Werk harder, verdien minder, word nooit ziek, ga niet met pensioen

‘In de mijn werden we rot, bij Ford worden we zot.’ Dat zegden de voormalige mijnwerkers die na de sluiting van de Limburgse steenkoolmijnen bij de autofabriek Ford-Genk gingen werken. De titel van het nieuwe boek van Kim De Witte ‘Ze draaien ons zot’ klinkt als een echo van die kreet. De Witte buigt zich over de vraag waar de jongste jaren al die gevallen van burn-out, stress en andere ziektes bij werkende mensen vandaan komen. Het antwoord luidt meestal: de werkomstandigheden.

De Witte gaat uit van de vaststelling dat de samenleving nooit zoveel rijkdom heeft voortgebracht als nu en er dus nooit zoveel mogelijkheden waren om de arbeid te verlichten. Toch gebeurt dat niet. Integendeel, werken wordt steeds zwaarder met name door het invoeren van precaire jobs. Dat zijn jobs die onzeker en hyperflexibel zijn, waarvoor lage lonen worden uitbetaald en waarvoor zo goed als geen sociale bescherming bestaat. Dat soort jobs vinden we onder meer maar niet uitsluitend bij pakjesbedrijven en koerierdiensten.

Uit een bevraging in 25 landen blijkt dat 62 procent van de millennials twee of meer betaalde jobs heeft. Driekwart van de millennials werkt meer dan veertig uur per week. Een kwart zelfs meer dan vijftig uur per week. Velen zitten vast in een combinatie van onzekere, drukke maar kortstondige rotjobs. In België heeft 47 procent van de jongeren tussen 15 en 24 jaar een tijdelijke baan. In Duitsland is dat 53 procent, in Spanje 71 procent.

In België zijn ruim de helft van de 10,5 miljoen interimcontracten die werknemers jaarlijks ondertekenen dagcontracten (De Standaard, 15 november). Die contracten kunnen weken, maanden en in sommige gevallen zelfs jaren na mekaar aanslepen. Probeer dan maar eens je leven min of meer te organiseren. Iemand getuigde in de krant: ‘Soms gaat de telefoon om 13 uur met de vraag of ik om 14 uur kan beginnen. Als je vaak weigert, kom je niet meer aan de bak.’ Bij dit hele systeem komt ook heel wat rompslomp kijken die onvermijdelijk tot stress leidt. Wie een dag geen contract heeft, moet zich weer inschrijven bij de RVA, anders krijg je voor die dag geen uitkering. Wie ziek wordt ontvangt vanaf de eerste dag slechts een ziekte-uitkering. De vakbonden willen het stelsel van de interimcontracten herzien, maar Federgom, de koepel van de uitzendbedrijven, beklemtoont dat ‘bij bedrijven de nood aan flexibiliteit bestaat’.

De werkomstandigheden worden steeds slechter door systemen als schijnzelfstandigen en outsourcing (grote bedrijven besteden de activiteiten uit aan onderaannemers en die dan weer aan onderonderaannemers). De wantoestanden bij PostNL en DPD toonden dat zopas nog eens aan. In de pakhuizen wordt iedereen door camera’s voortdurend in het oog gehouden. Te traag werken wordt als verkwiste werktijd genoteerd. Maar robots laten de stuks zo snel aanbrengen dat de werknemers niet meer kunnen volgen.

En de vakbonden? In de Verenigde Staten heeft bijvoorbeeld Amazon die tot op heden buiten de pakhuizen en koerierdiensten kunnen houden. Toch werd op 2 april 2020 in de Amazonvestiging van Chicago gestaakt omdat het bedrijf de coronamaatregelen niet respecteerde. In India en Italië werd in Amazonafdelingen gestaakt tegen de slechts werkomstandigheden, lage lonen en loonsverlagingen. Een Indische koerier zei: ‘We verdienen minder geld terwijl we harder moeten werken’.

In het Duitse Bad Hersfeld wist werknemer Christian Krähling een vakbond bij Amazon uit de grond te stampen. Na acht jaar strijd kwam er zelfs een collectieve arbeidsovereenkomst. De lonen gingen met 20 procent omhoog, er kwam een gezondheidsmanagement en een airco. In België werd de voorbije weken gestaakt in de Texaco-tankstations en bij Ikea , Brussels Airlines, D’Ieteren, ArcelorMittal en Lidl. De werknemers nemen het niet dat ze harder en langer moeten werken terwijl er geen volk bijkomt en de lonen geblokkeerd blijven.

Het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) noteerde op grond van het onderzoek   ‘Benchmarking Working Europe’ dat terwijl het opleidingsniveau en de kwaliteit van de werkers blijft stijgen, de kwaliteit van de aangeboden jobs in vele opzichten daalt. Het onderzoek spitste zich toe op de toename van tijdelijk werk, deeltijds werk, mini-jobs, onderaanneming en platformarbeid. De verdedigers van die nieuwe arbeidsvormen beweren dat die aan de wensen van de werknemers beantwoorden, omdat die naar flexibiliteit zouden snakken. De Benchmark wees echter uit dat veel mensen dit soort werk aannemen bij gebrek aan alternatieven. Daardoor groeit ook het leger van de ‘working poor’, de werkende armen.

Jacht op langdurig zieken

 Of de werknemers zich goed voelen in hun werksituatie of niet, of ze stress of burn-out hebben of niet, voor de werkgevers is het allemaal niet belangrijk. Maar ook voor de regeringen niet. Zo heeft de Belgische regering maar één doel: de werkgelegenheidsgraad opkrikken, liefst tot 80 procent van de bevolking op arbeidsleeftijd. Dat was ook het doel van de voormalige Duitse bondskanselier, de sociaaldemocraat Gerhard Schröder. Hij slaagde in zijn opzet door voltijdse jobs te vervangen door mini-jobs, interim-jobs, tijdelijke contracten en verlaagde uitkeringen voor langdurig werklozen. Het resultaat was niet dat er meer arbeid was, maar dat de bestaande arbeid over meer mensen werd verdeeld. Het gemiddelde loon voor een mini-job beliep 250 euro per maand. Het bedrijf moest daarop geen sociale bijdrage betalen.

De Vlaamse regering volgt het voorbeeld van Schröder. De christendemocratische minister Hilde Crevits wil meer mensen aan het werk door zieken sneller te reactiveren, tijdelijke werklozen te verplichten een nieuwe job te aanvaarden, langdurig werklozen uit de werkloosheidsverzekering te halen en naar het OCMW te sturen, de ontslagpremie van ontslagen werknemers deels te gebruiken voor hun herscholing enz. Crevits voert daardoor slaafs het programma van de Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA uit.

De regeringen viseren vooral de langdurig zieken. Die moeten zo vlug mogelijk weer aan de slag. Langdurig ziek zijn wordt als een schande beschouwd. Toch telt België bijna een half miljoen langdurig zieken. Veertig procent van hen lijdt aan psychische stoornissen, wat niet moet verbazen omdat twee derde van de Belgische werknemers negatieve stress op het werk ervaart. Kim De Witte merkt hierbij op dat de ziekterecords hand in hand gaan met de afbraak van het brugpensioen en van het vervroegde pensioen. Tussen 2012 en 2019 daalde het aantal bruggepensioneerden van 120.000 naar 60.000. Tijdens dezelfde periode steeg het aantal langdurig zieke 55-plussers met meer dan 70.000.

Geluksdirecteur

 En als het over werkstress en burn-out gaat mag niet meer naar de werkvoorwaarden en -omstandigheden worden verwezen. Neen, het individu moet er maar voor zorgen er weer bovenop te komen. De voormalige minister van Volksgezondheid Maggie De Block liet eind 2016 weten burn-out als arbeidsgerelateerde ziekte te willen beschouwen. Maar dat voornemen is dode letter gebleven. De Wereldgezondheidsorganisatie erkende in 2019 nochtans dat burn-out gerelateerd is aan het werk. De huidige Vivaldi-regering zet daarentegen alles in op het herinschakelen van langdurig zieken. Bedrijven kunnen personeelsleden wegens ‘medische overmacht’ ontslaan. Ze moeten dan geen opzegvergoeding betalen. Zijn zieke werknemers profiteurs? Geenszins. De hr-bedrijven Mensura en Certimed wijzen erop dat zeven van de tien zieke werknemers toch blijven werken. De werknemer werkt zelfs tijdens een derde van zijn ziektedagen.

De regering De Croo wil langdurig zieken zelfs straffen door een deel van hun uitkering af te nemen als ze niet aan hun re-integratie op de arbeidsmarkt meewerken. Maar de Rekenkamer oordeelde in september dat ‘het weinig waarschijnlijk is dat de re-integratieprojecten een wezenlijke bijdrage leveren aan het beperken van het aantal langdurig zieken’. Vlaamse werkgevers horen daarentegen de kassa al rinkelen als het over re-integratie gaat. Hun organisatie VOKA eist immers een bonus van 200 euro per maand voor elke werknemer die na een burn-out of andere ziekte opnieuw wordt geïntegreerd. Het zou immers om werknemers gaan die ‘minder sterk zijn in het behalen van professionele doelstellingen’. Anderzijds wil de Vivaldi-regering bedrijven met meer dan 50 werknemers een boete doen betalen van 2,5 procent op de loonmassa van het lopende kwartaal als ze ‘bovenmaats’ veel zieken tellen.

Maar niet getreurd, naast de zestig ‘terugkeercoaches’ die de regering wil inzetten om langdurig zieken weer aan het werk te krijgen, zijn er al bedrijven die er een ‘Chief Happiness Officer’ of geluksdirecteur op nahouden. Die moet stress op het werk niet bestrijden, maar de werknemers met stress leren omgaan en ze werk doen maken van hun ‘body balance’. Niet de werkomstandigheden zijn van belang, maar de inspanningen die de individuele werknemer levert om zich ‘happy’ te voelen. En als het over het geluk, de gezondheid en veiligheid van de werknemers gaat klaagt Kim De Witte de teloorgang van de arbeidsinspectie in België aan.

 Van het werk naar de zerk

 Zoals in zijn boek ‘De grote pensioenroof’ klaagt Kim De Witte ook in dit boek de uitholling van de pensioenstelsels aan. De Vivaldi-regering wil de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar tegen 2030 op 67 jaar brengen. De Europese Commissie pleit er zelfs voor de pensioenleeftijd tot 70 jaar te verhogen. Waar in België vervroegd pensioen tot 2012 na 35 gewerkte jaren mogelijk was, is dat nu al 42 jaar geworden. Wie heeft op zijn zestigste al 42 jaar gewerkt? En wat met mensen die al lang voor hun zestigste niet meer kunnen? Wordt het ‘van het werk naar de zerk’? De vorige regeringen verhoogden de leeftijd om met brugpensioen te gaan. Van een regeling voor zware beroepen kwam nog niets in huis. De auteur waarschuwt er ook voor dat het beloofde minimumpensioen van 1.584 euro bruto per maand er pas in 2024 komt. En men zal 45 jaar moeten gewerkt hebben om er aanspraak op te kunnen maken. De Witte hekelt ook de verdere privatisering van de pensioenen en de huidige arbeidsgeneeskunde die te weinig aandacht heeft voor de werkomstandigheden en vooral het absenteïsme wil bestrijden. Hij pleit voor de oprichting van een Instituut voor de Geneeskunde als een publieke gezondheidsdienst. Dat instituut zou de onafhankelijkheid van de bedrijfsartsen waarborgen. Nu zijn die contractueel aan de werkgever verbonden, wat niet ‘gezond’ is.

De Witte doet een aantal voorstellen om het werk werkbaar te maken: het recht op rust en vrije tijd terugwinnen; de werknemersinspraak in het gezondheidsbeleid organiseren en de werkgevers responsabiliseren. De wettelijk pensioenleeftijd moet terug naar 65 jaar worden gebracht. Vervroegd pensioen moet vanaf 60 jaar worden toegekend na 35 gewerkte jaren. Landingsbanen moeten vanaf 55 jaar voor iedereen worden uitgerold zonder verlies van pensioenrechten. Het wettelijk pensioen moet 75 procent van het gemiddelde loon of beroepsinkomen bedragen. Het minimumpensioen moet 1.500 euro netto bedragen na 40 en niet na 45 gewerkte jaren. Er moet werk worden gemaakt van kortere werktijden zonder loonverlies.

Tot slot een citaat van Maxim Gorki: ‘Als de arbeid een genoegen is, wordt het leven een vreugde’.

Piet Lambrechts

Ze draaien ons zot – Langer werken, ratrace, burn-outs
Kim De Witte
EPO
2021
200, € 17,50
Deel dit artikel

Andere boeken