‘Wij moeten dringend die zogenaamde universele ecologie dekoloniseren.’ (Bernard Duterme)

Bernard Duterme is socioloog en directeur van het Centre Tricontinental in Louvain-la-Neuve – een studiecentrum dat al jaren de stem van het Zuiden laat horen – en o.a. samensteller van de reader The Ecological Emergency from the South. In dit interview met Equal Times, afgenomen door Mathieu Lorriaux, roept de onderzoeker op om het westerse denken achter ons te laten en om vanuit het perspectief van de landen uit het Zuiden naar de klimaataanpak te kijken. (1)

Equal Times – Een artikel in het boek dat u coördineert richt zich op de noodzaak om ‘de ecologie te dekoloniseren’. Wat betekent dat?

Het pleidooi tot dekolonisering van de ecologie gaat eigenlijk door alle bijdragen van deze reader. Voor deze stemmen uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika, allemaal deskundigen en activisten van de klimaatzaak, komt het in globo neer op het bevorderen van een politieke ecologie die noodzakelijkerwijs breekt met koloniale of neokoloniale relaties, met de mechanismen van ondergeschiktheid van arme aan rijke landen, maar ook met de onderwerping of ontmanteling van perifere economieën in de naam van een hoger beschavingsprincipe, dat dan als eco-vriendelijk wordt bestempeld.
Er moet echter worden erkend dat de mainstream milieubezorgdheid van de pakweg afgelopen dertig jaar van de grote publieke en privé actoren van de internationale gemeenschap – diegenen dan die zich bewust zijn van de ‘grenzen aan de groei in een eindige wereld’ zoals al aangegeven in het Meadows Report van 1972 (!) en niet die van de fossiele industrie en van ontkenners van klimaatverandering à la Trump – toch ook niet hebben gebroken met het dominante economische groeimodel dat aan de basis ligt van de sociale en ecologische onevenwichtigheden. Drie decennia van ‘duurzame ontwikkeling’, van ‘groene economie’ en nu van ‘Green Deal’ hebben niet geleid tot een omkering van deze trends. Integendeel zelfs. Alle indicatoren staan in het rood. Het gaat er dus om die zogenaamde universele ecologie te dekoloniseren die in de hoofden van de transnationale initiatiefnemers vertrekt van de idee om managementmaatregelen te treffen die niet alleen het milieu moeten beschermen maar ook de winsten. Het is precies deze liberale, technocratische en neokoloniale ecologie die de Noord-Zuidkloof vergroot.

Equal Times – Op 1 november 2019 werd de Braziliaanse activist Paulo Paulino Guajajara vermoord door mensenhandelaars in het Amazonegebied, zoals zoveel andere milieuactivisten over de hele wereld. Hij was een van de inheemse figuren, betrokken bij de strijd tegen ontbossing. Welke rol kunnen inheemse volkeren spelen in deze strijd tegen degenen die het milieu vernietigen en hoe denken ze deze strijd te kunnen voeren?

De Global Atlas for Environmental Justice (www.ejatlas.org)vermeldt en documenteert de meeste sociaal-milieuconflicten die wereldwijd aan het werk zijn, met name op de Aziatische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse continenten. Het zijn er honderden! Het gaat in het algemeen over de strijd van lokale, vaak inheemse gemeenschappen, tegen het transnationaal kapitalisme in al zijn vormen. Getroffen populaties in hun grondgebied aan de ene kant, ‘megaprojecten’ (soms hier verkocht als ‘groen’ of ‘duurzaam’) van externe investeerders aan de andere kant op het vlak van mijnbouw, agro-industrie, energie, wegenaanleg en toerisme maken meestal deel uit van deze neo-extractivistische activiteiten. Dat leidt onvermijdelijk tot het plunderen van rijkdom door o.a. het privatiseren van gemeengoed en draagt bovendien bij aan de degradatie van het milieu.
De eerste slachtoffers verzetten zich natuurlijk met alle middelen die ze hebben, maar de machtsverhoudingen zijn voor hen vaak ongunstig. De criminalisering van afwijkende meningen en de onderdrukking ervan door de nationale autoriteiten maken de situatie alleen nog maar erger. Toch worden er in deze ongelijke strijd soms overwinningen behaald. Deze conflicten, die voortvloeien uit de ongelijke toegang tot goederen en tot allerlei vormen van verontreinigingen kunnen inderdaad soms leiden tot de annulering of veroordeling van een bepaald megaproject, of zelfs tot de stemming door een parlement om mijnbouw te verbieden, zoals dat in El Salvador in 2017 gebeurde. De hefboom voor zo’n acties is de aanwezigheid van een grootschalige sociale beweging, ondersteund door nationale en internationale solidariteit, die zowel de politiek als de media kan beïnvloeden.

Equal Times – Volgens de prognoses van de Wereldbank zullen er in 2050 meer dan 140 miljoen klimaatontheemden in Afrika bezuiden de Sahara, Zuid-Azië en Latijns-Amerika zijn. Zijn deze mensen zich bewust geworden van de komende crisis en hoe bereiden ze zich ervoor voor?

Ook de gevoeligheid voor de klimaatcatastrofe die op ons af komt, is ongelijk verdeeld. De eerste betrokkenen zijn niet altijd … de eerste betrokkenen. Het is duidelijk dat de populaties die het meest zijn blootgesteld aan de verwoestende gevolgen van milieuonevenwichtigheden niet noodzakelijkerwijs het meest bezorgd zijn over de toekomst van de planeet en het lot van kleine vogels als ik het zo mag uitdrukken. Waarom zou men zich bekommeren om het einde van de wereld als de strijd om het einde van de maand, de week of de dag te halen al zoveel mentale en fysieke energie vereist?
Klimaatzorg is het voorrecht van groepen die vrij zijn van materiële zorgen, legt een van de auteurs van The Ecological Emergency From the South uit. Een hongerige maag heeft geen oren naar ecologie! Wanneer de omvang van droogteverschijnselen, overstromingen, aardverschuivingen, die vaak het directe effect zijn van een roofzuchtig ontwikkelingsmodel en van het consumentisme van het rijkste deel van de wereld, de levenswijze van mensen onder druk zet, kan dat leiden tot het zoeken naar alternatieven. Die inspanningen om de klimaatverandering aan te pakken door bijvoorbeeld agro-ecologisch te werk te gaan, door herbebossing en door een beter afvalbeheer wegen echter vooralsnog weinig door op mondiaal vlak.

Equal Times – Om de temperatuurstijging onder de 1,5 graden Celsius te houden, zullen ontwikkelingslanden 3.500 miljard dollar tot 4 biljoen dollar nodig hebben om hun eigen verplichtingen uit te voeren. Hebben zij de middelen om fondsen te werven zonder hulp van het Noorden?

Volgens de algemene beginselen van ‘de vervuiler betaalt’ en van de ‘gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden’, die de internationale gemeenschap al bijna dertig jaar hebben aangenomen, moet de financiering van het klimaatbeleid voldoen aan de Noord-Zuid-gelijkheidscriteria en worden gemoduleerd volgens de respectievelijke capaciteiten van de lidstaten en hun historische bijdrage – sinds het begin van de industriële revolutie – aan de uitstoot van broeikasgassen. In dit opzicht zijn de verplichtingen van de Verenigde Staten en West-Europa in vergelijking met die van grote opkomende mogendheden zoals China, India of Brazilië, of die van kleine arme landen zoals Burundi, Burkina Faso of Nicaragua onvergelijkbaar.
Het probleem wordt dus nog veel erger wanneer de grote vervuilers alleen maar lippendienst bewijzen aan die verplichtingen of wanneer ze zich, zoals de VS onder Trump – terugtrekken uit het Akkoord van Parijs, dan wanneer ontwikkelingslanden met verwaarloosbare klimaatveranderingsverantwoordelijkheden hun eigen verplichtingen niet zelf financieren. Verschillende co-auteurs van ons boek The Ecological Emergency from the South leggen uit hoe de huidige financiering voor klimaatverandering zowel ontoereikend als onrechtvaardig blijft, en hoe de door donoren gecontroleerde architectuur, gericht op de belangen van het grootbedrijf, de neiging heeft om het onrecht van Noord-Zuid-relaties te bestendigen.

Equal Times – De Covid-19 pandemie heeft het ecologisch geweten, althans bij sommigen in het Noorden, wat wakker geschud. Hoe zit het met de landen van het Zuiden?

Ten eerste zijn de economische en sociale gevolgen van de lockdown en de duizelingwekkende daling van de handel catastrofaal voor de arme landen van het Zuiden. Het is precies daar dat de informele sector, per definitie verstoken van elke vorm van sociale bescherming, de meerderheid van de beroepsbevolking uitmaakt. De ongebreidelde voedselonzekerheid heeft er zeker niet toe geleid dat de volkssectoren zich meer met ecologie dan voorheen zijn gaan bezighouden.
Aan de andere kant is er in maatschappelijke organisaties en onder kritische intellectuelen die zich bewust zijn van het probleem, een grote wake up call ontstaan. In de nasleep van de pandemie hebben veel individuele en collectieve actoren, academici en activisten alternatieve voorstellen gedaan om de ecologische crisis, die waarschijnlijk ‘de moeder van alle crises’ mag genoemd worden, te overwinnen.
Dat is onder meer gebeurd door vraagtekens te zetten bij onze manier van leven en ons omspringen met het milieu en door verbanden te leggen tussen onze gezondheid en de verspreiding van het virus. Maar er is meer. Er werden ook blauwdrukken ontwikkeld om de economie op een andere leest te schoeien, gebaseerd op sociale en milieurechtvaardigheid boven gedereguleerde productiviteit en op decentralisatie en democratisering en met respect voor de ‘commons’. Dat is bijvoorbeeld sterk aanwezig in de teksten van activistische intellectuelen als Ashish Kothari in India en Maristella Svampa in Latijns-Amerika die nadenken over de voorwaarden van een postpandemische sociale en ecologische transitie in The Ecological Emergency from the South.

(1) Bernard Duterme, Il faut décoloniser d’urgence une écologie supposée universelle. In Equal Times, www.cetri.be van 27 januari 2021 (vertaling uit het Frans: Walter Lotens)

(Visited 148 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 163 Times, 1 Visit today