Welke plaats onder de zon voor India in de 21e eeuw?

India is een van de opkomende nieuwe machten die mee de internationale politiek van de 21e eeuw vorm zal geven. Het land heeft de tweede grootste bevolking ter wereld, kent een sterke economische groei, heeft kernwapens en is bezig met een grootscheepse modernisering van haar leger. Het land vormt tevens een belangrijke pion in het geostrategische spel dat in Azië gespeeld wordt door de grootmachten.

India werd na haar eigen onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1947 een pleitbezorger voor de onafhankelijkheid van Europese kolonies en was in 1955 stichtend lid van de organisatie van de Niet Gebonden Landen (Non Aligned Movement). Deze landen probeerden tijdens de Koude Oorlog een onafhankelijk politieke koers te varen ten opzichte van de twee rivaliserende supermachten, de VS en de USSR.

Deze onafhankelijke koers werd door de Indische machthebbers gaandeweg verlaten. Het toneel van de internationale politiek is ondertussen sterk veranderd en de macht van India toegenomen. De bipolaire wereld van de Koude Oorlog ruimde baan voor een wereld waarin de VS schijnbaar de enige supermacht was na de implosie van de USSR. Maar deze supermacht moet ondertussen in toenemende mate rekening houden met een meer multipolaire wereld waarin ook Rusland, China, de EU, Brazilië en India niet langer te negeren machtspolen vormen. Het grote mondiale schaakbord van de 19e eeuw lijkt weer helemaal teruggekeerd en de vraag is hoe India zich zal positioneren.

Sommige auteurs zien twee mogelijkheden. Ofwel leunt India sterker aan bij China, Rusland en bij uitbreiding Iran, waardoor een soort Euraziatisch blok ontstaat. Ofwel gaat India voor een nauwere samenwerking met de VS, de EU, de NAVO en Japan. India lijkt in de richting van de tweede mogelijkheid te evolueren zonder daarbij China en Rusland te hard voor het hoofd te willen stoten.

De historisch goede relaties met Iran, een zeer belangrijke olie- en gasleverancier van India, hebben in ieder geval al een serieuze knauw gekregen door de nieuwe houding van India. In 2005 stemde India, tot grote verbazing van Iran, in met een IAEA-resolutie (Internationaal Agentschap voor Atoomenergie) die de nucleaire politiek van Iran naar de Veiligheidsraad doorverwijst. India werd daarvoor door de VS beloond met de nucleaire deal die enkele weken later door G. W. Bush en premier Singh aangekondigd werd. Een deal die in 2008 ook officieel gesloten werd en tot een van de weinige diplomatieke overwinningen van Bush gerekend wordt.

De nauwere relaties van India met Israël worden door Iran ongetwijfeld ook met argwaan gevolgd. Een Indische raket lanceerde in januari 2008 een Israëlische spionagesatelliet (om o.a. Iran in de gaten te kunnen houden). Een maand later volgde een afspraak omtrent de ontwikkeling van militair materiaal tussen het Indische conglomeraat ‘Tata’ en ‘Israel Aerospace Industries’. India’s stemgedrag binnen de IAEA is ondertussen ook naar uitgesproken pro-Israëlisch geëvolueerd.

Nog geen bondgenoot maar wel een goede partner van de VS

Sedert de implosie van de USSR en de liberalisering van India’s economie in 1991 zitten de relaties tussen de VS en India duidelijk in de lift. De enige dip in die relatie kwam er toen India in 1998 opnieuw kernbommen begon te testen. Dat weerhield de VS er echter niet van om de militaire samenwerking verder op te drijven. Er werden sedert 1991 verschillende militaire samenwerkingsakkoorden gesloten, de twee landen doen grootschalige gezamenlijke militaire manoeuvres en de verkoop van Amerikaans hoogtechnologisch militair materiaal lijkt in een stroomversnelling te geraken.

In 2002 werd in opdracht van het Pentagon een rapport opgesteld (‘The Indo-US Military relationship: Expectations and Perceptions’) op basis van interviews met hoge militairen uit India en de VS. Het rapport geeft duidelijk aan in welke richting de militaire samenwerking moet gaan. De VS zijn op zoek naar een competente militaire partner die zich kan bezighouden met de zachte militaire operaties in Azië (vredeshandhaving, …), zodat de VS zijn militaire vermogen kan concentreren op de echte gevechtsoperaties in de regio. Voor de Indische militairen lijkt de toegang tot hoogtechnologisch Amerikaans materiaal een prioriteit. De toegang tot de Indische basissen en militaire infrastructuur is voor de Amerikaanse militairen dan weer heel belangrijk. India wordt ook gezien als de strategische partner om de toekomstige Chinese bedreiging wat uit te balanceren.

De wensdromen van zowel de Amerikaanse als de Indische militairen uit 2002 zijn ondertussen realiteit aan het worden. In 2005 werd een tienjarig militair samenwerkingsakkoord gesloten. Het aantal gezamenlijke militaire operaties zijn niet meer op een hand te tellen. Tijdens de Malabar oefening (2007) nam India zelfs de operationele procedures van de NAVO over en kreeg het toegang tot de Amerikaanse satellietnetwerk. Dergelijke militaire oefeningen stemmen de strijdkrachten beter op elkaar af (interoperabiliteit) wat echte gezamenlijke militaire operaties in de toekomst mogelijk maakt. India wordt op die manier ook altijd maar dieper in de Amerikaanse invloedssfeer getrokken. Voor de VS kunnen de oefeningen ook interessante militaire en technische informatie opleveren over het militaire materiaal dat India bij Rusland aankocht. Dat is extra interessant omdat aartsvijand van het moment, Iran, gelijkaardige militaire aankopen deed bij Rusland (zoals bijvoorbeeld duikboten).

Toegang voor de VS tot de Indische infrastructuur is ondertussen een feit. In 2007 ging het Amerikaanse vliegdekschip USS Nimitz, weliswaar onder fel protest van het Indiase publiek, een tijdje voor anker in de Indische haven Chennai. Ook de Indische militairen kregen wat ze verlangden: toegang tot Amerikaans oorlogsmateriaal. De VS verkochten ze het oorlogsschip USS Trenton aan het Indische leger. Het is het tweede grootste schip in de Indische zeemacht en het is een belangrijke schakel in de gemeenschappelijke oefeningen. Met het tekenen van de akkoorden in 2009 over de transfer en het eindgebruik van militaire spitstechnologie, ligt de weg open voor nog meer gevoelige aankopen van gesofisticeerd legermaterieel. De aankoop van 8 hightech maritieme bewakings- en antiduikboot-vliegtuigen bij Boeing in 2009 (ter waarde van 2 miljard dollar), het grootste Amerikaanse militaire contract ooit met India, kan daar alvast toe gerekend worden.

Strategische partner

De VS beschouwen India dus als een geprivilegieerde strategische partner in de regio die wat tegenwicht moet brengen voor de macht van China. China van haar kant beschouwt de grote Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio als een van haar grootste bedreigingen. De opstart van de zogenaamde ‘quadrilaterale groep’ in 2007 tussen de VS, India, Japan en Australië, inzake samenwerking in de regio om mogelijke crisissen op te lossen, versterkt de Chinese perceptie van bedreiging en omsingeling. Onder meer om haar energieroutes over zee veilig te stellen is China nu bezig met de uitbouw van een aantal militaire steunpunten in de regio. Zo wordt er een grote Chinese militaire zeehaven gebouwd in Sri Lanka. Dat zou tevens de reden zijn waarom China de regering in Sri Lanka militaire en financiële steun toekende in haar strijd tegen de Tamil Tijgers, die in 2009 finaal beslecht werd in het voordeel van de regering. Ook in Bangladesh, Myanmar en Pakistan heeft China militaire steunpunten voor haar zeemacht.

Lucratieve wapendeals

De VS moedigen India dan ook aan de militaire capaciteiten op te schroeven en het leger te moderniseren. Het past niet alleen in de idee van een sterke militaire partner in Azië, maar er zijn natuurlijk ook grote economische belangen bij betrokken. En India is duidelijk van plan om flink te investeren. Voor het fiscaal jaar 2009-2010 stijgt het Indische militaire budget met 34% tot een slordige 30 miljard dollar. In vergelijking met de VS (680 miljard dollar) en China (70 miljard dollar) blijft dit eerder een bescheiden militair budget, maar het neemt wel een hap van 15% uit het totale overheidsbudget en het is het 10e grootste militaire budget in de wereld.

Er zijn voor zo’n 55 miljard dollar nieuwe wapenaankopen gepland voor de volgende vijf jaar, gaande van helikopters tot tanks. Dit bekent dus een grote opportuniteit voor wapenbedrijven. Waar vroeger Rusland de belangrijkste Indische wapenleverancier was (80% van alle wapenimport), worden nu ook de VS en Frankrijk belangrijke leveranciers.

Van de 26 geplande bewapeningsprogramma’s bij de Indische luchtmacht is er een zeer lucratief contract wat betreft de aankoop van 126 gevechtsvliegtuigen, ter waarde van 12 miljard dollar. Voor dit ‘contract van de eeuw’ zijn de Europese bedrijven Dassault (Frankrijk), Saab (Zweden) en EADS (Spaans, Brits, Duits en Italiaans consortium) nog steeds in de running, samen met het Russische Mig en de Amerikaanse bedrijven Boeing en Lockheed Martin. De Amerikaanse minister van defensie Robert Gates was in 2008 op bezoek in Delhi om de Amerikaanse belangen te verdedigen in dit contract.

Ondertussen werd het effectief toekennen van het contract keer op keer uitgesteld. India verkoopt z’n huid duur en heeft het toekennen van het contract verbonden aan vele condities. Het zegt iets over de lange termijn planning van India. Het land streeft naar een totaal autonome luchtvaartindustrie. Daarom moet het contract gepaard gaan met een transfer van technologie. De eerste 18 vliegtuigen moeten geleverd worden vóór 2012 en de overige 118 vliegtuigen moeten geproduceerd worden in India door Hindustan Aeronautics Limited (HAL). Op die manier wordt de helft van de uitgaven terug geïnvesteerd in India.

Frankrijk bakt zoete militaire broodjes met India. De Indische Premier Singh was deze zomer uitgenodigd op de officiële parade van de Franse nationale feestdag. Parijs sloot inmiddels een contract af met Delhi voor de bouw van 6 duikboten. Met de modernisering van de 52 Indische Mirage gevechtsvliegtuigen is een contract ter waarde van meer dan 1 miljard euro gemoeid. Ook Rusland blijft een belangrijke wapenleverancier. Het heeft tot 2010 contracten lopen ter waarde van 10 miljard dollar voor het leveren van straaljagers, een vliegdekschip, fregatten en duikboten.

Maar India is niet alleen een interessante wapenmarkt. Hillary Clinton, de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken, bracht deze zomer een bezoek aan India dat niet onopgemerkt voorbij ging. Volgens haar vormt de zich snel ontwikkelende Indische middenklasse -een grootteorde van 300 miljoen mensen zo wordt verwacht – een enorme nieuwe markt en dus een opportuniteit. (Ter vergelijking: de totale Amerikaanse bevolking is even groot.) De Amerikaanse visie op de economische waarde van India lijkt te verschuiven van gigantisch potentieel aan goedkope arbeidskrachten naar enorme afzetmarkt voor Amerikaanse producten. Daarmee wordt natuurlijk volledig voorbij gegaan aan de 450 miljoen Indiërs die het vandaag moeten stellen met een inkomen van minder dan 1.25 dollar per dag. Clinton kondigde ook een strategische dialoog aan tussen de VS en India. Dit houdt onder meer een jaarlijks overleg in op het allerhoogste niveau over handel, energie, financiën, onderwijs, landbouw, gezondheid, enzovoort.

India’s nucleaire agenda

India volgt natuurlijk niet alleen de Amerikaanse agenda. Het heeft ook een eigen agenda en de verdere uitbouw als kernwapenmacht blijft een van de prioriteiten ervan. India trad in 1974 toe tot de club van kernwapenstaten toen het kernproeven uitvoerde. Nucleair materiaal – bedoeld voor civiele doeleinden – werd met deze proeven aangewend voor militair gebruik en dat was niet de afspraak. Als reactie op India’s acties werd de ‘Nuclear Suppliers Group’ (NSG) opgericht. Deze club van landen die nucleair materiaal uitvoeren, zou voortaan enkel onder strikte voorwaarden nucleair materiaal naar derde landen exporteren. Onder deze voorwaarden viel het toelaten van controles door het IAEA en het ondertekenen van het Non Proliferatieverdrag.

Nadat India en Pakistan opnieuw kernproeven ondernamen in 1998 nam de VN-Veiligheidsraad, op voorstel van de VS, unaniem resolutie 1172 aan waarin India zowel als Pakistan gevraagd werden “onmiddellijk te stoppen met hun wapenprogramma, af te zien van het inzetten van kernwapens, te stoppen met de ontwikkeling van ballistische raketten die kernkoppen kunnen dragen en de stopzetting van de productie van splijtstoffen voor kernwapens.” Onder het Bush junior regime werd niets meer gedaan met deze resolutie, het lijkt erop dat Obama het ook niet verder zal opvolgen, zelfs eerder integendeel.

Geschat wordt dat India tussen de 50 en 100 kernwapens bezit. India is een van de drie landen (naast Pakistan en Israël) die nog steeds splijtbaar materiaal aanmaken voor kernwapens. Daartoe heeft India specifieke kernreactoren (zogenaamde snelkweekreactoren) en werkt het aan andere installaties. India heeft 22 kernreactoren (civiele en militaire) waarvan er slechts vier onder toezicht staan van het IAEA. Het land is lid van het IAEA, maar is niet toegetreden tot het Non-Proliferatieverdrag (NPT). India heeft ook niet het CTBT (allesomvattend akkoord omtrent het stoppen van kernproeven) en FMCT (akkoord over het stoppen van aanmaken van splijtbaar materiaal) getekend en heeft duidelijk aangegeven dat het daar ook geen intenties toe heeft.

Ondanks het feit dat India zich helemaal niet inschakelt in het internationale kader voor non-proliferatie werd eind 2008 toch de nucleaire VS-India deal gesloten. Deze deal is een ramp voor het non proliferatieregime, maar opent wel India’s nucleaire markt voor de NSG-landen. De VS heeft vooruitzichten om voor 10 miljard dollar aan kernreactoren te slijten aan India. Rusland heeft al een contract gesloten omtrent de aanbouw van vier extra kernreactoren op de site Kundankulam, waar twee andere Russische kernreactoren bijna klaar zijn. Het Franse Areva heeft een voorlopig akkoord gesloten omtrent de bouw van 6 kernreactoren voor de prijs van 8 miljard euro.

Dankzij de nucleaire deal met de VS kan India ook opnieuw kernbrandstof invoeren, wat volgens experts de weg vrijmaakt voor India om nog meer splijtbaar materiaal te produceren voor kernwapens. Rusland zal in ieder geval kernbrandstof voorzien voor de kerncentrales die het zelf bouwt en zelfs voor de Amerikaanse kerncentrales in India. Het Franse Areva heeft ondertussen ook een contract getekend voor de levering van 300 ton uranium, te gebruiken als reactorbrandstof. Noch Rusland, noch Frankrijk hebben echter afspraken in hun contract gezet in verband met de terugkeer van gebruikt kernbrandstof. Dat is nochtans een zeer kritiek proliferatiepunt. Uit gebruikt kernbrandstof kan men immers plutonium halen, bruikbaar bij de aanmaak van kernwapens.

Deze zomer werd ook bekend dat India zijn eerste atoomduikboot (aangedreven door een kernreactor) geproduceerd heeft, de eerste van een gepland aantal. Atoomduikboten zijn belangrijk om het kernwapenarsenaal (of een deel ervan) constant te kunnen verplaatsen, waardoor het ontgedetecteerd kan blijven voor de vijand. De atoomduikboten worden als cruciaal beschouwd in de beoogde nucleaire evenwichtsoefening met China.

India heeft de laatste jaren met succes verschillende soorten ballistische raketten (inzetbaar om kernwapens te lanceren) getest. Ballistische raketten inzetbaar vanop duikboten, maar ook ‘gewone’ van op het land lanceerbare lange afstandsraketten met een bereik tot 5.000 kilometer. Er zou ook gewerkt worden aan een Indisch anti-rakettensysteem. Kortom, India bouwt zijn eigen nucleaire capaciteiten naarstig verder uit en de VS lijkt daar bijzonder weinig bezwaren tegen te hebben. Dat bewijst ofwel de onmacht van de VS in de regio ofwel het stille goedkeuren van de nucleaire opbouw.

Pakistaanse reactie op Indische bewapeningspolitiek

Pakistan en India zijn oude vijanden. Het betwiste grondgebied Kashmir was in het verleden reeds de inzet van een gewapend conflict en ook in 2002 en 2008 stonden de twee landen op het randje van een gewapend treffen. Om de kernwapens en het overweldigende overwicht van de Indische conventionele macht te balanceren heeft Pakistan zich dan ook maar toegelegd op het ontwikkelen van kernwapens.

De huidige Indische bewapeningspolitiek (zowel op conventioneel als op nucleair vlak) dreigt Zuid-Azië in een nieuwe bewapeningswedloop te duwen. Pakistan probeert immers gelijke tred te houden met India. Pakistan spendeert miljarden dollars aan wapens o.a. aan Amerikaanse F-16 straaljagers, maar ook aan Chinees oorlogsmaterieel. Het is op zijn beurt ook haar nucleair programma aan het opdrijven, met de bouw van twee kernreactoren die plutonium moeten aanmaken voor de productie van kernwapens. Het ontwikkelt ook ballistische raketten die nucleaire wapens kunnen dragen. Naar als deze militaire inspanningen samen gaan zodanig veel middelen, in een land dat altijd maar meer gedestabiliseerd geraakt door de NAVO-oorlog in Afghanistan, dat er gevreesd wordt voor de stabiliteit van het land en bij uitbreiding van de Aziatische regio in het algemeen.

Conclusie

India is actief op zoek naar een erkenning als grootmacht en in het kader daarvan voert het zijn militaire capaciteiten op. Het land wordt in zijn inspanningen om de rol van grootmacht te kunnen opnemen, actief gesteund door de VS, maar de afruil is wel dat India zich laat inschakelen in de strategische belangen van de VS in Azië, in het bijzonder om China in te dijken. Maar India is natuurlijk niet voor één gat te vangen, het speelt het spel voor een deel mee, maar houdt er ook een eigen agenda op na: de verdere uitbouw van haar nucleaire capaciteiten. Dit is een ramp voor het nonproliferatie-regime en de stabiliteit van de Aziatische regio in het algemeen.

(Uitpers nr. 115, 11de jg., december 2009)   

Dit artikel verscheen eerder in het ‘Vrede. Tijdschrift voor Internationale Politiek’, nr 400, nov/dec 2009

Bronnen:

D. Nazemroaya, Geo-strategic chessboard: war between India and China? 17 oktober 2009 www.globalresearch.ca

Mahdi Darius Nazemroaya, Great power confrontation in the Indian Ocean: the Geo-Politics of the Sri Lankan Civil War, oktober 2009, www.globalresearch.ca

Zian Mia, Pushing South Asia to the brink, 27 juli 2009, http://www.fpif.org/fpiftxt/6295

Visited 11 Times, 1 Visit today

Tags :