Solidariteit, dat is een kernbegrip van links. Solidariteit met al wie opkomt voor democratische en sociale rechten en vrijheden. Solidariteit met wie zich waar ook verzet tegen uitbuiting, onderdrukking en imperialisme. Imperialisten, handen af van Palestina, van Venezuela, van Cuba, ook van Iran. Punt.
Soms duiken er dilemma’s op. Imperialisten buiten zwakheden uit om hun nieuwe prooien binnen te halen, zeker nu de strijd oplaait voor het bezit van energiebronnen en grondstoffen in deze eeuw van mijnbouw. Actieve roofimperialisten als Donald Trump zoeken voorwendsels en springen op elke zwakte die ze kunnen vinden. Vaak vallen ze die zwakke plekken aan met sancties.
Tegen die imperialistische agressies is absolute solidariteit vereist. Absoluut, in welke zin? Betekent dit ook stilzwijgen over de beoogde prooi? Geen kwaad woord over belaagde dictaturen? Daar lijkt het voor de zoveelste keer op in het geval van Iran.
Een deel van links, ook van de linkse vrouwenbeweging, bleef drie jaar geleden opvallend zwijgzaam bij de massabeweging ‘Vrouw, Leven, Vrijheid” na de moord op Mahsa Amini. Deze keer weer zijn er linkse stemmen om dit regime van onderdrukking te vergoelijken, het zelfs met nepargumenten te verdedigen (“er zijn verkiezingen en een parlement”, negerend dat er een klerikale preselectie is).
Het theocratisch regime wordt inderdaad al jaren getroffen door sancties en tegelijk door grote droogte. Maar het zijn ook wanbeheer, corruptie en de graaizucht en machtshonger van onder meer de Revolutionaire Wachten, die aan de basis liggen van de huidige economische en sociale problemen.
Is kritiek op een regime als dat van de Islamitische Republiek dan toch geen koren op de molen van die imperialisten? Dergelijke regimes buiten de wind houden, is dat veel meer. Het voorstellen alsof het alleen om imperialisten versus soevereine staten gaat, is ervan uitgaan dat de imperialisten het alternatief bieden – wat ze in het geval van Iran proberen met die schertsfiguur Reza Pahlavi.
Wat voor Iran geldt, gaat ook elders op. Het open en bloot roofimperialisme van Trump in Venezuela, kan deels teren op de balans van het systeem Maduro. De economie van Venezuela heeft beslist zwaar te lijden gehad van de VS-sancties. Maar die balans kritiekloos verdedigen of de negatieve kanten doodzwijgen, is geen alternatief. Solidariteit met Venezuela is solidariteit tegen de agressie, daarom nog geen solidariteit met het Maduro-systeem.
Dat dilemma stelt zich al lang. Op 15 maart 2003 kwamen wereldwijd minstens 100 miljoen mensen op straat tegen de nakende imperialistische aanval op Irak. Betekende dat ook maar enige steun aan het onderdrukkende regime van Saddam Hoessein? Voor overtuigde linkse betogers was dat zeker niet het geval; er werd tegelijk aan herinnerd hoe het Westen acht jaar lang zijn oorlog tegen Iran had gesteund. Er werd aan herinnerd hoe hij massale gasaanvallen had gedaan op de Koerden in Irak. Solidariteit met Irak, niet met het regime.
Vandaag solidariteit met Venezuela tegen de agressie. Solidariteit meer dan ooit met Cuba dat zelf in erg moeilijke omstandigheden, de Amerikaanse blokkade, zoveel solidariteit heeft verleend. Solidariteit met de onderdrukte Palestijnen, zonder daarbij te zwijgen over de natuur van Hamas of de Palestijnse Autoriteit. Solidariteit met Iraniërs die zich willen losmaken van onderdrukking, tegelijk nee aan degenen die een agressie voorbereiden.
Een deel van links heeft daar moeite mee en zwijgt, of gaat het zelfs kordaat voor een regime als het Iraanse opnemen. Hoe kan men ook maar denken zo een ander alternatief te bieden dan ‘Khamenei of de sjah.’
Of is dat misschien het probleem, een alternatief. Welk alternatief? Staan we wel sterk genoeg achter universele waarden, achter democratische rechten en vrijheden waar ook ter wereld, achter sociale rechten, achter solidariteit op alle vlakken. Daar kan je als links niet buiten.

