Gisteren maakte het Witte Huis bekend dat 50 miljoen US$ zou uitgekeerd worden aan wie kan helpen om de Venezolaanse president Maduro te arresteren.
Pam Bondi, minister van justitie, beschuldigde Maduro ervan samen te werken met drugkartels zoals de Tren de Aragua of het Mexicaanse Kartel van Sinaloa.
‘Pathetisch’, zo reageerde men in Venezuela. Zoiets belachelijk hadden we nog niet eerder gezien.
Maar misschien was dat te vroeg gelachen.
Vandaag werd bekend dat Trump het leger opdracht heeft gegeven om de strijdkrachten te gebruiken in wat ‘wetshandhaving’ wordt genoemd in de strijd tegen de drugstrafiek. Het is al langer duidelijk dat hiermee Mexico en Venezuela worden bedoeld.
Eerder had Trump de kartels al ‘terroristische organisaties’ laten benoemen, wat een militair ingrijpen mogelijk maakt. En hij stelde een lijst op van kartels die in zijn ogen aan die benoeming voldoen.
Ook in het uitzetten van migranten werd herhaaldelijk en volkomen onterecht verwezen naar ‘Tren de Aragua’. Maduro zou er helemaal niets mee te maken hebben, volgens een interne dienst van de VS zelf.
In Venezuela stelt men dat alles in dienst staat van de rechtse oppositie. In Mexico denkt men dat de VS de hele drugshandel zelf volledig in handen willen hebben. Er wordt al maanden lang onderhandeld met gevangen genomen leden van de familie van El Chapo Guzman, zelf tot levenslang veroordeeld.
