"We zijn geen terroristen, we bekampen een onrechtvaardige bezetting"
Gesprek met Fadwa Barghouti, vrouw van de Palestijnse leider Marwan Barghouti

Fadwa Barghouti staat ons te woord terwijl achter haar een reuzengroot portret van haar gehandboeide man Marwan aan de muur prijkt. Marwan Barghouti is de zeer populaire leider van Arafats Fatah-beweging op de Westelijke Jordaanoever. Voor zijn ontvoering uit Ramallah door het Israëlisch leger speelde hij een belangrijke rol in de Palestijnse opstand. Na zijn arrestatie werd hij beschuldigd van de moord op 26 Israëli’s en lidmaatschap van een terroristische organisatie. Hij is uiteindelijk veroordeeld tot vijf keer levenslang + veertig jaar extra.

Barghouti heeft in zijn verweer altijd gesteld dat zijn strijd een legitieme strijd is tegen de bezetting en weigerde de erkenning van de Israëlische rechtbank. Barghouti groeit meer en meer uit tot een symbool van de Palestijnse strijd en wordt nu al vergeleken met andere beroemde gevangenen uit het verleden, zoals Nelson Mandela. Zijn vrouw en advocate Fadwa Barghouti, leidt nu mee de campagne tegen de gevangenschap van Barghouti, maar benadrukt tevens dat Barghouti geen alleenstaand geval is. Duizenden politieke gevangenen moeten overleven in moeilijke omstandigheden in de Israëlische gevangenis. Hier haar verhaal.

Fadwa Barghouti: "Mijn man, Marwan Barghouti, is zoals de andere Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen slachtoffer van talloze inbreuken op het internationaal recht. We vragen in de eerste plaats te worden behandeld volgens de internationale rechtsregels. Israël mag geen staat zijn die boven het internationaal recht staat."

"De Palestijnse gevangenen zullen binnenkort met een open hongerstaking starten (die is gestart op 15 augustus, nvdr.) om betere levensomstandigheden en rechten af te dwingen. 7.500 gevangenen zitten in de Israëlische gevangenis opgesloten in harde omstandigheden. In geval van ziekte geraken ze niet aan de nodige verzorging en medicijnen. Hun familieleden krijgen ze niet te zien. Velen zitten al de hele intifada in de gevangenis, sommigen zelfs al zevenentwintig jaar. Ze hebben hun kinderen niet zien opgroeien en krijgen zelfs geen foto van hen te zien."

"Arrestaties gebeuren brutaal. Regelmatig worden ze geslagen. Ze moeten zelfs hun eigen voedsel kopen in de kantine. Ook een belangrijke inbreuk op de rechten van de gevangenen is het feit dat de advocaten hun cliënten niet privé kunnen bezoeken. Ze kunnen ze maar zien via een glazen wand en ze moeten naar elkaar schreeuwen om gehoord te worden. Ze worden daarbij afgeluisterd en de gesprekken worden op videoband opgenomen. Je kunt dus niet behoorlijk met je advocaat overleggen. Vandaar dat ze beslist hebben tot een hongerstaking in de komende weken. Ik denk dat dit heel belangrijk is voor de Palestijnse families die hun zoons en dochters in de gevangenissen zien lijden. Ze maken zich zorgen om hen. Ze hopen dat de hongerstaking zal leiden tot meer internationale aandacht voor hun situatie. De gevangenen vragen daarbij niet eens hun vrijlating, maar wel dat ze worden behandeld als menselijke wezens. Ze vragen dus niet veel. Ze willen enkel dat hun rechten worden gerespecteerd, dat hun familie op bezoek kan komen en dat ze op zijn minst telefoongesprekken kunnen houden. Wat we aan alle mensenrechtenorganisaties in Europa en elders in de wereld vragen is slechts hun steun voor de eigen mensenrechtennormen, respect voor het internationaal recht."

"Belangrijk zijn ook de gevangenen die in isolatie zitten. Er zijn er, zoals Marwan Barghouti, die in volledig isolement zitten. Ze hebben geen contact met de gevangenen. Marwan zit al bijna twee jaar in isolement. Hij mag niemand van zijn familie zien. Ik kan hem niet zien, noch als zijn vrouw, noch als zijn advocaat. Mijn rechten als advocaat en als mens zijn aangetast. Ook mijn vier kinderen kunnen hun vader niet zien. Marwan mag slechts een uur per dag uit zijn cel op een binnenplaats, maar dan enkel met handboeien om en geketend aan zijn voeten. Hij klaagt nu van rugpijn en andere ongemakken."

"Laten we bij dit alles niet vergeten dat de meeste Palestijnen gevangen zitten enkel en alleen omdat ze voor hun rechten opkwamen. Wij maken het onderscheid tussen terroristische daden, die we veroordelen, en het recht van de Palestijnen om zich te verzetten tegen de bezetting. Het verzet van de Palestijnen is conform het internationaal recht en de resoluties van de Verenigde Naties. We zijn dus zeker geen terroristen. Jullie moeten begrijpen dat we ons tegen een onrechtvaardige bezetting verzetten en vechten voor een beter en menselijker bestaan om uiteindelijk in vrede te kunnen leven in een vrij land."

"Onlangs zijn de Israëlische regering en media beginnen focussen op de corruptie binnen de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse maatschappij in zijn geheel. Zij praten heel de tijd over de noodzaak aan hervormingen. Zij doen dit om de mensen het echte probleem te doen vergeten, namelijk dat we onder bezetting leven. Wij ontkennen niet dat we corruptie kennen, net zoals dat elders in de wereld ook bestaat. Maar wat de Israëlische regering doet is de aandacht afleiden van de bezetting. Vanuit ons standpunt bekeken is het natuurlijk zo dat wij hervormingen vragen. Marwan Barghouti was een van de mensen die daar hard op aandrong en al die jaren ten strijde is getrokken tegen de corruptie lang voor de Intifada en lang voor de VS-regering daar zelfs nog maar aan dacht. Hervormingen en corruptiebestrijding zijn heel belangrijk voor ons omdat we geen democratische staat kunnen opbouwen zolang de wanpraktijken voortduren. Wij willen echter niet dat anderen de zaken omdraaien: dat is zeggen dat corruptie het probleem is en daarna niets zeggen over het probleem van de bezetting. Nu vraagt de Europese Unie en het kwartet (VS, Rusland, EU en VN, nvdr.) ons om te hervormen en spreekt men over nieuwe verkiezingen. Geen probleem mee, maar kunnen zij ons garanderen dat de Israëlische regering geen verkozenen zal arresteren, wanneer ze haar niet bevallen, net zoals dat het geval is met Marwan Barghouti? Het is trouwens absurd verkiezingen te houden onder bezetting. De Israëlische regering zoekt voortdurend afleidingsmanoeuvres. Dat was ook zo voor de beschuldiging dat EU-geld is gebruikt om terrorisme te steunen."

"De Palestijnen ontdekten zeven jaar na Oslo dat Israël helemaal niet geïnteresseerd is in echte vrede, maar wel in praten over vrede terwijl ze in werkelijkheid de bezetting aan het legaliseren waren. Het aantal nederzettingen dat is gebouwd na 1993, dus na de ondertekening van het Oslo-akkoord, is sterk uitgebreid. Israël bleef gewoon voort doen met het stelen van onze grond en onze levens. De Palestijnen ontdekten dit en het enige logische en natuurlijke antwoord is zich daartegen verzetten. Het is zo dat de Intifada opnieuw startte."

"Als verkozene voor de Wetgevende Raad, is Marwan Barghouti verplicht zijn volk in dat verzet te steunen, anders zou hij ontslag moeten nemen. Toen Marwan in 1994 terugkeerde uit ballingsschap, was hij een van hen die het Oslo-proces steunde en echt geloofde in de verzoening tussen twee volkeren. Hij geloofde dat Oslo niet aan al onze noden zou beantwoorden maar voor hem was het een unieke kans die we met beide handen moesten grijpen. Hij verdedigde deze stelling van in het begin en reisde van het ene vluchtelingenkamp, dorp, universiteit naar het andere om de mensen te proberen overtuigen vrede een kans te geven. En dat was niet alles. Hij werkte samen met Israëli’s aan het bij elkaar brengen van mensen uit de twee kampen in een poging stereotypes te doorbreken en elkaars cultuur en gewoonten te leren begrijpen, wat even belangrijk is. Marwan wist dat vrede die aan de top wordt getekend maar kansen op slagen heeft indien ook de bevolking overtuigd wordt. Maar hij ontdekte al gauw, zoals zoveel Palestijnen, dat het vredesproces een dekmantel was om de bezetting te laten voortduren en niet enkel te laten voortduren maar ook te legaliseren. Want vanuit internationaal oogpunt bekeken zaten Palestijnen en Israëli’s nu rond de tafel en was er geen nood meer om iets voor de Palestijnse zaak te doen, terwijl de confiscatie van land, de arrestaties, controle van onze grenzen, etc. verder bleven duren."

“Het geval van Marwan Barghouti is duidelijk een politieke zaak. De Israëlische regering wil de Palestijnse leiding en het verzet voor de rechtbank veroordelen. Marwan was een van de eerste leiders van de intifada. Hij is iemand van de basisbeweging. Hij kan niet zonder de rest van de Palestijnen die in de straten aan het revolteren waren. En dat is wat Israël zo vervelend vond, en daarom voerden ze de show op voor de hele wereld door te zeggen: hier is een Palestijnse leider, en nu is hij Terrorist. Zo hebben ze de zaak Barghouti aangepakt.”

(Uitpers, nr. 56, 6de jg., september 2004)

 

Biografie Marwan Barghouti

Marwan Barghouti is op 6 juni 1959 geboren in het dorpje Kobar in de buurt van Ramallah. Op zijn vijftiende wordt hij lid van Fatah, de grootste Palestijnse bevrijdingsorganisatie. Al gauw komt hij in aanvaring met de autoriteiten en wordt hij in 1978 voor 4 en een half jaar opgesloten in een Israëlische gevangenis wegens zijn lidmaatschap van Fatah. Het is in die periode dat hij Hebreeuws heeft geleerd. In 1983 start hij zijn studies aan de Birzeit universiteit, waar hij leider wordt van Fatah’s studentenorganisatie. De bezetting en zijn strijd tegen de bezetter zouden er voor zorgen dat het 11 jaar zou duren vooraleer hij zijn studies politieke wetenschappen kan afmaken. In september 1985 wordt hij voor zes maanden administratief opgesloten zonder aanklacht of veroordeling. Twee jaar later, bij het begin van de eerste Intifada, wordt hij verbannen naar Jordanië. Later zou hij naar Tunesië trekken, waar ook het hoofdkwartier van de PLO was gevestigd. Hij verzorgde de contacten tussen de Palestijnse opstand in de bezette gebieden en het hoofdkwartier van de PLO in Tunis. Aan zijn ballingschap komt pas in 1994 een einde. In 1989 wordt hij verkozen tot jongste lid van de Revolutionaire Raad. Hij blijft evenwel altijd iemand die dicht bij de basis is blijven staan. Hij zet zich binnen Fatah in voor de Palestijnen in de vluchtelingenkampen en de Israëlische gevangenissen. Vanaf 1994 zou hij zich een vurig verdediger van de Oslo-akkoorden tonen. In 1996 wordt hij verkozen in de Palestijnse Wetgevende Raad, waar hij opvalt door zijn strijd tegen corruptie en andere wantoestanden binnen de Palestijnse leiding. Zijn geloof in het Oslo-proces brengt hem in contact met heel wat sleutelfiguren uit het Israëlische vredeskamp. Maar vanaf 1998 realiseert hij zich dat Israël gewoon de nederzettingen verder blijft uitbreiden, waarop hij een stopzetting vraagt van de onderhandelingen tot Israël zijn nederzettingenactiviteiten en de bezetting stopzet. Hij wordt de spreekbuis van een populaire beweging die op grote schaal betoogt tegen het "frauduleus vredesproces". Hij wordt een van de prominente leiders van de Al Aqsa Intifada. Een bekende uitspraak van hem is: "We zijn zeven jaar in opstand gekomen zonder onderhandelingen, dan zeven jaar van onderhandelingen zonder opstand. Misschien is het tijd om beide tegelijk uit te voeren." Hij formuleert ook de politieke objectieven van de opstand en roept op om de Intifada te laten uitbreiden zodat Israël verplicht wordt in te zien dat "vrede niet mogelijk is onder bezetting". Hij overleeft in augustus 2001 een Israëlische aanslag. Op 15 april 2002 wordt hij uit Ramallah ontvoerd en gearresteerd. Gedurende twee jaar krijgt hij de gekende subtiele psychologische en fysische folterpraktijken over zich heen. Op 6 juni 2004 Barghouti veroordeeld tot vijf keer levenslang en 40 jaar extra. (LDB)

Visited 7 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ik ben redactielid en medeoprichter van Uitpers. Je kan me ook vinden als woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van mijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Ik ben co-auteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).