoorzieningen.

Nochtans beschikt de Zuid-Soedanese regering sedert 2005 jaarlijks over 1,5 miljard euro inkomsten van de olie die sedert 1999 in Soedan, vooral in het zuiden, wordt opgepompt. Er is echter zoveel te doen, dat men zich wanhopig moet afvragen waar te beginnen. En ontwikkelingsexperts, die van oordeel zijn dat de autonome regering van Zuid-Soedan (GOSS, Government of Southern Sudan) er sedert 1995 maar weinig van terecht heeft gebracht en corrupt is, vrezen dat het nog tientallen jaren kan duren vooraleer het land op eigen benen kan staan. Ook zijn de olievoorraden van het zuiden, geschat op 8 miljard vaten, eindig

Voorlopig is de “rijkdom” enkel te merken in de hoofdstad Juba, waar volop wordt gebouwd enkel voor en door de reggering. Ook zijn er wat buitenlandse investeringen. In 2009 werd er in Juba door het Amerikaanse SAB Miller een brouwerij in gebruik genomen met een productie van 150.000 flesjes bier per dag. Kostprijs: 35 miljoen euro, de eerste industriële investering ooit in Juba. Voor het overige produceert Zuid-Soedan niets. Alles moet worden ingevoerd vanuit Kenia en Oeganda.

Zowat 70 % van de jaarlijkse begroting gaat naar het betalen van soldaten, legerpensioenen en wapens. Zuid-Soedan heeft een staand leger van 125.000 man. Sedert 2007 zijn er al 67 gevechtstanks gekocht in Oekraïne. Tegen mogelijke luchtaanvallen vanuit het noorden is er luchtdoelgeschut aangeschaft.

Er is met het beperkte geld wel wat beters te doen dan wapens kopen. Maar de regering van president Salva Kiir Mayardit, een oud-rebellenleider, wil blijkbaar op een “derde oorlog” voorbereid zijn. Conflictstof is er immers genoeg. In de eerste plaats is er de kwestie Abyei, een olierijk gebied op de grens tussen noord en zuid met een gemengde Arabisch-Afrikaanse bevolking. Daar moest een apart referendum worden gehouden over de vraag of het bij het noorden of het zuiden of apart wil zijn. Dit referendum is uitgesteld omdat men het nog altijd niet eens is over de vraag wie op de kiezerslijsten kan en mag staan. Er is ook de vraag naar de verdeling van de olie-inkomsten tussen noord en zuid. Hier staat het zuiden zwak omdat alle olie via pijpleidingen door het noorden naar de havenstad Port Sudan moet. Er zijn wel plannen voor een pijpleiding van zo’n, 1200 km door Kenia, maar Zuid-Soedan heeft zeker het geld niet om die te financieren.

Andere conflictstof is de etnische diversiteit van Zuid-Soedan. De Soedanese Volksbevrijdingsbeweging (SPLM), die de oorlog tegen het noorden voerde, wordt gedomineerd door de Dinka, die weinig bereid zouden zijn hun macht te delen. Om die reden zorgden de Nuer in de jaren 1990 voor een scheuring in de SPLM. Ook de gewapende arm, het Soedanees Volksbevrijdingsleger (SPLA) kreeg geregeld met dissidenties te maken. En ook onder de Dinka en de Nuer botert het niet. Intertribaal geweld kostte in 2009 het leven aan 2.500 mensen terwijl er nog eens 350.000 op de vlucht moesten.

Daarop kan de Soedanese president Omar al-Bashir inspelen zonder zijn eigen leger de grens over te sturen als het Noord-Zuid-overleg niet verloopt zoals hij het wenst. Er is in de internationale pers al melding gemaakt van wapenleveringen door het noorden aan dissidente groepen. En Soedan kan ook nog altijd opnieuw het beruchte Verzetsleger van de Heer (LRA) van Joseph Kony ter hulp roepen. Dit leger ontstond in 1987 in het noorden van Oeganda om de Oegandese regering omver te werpen. Omdat Oeganda één van de voornaamste steunverleners van de Zuid-Soedanese rebellen was, kreeg Kony al snel steun van Khartoem en voerde het ook opdrachten uit in Zuid-Soedan.

Ten slotte is er ook een internationaal luik. Al in 2003 beloofden de Amerikanen, in de hoop snel tot een vredesakkoord tussen noord en zuid te komen, Soedan van de lijst te halen van landen die het terrorisme steunen. Die belofte werd niet nageleefd ondanks het feit dat Soedan, na de val van het extremistische regime van de islamist Hassan al-Turabi, de Amerikanen massa’s informatie gaf over terreurgroepen zoals Al-Qaeda. Het Westen beloofde ook 4 miljard dollar hulp aan Soedan, die – hoe kan je het raden? – nooit werden betaald. Ook zijn er nog altijd internationale sancties tegen het land. En niet in het minst is er de aanklacht van het Internationaal Strafgerechtshof tegen president al-Bashir wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Darfur. Als het Westen op al die punten ten laatste in juli niets doet, is de kans groot dat het vredesakkoord tussen noord en zuid niet correct zal worden uitgevoerd.

Maar zelfs al verloopt de boedelscheiding zonder veel problemen, Zuid-Soedan is doodarm, zonder enige infrastructuur, geen industrie, alleen met wat olie, intern zwak en in handen van een regering die onbekwaam lijkt en kanonnen boven boter prefereert. Alleen dat al zijn voldoende ingrediënten om Zuid-Soedan als staat te doen mislukken.

(Uitpers nr. 128, 12de jg., februari 2011)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 29 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook