Westelijke Sahara: een bekentenis van onmacht van VN-baas Kofi Annan

Er is goed en slecht nieuws voor Kofi Annan, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Beginnen we met het goede nieuws, want het is maar half goed: op 3 maart jongstleden hebben de Zwitsers in een referendum ingestemd met de toetreding van hun land tot de UNO. Half goed nieuws, want de Helveten gaven blijk van weinig enthousiasme: een nipte meerderheid van 54,6% keurde het VN-lidmaatschap van hun land goed, 45,3% was tegen.

En dan het slechte nieuws en dat is echt slecht: op 19 februari gaf VN-baas Annan onomwonden toe dat de VN in de kwestie van de dekolonisering van de door Marokko bezette Westelijke Sahara volkomen machteloos zijn. "Na elf jaar en 500 miljoen dollar (1) inspanningen moeten de VN erkennen dat zij niet in staat zijn dit probleem op te lossen," stelde Kofi Annan in een rapport aan de Veiligheidsraad. "De perspectieven voor het vredesproces zijn eerder somber."

Deze publieke bekentenis van onmacht spreekt boekdelen: de VN zijn ook in het dossier van de Westelijke Sahara niet bij machte hun wil op te leggen aan de grootmachten, die permanent in de VN-Veiligheidsraad zetelen. Washington noch Parijs denken eraan hun bondgenoot Marokko, die de ex-Spaanse kolonie al sinds 1975 wederrechtelijk bezet, onder druk te zetten om eindelijk het VN-vredesplan van 1991 naar de letter en de geest uit te voeren. In dat plan stond dat er na 16 jaar woestijnoorlog tussen het Polisariofront (dat vecht voor de onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara) en Marokko een staakt-het-vuren in acht zou worden genomen en dat er in 1992 een referendum zou komen waarin de Sahrawi’s zich zouden kunnen uitspreken over twee zeer duidelijke opties: onafhankelijkheid of aansluiting bij Marokko. Rabat heeft de concrete uitvoering van dit VN-vredesplan, dat ook door de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid werd gesteund, systematisch geblokkeerd.

Vier opties

In zijn rapport van 19 februari somt Kofi Annan vier opties op om uit de impasse te geraken, maar het lijken eerder vier wanhoopspogingen..

Optie 1: "De UNO zou eens te meer een poging kunnen hernemen om het vredesplan uit te voeren, zonder de instemming van beide partijen te eisen." En Annan voegt er meteen aan toe: "Zelfs met deze niet consensuele aanpak zou de UNO in de eerstvolgende jaren op hetzelfde aantal problemen en obstakels stoten dan tijdens de voorbije tien jaar. Marokko toont weinig bereidheid om vooruit te gaan met dit vredesplan. De UNO zou niet in staat zijn een vrij en regulier referendum te organiseren waarvan de resultaten door beide partijen zouden worden aanvaard. En de VN zouden in dat geval over geen enkel mechanisme beschikken om de resultaten van het referendum te doen uitvoeren."

Optie 2: "Mijn bijzondere gezant (de Amerikaanse topdiplomaat en voormalig minister van Buitenlandse Zaken, James Baker) zou zijn raamakkoord kunnen herzien, het aan de Veiligheidsraad voorleggen, die het als niet-onderhandelbaar voorstel, opnieuw aan de beide partijen zou kunnen overmaken." Het raamakkoord, dat James Baker in 2001 uitwerkte, voorzag in een ruime autonomie voor de oorspronkelijk inwoners van de Westelijke Sahara, onder Marokkaans bestuur, met een mogelijke optie op een referendum over zelfbeschikking binnen de vijf jaar. Voor het Polsariofront was dit raamakkoord onaanvaardbaar, omdat het in de feiten instemde met de zogenaamde "derde weg", waarvan Marokko al geruime tijd een voldongen feit wil. Volgens deze derde weg zouden de Sahrawi’s over ruime autonomie beschikken in een door Marokko definitief bezette Westelijke Sahara. Een opgewarmde versie van Bakers raamakkoord zou de onmacht van de VN om hun eigen vredesplan van 1991 uit te voeren alleen maar bevestigen.

Optie 3: "De Veiligheidsraad zou aan mijn bijzondere gezant kunnen vragen om samen met beide partijen de mogelijkheid te onderzoeken om het grondgebied van de Westelijke Sahara te verdelen." Volgens Kofi Annan zouden Marokko en het Polisariofront voor 1 november 2002 – zonder onderhandelingen – moeten instemmen met zo’n verdeelplan. "Deze poging tot politieke oplossing," aldus Kofi Annan, "zou de verdienste hebben elk van beide partijen geheel of gedeeltelijk voldoening te geven en zou geïnspireerd kunnen zijn op een voorgaande territoriale overeenkomst, waardoor Marokko en Mauretanië in 1976 instemden met een verdeling van het grondgebied". Ook dit is een ongelooflijke pirouette van de VN-baas. In 1978 had Mauretanië, onder druk van de militaire acties van het Polisariofront, zich uit de Westelijke Sahara teruggetrokken. En inmiddels heeft Marokko dit onzinnige verdeelplan al getorpedeerd: Rabat wil geen deel, maar heel de Westelijke Sahara.

Optie 4: "De Veiligheidsraad zou kunnen beslissen om een einde te maken aan de activiteiten van de MINURSO (de bijzondere VN-missie in de Westelijke Sahara), wat zou neerkomen op de erkenning dat de UNO, na 11 jaar en 500 miljoen dollar inspanningen, niet in staat is het probleem van de Westelijke Sahara op te lossen, als zij van de ene of de andere partij, of van beide, niet eist de toegevingen te doen die zij vandaag weigeren." "Om de Veiligheidsraad de tijd te gunnen om een beslissing te laten rijpen, verleng ik het mandaat van de MINURSO met twee maanden, tot 30 april 2002."

Fundamenteel recht

De dag nadat Kofi Annan zijn rapport aan de VN-Veiligheidsraad had voorgesteld, hadden wij een korte ontmoeting met Salek Baba Hacenna, de minister van Ontwikkelingssamenwerking van de Democratische Arabische Republiek Sahrawi, die door het Polisariofront wordt bestuurd.

Salek Baba Hacenna is uiterst formeel: "De Sahrawi’s zijn niet van plan om het even wat te aanvaarden."

"Wij stappen absoluut niet af van onze principiële houding," zegt de Sahrawi minister. "Het fundamenteel probleem in de Westelijke Sahara is er een van dekolonisatie. Het feit dat de vroegere koloniale macht Spanje zich uit de Westelijke Sahara heeft teruggetrokken in 1975, betekent geenszins dat er een overdracht van bestuurlijke bevoegdheden is geweest ten gunste van Marokko. De regering in Rabat beschikt over geen enkele vorm van soevereiniteit over ons land. De Verenigde Naties hebben dat vanaf het begin zo erkend. Er moet dan ook een echte politieke oplossing komen die volledig gebaseerd is op de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van het Sahrawi volk. De internationale instellingen moeten het Sahrawi volk de kans en het recht geven om zich op een democratische wijze uit te spreken over zijn politieke toekomst. Zoals voorzien in het VN-vredesplan van 1991 en in de latere akkoorden van Houston van 1997 die door beide partijen werden goedgekeurd, moet er een referendum worden georganiseerd, waarbij de bevolking zich vrij en democratisch moet kunnen uitspreken voor de onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara of voor de definitieve integratie binnen het Marokkaanse koninkrijk. Alle VN-resoluties over dit vraagstuk moeten nu maar eens eindelijk concreet worden uitgevoerd. En ook het vredesplan van de VN moet naar de letter en de geest worden uitgevoerd."

Zwakheid van internationale gemeenschap

"Voor ons is de zogenaamde – door Marokko voorgestelde – derde weg allesbehalve een oplossing. Het Sahrawi volk moet vrij kunnen kiezen ofwel voor de nationale onafhankelijkheid ofwel voor de integratie van hun land in het koninkrijk Marokko. De derde weg is niet meer dan een voldongen feit, waarvoor de Marokkaanse overheid ons plaatst: er is geen vrije keuze meer. De Sahrawi’s moeten hun integratie bij Marokko aanvaarden, zonder zich hierover in een democratisch referendum te kunnen uitspreken. Zo’n oplossing is niet alleen onrechtvaardig, ze zal ook niet duurzaam zijn. Het is de typische politiek van voldongen feiten, zoals Marokko die nu al sinds 1975 in de praktijk brengt. De derde weg is niet meer dan een legalisering van de Marokkaanse bezetting."

"Men kan zo tot in de eeuwigheid doorgaan met een vierde, vijfde, zesde weg en telkens opnieuw de democratische rechten van de Sahrawi bevolking blijven negeren. Het recht op zelfbeschikking blijft voor ons een heilig principe. Daar gaan we niet vanaf. Ik stel vast dat de internationale gemeenschap zich uitermate zwak opstelt in dit dossier. Marokko wordt door niemand gedwongen zijn huidige politiek op te geven en zich eindelijk neer te leggen bij bestaande VN-resoluties. In Rabat moet men stilaan beseffen dat deze toestand niet eeuwig kan blijven aanslepen."

De zwakheid van de internationale gemeenschap en de lichtzinnigheid waarmee de VN de eigen geloofwaardigheid steeds weer ondermijnen blijkt niet alleen uit het jongste rapport van Kofi Annan. Nadat de Marokkaanse overheid in november vorig jaar een akkoord had afgesloten met de Franse petroleumultinational Total-Fina-Elf de Amerikaanse Kerr-McGhee Corporation voor de propsectie van olie in de Westelijke Sahara, protesteerde de Polisarioregering bij de Verenigde Naties, Frankrijk en de VS. De VN stelde daarop de juridische adviseur Hans Corell aan om de wettelijkheid van deze oliecontracten te onderzoeken. Begin februari legde Corell een memorandum voor aan de Veiligheidsraad, waarin hij stelde dat de bewuste oliedeal niet illegaal is zolang het om prospectiewerk gaat. Alleen de commerciële uitbating van de olierijkdommen van de Westelijke

Sahara door de Marokkanen en de Franse en Amerikaanse bedrijven zou tegen het internationaal recht indruisen, zo stelde Corell vast. De leden van de Veiligheidsraad namen niet eens de moeite om een standpunt in te nemen in deze zaak. De Sahrawi vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties, Ahmed Boukhari reageerde sarcastisch op het memorandum Corell: "Het is alsof hij een dief de toestemming geeft in een huis binnen te dringen om een inventaris te maken van alle waardevolle zaken die er aanwezig zijn. Zo lang de dief er geen waardevolle spullen wegneemt om ze te verkopen is er niets aan de hand…"

Op 5 en 6 maart jongstleden bracht de Marokkaanse koning Mohammed VI voor de tweede keer in nauwelijks vier maanden tijd een bezoek aan de bezette Westelijke Sahara. Bij zijn eerste bezoek liet de vorst zich in zijn gouden koets rondrijden door de straten van de hoofdstad El Aioun. Bij zijn jongste bezoek bracht hij nagenoeg zijn voltallige regering mee. In de Dakhla zat Mohammed VI een kabinetsraad voor. Na afloop verklaarde hij dat "Marokko geen duimbreed grond van de Westelijke Sahara zal afstaan."

(Uitpers, april 2002)

(1) 500 miljoen dollar is 577 miljoen euro of 23,7 miljard Belgische frank.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 69 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook