Zeven dolle jaren in het leven van Pablo Iglesias 15-M en Podemos: over de dynamiek tussen beweging en partij

(foto:wikimedia)
Een tiental dagen voor de 10e verjaardag van de indignadobeweging nam Pablo Iglesias afscheid van de Spaanse politiek. Podemos, die de politieke belichaming is van de 15-M-beweging, verliest daarmee haar boegbeeld van het eerste uur. Wat blijft er vandaag over van de ambitie om, in het zog van de gigantische indignadobeweging, een politiek instrument te creëren dat opgevat was als een ‘open participatieve methode’ waar alle burgers hun plaats in zouden vinden?

Op 4 mei kondigde Podemos-medestichter en algemeen-secretaris, Pablo Iglesias Turrión (Madrid, 1978), zijn afscheid van de institutionele politiek aan. Enkele weken voordien had hij ontslag genomen als vicepremier in het kabinet-Sánchez waarin zijn lijst de junior partner is van de sociaaldemocratische PSOE om slag te leveren in de vervroegde verkiezingen voor de regio Madrid. De peilingen stonden immers op onweer: niet alleen zou de in de hoofdstedelijke regio regerende rechtsconservatieve PP een grote zege behalen, zijn eigen lijst dreigde onder de kiesdrempel te blijven. Uiteindelijk wist Iglesias zijn partij van die ramp te behoeden maar links moest wel de duimen leggen voor de PP die – met de steun van het extreemrechtse VOX – de regio verder kan besturen.

Voor Pablo Iglesias komt hiermee een (voorlopig?) einde aan een onwaarschijnlijk traject dat amper zeven jaar duurde. Een tijd van omhoogschieten, vallen en weer opstaan, vriendschap en verraad, hoop, branie en desillusie, die de docent politieke wetenschappen en presentator van het online tv-programma La Tuerka naar het vicepremierschap van Spanje voerde, om uiteindelijk te eindigen in Vallecas en de Madrileense volkswijken waar hij opgroeide. Iglesias zet een stap opzij; Unidas Podemos gaat door. Maar wat blijft er over van de ambitie om in het zog van de gigantische indignadobeweging een politiek instrument te creëren dat opgevat was als een ‘open participatieve methode’ waar alle burgers hun plaats in zouden vinden?

Het vertrek van Iglesias kwam een tiental dagen voor de tiende verjaardag van de start van die indignadobeweging. Zonder metaforisch te overdrijven kan tien jaar na datum de zogenaamde indignadobeweging die zich vanaf 15 mei 2011 over heel Spanje uitrolde een sociale tsunami genoemd worden. De beving werd veroorzaakt door een toxische mix van enerzijds harde neoliberale ingrepen als antwoord op de bankencrisis en anderzijds welig tierende corruptie in het politieke establishment dat die eenzijdige ingrepen en besparingen meedogenloos oplegde.

Twee significante indicatoren maakten duidelijk hoe hard de crisis insloeg. Eén. De jeugdwerkloosheid rondde de kaap van de 50%. Twee. Voor het eerst sinds de jaren 1950-1960 was de emigratie uit Spanje groter dan de remigratie naar Spanje. Het verschil met die donkere jaren van toen was dat nu vooral hoger opgeleide jonge mensen elders perspectief zochten, terwijl de eerste golf vooral laaggeschoolden betrof. Van zij die bleven, engageerden velen zich in de brede verzetsbeweging, vaak met eigen accenten zoals de beweging met de sprekende naam Juventud Sin Futuro (jeugd zonder toekomst).

VAN HET SOCIALE NAAR HET POLITIEKE

De 15-M-beweging ging van start toen na een betoging tal van deelnemers aan de Madrileense Puerta del Sol tentjes opzetten en aan een acampada begonnen. Razendsnel breidde deze actievorm uit over heel het land. Maar hoe krachtig de beweging ook was, hoe diepgaand haar impact, de eeuwigheid hebben sociale bewegingen nooit. Mensen bezetten straten en pleinen maar kunnen er niet blijven wonen. Dit stelde de kwestie van de politieke vertolking van het sociale protest als manier om de eisen van de beweging enigszins te ‘permanentiseren’. Aan de orde was uiteindelijk ook de kwestie van de politieke macht om de neoliberale machine te stoppen en het roer sociaal en politiek om te gooien. Het offensief bestond immers niet louter uit besparingen maar greep, fundamenteler, ongemeen hard in op de arbeidsmarkt, de openbare dienstverlening, het onderwijs en tastte het hele sociale weefsel aan.
Die omslag naar de politiek is een moeilijke kwestie die sociale bewegingen zich bijna nooit stellen, tenzij onrechtstreeks in de vorm van ‘druk uitoefenen op de politiek’ of eisen doorgeven via ‘politieke vrienden’ op wie men verder weinig tot geen invloed uitoefent. Het buitengewone binnen de 15-M-beweging was dat een aantal mensen zich – terwijl de beweging nog leefde en de dynamiek nog speelde – wél de vraag stelden van een nieuwe, op de beweging afgestelde politieke formatie.

Grosso modo kwam dat besef én het initiatief uit politiek vrij marginale hoek. Een aantal academici rond een kern van politicologen van de UCM (Universidad Complutense de Madrid) en een kleine, maar wel nationaal gestructureerde politieke organisatie van trotskistische snit, Izquierda Anticapitalista, later omgedoopt tot Anticapitalistas. Toch bleek de idee om het sociale politiek om te zetten zeer breed te leven binnen de 15-M-beweging. Op het basismanifest dat de initiatiefnemers in januari 2014 lanceerden, geschraagd door tal van bekende en minder bekende personaliteiten uit de culturele, sociale en academische sferen, volgde een onverwacht massale, positieve respons. De titel van dat manifest dekte de intentie perfect: ‘Mover ficha: convertir la indignación en cambio político’. Vrij vertaald: een zet doen; de verontwaardiging in politieke verandering omzetten. De timing was prima, de intentie mooi geformuleerd. Het succes volgde prompt. Honderdduizenden mensen ondertekenden de oproep om bij de komende Europese verkiezingen een lijst in te dienen en op 17 januari 2014 werd de beweging Podemos in een veel te klein theaterzaaltje in de Madrileense wijk Lavapiés officieel gelanceerd.

PODEMOS ONTSTAAT BIJ GEBREK AAN ANDERE POLITIEKE OPTIES

De keuze om zelf van het sociale naar het politieke toneel te springen leek onder de initiatiefnemers evident bij gebrek aan andere politieke opties.
Sinds de overgang van franquistische dictatuur naar parlementaire monarchie vanaf het midden van de jaren 1970 werd Spanje afwisselend bestuurd door éénpartijregeringen die alterneerden, het zogenaamde bipartidismo. Na de bankencrisis was het de PSOE-regering onder leiding van José Luis Rodríguez Zapatero die overstag ging en het neoliberale beleid in overdrive doorvoerde, alvorens het PP-kabinet van Mariano Rajoy overnam. Vanuit de 15-M-beweging kon deze PSOE dan ook geen dienst doen als politiek doorgeefluik. Samen met de PP werd de sociaaldemocratie met de vinger gewezen. Ze werden letterlijk in één adem genoemd ‘PPSOE’ en afgeserveerd met de slogan: ‘No nos representan’ (‘Ze vertegenwoordigen ons niet’).
De tweede reden was de mislukking van Izquierda Unida en in het bijzonder van de communistische PCE die er de kern van uitmaakt om een eersteplansrol te spelen en aantrekkingskracht uit te oefenen op een jongere generatie. De IU-strategie van historisch leider Julio Anguita om midden jaren 1990 de PSOE langs links te beconcurreren en zelfs voorbij te steken (Anguita gebruikte de Italiaanse term ‘sorpasso’) was faliekant mislukt en IU verkeerde in een vrij stabiele, maar ietwat duffe en geparalyseerde staat.
De derde reden was de complete electorale onmondigheid van uiterst-links. De jonge UCM-academici kenden die kleine biotoop goed. Sommigen onder hen hadden er een tijdje vertoefd. Maar ze waren als de dood om een politiek initiatief te nemen dat zich meteen tot marginaliteit zou veroordelen. In tegenstelling tot PSOE en IU telde Izquierda Anticapitalista wel een paar bruikbare ideeën, had ze het 15-M-momentum niet gemist, beschikte ze over de radicaliteit die toen de toon zette met een aantal jonge, dynamische gezichten en stemmen. En doorslaggevend: in haar visie over een noodzakelijke politieke ‘herschikking van links’ zag ze het grotere plaatje helemaal zitten. Dus in het hoofd van de Podemos-initiatiefnemers moest de nieuwe formatie meteen – sine quod non – de politieke marginaliteit overstijgen.
Zoals elders in Zuid-Europa was ook in Spanje geen autonoom politiek ecologisme op massaschaal ontstaan. Waar dit soort formaties in Noord- en West-Europa vanaf de jaren 1980 ‘links terrein’ bezetten en opslorpten, gebeurde dat in Zuid-Europa niet. Politiek groen, in de mate dat het zich ontwikkelde, bleef er altijd met de radicale linkerzijde verstrengeld.

ELECTORALE OORLOGSMACHINE

De nieuwe formatie stond zowel organisatorisch als strategisch meteen voor een Catch-22. Of dat dacht een aantal stichters toch die stilaan de regie naar zich toe trok en als ‘grupo promotor’ andere pioniers naar het achterplan drukten. Deze vijfkoppige zogenaamde ‘grupo promotor’ bestond uit woordvoerder Pablo Iglesias, Carolina Bescansa, Juan Carlos Monedero, Iñigo Errejón en Luis Alegre: allemaal politicologen van de UCM, behalve de laatste die als filosoof aan dezelfde instelling verbonden is.
Enerzijds ambieerde Podemos de politieke belichaming te zijn van de 15-M-beweging. Die beweging had zich doorheen haar ontwikkeling sterk gemaakt door basisdemocratische praktijken, het bannen van paternalisme of macho-leiderschap dankzij een grote impact van een verjongd en energiek feminisme. Anders aan politiek doen, was dus een cruciale uitdaging die organisatorisch de lat hoog legde. Vele Podemos-aanhangers zochten in de nieuwe partij de alternatieve sfeer en modus operandi die ze zelf in de 15-M-beweging hadden ontwikkeld. Dat liep in het begin vanzelf door het feit dat duizenden mensen rechtstreeks uit de geschakeerde segmenten van de 15-M-beweging met dezelfde omgangs- en beslissingsvormen, dezelfde taal en zelfverzekerdheid, als het ware de laagdrempelige partij binnenstroomden. Als een olievlek dijden de círculos, basiskernen, uit over heel Spanje. Ook in de ‘diaspora’ schoten círculos als paddenstoelen uit de grond, vaak onder impuls van geëmigreerde of tijdelijke hogeropgeleide expats, zoals onder meer in België waar de activiteit zich in het Brusselse en in mindere mate in Luik concentreerde.
Anderzijds naderde de electorale deadline met rasse schreden en diende er een gestroomlijnde campagne uitgewerkt met een minimum aan gecentraliseerd apparaat. Vermits de partij zelfzeker stelde dat ze niet gekomen was ‘om te getuigen’ maar om ‘te veranderen’, mocht die afspraak niet gemist worden. Dat veronderstelde een oppercommando die ‘een electorale oorlogsmachine’ (dixit campagneleider Iñigo Errejón) moest in stelling brengen om ‘de hemel te bestormen’ (dixit woordvoerder en lijsttrekker Pablo Iglesias).
De spanning tussen ‘partij-beweging’ en ‘partij-machine’ zou zich geleidelijk laten gevoelen hoewel het enthousiasme primeerde nadat Podemos op 25 mei 2014 onverwacht 1.254.000 stemmen en vijf Europese parlementszetels in de wacht sleepte.

POPULISTISCH SCHEMA

Strategisch benadrukte Podemos – in het verlengde van 15-M – een scherpe veroordeling van het bipartidismo met de ambitie dat te doorbreken. Hoofdzakelijk maar niet uitsluitend op initiatief van campagneleider Iñigo Errejón voerde Podemos hiervoor een populistisch schema in, waarvoor expliciet verwezen werd naar de Argentijnse politicoloog Ernesto Laclau en zijn Belgische collega en levenspartner Chantal Mouffe. De identificatie met het duo Laclau-Mouffe was, zeker bij Errejón, nagenoeg kritiekloos en totaal. Achterliggende verzuchting was het overstijgen van zowel de radicaal-linkse schema’s als hun te eng bevonden klassendiscours. Transversalidad was het nieuwe ordewoord waarmee de partij de links-rechts-tegenstelling wilde overstijgen.
Programmatorisch bracht Podemos een, naar eigen zeggen, proyecto rupturista. De beoogde ruptura of breuk werd institutioneel vertaald als de vervanging van de monarchie door een republiek en een staatshervorming die een plurinationaal Spanje zou opleveren na het vervangen van de grondwet van 1978. Sociaaleconomisch werd een neo-keynesiaans recept gepresenteerd dat in wezen een relance van het kapitalisme beoogt en niet de vervanging ervan. Niet zonder knipoog eiste Iglesias meermaals de erfenis van de oude sociaaldemocratie op (Karl Kautsky, maar ook de Zweed Olof Palme, de Oostenrijker Bruno Kreisky die met de moderne sociale welvaartsstaat geïdentificeerd werden) die volgens hem – mochten ze vandaag actief zijn – uit de sociaalliberale PSOE zouden worden gegooid. Het geconstrueerde antagonisme bestond enerzijds uit ‘la casta’, een elite van ondernemers, werkgeversorganisaties, staatsapparaat, en PP en PSOE met de monarchie als letterlijk kroonstuk. Daartegenover identificeerde Podemos zijn basis met ‘el pueblo’, het volk dat ze – net als in de 15-M-beweging – in de breedte wilde vatten en homogeniseren door ‘transversaal’ te werken. ‘Patria’ (vaderland) werd beschouwd als een lege betekenaar die de juiste (sociale) invulling moest krijgen en waarmee de ‘valse’ patriotten, die met de Spaanse vlag zwaaien maar hun geld in fiscale paradijzen parkeren, moesten worden geconfronteerd. Het nam allemaal niet weg dat de partij door vriend en vijand als een linkse en zelfs radicaal-linkse partij gezien werd.
Methodologisch leek het echter snor te zitten, en de verkiezingsresultaten leken dat te bevestigen. Een jaar later, in 2015, deed Podemos zijn intrede in tal van autonome gemeenschappen (Spanje is sinds de grondwet van 1978 ingedeeld in zeventien autonome gemeenschappen). Samen met andere krachten kwam Podemos na de gemeenteraadsverkiezingen mee aan de macht via sui generis formaties die in meer dan tien centrumsteden de burgemeester konden leveren. Madrid, Barcelona, Zaragoza, A Coruña, Cádiz en andere steden werden ciudades del cambio waar de strijd tegen woningnood en uithuiszettingen een belangrijke prioriteit werd. Die lijsten, bij ons vaak verkeerd geassocieerd met niet-partijpolitieke ‘burgerlijsten’, bestonden naast Podemos uit de lokale klein-linkse organisaties, comités, fronten en emblematische lokale personaliteiten. Significant: vermits nergens absolute meerderheden werden behaald kwamen de alternatieve burgemeesters in de meeste van deze steden aan de macht dankzij de gedoogsteun van… de PSOE. Datzelfde jaar ging Podemos op zijn elan voort. Met meer dan 12% en als derde grootste partij van het land deed Podemos zijn intrede in het nationale parlement. In 2016 zou de partij de kaap van de vijf miljoen stemmen overschrijden en samen met regionale allianties (in Catalonië, Galicië, Valencia…), Izquerda Unida en de kleine links-ecologistische formatie EQUO meer dan 20% behalen.

DE GEEST VAN 15-M GERAAKT ZOEK

Maar de geest van 15-M was toen al grotendeels zoek geraakt. Dat had verschillende oorzaken. De sociale mobilisatie, het elan van 15-M was stilgevallen. De woningnood en de uithuiszettingen konden niet meteen worden gekeerd. Steden en gemeenten hadden daar niet alle hefbomen voor in handen. Op de vrouwenbeweging na en sterke mobilisaties van gepensioneerden, werd sociale strijd defensief en geïsoleerd. De nieuwe partij werd dus niet meer vooruit gestuwd door mobilisaties. Het is in die sfeer dat de partij in 2017 twee congressen organiseerde, Vista Alegre I en II, genoemd naar de voormalige Madrileense arena waar ze plaatsvonden. De inzet van die congressen was groot.
De ‘massapartij’ die Podemos intussen geworden was, had zijn ‘electorale oorlogsmachine’ de facto als partijmodel verankerd. Aan het hoofd stond een groep die zichzelf een vriendengroep noemde maar stilaan elkaar zou verscheuren. Relevanter dan dit was de graad van oligarchisering van Podemos volgens de IJzeren Wet van Roberto Michels: de kleine groep professionaliseerde, coöpteerde vrienden en bondgenoten en verwijderde kritische stemmen uit het centrum van de partijmacht. De partij benadrukte de communicatie en het politieke manoeuvreren aan de top en duldde geen kritiek of oppositie. De leiding die verkozen werd tijdens Vista Alegre I was een homogene lijst rond de charismatische en in de media alomtegenwoordige Iglesias. Die verkiezingen ‘aan de basis’ verliepen via internet waar ‘geregistreerden’ tussen ‘platforms’ konden kiezen. Onderaan was de ebbeweging quasi voltooid en de geest van 15-M achter de horizon verdwenen. De basiskernen demobiliseerden, liepen leeg of verdwenen. Wat Anton Jäger zeer gepast als ‘technopopulisme’ omschrijft, verving een organisch, levendig geheel met democratisch debat en impulsen van onderuit. De snelle groei, de keten van elkaar opvolgende verkiezingen en de teruggang van de sociale beweging hadden deze nefaste fenomenen versneld.

REVIVAL VAN DE PCE-STRATEGIE: DE PSOE UIT DE ‘KASTE’ HALEN

Strategisch werd het populistische antagonisme ‘kaste-volk’ behoorlijk afgezwakt. Vreemd genoeg gebeurde dat op een moment waarop elders in Europa een aantal significante andere linkse formaties (zoals La France Insoumise van Jean-Luc Mélenchon) het populistische discours van ‘voorbeeld’ Podemos steeds meer gingen kopiëren. De noodzakelijke gedoogsteun van de PSOE om in 2015 de alternatieve besturen in de centrumsteden aan de macht te krijgen, had de beperkingen van dat populisme al blootgelegd. Nog datzelfde jaar bereikte Podemos met diezelfde PSOE ook regeerakkoorden in een aantal autonome gemeenschappen.
De strategie werd er vanaf 2015-2016 één van ‘sorpasso’ van de PSOE om haar mee op sleeptouw te nemen in een nationaal kabinet. Aan zijn prille politieke ervaring bij de jongcommunisten (waarvan Iglesias op zijn veertiende lid was geworden) en bij IU (waar hij onder meer de zeer gematigde coördinator Gaspar Llamazares adviseerde) had Pablo Iglesias goede contacten overgehouden met enkele communistische têtes pensantes die de Sturm und Drang van de nieuwe generatie gunstig genegen waren. Het ging om gezaghebbende stemmen die ‘hun’ IU aanporden om uit de lethargie te ontwaken. In plaats van Podemos als concurrent te beschouwen, zouden IU en PCE aldus deze mensen, de jonge partij beter vergezellen. Mensen als de communist en politicoloog, Manolo Monoreo, en de voormalige communistische leider en IU-coördinator, Julio Anguita, zelf brachten niet alleen een aan de top verjongde IU dichter bij Podemos. Ze deden Iglesias inzien dat het populistische schema op zijn grens botste en dat machtswerving nu eenmaal via coalitievorming moest verlopen.
De PSOE moest uit de ‘kaste’ gehaald worden. De oude maar verlichte communisten wilden via Podemos realiseren wat hen via Izquierda Unida niet gelukt was. Ze hadden het luisterend oor van Iglesias en diens metgezel Juan Carlos Monedero. Errejón was al eerder overtuigd van een coalitie met PSOE en had de partij verlaten voor een politiek project met de Madrileense burgemeester, Manuela Carmena, dat uiteindelijk zou leiden tot zijn eigen groenlinkse formatie Más País. Met recent behoorlijk succes in Madrid (onder de lijst Más Madrid) tracht Errejón voortaan een transversale, groene partij uit te bouwen die tracht aansluiting te vinden bij haar Noord-Europese gelijkgestemden. Iglesias maakte van Alberto Garzón, de nieuwe, jongere IU-leider en vandaag minister van consumentenzaken in de regering, een eersteplansbondgenoot, zoals hij dat ook deed met de inmiddels over heel Catalonië uitgebouwde partij van de Barcelonese burgemeester Ada Colau.

PODEMOS OP EEN ONGEZIEN MANIER BELAAGD

Alsof de sociale ebbeweging, de oligarchisering, de strategische herpositionering nog niet genoeg waren, werd Podemos bovendien op een ongeziene manier belaagd. Het electoraal efficiënte populisme werd gecounterd door een opgefrist Ciudadanos als een soort van ‘rechts-populistische’ concurrent de politieke piste in te sturen. Ciudadanos (Burgers) bestond al langer in Catalonië als pro-Spaanse, anti-catalanistische formatie. Met een nieuwe jonge leider, Albert Rivera, ging de partij nationaal de concurrentie met Podemos aan. De partij – ondersteund door de Europese liberalen – stelde zich ‘links-liberaal’ op, hoewel het dat inhoudelijk nooit wist waar te maken en geen banden heeft met het in Spanje nooit echt doorgebroken historische liberalisme. Geconfronteerd met de crisis van het bipartidismo en de dreigende politieke instabiliteit werd Ciudadanos ook gestuwd door delen van het Spaanse establishment die in de partij een mogelijke coalitiepartner zagen met ofwel PP of PSOE. Inmiddels dreigt de partij, na opeenvolgende electorale pandoeringen op nationaal, Catalaans en Madrileens vlak, van de politieke kaart te verdwijnen.
Maar ongemeen hard was het mediaoffensief tegen Podemos en haar leider waar alle vuile trucs gepermitteerd leken. Vanuit het PP-kabinet van binnenlandse zaken werd een spionage- en beschadigingsnetwerk opgezet met een oud-politiecommissaris als spil. Intussen beukte de media er op los dat het een lieve lust was met aantijgingen over illegale partijfinanciering uit Venezuela of Iran. Alle klachten in die zin werden zonder gevolg geklasseerd maar de reputatieschade was een feit. Net als bij ons ten aanzien van de virologen zijn er eerst de woorden, de haat in rechtse opiniemedia en op sociale media door anonieme trollen maar ook door rechtse personaliteiten… Rechtse media als de dagbladen ABC en La Razón voerden een echte hekelcampagne die de grenzen van Iglesias’ privacy ruim overtrad. Daarop volgden doodsbedreigingen vanop extreemrechts dat op heel wat steun kan rekenen onder gepensioneerde en actieve militaire en politiekrachten. De verbaal felle Iglesias werd ook in progressieve kringen een hoge boom die veel wind vangt en de fixatie op leiderschap en communicatie door Iglesias veroorzaakte contraproductieve gevolgen en genereerde kritiek op ‘het alfamannetje’. Ook de keuze om met zijn partner Irene Montero, vandaag minister van Gelijke Kansen, in een villa in de duurdere rand van Madrid te kopen, oogstte makkelijke kritiek. Waar Iglesias aanvankelijk charmeerde, begon hij nu te irriteren. Iglesias voelde dat beter dan wie ook aan en uiteindelijk leidde dit mee tot zijn ontslag met de uitspraak: ‘Als je persoon niet meer bundelt maar verdeelt, dan ben je een obstakel voor verdere groei’.

PODEMOS WORDT JUNIOR PARTNER

Uiteindelijk slaagde diezelfde Iglesias er in 2019 wel in zijn partij als junior partner in de eerste Spaanse coalitieregering sinds de overgang naar democratie te hijsen. Die keuze bezegelde de uittocht van de inmiddels gemarginaliseerde trotskistische medestichters, de anticapis. In het beste geval had men van buitenaf gedoogsteun kunnen verlenen zoals ook linkse Catalaanse en Baskische nationalisten doen, luidde de kritiek op de linkerflank die de deur hard achter zich dichtsloeg. Ook van de ‘grupo promotor’ blijft niemand over, tenzij Juan Carlos Monedero als souffleur buiten de instanties. Het trio Errejón, Bescansa, Alegre verdween na geruchten over een interne machtsgreep tegen Iglesias. Podemos formaliseerde zijn bondgenootschap met de communisten en een aantal kleinere partners in de naam van haar fractie, Unidas Podemos, een benaming die alleen een vrouwelijke vorm kent. Maar andere partners – onder meer in Galicië en Valencia – distantieerden zich van Podemos.
Veel van de huidige partijkaders verdienden hun sporen in 15-M, vooral in Juventud Sin Futuro. Podemos vervult de rol die de PCE nooit heeft kunnen vervullen en twee van haar vijf ministers zijn ook PCE-kaders. Naast communistisch partijboegbeeld Alberto Garzón is dat de sterke en alom geprezen minister van Arbeid, Yolanda Díaz, die voortaan het boegbeeld van de alliantie wordt. De Navarese psychologe, Ione Belarra, neemt het ministerschap én het Podemos-leiderschap van Iglesias over. In die zin bracht Iglesias zijn formatie terug waar het voor hem, als tiener en jongcommunist, allemaal begon.
In de peilingen blijft Unidas Podemos achteruit sukkelen. De partij zou graag een aantal mooie beleidspluimen op de hoed willen steken en slaagt daar soms ook in (zoals de verhoging van het minimuminkomen) maar moet ook in een aantal symbooldossiers het hoofd buigen tegenover de sociaaldemocratische senior-partner die vooral ook alle institutionele en buitenlandse beleid monopoliseert. Dat is wrang voor Unidas Podemos waar men graag een aantal points of no return zou willen voorbijgaan (inzake het terugdraaien van de neoliberale arbeidsmarkthervorming, het invoeren van een vermogensbelasting of de definitieve stopzetting van huisuitzettingen). Ook inzake het brandende Catalaanse dossier wil Unidas Podemos voortgang boeken, zoals het vrijlaten van de gevangen leiders (de regering kan amnestie afkondigen) en het opzetten van een daadwerkelijke dialoog. In het progressief-Catalaanse kamp kreeg Iglesias, na de aankondiging van zijn vertrek, veel lof toegezwaaid.

LESSEN VOOR LINKS

De politieke context is intussen fel veranderd. Op de mesthoop van rechts met de corruptieaffaires rond de PP ontstond het neofranquistische VOX dat de andere rechtse partijen onder druk zet en opzweept in een rechts-nationalistisch opbod. Het Catalaanse nationalisme dat vanaf 2014 een roadmap naar onafhankelijkheid inzette, triggerde een rabiaat, ultrarechts Spaans nationalisme. Het identitaire verdrong het sociale, wat voor links – ook bij ons – een groot probleem is. In die ondankbare context lijkt Unidas Podemos greep op het electoraat te verliezen.
Ook de pandemie wordt, net als bij ons, door rechts en extreemrechts uitgebuit. ‘Vrijheid’ is de leuze waarmee zowel PP als VOX voor quasi ongebreidelde versoepelingen pleiten. Ze kregen hiermee de horecasector achter zich – alleen de regio Madrid telt al bijna 20.000 bars en restaurants – en een steeds talrijker publiek dat, net als bij ons, de restricties ‘beu’ is. De grote populariteit van Madrileens PP-boegbeeld Isabel Díaz Ayuso lag in het feit dat ze gedurende de pandemie grote delen van Madrid tot een permanente ‘La Boum’ aanzette. Ook complottheorieën spelen hier, zoals in Noord-Europa, een nefaste rol die actief opgenomen wordt door extreemrechts zoals ook de Nederlander Thierry Baudet dat doet.
In zes jaar legde Podemos echter een ongelofelijk traject af waaruit de Europese linkerzijde toch wel een aantal belangrijke lessen kan trekken.
Ten eerste het inzicht dat sociale verontwaardiging moet gekanaliseerd worden richting politieke verandering.
Ten tweede dat wanneer de druk van de straat wegvalt, de politiek zijn autonomie herstelt. De loskoppeling van institutionele politiek met sociale mobilisatie is nooit een goede zaak. Democratie is, in tegenstelling tot wat hier wel eens beweerd wordt, veel meer dan het formule stemmen om de vier jaar en dan passief afwachten. Democratie heeft baat bij inmenging van de burger en verliest aan kwaliteit als beroepspolitici zich in een vacuüm voortbewegen.
Toch komt verandering door macht te ambiëren en niet door in de politieke marge brevetten van zuiverheid uit te delen. Wel moeten partijen die electoraal snel groeien zich inspannen om het organische vertrekpunt, de basis, te verzorgen en te koesteren. Zo niet degenereert men – zoals het traject van vele sociaaldemocratische partijen in Europa aantoont – tot oligarchische kiesverenigingen rond charismatische figuren. Groot lichtpunt – en verworvenheid van de 15-M-beweging – is dat het wél mogelijk blijkt jongeren én vrouwen bij een politiek project te betrekken waar ze centrale posities innemen.
Ten slotte levert Podemos – met plus- en minpunten – een interessante bijdrage tot de cruciale vraag hoe links dan toch een aantal stenen kan verleggen in een voor haar buitengewoon ongunstige conjunctuur. De EU kijkt met argusogen toe of men wel binnen de opgedragen lijntjes kleurt. De onverwachte coronapandemie doorkruiste vele plannen. De lawfare tegen de linkse regering vanwege delen van de Spaanse justitie en de ‘deep state’ steken ook stokken in de wielen. In de ondankbare context drukt de partij het beleid naar links terwijl het een cruciale verstandhouding creëerde met linkse Catalaanse en Baskische nationalisten, noodzakelijk om het minderheidskabinet rechtop te houden en rechts van de macht te houden.

OPEN EINDE

Ten aanzien van een aantal andere spraakmakende linkse projecten met massa-aanhang heeft Podemos nog wat troeven achter de hand. Jeremy Corbyn kreeg eveneens het establishment tegen maar domineerde zijn partij niet vermits de Blairites stokken in de wielen staken. Zelf had hij ook geen helder afgelijnd antwoord op de Brexit-uitdaging waardoor de Labour-bastions in het noorden andere electorale oorden opzochten. Bernie Sanders heeft geen eigen partij-organisatie waardoor hij – en zijn jonge opvolgsters – de gevangenen blijven van de Amerikaanse variant van bipartidismo.
Het Podemos-verhaal heeft een open einde. Het is nog niet afgelopen en zelfs een terugkeer van Pablo Iglesias mag nooit helemaal worden uitgesloten. In de komende periode zal hij wellicht veel lezen en schrijven. Hij zal ongetwijfeld gevraagd worden als gelouterd tertuliano (opiniemaker in debatten) en, wie weet, opnieuw zijn eigen tv-programma’s nieuw leven inblazen. In besloten kring maakte hij er nooit een geheim van dat hij liever dat soort activistische en goed gedocumenteerde journalist was dan beroepspoliticus. De volgende zeven jaar van Unidas Podemos komen eraan.

(Deze bijdrage verscheen eerder op www.sampol.be)

(Visited 74 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 208 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook