(Wijze en kritische) groeten uit Spanje

Groeten uit Spanje’, de geijkte formule op vele prentbriefkaarten, blinken tekstueel meestal niet uit in originaliteit. In die betekenis draagt dit boek een slechte titel, want de auteur ervan is geen oppervlakkige vakantieganger met een snelle krabbel naar het thuisfront. Neen, Sven Tuytens is een halve Spanjaard geworden. In 2010 verhuisde hij met zijn Spaanse vrouw en kinderen van Brussel naar Madrid en sindsdien is hij Spanjecorrespondent voor de VRT in de Spaanse hoofdstad en ook reporter voor het Nederlandse NPO-programma Nieuwsuur . Verder is hij vaak aanwezig met stevige artikels op www.dewereldmorgen.be en op www.uitpers.be.

Zijn ‘groeten’ hebben diepgang en zijn gebaseerd op intussen elf jaar terreinkennis. In die periode heeft hij zich ingegraven  in verschillende aspecten van de Spaanse geschiedenis en maatschappij met een Belgische ondertoon. De biografie van Piet Israël Akkerman ‘Van Antwerpse vakbondsleider tot Spanjestrijder’ die hij samen met historicus Rudi Van Doorslaer maakte, verscheen in 2016 als publicatie van de Algemene Centrale ABVV Antwerpen-Waasland  en in 2017 volgde Las mamás belgas, de quasi onbekende strijd van jonge vrouwen uit België en Nederland tegen Franco en Hitler dat in het Spaans vertaald werd en ook als documentaire uitgebracht – Les Mamás Belgues – die in 2016 bekroond werd op het Festival van Montaverner in Valencia. In het rechtstreeks in het Spaans geschreven La larga guerra del sastre de Amberes uit 2020 heeft hij het over de Antwerps-Joodse kleermaker, brigadist en verzetsman Alter Szerman en dan liggen nu zijn ‘Groeten uit Spanje’, uitgegeven door EPO, overal in de etalage. Deze uitgever pakte al eerder uit met andere groeten die uit Griekenland kwamen en van collega-correspondent Bruno Tersago afkomstig waren. Het was een zeer boeiend boek van iemand die al jaren in het land woonde. Dat werd ook de formule met de verwante titel van Sven Tuytens.

Go-between

Het is een omvangrijk boek geworden, want Tuytens heeft heel wat te vertellen over dat land dat steeds meer zijn eerste thuis aan het worden is. Het is die insidersblik, zoals ook bij Bruno Tersago aanwezig, die Tuytens al die jaren ontwikkeld heeft die dit boek zo uitzonderlijk maken. In zijn inleiding noemt hij het een boek voor de mensen ‘thuis’, maar hij voegt eraan toe: ‘al weet ik ondertussen niet heel goed meer weet waar ik mijn eigen ‘thuisgevoel’ moet plaatsen’ (p. 10). Hij is een go-between geworden. Hij zit, zoals de Franse filosoof Michel Onfray het noemt, in een entre-deux positie. In het hoofd van mensen die een nieuw leven beginnen in een andere cultuur is vaak een meerstemmig koor aanwezig: zij horen voortdurend de stemmen van de mensen die ze hebben achtergelaten in het land waar ze opgegroeid zijn, maar waaruit ze om diverse redenen zijn vertrokken. Zij zijn het product van twee culturen: zij worstelen met beiden omdat zij net iets anders zijn (geworden) dan de autochtone bevolking waar zij vertrokken zijn en de autochtone bevolking waar zij nu wonen en werken. Het thuisfront blijft aanwezig, maar na al die jaren van verwijdering krijgt het een andere dimensie. Mensen beginnen met andere ogen naar hun homeland te kijken.  Is die tussenpositie nu luxe of leed?

Geslaagde mengvorm

Over die existentiële vraag gaat het boek van Tuytens niet – dat is zeker boeiende materie voor een nieuwe publicatie – , maar één ding is zeker: voor de lezer is het een rijkdom om kennis te kunnen maken met de inzichten die Tuytens als tussenfiguur, er werkend en wonend, over leven in Spanje heeft verworven. Wie zich voortdurend verwondert en met Candide-ogen kan kijken naar zijn omgeving ziet meer en ook andere dingen die niet in het blikveld van de levenslange bewoner komen omdat ze schijnbaar zo vanzelfsprekend zijn. Als journalist en schrijver moet Tuytens per definitie een nieuws-gierig iemand zijn en dat blijkt ook in zijn zoektocht naar de verschillende facetten van het dagelijkse en minder dagelijkse leven op het Spaanse Iberische schiereiland vanaf de Pyreneeën.

In zeventien hoofdstukken neemt de auteur de lezer mee naar evenveel facetten van de Spaanse maatschappij, gaande van beschouwingen over het mitrailleursnelle Spaans, over de crisisjaren, de huisuitzettingen, over de tegenstellingen tussen stad en het vrijwel lege platteland, de stierengevechten, de Catalaanse knoop, de machocultuur, over de vrouwen-en dierenjager koning Juan-Carlos I, over het omgaan met de dood en het niet kunnen omgaan met de schaduw van de burgeroorlog, over Moros en Cristianos,  over strandtoerisme en Benidorm, de Franco-verering, extreemrechts en de klas als politiek strijdtoneel, maar ook – om de link met België/ Vlaanderen niet te vergeten – over de Spaanse furie in het Antwerpen van 1576, over de link met pater Damiaan en Tremelo, over Eviva España en de Borgerhoutse Samantha en natuurlijk ook over doelman ‘Tibu’.

Dit is een zeer onvolledige en droge opsomming van wat het boek allemaal te bieden heeft en zegt nog niets over het ‘wijze’ karakter van Tuytens’ groeten uit Spanje. Die wijsheid zit vervat in de mengvorm die hij voortdurend hanteert om een thema uit te doeken te doen. Hij gebruikt daarvoor verschillende invalshoeken: persoonlijke ervaringen van hem en zijn familie, saillante anekdotes en commentaren van buren en vrienden die afgewisseld of  aangevuld worden met historische, literaire, politicologische en sociologische verwijzingen. Als voorbeeld daarvan verwijs ik naar hoofdstuk drie ‘Ze komen de auto weghalen’. Het gezin-Tuytens arriveert in 2010 in Madrid op een ogenblik dat de bankencrisis, zoals dat kapitalistisch fenomeen genoemd wordt, zich nog fel deed gevoelen. Zij kopen een huis in een nieuwe verkaveling in Villanueva de la Cañada, een gemeente op zo’n dertig kilometer van Madrid, waar zij tussen gegoede middenstanders, vaak rechtse Partido Popular-stemmers terechtkwamen, maar ook daar sloeg de crisis toe. ‘Verschillende families in de straat verhuisden plots. Takelwagens kwamen in opdracht van banken splinternieuwe auto’s wegtakelen. Lepe bankiers hadden naar hartenlust hypotheekleningen met kredietuitbreidingen uitgedeeld: 50.000 euro extra voor een nieuwe wagen.’ (p. 54). Wat er met de minder gefortuneerden is gebeurd laat zich dan ook gemakkelijk raden, want vervolgens haalt de socioloog in hem cijfers boven rond huisuitzettingen en zelfmoorden om zijn buurt in een maatschappelijk kader te plaatsen waarvan de gevolgen tot op vandaag doorwerken. ‘In plaats van met een chique auto rijdt José nu met een aftands brommertje waarvan het zadel gescheurd is. Als ingenieur heeft hij nooit meer werk gevonden. Zijn maatpakken hangen al jaren onaangeroerd in de kleerkast.’ (p. 58) Het is precies die goede afwisseling van de statistische groothoeklens en de microscopische opnames van lief en leed via gesprekken met buren – ook al houden zij er een andere denkwereld  op na – die het boek een boeiend reliëf geven.

Veel meer dan Madrid

Misschien de grootste sterkte van dit boek is echter de journalistieke achtergrond waarop Sven Tuytens kan terugvallen. Door zijn correspondentschap heeft hij Spanje in alle richtingen doorkruist om mensen te interviewen rond diverse thema’s. Zo trok hij bijvoorbeeld met de Nederlandse hoogleraar Paul Scheffer voor NOS Nieuwsuur van Algeciras naar Tanger om de drama’s die zich afspelen aan ‘de waterpoort van Europa’ in beeld te brengen of naar Barcelona om de ‘Catalaanse knoop’ in het kader van het unitaire Spanje van Madrid aan de kijker voor te stellen. Tuytens gaat in deze stukken verder dan in zijn reportages waarin hij zich als journalist meer op de vlakte moet houden. Hij aarzelt niet om standpunten in te nemen en om mee te denken over hete hangijzers als separatisme, federalisme en unitarisme die grensoverschrijdend zijn en nogal wat raakvlakken hebben onder meer met de Belgische situatie. Zo aarzelt hij niet om, zoals de Nobelprijswinnaar José Saramago, zijn utopische voorkeur uit te spreken voor wat, samen met Portugal, een soort van Iberische republiek zou kunnen worden.

Extreemrechts

Zeker als hij spreekt over extreemrechts in een Spaanse context is er bij Tuytens geen aarzeling aanwezig. Inderdaad, de opmars van extreemrechts in Spanje loopt als een rode draad doorheen het boek. In zijn inleiding schrijft hij: ‘Ik ben bezorgd over de normalisering van het fascistisch gedachtegoed – en waar dat toe zal leiden. Toen ik in Spanje neerstreek, dacht ik dat het franquisme tot het verleden behoorde. Vandaag ben ik daar niet meer zo zeker van.’ (p. 12) En daar zijn goede redenen voor. Vrijwel uit het niets verscheen ineens het extreemrechtse Vox in de politieke arena die tot dan toe beheerst werd door de socialistische PSOE en de rechtse Partido Popular (PP). In november 2019 haalde deze partij 3,6 miljoen stemmen binnen waardoor ze ineens de derde grootste partij van het land werd. De Vox-taal laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Op 31 januari vieren hun aanhangers bijvoorbeeld de Tercios de Flandes waarin zij in de outfit van 16de-eeuwse Spaanse soldaten de Spaanse overwinning van 1568 in Gembloux vierden. In een beweging wordt er ook verwezen naar de ‘Spaanse Furie’ die op 4 november 1576 in Antwerpen begon met als niet zo fraaie strijdkreet ‘Sint-Jakob! Spanje! Moord, verkracht, brand plunder!’ Tussen de 7000 en 10000 doden vielen er volgens historici toen in Antwerpen. Franco is dood maar blijft alvast in de Vox-geesten nog springlevend. Dat leidde onder meer tot veel heisa rond de herbegrafenis van de caudillo van wie de stoffelijke resten  uit de Valle de los Caídos naar Madrid werden overgebracht.

Zeer verontrustend ook is dat extreemrechts de klas als een politiek strijdtoneel beschouwt. Vox wil zo bijvoorbeeld het zogenaamde veto parental invoeren wanneer de ouders niet akkoord gaan met bepaalde activiteiten op school die zij als indoctrinatie en genderideologie beschouwen. De jacht op kritische leraren die algauw de stempel van rooie rakkers opgedrukt krijgen zou ook hier ten lande door het Vlaams Belang graag geopend worden.

In Spanje is echter niet alleen extreemrechts aan bod. Ik weet dat Tuytens in zijn tv-reportages ook veel aandacht besteedt aan tegenbewegingen van onderuit, aan de zogenaamde mareas, de golven van verzet – hij vermeldt zeer uitdrukkelijk de sterke vrouwenbeweging en ook even de indignados die geleid hebben tot onder meer de oprichting van Podemos die het intussen tot regeringspartij geschopt heeft – maar toch is hier veel meer over te zeggen, bijvoorbeeld over de zogenaamde ciuades sin miedo (steden zonder vrees) zoals Barcelona waar de burgerbeweging Barcelona en Comú met Ada Colau een belangrijke progressieve rol speelt. Maar dat is allicht stof voor een volgend boek.

Het duo Tuytens-Scheltiens

In een sterk nawoord noemt historicus Vincent Scheltiens en dit in navolging van auteur Manuel Montalbán Spanje een geblokkeerd land waar ‘zwakteverhoudingen’ bestaan. ‘Omdat er nooit afgerekend werd met de dictatuur laaft extreemrechts zich in Spanje meer dan elders aan vrij recente historische wortels en kan het op veel aanhang rekenen in delen van het staatsapparaat – gerecht, leger en politiediensten – maar ook onder delen van de bevolking.’ (p. 265)

Sven Tuytens en Vincent Scheltiens vormen samen een sterk duo om de ingewikkelde Spaanse samenleving voor een Nederlandstalig publiek te analyseren. ‘Groeten uit Spanje’ is daarvan andermaal het bewijs. Tot nu toe werd Sven Tuytens’ werk dat nochtans een Belgische insteek heeft meer in Spanje dan bij ons gelezen. ‘Groeten uit Spanje’ moet voor hem de grote doorbraak worden in ons taalgebied. Het boek krijgt alvast een ereplaats in mijn bibliotheek.

Groeten uit Spanje
Sven Tuytens
EPO, Berchem
2021
274 blz.
9789462673120
(Visited 275 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).