Wat blijft er over van de beschuldigingen als die getoetst worden aan de feiten?
Wie vandaag bepaalde Europese politici, industriële lobbyisten of commentatoren hoort klagen over China’s succes in zonnepanelen, batterijen, elektrische voertuigen en kritieke grondstoffen, krijgt vaak hetzelfde verhaal te horen. China zou zijn industriële voorsprong hebben opgebouwd dankzij staatssteun, dumping, overcapaciteit en … dwangarbeid in Xinjiang.
Opvallend is hoe de beschuldigingen de voorbije jaren veranderden. Eerst ging het over massale interneringskampen en zelfs genocide. Vandaag ligt de nadruk vooral op vermeende dwangarbeid in katoen, tomaten, zonnepanelen en andere exportsectoren.
Dat roept een eenvoudige journalistieke vraag op: hoeveel van die beschuldigingen zijn daadwerkelijk bewezen?
Dit is geen pleidooi om geen kritische vragen te stellen over Xinjiang. Ernstige beschuldigingen verdienen ernstig onderzoek. Maar evenzeer verdienen zware beschuldigingen ernstig bewijs. Wanneer nieuwe feiten, audits en onderzoeken eerdere aannames nuanceren of weerleggen, verdienen ook die aandacht.
De vergeten context
Om de discussie over Xinjiang te begrijpen, moet eerst een context worden geschetst die in veel westerse berichtgeving onderbelicht blijft. In sommige gevallen met ferme moedwil.
Tussen 1990 en 2017 werd Xinjiang geregeld getroffen door terroristische aanslagen en gewelddadige incidenten gepleegd door separatistische en jihadistische groepen, waaronder de East Turkistan Islamic Movement (ETIM), later de Turkistan Islamic Party (TIP). Hun doel was een onafhankelijke islamitische staat in Xinjiang.
Volgens verschillende bronnen vonden honderden aanslagen plaats waarbij duizenden slachtoffers vielen. ETIM staat vandaag nog steeds op de sanctielijst van de VN-Veiligheidsraad wegens banden met Al Qaida en betrokkenheid bij terroristische activiteiten.
De Chinese overheid reageerde met een harde veiligheidsaanpak: uitgebreide surveillance, deradicaliseringsprogramma’s en strengere veiligheidscontroles. Over de proportionaliteit van die maatregelen kan en mag gediscussieerd worden. Ook in Europa en de Verenigde Staten blijven antiterreurmaatregelen onderwerp van kritiek.
Feit is wel dat het jihadistisch geweld in Xinjiang vrijwel volledig verdween. Tegelijk werden in de regio omvangrijke programma’s opgezet voor armoedebestrijding, onderwijs en infrastructuur. Onder de ongeveer 800 miljoen mensen die volgens de Wereldbank uit extreme armoede werden gehaald, bevinden zich ook grote aantallen Oeigoeren en andere minderheden.
Opmerkelijk is dat de ETIM/TIP vandaag opnieuw opduikt … in Syrië. Oeigoerse strijders vochten er mee aan de zijde van andere jihadistische groepen. Na de machtsovername door het nieuwe Syrische regime werden buitenlandse strijders, waaronder Oeigoeren, geïntegreerd in militaire structuren, waaronder twee in de hoogste commandoleiding. Wanneer Beijing wijst op jihadistische activiteiten van ETIM/TIP wordt dat vaak weggezet als propaganda. Wanneer dezelfde strijders in Syrië deel uitmaken van staatsstructuren, lijkt dat plots minder problematisch.
Van terrorisme naar genocide
De geopolitieke confrontatie rond Xinjiang kreeg een nieuwe dimensie toen de VS-minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo (en oud-directeur van de CIA) op 19 januari 2021, letterlijk de laatste werkdag van Trump I, verklaarde dat China genocide pleegde tegen Oeigoeren en andere minderheden.
Met één uitspraak werd een regionaal (binnenlands) veiligheidsdossier een centraal onderdeel van de bredere strategische rivaliteit tussen China en het Westen.
Maar net omdat genocide de zwaarste beschuldiging in het internationaal recht is, rijst een fundamentele vraag: waarop was die conclusie precies gebaseerd?
Talrijke rapporten en mediaverhalen verwezen naar getuigenissen, vermoedens, satellietbeelden en schattingen. Maar jarenlang onderzoek door bedrijven, journalisten, diplomaten en internationale organisaties leverde geen bewijs op van een systematische fysieke uitroeiingscampagne zoals die juridisch onder genocide wordt verstaan.
Nu de gruwelijkheden in Gaza (én Libanon) de wereld (opnieuw) confronteert met de betekenis van genocide, verschuift de aandacht naar de eerder weerlegde beschuldigingen van grootschalige dwangarbeid.
Maar ook nu, vier tot vijf jaar later, blijft de vraag: waar zijn de bewijzen?
Het katoendossier: de machines die niemand vermeldt
Geen dossier illustreert dat beter dan katoen.
Jarenlang werd het beeld verspreid van honderdduizenden Oeigoeren die onder dwang katoen zouden plukken op de velden van Xinjiang. Westerse merken verbraken contracten en consumenten werden opgeroepen tot boycots.
Intussen blijkt uit gegevens van het VS-ministerie van Landbouw dat de katoenproductie in Xinjiang grotendeels gemechaniseerd is. Ongeveer negentig procent van de oogst gebeurt met machines. Ook zaaien, irrigeren, bemesten, gewascontrole via drones, oogsten en transport zijn vandaag geautomatiseerd. De mechanisatiegraad steeg van ongeveer 35 procent in 2014 naar circa 90 procent vandaag. De volledige productieketen bereikt inmiddels een automatiseringsgraad van ongeveer 97 procent.
Dat betekent niet dat elk arbeidsprobleem verdwenen is. Maar het ondergraaft wel het beeld van eindeloze katoenvelden vol gedwongen arbeiders. Het doembeeld van de slavernij uit de trans-Atlantische driehoekshandel brokkelde verder af naarmate meer technische gegevens beschikbaar werden gemaakt door de hardste roepers in dit verhaal.
Opmerkelijk was ook de houding van het Better Cotton Initiative (BCI). Lokale inspecteurs rapporteerden geen aanwijzingen voor dwangarbeid, terwijl het internationale hoofdkantoor toch besloot zijn activiteiten in Xinjiang op te schorten.
Het tomatendossier: schuldig door afkomst
Hetzelfde patroon zien we bij tomatenproducten uit Xinjiang. Ook daar: een bijna volledige automatisering bij oogst en verwerking. In deze kwestie reageerde de Italiaanse federatie van tomatenverwerkende bedrijven (ANICAV) hevig tegen de misleidende informatie gebaseerd op vermoedens en twijfelachtige verbanden.
De Verenigde Staten voerden in 2022 onder de Uyghur Forced Labor Prevention Act (UFLPA) een systeem in waarbij producten uit Xinjiang automatisch verdacht worden geacht. Niet de overheid moet bewijzen dat dwangarbeid plaatsvond; bedrijven moeten bewijzen dat dit niet zo was.
Daarmee wordt een fundamenteel rechtsprincipe omgekeerd.
Opvallend is dat er geen concrete dossiers bekend zijn waarin individuele werknemers uit de tomatensector aantoonbaar onder dwang werkten. Veel rapporten spreken over risico’s, vermoedens of mogelijke ketenverbanden, maar niet over juridisch bewezen dossiers.
Ook arbeidsmobiliteitsprogramma’s worden vaak automatisch als verdacht beschouwd. Nochtans zijn dergelijke programma’s in China opgezet om inkomens te verhogen en armoede te bestrijden in afgelegen regio’s. Dat maakt ze niet automatisch perfect, maar evenmin automatisch dwangarbeid.
Volkswagen en de audit die niets vond
Jarenlang werd de Volkswagen-SAIC-fabriek in Urumqi opgevoerd als voorbeeld van vermeende betrokkenheid bij dwangarbeid. Onder toenemende druk liet Volkswagen een onafhankelijke audit uitvoeren. De conclusie was helder: geen aanwijzingen voor dwangarbeid.
Opmerkelijk genoeg leidde dat niet tot het intrekken van de beschuldiging. In plaats daarvan werd gesteld dat betrouwbare audits in Xinjiang onmogelijk zouden zijn. Daardoor ontstaat een merkwaardige logica: wanneer bewijs ontbreekt, wordt dat niet gezien als een probleem voor de beschuldiging, maar als bewijs dat bewijs onmogelijk te vinden is.
Het siliciumdossier
Vandaag zien we eenzelfde narratief rond polysilicium voor zonnepanelen opduiken in mainstremmedia en is het een standaardzin die in één ruk met andere kritiek op China wordt uitgesproken.
Het vaak geciteerde rapport In Broad Daylight spreekt over risico’s, blootstelling en mogelijke ketenverbanden. Juridisch bewijs van systematische dwangarbeid levert het niet.
Daar komt nog iets bij. De productie van polysilicium behoort tot de meest hoogtechnologische en kapitaalintensieve industriële processen ter wereld. Moderne installaties draaien grotendeels geautomatiseerd en vereisen hoogopgeleid technisch personeel.
Dat roept een logische vraag op: waarom zouden producenten in zo’n sector kiezen voor dwangarbeid wanneer automatisering en technische expertise veel belangrijker zijn dan gratis arbeidskrachten?
De islamitische wereld kijkt anders
Indien er werkelijk sprake zou zijn van een systematische campagne tegen (Oeigoerse en andere) moslims, dan zou men verwachten dat vooral islamitische landen luid protesteren.
Dat gebeurde niet.
Ambassadeurs en diplomaten uit tientallen islamitische landen bezochten Xinjiang de voorbije jaren. Geen enkel islamitisch land bracht de zaak voor het Internationaal Gerechtshof. Geen enkel land verbrak diplomatieke betrekkingen. Geen enkel land voerde economische sancties in. Critici merken terecht op dat veel bezoeken door China werden georganiseerd. Maar dat verklaart nog steeds niet waarom geen enkel islamitisch land de genocidebeschuldiging juridisch heeft proberen hardmaken.
Ook de demografische cijfers blijven opvallend. De Oeigoerse bevolking groeide volgens officiële statistieken van ongeveer 10 miljoen in 2010 naar 11,62 miljoen in 2020, een stijging van 16,2 procent. Dat bewijst op zich niets over andere mensenrechtenkwesties, maar het maakt een genocidebeschuldiging wel bijzonder moeilijk hard te maken.
Een regio die honderden miljoenen bezoekers ontvangt
Een ander aspect dat -bewust of onbewust- weinig aandacht krijgt, is het toerisme.
Volgens officiële cijfers ontving Xinjiang in 2024 meer dan 300 miljoen bezoekers. Kashgar, Turpan, Urumqi, het Tian Shan-gebergte en de oude Zijderoutebestemmingen trekken toeristen uit heel China en steeds vaker ook uit het buitenland.
Honderden vloggers, influencers, fietsers en motorreizigers publiceren beelden uit de regio. Ook Belgen kunnen Xinjiang bezoeken onder de huidige visumvrije regeling voor China. Dat betekent uiteraard niet dat toerisme de vragen oplost. Maar het roept wel een vraag op: indien er jarenlang sprake zou zijn van massale dwangarbeid of genocide, waarom is er dan geen overvloed aan overtuigend videomateriaal of direct bewijs beschikbaar?
Bedoeling China isoleren?
Dat lijkt tenminste de bedoeling. China in de verdomhoek. Internationale peilingen tonen een opmerkelijke evolutie. Volgens Gallup scoorde China in 2025 wereldwijd voor het eerst beter dan de Verenigde Staten op vlak van internationale waardering. Ook andere onderzoeken wijzen op een vergelijkbare trend.
Dat betekent niet dat China overal populair is. Wel dat een groot deel van de wereld de Chinese ontwikkeling anders beoordeelt dan het dominante discours in Washington, Brussel of Londen.
De vraag dringt zich daarom op of de weerkerende focus op Xinjiang draait om mensenrechten? Of speelt ook mee dat China uitgroeide tot een economische concurrent die Europa en de Verenigde Staten steeds moeilijker kunnen bijbenen?
Xinjiang en het spreekwoordelijke moeras
De Europese Unie kampt vandaag met een structureel handelstekort tegenover China van honderden miljarden euro’s. Tegelijk verliezen Europese bedrijven marktaandeel in sectoren waarin ze ooit wereldleiders waren.
China bouwde gedurende meer dan twintig jaar systematisch volledige industriële ketens uit rond batterijen, silicium, raffinage, logistiek, energie en productiecapaciteit. Het investeerde massaal in infrastructuur, onderzoek en schaalvergroting.
Misschien verklaart precies die economische achterstand waarom Xinjiang zo aantrekkelijk blijft als politieke tool op het strijdtoneel. Want wie voortdurend focust op beschuldigingen waarvoor overtuigend bewijs ontbreekt, hoeft minder stil te staan bij een ongemakkelijke vraag: “waarom slaagde China erin een industriële strategie voor de 21ste eeuw uit te bouwen, terwijl Europa steeds vaker lijkt vast te lopen in het spreekwoordelijke moeras van de-industrialisering, gigantische defensie-uitgaven en politieke verdeeldheid?”
Dat is wellicht het debat dat we zouden moeten voeren.
Ps.: voor bronnenmateriaal, rapporten, cijfermateriaal, getuigenissen, … verwijs ik graag naar het dossiernummer van China Vandaag (maart 2025) – “Xinjiang: Oeigoeren in nood? – Feiten versus fake”

