Op 26 maart verschenen de ex-President van Venezuela, Nicolas Maduro en zijn echtgenote, Celia Flores, voor de tweede keer voor de rechter.
Er werd enkel over ‘technische’ zaken gepraat, maar wel van het hoogste politieke belang. De beschuldigden zelf, die hun onschuld bepleiten, hebben geen enkele verklaring afgelegd.
De ‘technische’ discussie is van een absurditeit die enkel met President Trump kan voorkomen.
Elke beschuldigde heeft het grondwettelijk recht op verdediging en op de keuze van zijn/haar advocaten.
Maar hoe moeten die advocaten betaald worden? De rekeningen van Maduro zelf zijn bevroren. De Venezolaanse regering is bereid de gerechtskosten te dragen, maar dat mag niet van de VS. Venezuela staat onder sancties, dus geld van dat land mag de VS niet binnen. Mocht dat verbod wegvallen, aldus de procureur, dan komen ook de sancties in gevaar en op die manier de nationale veiligheid van de VS. Maduro wordt bovendien niet als staatshoofd erkend, hij was een dictator en er is geen enkele reden om Venezuela te laten betalen voor zijn verdediging.
De advocaat van Maduro (Barry Pollack, de vroegere advocaat van Julian Assange) trok hieruit een logisch besluit: indien het grondwettelijk recht van mijn cliënt niet wordt gerespecteerd, vervalt deze hele zaak en moeten de beschuldigden worden vrijgelaten.
De 92-jarige rechter (Alvin Hellenstein) voelde de bui meteen hangen. Dat moet onderzocht worden, zo zei hij, want de relaties met Venezuela zijn ondertussen wel veranderd, toch?
Hij zal binnenkort zijn beslissing bekend maken.
Maduro en zijn echtgenote worden beschuldigd van cocaïne-import in de VS, bezit van wapens en explosieven en voor Maduro zelf narco-terroristische samenzwering. Hij zou banden hebben met het kartel van Sinaloa, met Los Zetas, Tren de Aragua en de Colombiaanse FARC en ELN.
President Trump liet weten dat er binnenkort nieuwe beschuldigingen komen, alsof hij de procureur zou zijn.
Wordt vervolgd.
