Zbigniew Brzezinski verliest zijn streken niet

“Georgië betekent voor ons de toegang tot de olie, en binnenkort het gas, van Azerbeidzjan, de Kaspische Zee en Centraal Azië. Georgië is dus voor ons van strategisch belang”. ‘Ons’, dat zijn de Amerikaanse regering en ondernemingen. De auteur: Zbigniew Brzezinski, 80 jaar, ooit de architect van de strategie van de Amerikaanse president Jimmy Carter (1976-1980), een havik uit de Koude Oorlog die ook achter de strategie zat om de Sovjet-Unie met een versnelde bewapeningswedloop op de knieën te krijgen. Brzezinski is met de heropleving van wat sommigen al een “nieuwe koude oorlog” noemen, nog altijd even actief. Liefst achter de schermen.

Brzezinski kwam ter wereld in Warschau, in 1928. Zijn vader was een diplomaat die in 1939 op post was in Canada, het jaar dat Hitler en Stalin Polen onder elkaar verdeelden. Zijn Poolse wortels en connecties zouden zijn aanpak later goed van pas komen. Zoals dat ook het geval was met zijn grondige kennis van de verhoudingen binnen de Sovjet-Unie: hij doctoreerde in 1950 met een thesis over de nationaliteitenvraagstukken in de Sovjet-Unie. Voor Brzezinski was het vroeg duidelijk dat dit een van de zwakke plekken van die supermogendheid was. Brzezinski werd snel een van de grote kenners van de Sovjetwereld, waarbij hij altijd wees op de interne spanningen binnen die wereld.

Carter

Hij werd een van de raadgevers van president John Kennedy (1960-1963) en van Lyndon Johnson (1963-1968). Maar zijn grote moment kwam toen zijn “student”, de Democraat Jimmy Carter, in 1976 tot president werd gekozen. Brzezinski had enkele jaren eerder de “Trilaterale Commissie” opgericht, een elitair genootschap van personaliteiten uit Noord-Amerika, West-Europa en Japan met het doel de samenwerking tussen die regio’s te versterken. Die Trilaterale had veel weg van een zeer discreet genootschap waar buiten en boven de regeringen belangrijke beslissingen werden genomen.

Met Carter als president kon Brzezinski zijn ideeën doordrijven. Washington kreeg bijzonder grote belangstelling voor landen als Polen en Hongarije die volgens hem de weke plekken van het Sovjetrijk waren. In 1976 waren Poolse arbeiders in staking gegaan, in Tsjecho-Slovakije ontstond kort daarop Charta 77, in Hongarije roerden dissidenten zich. Brzezinski had zijn contacten en werkte samenwerking onder die groepen in de hand. En toen kwam eind 1978 de verkiezing van een Poolse paus; Karol Wojtyla – Johannes Paulus II. Boze tongen beweerden dat Brzezinski zelfs daar de hand in had. Het vergrootte allemaal de druk op Moskou.

Raketten

Die druk werd vooral groter met de versnelling van de bewapeningswedloop onder Carter –die later een Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Het was de periode waarin Europeanen massaal betoogden tegen de Amerikaanse plannen om middellange afstandsraketten te plaatsen, met 400.000 betogers in Brussel. Brzezinski ging ervan uit dat de Sovjet-Unie dat zou beantwoorden. Voor hem was dat een middel om Moskou economisch op de knieën te krijgen, want de Sovjet-Unie kon die versnelde bewapeningswedloop nauwelijks aan, dat ging ten koste van de rest van de economie.

Onder Carter-Brzezinski werden ook de mensenrechten in de diplomatie ingebracht. Maar alleen als het Washington uitkwam, want de VS bleven talrijke dictaturen steunen. Carter ging in Manila naast dictator Ferdinand Marcos staan, een van de toenmalige kampioenen in het schenden van mensenrechten. Carter en co steunden ook zo lang mogelijk de sjah van Iran, al werden de mensenrechtend aar zeer grof geschonden. Met de val van de sjah en de uitroeping van de “Islamitische Republiek” leed Washington een grote nederlaag, gesymboliseerd in de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran. Brzezinski organiseerde eind 1980 een militaire operatie om de ambassade te ontzetten, maar dat werd een jammerlijke mislukking. Het droeg er sterk toe bij dat Carter daarop de presidentsverkiezingen verloor tegen Ronald Reagan.

Afghanistan

Brzezinski was tevens de man die de moslimfundamentalisten in Afghanistan vanaf de jaren 1970 met wapens, geld en instructeurs ging steunen. Sovjettroepen trokken eind 1979 Afghanistan binnen om er het bevriende regime te steunen tegen de diverse groepen opstandelingen. Brzezinski gaf later toe dat die groepen al lang vóór de komst van de Sovjettroepen uitgebreide steun kregen van de CIA, onder meer via de Pakistaanse militaire geheime dienst ISI. Het zijn diezelfde fundamentalisten die nu in Afghanistan en Pakistan de Amerikanen bevechten. Brzezinski heeft er toch geen spijt van. Op die manier kreeg de Sovjet-Unie haar “Vietnam”. Die oorlog in Afghanistan heeft die Sovjet-Unie inderdaad zuur opgebroken. Brzezinski zelf beschreef het als een Amerikaanse val waar Moskou was ingetrapt.

De oorlog in Afghanistan moest de Sovjet-Unie verzwakken. Maar Brzezinski vond het ook belangrijk omdat Afghanistan nabij een regio ligt waar het bulkt van olie en gas: het Midden Oosten en Centraal-Azië.

Moskou en zijn bondgenoten verzwakken, dat was ook de reden waarom Brzezinski vanaf 1979 zorgde voor Amerikaanse en Britse (en VN-) hulp aan de Rode Khmers van Pol Pot. Meer dan tien jaar lang zouden de Amerikanen en Britten Pol Pot steunen, gewoon omdat hij vocht tegen Vietnam, een bondgenoot van Moskou!

Olie, gas

Na de uiteenspatting van het Sovjetrijk en van het Sovjetsysteem, bleef Brzezinski zich actief met die regio’s bezighouden. Hij zocht onder meer naar wegen om de energierijkdommen van de Kaspische Zee en Centraal-Azië naar de wereldmarkten te brengen zonder door Rusland te moeten. Rusland bleef dus in die optiek een rivaal, ook al was het land nu (wild)-kapitalistisch.

Hij zocht daarvoor naar toenadering tot Iran, maar dat werd vanuit Washington gedwarsboomd. Afghanistan dook weer op, die olie en gas kon via Afghanistan naar Pakistan en India worden vervoerd. Maar daarvoor moest Afghanistan weer stabieler worden, en in 1996 leken alleen de Taliban, gesteund door de Amerikaanse vriend Pakistan, daartoe in staat…

Het gebied van de Kaukasus was omwille van olie en gas ook van het hoogste belang, vond en vindt Brzezinski. Zijn obsessie blijft daarbij Rusland zoveel mogelijk terug te dringen. Pijpleidingen moeten de rijkdommen van Azerbeidzjan, de Kaspische Zee en Centraal-Azië via Georgië, Turkije, Oekraïne… naar de wereldmarkten brengen. Vandaar dat Brzezinski ook een rol speelde in de zogenaamde gekleurde pro-westerse revoluties in Georgië en Oekraïne. Vandaar dat Brzezinski een felle voorstander is van uitbreiding van de Navo tot zoveel mogelijk landen die vroeger deel uitmaakten van de Sovjet-Unie. Voor hem blijft Rusland een grote vijand – zijn Poolse wortels zijn misschien niet vreemd aan die houding.

Irak

Brzezinski heeft de voorbije jaren wel zware kritiek gehad op de politiek van Bush jr, daar waar hij Bush sr (president van 1989 tot 1993) had gesteund. Hij verwijt Bush dat hij met zijn “war on terror”, oorlog tegen het terrorisme, de echte problemen laat liggen. Terrorisme is een methode, maar geen vijand op zich, aldus Brzezinski. Hij verzette zich tegen de oorlog in Irak, onder meer omdat dit op termijn de Verenigde Staten isoleert en de positie van de VS in de Arabische wereld aantast. Brzezinski is ook kritisch voor de zionistische lobby die er al jaren voor zorgt dat Washington onvoorwaardelijk Israël steunt – ook in zijn terroristische acties. Hij vindt het ook onzin elk officieel contact met een beweging als het Palestijnse Hamas te weigeren.

De balans van het Midden Oosten-beleid van Bush noemt hij ronduit ‘catastrofaal’, overal in de wereld zijn de anti-Amerikaanse gevoelens met de dag sterker, stelt Brzezinski vast. In een recent boek “Second chance. Three Presidents and the Crisis of American Superpower” verwijt hij Bush sr; Bill Clinton en vooral Bush jr. dat ze veel kansen hebben verspild na de implosie van de Sovjet-Unie; Hij is tevreden van zijn eigen werk, maar de presidenten hebben het verknoeid, daar komt het op neer.

Dat de mannen die hij deed financieren, bewapenen en opleiden om tegen de Sovjettroepen te vechten, de aanslagen van 11 september 2001 pleegden en nu in talrijke landen de Amerikanen bevechten, is voor Brzezinski blijkbaar bijzaak. Het is de schuld van de Sovjets, vindt hij, want die wilden Afghanistan in hun kamp. Maar misschien waren de Afghanen er beter bij gevaren indien Brzezinski daar geen “val” had gelegd. En het ziet er meer en meer naar uit, dat de Amerikanen het in Afghanistan al even moeilijk hebben als de Sovjet-Unie indertijd.

(Uitpers, nr 102, 10de jg., oktober 2008)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 56 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook