Zal Internationaal Strafhof VN eindelijk Israëlische oorlogsmisdaden oordelen?

Op 5 februari 2021 heeft het Internationaal Strafhof zich bevoegd verklaard om oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid evenals apartheidsmisdaden in de Palestijnse gebieden te onderzoeken.

De Israëlische politicus Abba Eban (1) zei over de Palestijnen dat ze nooit een kans verloren om een kans te verliezen, maar de Palestijnen hebben deze uitzonderlijke kans om door het Internationaal Strafhof gehoord te worden zorgvuldig en methodisch voorbereid. Men doet er nu beter aan om de Israëlische rechtervleugel op hun ‘gemiste kansen’ aan te spreken.

Israël heeft flagrant de Conventie van Genève (1949) over de behandeling van mensen in bezette gebieden geschonden door de Palestijnse gebieden met zijn eigen burgers te overspoelen, door Palestijns land te stelen, er krakersnederzettingen op te bouwen en door disproportioneel geweld te gebruiken tegen Palestijnse demonstranten aan de grens met Gaza.

Het Strafhof zal zich ook over de oorlogsmisdaden van Hamas buigen, dat in 2006 verkozen werd en nog steeds de controle over de Gazastrook heeft.

Tot op heden is niemand erin geslaagd om Israëls herhaalde en ernstige misdaden tegen de Palestijnen een halt toe te roepen, vooral omdat de VS Israël tot het uiterste steunen en zelf diep betrokken blijven bij het statenloos houden van de Palestijnen. (De “twee-staten-oplossing” is geografisch reeds lang onmogelijk geworden en beroep doen op een zogezegd “vredesproces”, zoals de regering van president Biden doet, is slechts een manier om de Palestijnen verder van hun mensenrechten te beroven).

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu noemde deze beslissing cynisch genoeg “antisemitisch”, waardoor hij de term ontkracht en tenietdoet, die anders centraal stond in de strijd voor de mensenrechten.

Het tijdschrift Filistin al-Yawm (Palestine Today) citeert Rami Abdu, hoofd van de Euro-Mediterannean Human Rights Monitor dat deze aankondiging van het Internationaal Strafhof, dat het zichzelf bevoegd verklaarde over de Palestijnse gebieden, een overwinning betekent voor gerechtigheid, vrijheid en ethische waarden in de wereld.

Dit is een recht dat met veel opofferingen behaald werd. Volgens hem is dit het resultaat van de Palestijnse strijd over de voorbije tientallen jaren om erkenning van hun recht op zelfbeschikking te verkrijgen.

Als gevolg (van deze beslissing door het Strafhof) zei Abdu tevens dat Palestijnse slachtoffers van Israëlische oorlogsmisdaden over meerdere generaties gerechtigheid kunnen eisen na decennia van bezetting en de daders in Den Haag berecht kunnen zien.

Hij waarschuwde echter: “De strijd is met dit besluit nog niet gestreden en er is nog een hoop werk te doen. De hoop is dat de regering-Biden een andere koers zal varen dan zijn voorganger en het Strafhof niet onder druk zal zetten.”

In het voorjaar van 2020 riep Trump een nationale noodtoestand uit als schijnreden om rechters en medewerkers van het Internationaal Strafhof te bestraffen die vermeende misdaden van VS-militairen in Afghanistan onderzochten. Deze schandalige en ondoeltreffende sancties werden door Biden opgeheven.

Het Statuut van Rome legde het statuut van het Internationaal Strafhof vast in een internationaal verdrag dat eind jaren 1990 onder de VN-lidstaten verspreid werd en in 2002 officieel erkend. De VS en Israël weigerden echter dit Statuut te ondertekenen of de rechtsbevoegdheid van het Strafhof te erkennen. Ongeveer 123 landen hebben het verdrag echter reeds geratificeerd (2) en in hun nationale wetgeving opgenomen.

Het Strafhof behandelt zaken omtrent oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en apartheid, die begaan worden door functionarissen in de ondertekenende staten. Het kan ook individuen die deel uitmaken van deze regeringen bestraffen nadat zij berecht zijn. Het Internationaal Strafhof sanctioneert dus geen staten maar personen. Tot dusver heeft het Strafhof enkel Afrikaanse zaken behandeld.

De handen van het Strafhof zijn vaak geketend ten aanzien van niet-ondertekenende regeringen. Het kan niet optreden tegen hun functionarissen tenzij de VN-Veiligheidsraad een zaak aan het Hof voorlegt. Toen het moorddadige regime van Muammar Kaddafi in de winter en het voorjaar van 2011 tijdens de opstand van de Arabische Lente burgers aanviel, verwees de VN-Veiligheidsraad de zaak door naar het Internationaal Strafhof.

De rechters van het Internationaal Strafhof onderzochten het bewijsmateriaal tegen Muammar Kadaffi en zijn zoon Saif Kaddafi, alsook tegen de minister van Binnenlandse Zaken Abdullah Sanusi. Op 27 juni 2011 vaardigde het hof aanhoudingsbevelen uit tegen deze personen.

De staat Palestina onder leiding van Mahmoud Abbas koesterde weinig hoop dat de VN-Veiligheidsraad het Strafhof zou vragen Israëlische oorlogsmisdaden op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza te onderzoeken, aangezien de VS zo goed als altijd hun veto inzetten om Israëlische functionarissen te beschermen tegen sancties voor hun illegale bezettingspolitiek in de Palestijnse gebieden die zij vanaf 1967 hebben ingepalmd.

De Palestijnse David (3) besloot om op doordachte en vooruitziende wijze tot het Internationaal Strafhof toe te treden. Het eerste obstakel waarmee zij geconfronteerd werden was dat de lidstaten van het Strafhof tevens VN-lidstaten moeten zijn.

Sinds de moord op Yitzhak Rabin (4) en de ondergang van de Arbeiderspartij ten gunste van de uiterst rechtse Likoed en haar uitlopers, is het beleid van Israël tegen het Palestijnse volk erop gericht de Palestijnen te beletten ooit een eigen staat te hebben. Zij worden sindsdien tot een statenloos bestaan verplicht, waardoor zij van de fundamentele mensenrechten beroofd worden die staatsburgerschap met zich meebrengt.

Palestina zocht daarom de status van permanente waarnemersstaat bij de VN, zoals het Vaticaan. In 2012 kende de VN-Algemene Vergadering deze status van waarnemersstaat toe. Permanente VN-waarnemerstaten hebben weliswaar geen officieel stemrecht, maar kunnen wel hun ‘stem’ laten horen en deelnemen aan de zittingen. De voorrechten van Palestina werden in 2019 uitgebreid toen het in 2019 door de Groep van 77 (5) bij de VN tot voorzitter verkozen werd.

In 2015 is de staat Palestina (zoals de VN het noemt) toegetreden tot het Internationaal Strafhof en heeft het de jurisdictie van het hof erkend in de Palestijnse gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem.

De Palestijnen doen hiermee aan driedimensionaal schaken. Ze hebben nu wat in de wet “reputatie” genoemd wordt. Ze beschikken over een permanente waarnemerstaat bij de VN en hebben zelf ook het Statuut van Rome ondertekend.

Nu blijft slechts één stap over: Israëlische functionarissen die in de Palestijnse gebieden ageren, op een manier die in strijd is met het Statuut van Rome, voor het Internationaal Strafhof dagen. De Palestijnse regering was in eerste instantie niet gehaast om die stap te zetten. Ze hoopte dat de regering van Benjamin Netanyahu het juridische gevaar zou inzien en een meer redelijk regime zou gaan handhaven.

Netanyahu bleef echter Palestijns land stelen en er bij president Trump op aandringen de internationale financiering van de Palestijnen te verminderen (wat Trump ook deed). Tegen 2019 concludeerden de Palestijnen dat zij niets meer te verliezen hadden en besloten alsnog een vordering in te dienen bij het Strafhof.

Fatou Bensouda, aanklager bij het Internationaal Strafhof, besliste een vertraging in de procedure, omdat zij de garantie wilde bekomen dat het Strafhof wel degelijk rechtsbevoegdheid heeft over Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem.

Iets meer dan een jaar later kreeg zij daar bevestiging van, op basis van de erkenning van de Palestijnse Autoriteit als de regering van deze gebieden in de Oslo-akkoorden.

Zoals de hierboven al vermelde mijnheer Abdu zei, is deze stap eerder het begin van een proces dan het einde. Netanyahu zal nu alles op alles zetten om de werking van het Strafhof te dwarsbomen. Dit was desalniettemin een grote dag voor de internationale rechtsorde, en eenieder die in mensenrechten gelooft zou zich vandaag hierover moeten verheugen.

Will the ICC Finally Put an End to Israel’s War Crimes? werd vertaald door Louise Hantson van de vertaaldesk van DeWereldMorgen. Juan Cole is hoogleraar geschiedenis aan de University of Michigan.

De vertaalde tekst werd eerder gepubliceerd door De Wereld Morgen:

https://www.dewereldmorgen.be/artikel/2021/02/22/zal-internationaal-strafhof-vn-eindelijk-israelische-oorlogsmisdaden-oordelen/

Noten:

(1) Abba Eban (1915-2002) was diplomaat tot 1959, minister en vice-eerste minister (1959-1966) en minister van buitenlandse zaken (1966-1974).

(2) De ‘ratificatie’ door het parlement is de laatste vereiste stap voor een land om een verdrag als rechtsgeldig in het eigen territorium te erkennen. In tegenstelling tot was dikwijls in de media wordt gesuggereerd is de ondertekening van een verdragtekst door het staatshoofd (of zijn vertegenwoordiger) slechts een symbolische stap voorafgaand aan ratificatie.

(3) De Bijbelse mythe van de kleine David die de veel sterkere reus Goliath verslaat. Deze meme wordt veel gebruikt met of zonder politieke context, bijvoorbeeld in sociale strijd en in sport. Hier heeft de mythe wel een diepere betekenis, omdat de bijbelse David de Filistijn Goliath versloeg. Filistijn is de oude historische naam voor Palestijn.

(4) Yitzhak Rabin (1922-1995) was tweemaal eerste minister (1974-1977) (1992-1995) toen hij werd vermoord door een extreemrechtse Joods-Israëlische extremist.

(5) Zo genoemd omdat ze met 77 VN-lidstaten begonnen in 1964, verenigt de Groep van 77 nu 134 ontwikkelingslanden die gemeenschappelijke strategieën afspreekt voor hun collectieve economische belangen. In het verleden heeft de Groep gemeenschappelijke standpunten ingenomen tegen de apartheid in Zuid-Afrika en voor wereldwijde ontwapening.

(Visited 73 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 106 Times, 5 Visits today