Zeker weten! Wat is er met ons denken?

Definitie van een pandemie: Een pandemie is een epidemie die zich over de hele wereld verspreidt

Definitie van een virus: ziekteverwekkers die zeer moeilijk zijn te bestrijden.

Het Sars-CoV-2 virus is niet van de poes. Er bestaat (nog) geen vaccin en het wordt overgedragen van mens op mens. Meer hoef je niet te weten om te denken: dit wordt opletten geblazen. In dergelijke gevallen kan de overheid niets anders doen dan de bevolking beschermen met mondkapjes en met goede raad. En bindende regels om de volksgezondheid te beschermen. Zo weinig mogelijk sociale contacten, geen nodeloze verplaatsingen, geen drukke bijeenkomsten. Het is zo vanzelfsprekend.

Maar niet voor iedereen! Nu zal het altijd wel zo zijn dat sommigen denken boven alle wetten verheven te zijn, of dat sommigen niets geloven van wat de overheid stelt, of dat men denkt onkwetsbaar te zijn. Na zes maanden crisis weten we echter dat ook Trump en Bolsonaro en Johnson en Wilmès in het ziekenhuis kunnen belanden.

Maar laat het nu toch wel de wetenschappers zelf zijn die de wetenschappelijke kennis in twijfel trekken!

Het grappigst was een jong en links academicus die via de sociale media liet weten dat we beter niet al te veel rekening houden met de wetenschap, had Marx al niet gezegd dat er enkel bourgeoiskennis geproduceerd wordt?

En dan is er die wetenschapsfilosoof die naar het grondwettelijk Hof stapt omdat sommige lockdown-maatregelen haar individuele rechten zouden schenden.

En om even over de grens te kijken: een groep van Duitse wetenschappers die stellen dat er helemaal geen pandemie is, dat de beelden van Bergamo in Italië meer met paniekzaaierij dan met een virus te maken hadden. De maatregelen van de regering, inclusief de verplichte tests kunnen best misdaden tegen de menselijkheid genoemd worden.

En dan die oproep van een wereldberoemde post-ontwikkelingsdeskundige in Mexico die omroept dat het moment gekomen is om ongehoorzaam te zijn. Niks geen virus, leve het leven! Uiteraard woont de brave man in een groot huis met een grote tuin en moet hij zelf nooit de boodschappen doen.

Je vraagt je af hoe dit kan? Zo lang is het toch niet geleden dat progressieve mensen pal achter de wetenschap gingen staan? Dat vaccins ons van ongeneeslijke ziekten hebben verlost? Dat wetenschappers uithaalden naar het obscurantisme? Rationeel denken promootten?

Wat is er dan gebeurd?

Zelfkritiek en zelftwijfel zijn m.i. grote deugden. Ze verplichten je om verder na te denken dan je neus lang is, om telkens opnieuw te checken of je denken niet ontspoort, of wat je zegt wel degelijk kan gestaafd worden.

Daar gaat het echter niet om.

Waar het wel om gaat is m.i. iets veel gevaarlijker: een los geslagen post-modern denken en een gevaarlijk omgaan met t       aal.

Er werd al eerder op gewezen dat het hele ‘post-truth’ verschijnsel een rechtstreekse uitloper is van een post-modern afwijzen van alle grote verhalen, van het in twijfel trekken van elke ‘waarheid’, van het relativeren van elke kennis. Dit kon aanvankelijk als progressief worden gezien en als afstand nemen van het eurocentrisme, maar mettertijd ging het van de regen in de drop en werd ‘waarheid’ een achterhaald begrip. Aan progressieve zijde ging het aanvankelijk nog om – terechte – culturele diversifiëring – als men in Oeganda denkt dat er heksen zijn, dan zijn er heksen – maar geleidelijk aan werd de hele moderniteit zelf overboord gegooid. ‘Slavernij’, antwoordde mij ooit een beroemd Latijnsamerikaans socioloog. Moderniteit is slavernij. Toen ik vroeg wat zijn definitie van moderniteit dan wel was, en of we ook de mensenrechten overboord moesten gooien, bleek die vraag te ingewikkeld. Of die andere socioloog die stelde dat ook ‘de mensheid’ een sociaal construct is en daarom eigenlijk feitelijk niet bestaat.

Sommige marxisten hebben er altijd op gewezen hoe de postmoderniteit de deur wijd open zette voor het neoliberalisme, links en rechts deden er overigens niet meer toe, we hadden alleen nog elites en volk. ‘Los de abajo’, en daar stonden progressieven achter. Dat al die van ‘beneden’ inmiddels voor Trump, Bolsonaro of Duterte stemmen, ze merkten het zelfs niet.

Toen ik tien jaar geleden op het probleem van de afgewezen moderniteit en het ‘dekoloniale’ denken sprak, werd er enkel meewarig gelachen. Nu staat dat dekoloniale hoog op de agenda, veelal zonder de inbreng van een oudere generatie met minder zin voor relativisme en meer kennis van de koloniale geschiedenis.

Ondertussen heeft het identiteitsdenken de postmoderniteit ingehaald en staan groenen en linksen met de billen bloot. Veelal beseffen ze niet eens dat ze rechtse praat verkondigen. Dat intersectionaliteit superinteressant kan zijn, maar ook op een fout spoor kan terecht komen. Dat elk verzet inderdaad lokaal is, maar zin- en uitzichtloos als het niet gekoppeld wordt aan internationale solidariteit. Dat je rekening moet kunnen houden met verschillen, maar je moet behoeden voor fragmentering en depolitisering. Je kan atomiseren, maar ergens moeten die atomen ook samen komen.

Taal

Veel heeft te maken met de manier waarop naar taal wordt gekeken. Met de ‘linguistic turn’ in de sociale wetenschappen ging men beseffen dat taal ook dingen doet en niet enkel beschrijft. Jan Blommaert is er nog om ons te vertellen hoe taal wordt gebruikt en misbruikt om de realiteit te verdraaien. Zeg honderd dagen lang dat de zon groen is, en de mensen geloven dat de zon groen is. Wie de beelden zag op facebook, de afgelopen dagen, van de ‘spirituele leider’ van Trump, de mevrouw die hysterisch ‘victory victory victory victory …’ schreeuwt, begrijpt wal ik bedoel.

Maar er is meer. Michel Foucault beschreef op een schitterende manier hoe taal sinds de oudheid zich aan het losrukken is van de realiteit. Terwijl het er vroeger op aankwam zo exact als mogelijk te beschrijven wat de realiteit was, is er geleidelijk aan een afspiegelings- en een dubbel afspiegelingsfenomeen ontstaan. We kijken naar de realiteit door een spiegel en van zodra er twee spiegels zijn kunnen de beelden verschillen.

Als we democratisch willen zijn, moeten we aanvaarden dat er verschillende manieren zijn om iets te beschrijven. We kunnen dan praten en overleggen om te zien of we het eens worden of niet. Dat gebeurt echter minder en minder, betekenissen hebben zich bevrijd, kijk naar een kunstwerk en geef er de betekenis aan die je wil. Communiceren met elkaar wordt dan wel erg moeilijk.

Vandaag staat taal meer en meer los van de realiteit. Wat Trump of Bolsonaro zeggen, is zelfs niet meer wat ze denken, het is wat ze op dat moment ‘ervaren’, en morgen kan dat helemaal anders zijn dan vandaag. Of met andere woorden, wat vandaag een hond is, kan morgen een poes zijn, een virus wordt inbeelding, een vaccin een complot, een beschermende maatregel een schending van je rechten.

Het is een zeer gevaarlijk pad dat elke communicatie onmogelijk maakt als niet eerst wordt afgesproken met welke definities we werken. ‘Dat bepaalt ieder voor zich’, was het antwoord dat ik onlangs kreeg. Tja.

Dit is geen impasse maar een diepe kloof. Door COVID mogen we elkaar nog nauwelijks aanraken, straks wordt ook spreken en communiceren onmogelijk. Of enkel binnen de eigen groep. Met de ander kan ik niet praten want ik ken zijn betekenissen niet. Voor oude mensen zoals ik die geloven in universalisme is dit een erg beangstigend vooruitzicht.

Hoe vermijden we die kloof?

Boaventura de Sousa Santos die zich zeer kundig bezig houdt met kennis en diversiteit roept terecht op om andere dan westerse kennis te leren en vraagt zich af of er een niet westers westen mogelijk is. Hij bedoelt daarmee dat westerse kennis niet perse meteen moet worden afgeschreven, maar dat we ook ruimte moeten laten voor andere kennis en van daaruit zelfs veel beter de emancipatie van mensen kunnen voorthelpen. We moeten afstappen van ons orthopedisch denken en meer analytische ruimte vrij maken. Dit pad lijkt me nuttiger dan het digitale afwijzen van dit en dat, om het te vervangen door dat en dit. Er zíjn betekenissen en we kunnen er over praten, er is zelfs waarheid die wetenschappelijk kan bepaald worden. Twijfelen en relativeren is positief, maar er zijn ook grenzen. Zwaartekracht is zwaartekracht, echt waar. En de aarde is rond, geloof me.

Een tweede middeltje, is misschien opnieuw proberen denken in collectieve termen, breder dan de eigen kleine groep. Als we samen met een hele samenleving in een dorp, een stad, een regio proberen een realiteit te delen, dan kunnen we woorden gebruiken met een gemeenschappelijke betekenis. En dan kunnen we gezamenlijke acties bedenken. En dan kunnen we, om weer bij COVID te belanden, denken dat we samen die crisis wel aan kunnen, dat we samen het virus kunnen overwinnen, als we ‘aan één zeel trekken’. Wat gek toch, dat het enkel een liberaal minister is geweest in Vlaanderen die ik zo iets heb horen stellen. We zetten er samen onze schouders onder, we werken in  team, we komen er boven op. Moet kunnen, toch? 

Vijftig miljoen besmettingen tot nog toe, wereldwijd, en meer dan één miljoen doden. Het zijn maar cijfers, maar toch.

Deel dit artikel

Visited 62 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming.

zie ook