Met de invoering van het neoliberalisme vanaf de jaren ’80 van vorige eeuw en de omkering van de ontwikkelingsagenda tien jaar later ontstond een nieuwe tegenstelling. Al diegenen die zich bezig hielden met wat toen ‘de derde wereld’ heette werden ingedeeld in twee categorieën: diegenen die volgens de oude agenda nog bezig waren met het streven naar een betere wereld en dachten in termen van Noord-Zuid relaties en geopolitiek stonden tegenover diegenen die pragmatischer werden en zich toelegden op lokale en haalbare agenda’s. De wereldverbeteraars tegenover de levensverbeteraars.
Waar staan we vandaag, vijfendertig jaar later?
De levensverbeteraars kunnen beslist heel wat positieve resultaten voorleggen. Een dorp waar nu een schooltje of een ziekenhuis is, schone brandstof, voedselzekerheid, noem maar op. De vele initiatieven in Noord én Zuid met commons en/of sociale en solidaire economie hebben het grote voordeel dat ze mensen rechtstreeks helpen, hen zelfredzaam maken en aan armoede laten ontsnappen. Met coöperaties, lokale productie, democratische inspraak en medezeggenschap kan die betere wereld op kleine schaal gemaakt worden.
De wereldverbeteraars staan nergens. Het vele bloedvergieten door de wrede oorlogen in Gaza, Oekraïne, Iran, Soedan, Libanon, Oost-Kongo, Afghanistan, Myanmar en de vele andere conflicten overal ter wereld doet de moed in de schoenen zinken. Alle al onvolmaakte regels die na de Tweede Wereldoorlog werden bedacht om de vrede te handhaven, werden overboord gegooid. Levens doen er niet langer toe. Sommige landen kunnen ongestraft andere landen bombarderen, bezetten, sanctioneren.
De machtsrelaties tussen Noord en Zuid waaraan langzaam maar standvastig werd gesleuteld, van Bandung naar BRICS, lijken met één klap weer herleid tot een ‘vriend’-en-‘vijand’ schema. Je staat aan onze kant of je staat daar niet. Het zijn vandaag niet de rijke landen onder elkaar die oorlog voeren, het is rijk tegen arm en arm tegen arm. Diplomatie en onderhandelen zijn scheldwoorden geworden, conflicten worden nu met wapens uitgevochten.
Tel daarbij de snel voortschrijdende klimaatverandering die jaar na jaar meer bosbranden en overstromingen veroorzaakt. Meer en meer ‘tipping points’ worden overschreden zonder dat de mensheid er zich rekenschap van geeft. Wij leven gewoon ons leventje verder, want ‘het is niet míjn houtkachel die het verschil zal maken’.
Dat ondertussen én de armoede én nog meer de ongelijkheid blijven groeien wordt nog nauwelijks opgemerkt en deert de gegoede klasse niet. We hebben SDGs, het geweten is gesust, zelfs de Wereldbank staat achter ‘sociale bescherming’, dus is het niet gewoon een kwestie van tijd voor iedereen een decent leven kan leiden?
De wereldverbeteraars hebben de strijd verloren. En doordat de levensverbeteraars pragmatisch en realistisch verder werken en elk jaar in mooie brochures hun resultaten laten zien, ontstaat er in rijke landen een breed gevoel van tevredenheid, onverschilligheid en machteloosheid. We doen wat we kunnen. We zijn goed bezig.
Geen alternatieven
Wie er de literatuur over ‘ontwikkeling’ op naslaat leest erg veel over alle mogelijke ‘alternatieven’, ‘radicale ecologie’, ‘radicale democratie’, ‘naar een nieuwe beschaving’ … ofwel totaal utopisch en onhaalbaar, ofwel binnen handbereik en dus aanvaardbaar. De meeste van die ‘alternatieven’ slaan echter eveneens op het lokale niveau en veranderen weinig of niets aan het slagveld dat de wereld vandaag is. Een ‘nieuw multilateralisme’, beslist, maar zijn er landen die er hun nek voor uitsteken?
Het zoeken naar een mondiaal alternatief wordt bemoeilijkt door de scherpe kritiek op alles wat ‘westers’ zou zijn of daardoor geïnspireerd zou kunnen zijn. Het dekoloniale denken heeft ontzettend veel nieuwe en nuttige inzichten opgeleverd, maar is op zijn beurt vaak bijzonder eurocentrisch door alle kwaad aan die ene enkele witte bron toe te schrijven. Men gaat voorbij aan de ‘agency’ van het Zuiden, aan de inspiratiebronnen die datzelfde onderdrukte Zuiden heeft aangeleverd, aan de wisselwerking op vlak van kennis en inzichten die er al die tijd ook is geweest, ondanks alle wreedheden en de onderdrukking van de kolonisatie.
Binnen de marxistische familie zijn de meningsverschillen en het sectarisme nooit ver weg. Men blijft veelal vasthangen aan een analyse die zonder meer de beste is om het kapitalisme te begrijpen, maar die verder geen kapstokken biedt om de digitale wereld van de 21ste eeuw te begrijpen en te veranderen. Zoals Walter Weyns destijds uitlegde, nog altijd is er een ‘deskundige’ nodig om de ‘juiste interpretatie’ aan de volgelingen voor te leggen. Pijnlijk is het wanneer een internationale antifa conferentie wordt georganiseerd en opnieuw de diverse strekkingen van links het moeilijk zoniet onmogelijk maken om een gemeenschappelijke analyse te maken.
Even pijnlijk is het wanneer niet-marxistische denkers hun vaak zeer waardevolle analyses voorstellen maar zonder meer worden afgewezen. Ik denk aan Karl Polanyi, aan de Groep van Lissabon destijds met hun studie over grenzen aan de concurrentie, ik denk aan de ‘foute definities’ van Thomas Piketty, en aan de harde kritiek naar aanleiding van het overlijden van Jürgen Habermas. Alsof deze denkers geen nuttige bijdragen hebben geleverd tot het begrijpen en veranderen van de wereld.
Denis Clerc, één van de stichters van het uitstekende Franse tijdschrift ‘Alternatives économiques, schreef op zijn negentigste een doctoraatsthesis over de denkers van de negentiende eeuw, zij die in de schaduw van Marx bleven hangen. Het is zeer verrijkende en vaak vernieuwende literatuur die ons echt verder zou kunnen helpen. Denk maar aan Flora Tristan, bij wie Marx zelf te rade is gegaan.
Solidariteit en uitstekende bedoelingen
Uit de Verenigde Staten kreeg ik een verzoek om te reageren op een voorstel voor een mogelijke ‘social strike’ tegen autoritaire regeringen. Gelet op de zwakte van de vakbonden in de V.S. zou zo’n bredere actie wellicht meer kans maken.
Dat is ongetwijfeld waar, alleen, wat is het dat men wil bereiken? Een regering laten vallen om te vervangen door wat? Is men vergeten hoe de Arabische lente is afgelopen in Tunesië en Egypte? En nu er oorlog wordt gevoerd tegen Iran, hoe zijn de ayatollah’s aan de macht gekomen? En hoe wordt vandaag Gen Z gebruikt door politieke krachten die het liefst achter de schermen werken?
Kortom, er zijn zeker goede ideeën in omloop maar zijn ze voldoende doordacht?
Het is bijzonder positief te zien hoeveel solidariteit er aanwezig is in al onze maatschappijen. De vele acties voor Gaza, voor Cuba, de opvang van Oekraïense vluchtelingen, noem maar op. Er is dus wel degelijk een groot potentieel voor actie, in al onze landen. En toch verandert er … niets. Al deze initiatieven, het beste van wat we te bieden hebben leiden niet tot politieke actie, het vele verzet tegen het bestaande beleid mondt uit in protest tegen deelpuntjes van het beleid. We zijn boos over het bombardement op een meisjesschool in Iran en vragen ons tegelijk af waar nog goedkope benzine kan getankt worden. Machteloosheid gekoppeld aan een dosis onverschilligheid. Terwijl de Europese regeringen zich hullen in een dikke wolk van hypocrisie en immobilisme.
En als het verzet een zeldzame keer wél wordt gebundeld, denk aan het Wereld Sociaal Forum, is men bang om ook ‘politiek’ te worden. Het blijft een festival van de ‘civil society’, totaal onschadelijk.
Wat dan?
Verandering kan op veel verschillende manieren tot stand komen. Het kan met een doordachte strategie, een plotse gebeurtenis of geleidelijke aanpassingen, met een extern ingrijpen in een land om maar enkele mogelijkheden te noemen.
Zonder meer zal het altijd goed zijn te weten waar men naar toe wil. Voor de linkerzijde gaat dat vandaag doorgaans niet verder dan ‘weg met het kapitalisme’. En voor de Groenen ‘weg met groei’. Kan de verandering nog komen van ‘oud links’, hoe verfoeilijk dat kapitalisme ook is?
Het intersectionele denken heeft al heel wat nieuwe inzichten opgeleverd. Er is uiteraard een belangenstrijd tussen Noord en Zuid, maar er is vooral een mondiaal klassenconflict dat niet kan opgelost worden zonder gelijktijdig aan het klimaat of aan gendergelijkheid te denken.
Met de huidige transitie van neoliberalisme naar autoritarisme en zelfs fascisme, wordt een brede groep uitgeschakeld, worden middenklassen bedreigd en een steenrijke oligarchie beslist wat de politieke klasse kan en mag doen. De voorbeelden van al dan niet financiële interventies bij verkiezingen zijn legio en naar het schijnt was het Chevron dat Trump influisterde dat Delcy Rodriguez best aan de macht kon blijven in Venezuela.
Voor een betere wereld is er beslist meer nodig dan wat een sociale en solidaire economie kan bereiken. Er is een kader nodig waarin die economie een volwaardige plaats kan krijgen. Want zowel de wereldverbeteraars áls de levensverbeteraars zijn nodig.
Kunnen we anders leren denken? Nodig is een wereld waarin we kunnen samenleven, niet als vrienden onder elkaar, maar als vrienden én vijanden die beseffen dat ze onvermijdelijk met elkaar moeten samenleven. Het is een wereld waarin gezocht wordt naar compromissen en conflictoplossingsmechanismen, een wereld waarin per definitie schadelijke processen worden uitgeschakeld, gereguleerd, getemd.
Meer dan twintig jaar al wordt gewerkt aan een verbetering van het multilaterale kader van de VN. Het wordt tijd met al dat werk iets heel concreets te doen en enkele elementen van dat gemeenschappelijke kader te bevestigen: de gelijkheid en gelijkwaardigheid in rechten van alle mensen.
Eén van de schadelijke processen is zonder meer wat vandaag het ‘global casino’ wordt genoemd, het financieel kapitalisme dat alle elementen van ons dagelijks leven, van voeding tot huisvesting en pensioenen heeft gekoloniseerd. Er zijn mechanismen beschikbaar om dat te doen, net zoals de schandelijk grote ongelijkheid kan worden afgeremd. Ann Pettifor geeft in haar jongste boek concrete voorstellen voor hoe dat kan. Polanyi leert ons hoe markten kunnen ingebed worden in de maatschappij. Want we hoeven ons niet te laten vergiftigen door pesticiden in het eten.
Hoe kan de politieke legitimiteit hersteld worden? Kan de politiek weer zijn nobele betekenis krijgen van zorgen voor het geheel, met een reële democratie met inspraak en zeggenschap voor iedereen.
Het is geen toeval dat enkele populistische initiatieven, denk aan Pim Fortuyn of Volodymir Zelensky hun publiek benaderden met ‘at your service’, wij zijn er om te werken voor U, de maatschappij. Er zijn natuurlijk andere mechanismen mogelijk: openbare diensten met toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg, sociale huisvesting, inkomens- én zorgzekerheid voor iedereen. Er is op dit punt nog erg veel denkwerk nodig, want vast staat dat de verzorgingsstaten van nu de crisis niet zullen overleven. De vakbonden spelen hierin een levensbelangrijke rol als enige blijvend georganiseerde maatschappelijke kracht, maar ook zij zullen hun rol opnieuw moeten bekijken.
Het neoliberalisme heeft de maatschappij gepolariseerd, maar als liberalisme werd de onderkant nog opgevangen. Dit verdwijnt in het autoritarisme, er blijft vandaag enkel misprijzen – en racisme – voor de onderkant van de maatschappij – ‘ze zullen zich wel aanpassen’. Sociaal darwinisme komt weer bovendrijven, ze mogen ook gerust verdwijnen, de sterksten zullen wel overleven. Mensen worden vernederd en uitgespuwd. Dat veroorzaakt materiële wonden, maar vooral psychologische kwetsuren die het populisme tracht te helen. Vandaar dat niet enkel materiële herverdeling nodig is, maar mensen bovenal opnieuw hun waardigheid moeten veroveren. Als mensen niet economisch worden ingebed, zullen ze streven naar een culturele identiteit.
Dit betekent: weg met de makkelijke en lege slogans, niet omdat ze fout zijn maar omdat ze ons geen millimeter vooruit helpen, ‘weg met het kapitalisme’ en het imperialisme, leve de revolutie, leve het socialisme! Die laatste term is in grote delen van de wereld zo gedelegitimeerd en verguisd, dat er geen aantrekkingskracht meer van uit gaat. Dit zegt uiteraard niets over hoe een socialistisch beleid er zou kunnen uitzien. Het is geen toeval dat in Mexico vooral over ‘humanisme’ wordt gesproken voor een sociaal-democratisch beleid dat het neoliberalisme begraaft.
Vandaag zijn de veranderingsprocessen in handen van rechts. Hoe dit weer kan veranderen is de hamvraag voor alle progressieven, voor jonge mensen wiens wereld het is en moet zijn. De emancipatie van mensen blijft een dringende opdracht die enkel met een gemeenschappelijk kader kan verwezenlijkt worden. Binnen zo’n kader kan de diversiteit gekoesterd worden. Het is een mondiale opdracht.
We moeten hopen dat er niet eerst een ramp moet gebeuren vooraleer het grote beschikbare potentieel wakker schiet.

