Weg van oorlog

Een Pipi-Langkousachtig meisje fouilleert een zwaarbewapende militair die met zijn handen tegen een muur staat. Dat is de zeer sprekende cover van ‘Weg van oorlog’, een boek over militarisme en antimilitarisme van Ludo De Brabander, woordvoerder van Vrede, publicist en co-auteur van o.a. ‘Als de NAVO de passie kweekt’. De cover stelt een van de negen werken voor die de Britse graffiti-artiest met de geheimzinnige naam Banksy schilderde op de Palestijnse zijde van de muur tussen Israël en de Palestijnse gebieden. Het is tevens een smaakmaker voor dit boek dat als motto ‘ontwapenen om te ontwikkelen’ meedraagt.
Twee jubilarissen
Dit boekje verschijnt op een symbolisch moment: 70 jaar na de oprichting van de NAVO, maar ook 70 jaar na de oprichting van de UBDP-BUVV (Belgische Unie voor de Verdediging van de Vrede), de voorloper van Vrede vzw. Het zijn twee jubilarissen die in hun betrachtingen lijnrecht tegenover elkaar staan. Vrede vzw is de stem van de vredesbeweging die in ons land ooit sterker doorklonk – remember de 400.000 betogers die op 23 oktober 1983 in Brussel betoogden  tegen  de plaatsing van kernraketten in België – een stem die vertrekt van structurele sociale rechtvaardigheid, om zo te bijdragen aan de opbouw van een vreedzame internationale samenleving. Voor de 70-jarige NAVO lag dat enigszins anders en daarover doet Ludo De Brabander dit nuttige boekje open dat uit twee grote delen bestaat. In een eerste deel focust de auteur op het militarisme in zijn verschillende gedaanten zoals het zich in de huidige context voordoet. Van een wereld waarin 26 miljardairs over evenveel beschikken als de bijna 4 miljard armsten ter wereld, van een wereld waarin ongeveer 14.000 kernkoppen staan, van een wereld waarin de totale militaire uitgaven 1,9 biljoen dollar bedroegen, van een wereld waarin de vijf grootste wapenexporteurs samen – de VS, Rusland, Frankrijk, Duitsland en China – 75 procent van de wereldwapenhandel in handen hebben, maar ook van een land in die wereld – België met name – waar al vijftig lang massavernietigingswapens in Kleine-Brogel liggen die elk tien keer krachtiger zijn dan de atoombom die in 1945 Hiroshima vernietigde, van een land dat als enigste wapenfeit kan bovenhalen dat het tot de slechtste leerlingen wat betreft de defensie-uitgaven betreft in de NAVO-klas behoort.
Bedreigde wordt bedreiger
Van een NAVO dan die de bedreigde tot bedreiger maakt. Dat laat De Brabander met een mooi voorbeeld in omkering zien: ‘Stel je voor dat er patrouillerende Iraanse oorlogsbodems opduiken in het Noordzeekanaal, dat de Chinezen militaire basissen oprichten langs de zuidelijke en noordelijke grenzen van de VS, dat de Afrikaanse Unie een militaire interventie opzet in de Balkan of de Oekraïne… Hoe zouden we dat percipiëren? (p. 38)
De NAVO deed en doet dat nochtans, want na de val van de Muur en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was de NAVO haar vijand kwijt en moest het zichzelf weer uitvinden. Voortaan ging het bondgenootschap out of area or out of business. De strategische omgeving was veranderd, zo luidde het, en dus moest de NAVO ook buiten het eigen grondgebied kunnen opereren om haar ‘veiligheidsbelangen’ – wat een woord – te kunnen verdedigen. In het kader van de strijd tegen het terrorisme is elk buitenlands militair optreden als het ware een vorm van zelfverdediging. Op de recente NAVO-top ging het ook over ‘energieveiligheid’. Nog zo’n woord. In een opiniestuk voor Knack benadrukte Ludo de Brabander dat op die top ook de relaties met Rusland, de groeiende macht van China en de wapenbeheersing  hoog op de agenda stonden. ‘Dat laatste klinkt overigens nogal cynisch. De NAVO en haar lidstaten zijn de belangrijkste drijvende kracht achter de bewapening. Samen beheersen ze twee derde van de wereldwijde wapenhandel en vertegenwoordigen ze meer dan de helft van de militaire uitgaven in de wereld.’
Coöperatieve veiligheid
In het tweede deel van ‘Weg van oorlog’ volgt een pleidooi voor een antimilitaristische of vredepolitiek die in eerste instantie de oorzaken van geweld en oorlog aan de bron aanpakt. Voor de auteur is uit de NAVO stappen en de alliantie ontbinden helemaal niet radicaal. ‘Het is niet meer dan logisch binnen een concept van coöperatieve veiligheid (‘Ik ben maar veilig, als jij je ook veilig voelt’).  De meeste mensen willen ongetwijfeld dat regeringen beter en meer investeren in zaken die het maatschappelijk welzijn vergroten – scholen, ziekenhuizen, cultuur, klimaatmaatregelen, de sociale zekerheid –  in de plaats van in gevechtsvliegtuigen of allesvernietigende kernbommen.’ (p. 130)
‘Weg van oorlog’ dus. Voorlopig nog even illusoir als een militair die door Pipi Langkous ontwapend wordt of een boze Greta Thunberg die op de COP 25 de regeringsleiders wel de mantel uitveegt, maar de machtigen der aarde blijven onverstoord de andere kant opkijken. De macht uitdagen is broodnodig, maar het moet, om het met Albert Camus te zeggen, een ‘Je me révolte, donc nous sommes’ worden. En die omslag van ‘je’ naar ‘nous’ gebeurt nu, schrijft De Brabander, verwijzend naar de klimaatbeweging die aantoont aan dat je mensen nog kunt mobiliseren voor een betere wereld. Misschien kunnen in de flow daarvan en misschien met een minder oubollige aanpak de vredesthema’s weer hoog op de agenda worden gezet. Voor de klimaatbeweging gaat het om een strijd op leven en dood. Dat gaat ook op voor de kernwapenproblematiek.
Verzet en hoop doen leven. Zo eindigt ook Ludo De Brabander ‘Weg van oorlog’: ‘We moeten beseffen dat we potentieel veel impact kunnen hebben!’
 

Weg van oorlog, Over militarisme en antimilitarisme
Ludo De Brabander
EPO, Berchem
2019
135 blz.