Zeg het een, maar doe het andere, of de Europese hypocrisie over Israël

David Cronin, Europe’s Alliance with Israël. Aiding the Occupation, Pluto Press, Londen en New York, 2011.

De Europese landen, de Europese Unie en de Navo schermen graag met hoogstaande principes en “morele waarden”, waar ze zouden voor staan. Maar als Israël ter sprake komt zijn al die princiepen en waarden van geen tel meer. Om nog niet over internationale overeenkomsten op papier te spreken. Wie dat nog niet wist, kan er het goed gedocumenteerde boek van de Ier David Cronin op nalezen.

Daaruit blijkt overduidelijk dat Israël voor de EU een bondgenoot is, en zoals de voormalige vertegenwoordiger van de EU voor het buitenlands beleid, Javier Solana, het stelde, een feitelijk lid is van de unie, maar niet van de instellingen ervan. (Hetzelfde geldt voor de Navo, waarvan Solana voordien secretaris-generaal was). De EU stelt zichzelf graag neutraal voor in het conflict en wijt het uitblijven van een onderhandelde vredesoplossing in het Midden-Oosten aan het Amerikaanse immobilisme. Maar het is zelf een deel van het probleem, moest de EU willen dan zou er binnen de kortste keren vrede zijn. Daartoe heeft het middelen genoeg. Zie bv. de sancties die het wereldwijd kwistig rondstrooit, behalve tegen één land: Israël, dat niet kan overleven zonder Europese steun en dus makkelijk onder druk kan worden gezet.

Er zijn redenen genoeg om sancties tegen Israël uit te vaardigen: officieel en feitelijk racisme in Israël, voortdurende mensenrechtenschendingen in Israël en in de bezette Palestijnse gebieden, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, bezitten van en werken aan massavernietigingswapens allerhande en verwerping van het internationaal recht. Allemaal zaken die de EU en de Europese landen officieel willen bestrijden.

Het zou al een begin zijn als de EU bv. het samenwerkingsakkoord dat het in 1975 met Israël sloot, zou toepassen. Daar staat namelijk een mensenrechtenclausule in als voorwaarde voor de samenwerking. Maar de EU weigert die clausule in te roepen. Niet alleen dat, het geeft elk jaar Israël nog bijkomende voordelen. Meer nog, al in 2003 stelde de EU dat één van haar voornaamste doelstellingen is het internationaal recht te doen naleven. Nu is Israël al jaar en dag de grootste schenner van resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Tussen 1968 en 2003 verwierp het niet minder dan 38 zulke resoluties.(1)Het aantal zou nog veel hoger zijn, moesten de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk hun veto niet hebben uitgesproken tegen een reeks andere resoluties. Ook naar honderden resoluties van de Algemene Vergadering van de VN heeft Israël geen horen. Nochtans beloofde Israël bij zijn toelating tot de VN in 1948 plechtig dat het de resoluties van de instelling zou eerbiedigen. Al iets gehoord over enige reactie van de EU tegen de houding van Israël?

Officieel beschouwt de EU de in 1967 door Israël veroverde gebieden als niet deel uitmakend van de staat Israël. Buiten wat verbaal protest, lippendienst aan de principes, is er nooit enige actie ondernomen tegen de kolonisatie, die nog altijd voortduurt en in feite al elk vredesverdrag met de Palestijnen onmogelijk heeft gemaakt. Oost-Jeruzalem maakt voor de EU officieel deel uit van de bezette gebieden, maar het doet niets aan de etnische uitzuivering van Palestijnen daar en werkt zelfs mee aan illegale projecten van de Israëlische archeologische diensten.

Officieel eveneens kan Israël goederen van de kolonies niet aan het goedkope tarief van Israël op de Europese markt brengen. Maar ook daar komt maar weinig van in huis. De overtredingen zijn schering en inslag, zonder dat de douanediensten de fraude (durven?) aanpakken. Europese bedrijven wordt niets in de weg gelegd als ze investeren in de bezette gebieden. Zo financiert de failliete Belgische Dexia-bank nog altijd kolonies in de bezette gebieden! Erger nog, Israël heeft toegang tot geld van het EU-programma voor wetenschappelijke samenwerking. Wat blijkt? Dat een deel daarvan wordt gebruikt in de bezette gebieden. En dat dit geld ook gaat naar militaire projecten ondanks het feit dat dit officieel niet kan.

Europese steun voor Israëls atoomarsenaal

Wapenuitvoer naar Israël is niet toegelaten onder de Europese gedragscode voor wapenuitvoer. Maar u hebt het al geraden, niemand in Brussel die zich dat aantrekt of daar opmerkingen over maakt. Alle Europese landen leveren Israël wapentuig.

Cronin spreekt er in zijn boek niet over, maar vorig jaar werd Israël geassocieerd lid voor de Europese Organisatie voor Atoomonderzoek (CERN) – waarbij het al sedert 1991 waarnemer was. In 2013 kan het volledig lid worden. De vraag die men zich daarbij kan stellen is wat Israël doet in een Europese organisatie? Waarom doet het ook mee aan het Eurovisiesongfestival of aan Europese sportcompetities? Dat alles is een uiting van politieke steun aan Israël, maar lidmaatschap en nauwe samenwerking met het CERN is een publieke en directe samenwerking met Israëls atoombewapeningsprogramma. Fundamenteel onderzoek is immers de basis voor praktische toepassingen. Geen enkele regering in Europa ziet daar graten in. Eerder al legden de Europese landen de basis voor de Israëlische bom door de bouw van kerninstallaties in Israël. Ook België werkte daar in het geniep aan mee. Dat Europa voor de verspreiding van kernwapens is, bleek uit het, door Cronin vermelde feit, dat de EU-landen in 2009 in het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) weigerden een resolutie te steunen, waarin opgeroepen werd tot inspecties van Israëls kerninstallaties. Meer nog, Duitsland leverde Israël aan een gunstprijs twee onderzeeërs, van waarop raketten met kernkoppen kunnen worden afgevuurd. Het lijkt erop dat Europa dus ook voor het gebruik van kernwapens door Israël is.

Nochtans gaat het hele Westen erg te keer tegen het atoomwapenprogramma van Iran, waarvan het bestaan nog altijd niet bewezen is. In 2007 waarschuwde NAVO-adjunct-secretaris-generaal Claudio Bisogniero tijdens een toespraak in Israël dat een met atoomwapens uitgerust Iran een zware slag voor het international non-proliferatie-regime zou betekenen, een domino-effect doorheen heel het Midden-Oosten zou hebben en andere landen aan zou zetten tot het ontwikkelen van nucleaire technologie. Geen woord over proliferatie van atoomwapens door Israël. Tenzij Bisognieri een meester in de ironie zou zijn en Israël zou hebben willen diets maken dat het mogelijks aan de basis ligt van verdere proliferatie van kernwapens in het Midden-Oosten. Maar dat is weinig waarschijnlijk. Hoge ambtenaren hebben doorgaans maar weinig zin voor humor, zeker als het over een onderwerp gaat dat taboe is zoals het Israëlische kernwapen.

Het is duidelijk dat de principes en waarden van de EU, die al tegen zovele landen zijn gebruikt, nooit worden ingeroepen tegen Israël. De EU zegt hier duidelijk luister naar onze woorden, maar kijk niet naar onze daden.

“Kwartet” als zoethoudertje voor Palestijnen

De EU levert Israël ook steevast diplomatieke steun. Ze maakt deel uit van het in 2002 opgerichte “Kwartet” (Verenigde Staten, Verenigde Naties, EU en Rusland), dat beloofde voor vrede te zorgen in het Midden-Oosten Bijna elk jaar stelt het een Palestijnse staat in het vooruitzicht voor het jaar nadien. Inmiddels zijn we tien jaar later en is er nog altijd geen Palestijnse staat ondanks het “stappenplan” of “road map” van 2003, waarvan we toen al schreven dat het eigenlijk om oplichterij ging. (2) Eén van de princiepen van het stappenplan is de stopzetting van het kolonisatieproces, die echter gewoon, en zelfs versneld, doorgaat.

Toppunt van belediging voor de Palestijnen is dat het Kwartet wordt geleid door onverbloemd pro-Israëlische figuren. Sedert 2007, toen hij aftrad als eerste minister van Groot-Brittannië, is Tony Blair de gezant van het Kwartet. In 2009 kreeg hij in Israël een prijs van 1 miljoen dollar voor zijn inzet voor “conflictoplossing”. Dit lijkt er sterk op dat hij betaald werd voor zijn inspanningen het Israëlisch-Palestijns NIET op te lossen. Blair is altijd een fervent aanhanger van Israël geweest en ook nu nog volgt hij blindelings de Israëlische standpunten, zodanig dat het zelfs de uiterst inschikkelijke Palestijnse leiders op de heupen begint te werken. In elk geval heeft Blair nog niets gerealiseerd, maar beschikt hij inmiddels al jaren over een verdieping in het American Colony Hotel in Jeruzalem: kostprijs 1 miljoen dollar per jaar.

Ook de speciale gezant van de EU voor het “vredesproces”, de Belg Marc Otte, voormalig Belgisch ambassadeur in Israël, staat bekend voor zijn pro-Israëlische standpunten. Zo legde hij de schuld voor de Israëlische operatie “Gegoten Lood” tegen de Gaza-strook van december 2008 tot januari 2009 vlakaf bij de verzetsbeweging Hamas, alhoewel iedereen weet dat Israël voorafgaand aan de invasie een bestand met Hamas verbrak en de reactie van Hamas als voorwendsel gebruikte voor een grootscheepse en moorddadige aanval, die van bijna heel Europa steun kreeg. Slechts vijf Europese landen (Ierland, Cyprus, Portugal, Malta en Slovenië) steunden het voor Israël zwaar belastende rapport dat de voormalige Zuid-Afrikaanse rechter Richard Goldstone over de actie tegen burgerdoelwitten in Gaza maakten.

Alles samen geeft het boek een deprimerend zicht op een uiterst hypocriet Europa. Maar David Cronin laat de moed niet zakken. Hij hoopt dat er op termijn van onderuit voldoende druk gaat groeien, een druk die tot verandering van standpunten in Europa kan leiden. Hopelijk heeft hij gelijk, maar hij moet er rekening mee houden dat de zionistische lobby in Brussel, die hij ook in zijn boek behandelt, sterk staat en vele politici in haar greep heeft. In vele Europese landen moeten de pro-Palestijnse actiegroepen het nog altijd afleggen tegen de Israëlische lobby. En de EU? Die is een fundamenteel ondemocratische instelling, waarin de stem van de burgers niet telt. Dat hebben Denemarken, Ierland, Nederland en Frankrijk al mogen ondervinden. Toen ze in referendums EU-plannen verwierpen, moest er opnieuw worden gestemd of moesten die plannen op een andere manier door hun parlementen worden goedgekeurd, liefst zonder enig debat.

(Uitpers nr. 140, 13de jg., maart 2012)

(1) zie: Paul Vanden Bavière, Israël grootste schenner van VN-resoluties, in Uitpers, nr. 39, maart 2003. Link: http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=29

(2) zie: Paul Vanden Bavière, Een wegenkaart naar nergens voor de Palestijnen, in Uitpers, nr. 42, mei 2003. Link: http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=82

Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).