“We willen virussen injecteren in vastgeroeste identiteiten”

An Van Dienderen, Joris Janssens en Katrien Smits, Tracks, artistieke praktijk in een diverse samenleving, EPO, Berchem, 2007, 327 blz. ISBN 9789064454295

 

Deze uitspraak van de Brussels KVS-dramaturge Hildegart de Vuyst is een mooie programmatische omschrijving van wat de samenstellers van Tracks. Artistieke praktijken in een diverse samenleving met dit toch wel zeer bijzonder, vuistdikke boek proberen boven te halen: nieuwe dynamieken rond diversiteit in het Vlaamse en Brusselse artistieke landschap.

Zij doen dat op een grondige en creatieve manier. Tracks zet de bakens uit voor Nederland en Vlaanderen, zegt Rik Pinxten lovend op de achterflap. Ik beaam deze uitspraak.

Dit boek is na Erwin Jans Interculturele intoxicaties het tweede boek dat Vlaams Theater Instituut (VTi) en Kunst en democratie samen laten verschijnen. Beide boeken vullen elkaar aan. Erwin Jans legde het accent op visie en theorievorming. Tracks is eerder praktijkgericht onderzoek waarvoor een van de mede-auteurs, de Gentse antrolopoge An Van Dienderen, de aanslag gaf door haar recent doctoraatsonderzoek Production Processes as a Site of Critique. Daarin pleit zij voor antropologisch onderzoek tijdens creatieprocessen. En dan voornamelijk het interculturaliseren van de artistieke praktijk. Dat is dan ook de harde kern van dit boek geworden.

Hoe gaan kunstenaars en culturele werkers op de werkvloer om met diversiteit in onze samenleving? Wat is het belang van culturele of etnische achtergrond in het personeelsbeleid? Langs welke kanalen bereiken artistieke projecten en organisaties een divers publiek? Hoe programmeer je ‘allochtone’ kunstenaars zonder ze in een apart hokje te duwen? Dat zijn enkele van de uitgangsvragen waarvan de drie onderzoekers vertrokken om een blik achter de schermen te werpen van een twintigtal organisaties in Vlaanderen en Brussel.

Tracks is opgedeeld in wat de auteurs vijf ‘velden’ noemen die zij onderscheiden, maar toch niet kunnen scheiden, in die creatieprocessen. Het zijn in volgorde: netwerking, werkgelegenheid, artistieke werving en interacties tijdens het creatieproces, aanbod, repertoire en canon en publiek.

Vijf velden, twintig initiatieven

In het eerste veld ‘Netwerken’ gaan zij uit van de constatatie dat mensen of organisaties die in dezelfde buurt of stad wonen elkaar vaak niet of slechts zeer oppervlakkig kennen. Hoe kunnen bestaande circuits elkaar ontmoeten? En hoe kan dat vernieuwing en hybridisering stimuleren? Met die vragen trokken de samenstellers naar de KVS, het Vlaamse stadstheater in Brussel, het interstedelijke netwerk City Mine(d), het jaarlijkse Kunstenfestival 0090 te Antwerpen en naar Mobassik, een jonge hiphopcrew.

In veld twee ‘Werkgelegenheid’ wordt er onderzocht welke strategieën kunnen bijdragen tot een succesvol intercultureel personeelsbeleid. Daarvoor spreekt Katrien Smits met Ico Maly van radio Kif Kif en samensteller van het boek ‘Culturenpolitiek’. Joris Janssens trekt naar het HETPALEIS, een Antwerps stadstheatergezelschap en Smits spreekt met Yvette Deploige over de aanwerving van de Argentijn en Antwerpenaar Gerardo Salinas die in het kader van het pilootproject CORDOBA van de Vlaamse gemeenschap werd aangetrokken.

Veld drie bestrijkt he terrein van de artistieke werving en interactie en draait rond volgende vragen: hoe kies je voor diversiteit in de manier waarop je artistieke medewerkers voor je project werft? En welke effecten heeft dat op het creatieproces? Daarvoor volgden de samenstellers de voorbereiding van VSPRS, de laatste dansproductie van choreograaf Alain Plattel voor Les Ballets de la B, een gedurfd project van de Krijtkring dat landelijke Berbermuziek vermengt met Europese jazzimprovisaties en verder nog de originele recruteringstechnieken die de kunstenares Els Dietvorst aanwendt bij de samenstelling van haar toneelgroep De Zwaluwen in de Brusselse Anneessenswijk. En dan is er ook nog VOX, een Brussels collectief van ‘media-activisten’ die via video een andere visie op de maatschappij willen tonen.

In veld vier exploreert Tracks het aanbod, het repertoire en de canon in de artistieke wereld. Hoe representatief is de westerse canon nog waar het gros van onze kunstuitingen op steunt? ‘Westers’, ‘Europees’ of ‘Arabisch’, wat betekent dat vandaag? Hoe liggen de verhoudingen door een economische bril bekeken? Ze volgen het zeer boeiende theatercollectief Union Suspecte dat ophef veroorzaakte in Vlaanderen met de toneelvoorstelling “Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen”. Katrien Smits praat uitvoerig met de ‘ongrijpbare’ Chokri Ben Chikha, een Tunesische ‘allochtoon die opgroeide in Blankenberge. De fotograaf Charif Benhelima verduidelijkt aan de hand van zijn fotoboek Welcome to Belgium hoe het voelt om een buitenstaander te zijn. Joris Janssens volgde in 2006 het KunstenFESTIVALdesArts en had het met een internationaal gezelschap over internationale programmering en coproductie en publiceerde ook een impressie van Ho Tzu Nyen. Dit hoofdstuk sluit af met een getuigenis van theatermaker en journalist Michael De Cock: hij licht toe hoe en waarom hij docutheater maakt over Marokkaanse migranten van de eerste generatie.

Veld vijf handelt over het publiek. Welke strategieën kunnen organisaties en kunstenaars aanwenden om nieuwe publieksgroepen aan te spreken? Met deze allesbehalve gemakkelijke vraag trokken de Track-mensen naar het MuHKA, het Museum voor hedendaagse Kunst in Antwerpen, naar de initiatiefnemers van Boekenkaravaan, een project van Leesweb, een Antwerps centrum voor leesbevordering, en verder ook naar het Turnhoutse filmfestival Open Doek. Ook Circo Paradiso, een jaarlijks terugkerend festival in Heusden-Zolder van het cc Muze wordt bevraagd en het hoofdstuk sluit af met een getuigenis van Pierre Muylle, drijvende kracht achter Wijk up, een sociaal-artistiek project et buurtwerking in Zeebrugge. Kortom, een mooie verzameling van vernieuwende initiatieven die op een boeiende manier geïnventariseerd worden..

Uitdagingen

Uit die twintig verhalen blijkt dat er geen kant-en-klare recepten zijn om te interculturaliseren. Toch proberen de Track-samenstellers ter afsluiting enkele grote lijnen uit te zetten. Ze noemen het ‘uitdagingen’ die een veranderende samenleving voorschotelt aan de artistieke praktijk. Zij waarschuwen voor de valkuil van stereotypering ten aanzien van kunstenaars met een niet-Vlaamse afkomst. Deze mensen willen geen Alibi Ali zijn, maar beoordeeld worden op hun artistieke merites, terwijl zij vaak door beleidsmakers en programmatoren in het hoekje van de sociale en welzijnsprojecten worden gestationeerd. Een te sterke focus op etnisch-culturele achtergronden kan een bril worden die de artistieke kwaliteit verduistert.

De samenstellers onderschrijven ook de KVS-stelling dat het een taak van de kunst moet zijn om ‘gebeitelde identiteiten te injecteren met virussen’. Die kunstenaars brengen de culturele hybridisering, de migratiegolven, de diversificatie van de bevolkingssamenstelling in hun kunst in kaart en nemen afstand van eurocentrische, statische, essentialistische en neokoloniale veronderstellingen. De Track-mensen zijn ook voorstanders van strategieën gericht op mainstreaming waarbij de aandacht voor de maatschappelijke diversiteit in de kunstwereld een evidentie is. Het op ‘allochtonen’ gericht doelgroepenbeleid zou op termijn, zoals uit Nederlands onderzoek blijkt, contraproductief kunnen werken.

 

Kwaliteit van processen

Interculturaliseren is een langzaam, intensief en weinig voorspelbaar proces dat telkens anders verloopt. Toch menen de samenstellers in geslaagde processen (methodes, principes, werkwijzen, vergadertechnieken, houdingen, competenties…) een aantal gemeenschappelijke kenmerken te onderscheiden, die zij samenvatten onder vijf noemers: zelfkennis, maatwerk, langetermijnblik, wederzijdsheid en innovatie.

Track benadrukt echter dat we ons op dit ogenblik nog sterk in een experimentele situatie bevinden. Zij benadrukken herhaaldelijk dat er geen instant recepten bestaan. Eén ding is zeker: men moet de tijd de tijd geven om nieuwe manieren van kijken maar ook van beoordelen te ontwikkelen .Zowel de sector als de overheid. Op lange termijn zal het erop aankomen om een context te creëren waarin termen als ‘allochtoon’, ‘etnisch cultureel’ of zelfs ‘diversiteit’ niet meer gebruikt worden.

Intussen hebben we met Tracks een grote rijkdom aan ruw materiaal in handen. In de diverse samenleving die Vlaanderen de facto is, beweegt er op het artistieke vlak meer dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Tracks heeft deze verspreide experimenten op een zorgvuldige manier in kaart gebracht. Het systematisch bij elkaar brengen van creatieve sporen van allerlei origine in het Vlaamse artistieke landschap van het huidige Vlaanderen en Brussel. Dat is zeker de grote verdienste van deze publicatie. Tracks kan een belangrijke bouwsteen én inspiratiebron zijn voor wie op het artistieke terrein zelf de interculturele sprong wil maken. Het boek bewijst tevens dat goed en helder geformuleerd toegepast antropologisch onderzoek zonder meer een maatschappelijke meerwaarde kan hebben.

(Uitpers, nr 97, 9de jg., april 2008)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).