Water: de grote uitverkoop

Tachtig landen kampen vandaag met een danig gebrek aan water dat het de gezondheid en de economie bedreigt. Meer dan 2 miljard mensen heeft geen toegang tot zuiver water. Water is in bepaalde regio???s een erg schaars en tegelijk begeerd goed geworden.


In 1988 beweerde de toenmalige Secretaris-Generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, dat de volgende oorlog in het Midden-Oosten om de Nijl zou gaan. Enkele jaren meende vice-voorzitter van de Wereldbank, Ismail Serageldin, zelfs te weten dat de oorlogen van de volgende eeuw, rond water zullen draaien. Water is al langer bron van geweld. Het conflict tussen Israël en de Palestijnen blijft o.m. smeulen, omdat de Joden op de Westelijke Jordaanoever vier keer meer water ontvangen dan de Palestijnen. Sedert de bezetting van 1967 is het de Palestijnen niet meer toegestaan om bronnen aan te boren voor landbouwdoeleinden. Israël wil de Golanhoogte eigenlijk niet terug aan Syrië afstaan, omdat ze vitale waterbronnen herbergt. Turkije heeft zich met zijn dammenproject (GAP) op Tigris en Eufraat, al meermaals de woede van Syrië en Irak op de hals gehaald, omdat hun watertoevoer belemmerd wordt. Water als bron van conflicten: het is inmiddels een gekend en erkend gegeven.



Hoge waterfacturen


Het besef dat met water grof geld te verdienen is van recentere datum. De klassieke economische stelregel bepaalt dat schaarse goederen en grondstoffen waarde krijgen toegemeten. Vandaar dat grote industriële bonzen plots grote interesse betonen in alles wat naar water ???ruikt???. Deze ???Heren van het water??? zijn plots bereid om grote sommen te investeren in waterwinning en -distributie. En de tijden zijn hun gunstig gezind. Het neo-liberale credo dat de dienstverlening het best verloopt in privé-handen, is immers gemeengoed geworden. Margaret Thatcher, die ooit nog het begrip ???volkskapitalisme??? lanceerde, zette de trend in door de waterdistributie (samen met de spoorwegen) volledig te privatiseren. De gevolgen voor de gemiddelde Brit zijn ronduit rampzalig. De waterfactuur is verdubbeld tot verzesvoudigd (van 5.000 Fr. tot soms 26.000 Fr. per jaar). Dat heeft niet geleid tot een betere dienstverlening, integendeel. Al kort na de privatisering werden gemiddeld duizend gebruikers per maand van het waternet gesloten wegens ???wanbetaling???. De milieubalans is al evenmin positief. Twintig Britse rivieren zijn opgedroogd, omdat de privé-bedrijven er geen belang in zagen duurzaam om te gaan met water. Privatiseringen zijn inmiddels zo vanzelfsprekend geworden dat de huidige Labourregering geen aanstalten maakt om water opnieuw te nationaliseren of socialiseren. De Britse waterellende heeft niet belet dat andere landen geleidelijk het Britse voorbeeld volgen. Vandaag is 85 procent van de Franse bevolking voor de waterbevoorrading afhankelijk van privé-ondernemingen. Van 1990 tot 1994 bedroeg de gemiddelde prijsstijging 50 procent. In sommige steden, zoals Grenoble verdrievoudigde de prijs zelfs.



Watermultinationals


Privatiseringen worden in ontwikkelingslanden heel wat minder vrijwillig doorgevoerd. Als onderdeel van de beruchte structurele aanpassingsprogramma???s (SAP???s) deden IMF en Wereldbank overheidsbedrijven in de uitverkoop, zogezegd om de betalingsbalans in evenwicht te brengen en de economische infrastructuur te verbeteren. In werkelijkheid kregen multinationale ondernemingen voor een prikje aantrekkelijke investeringen aangeboden. De Argentijnse gebruikers van Aguas Argentinas kennen ondertussen de Britse problemen. In dit geval gaan de winsten naar de Franse ???watertycoon??? La Lyonnaise des Eaux, dat Aguas Argentinas met 25,5 procent controleert en dat samen met die andere Franse multinational, Générale des Eaux (onderdeel van de groep Vivendi), de top twee uitmaakt van alle waterdistributeurs ter wereld. La Lyonaise des Eaux heeft als geen ander geprofiteerd van de privatiseringsgolf (water, afval, energie???). De multinational kreeg in mum van tijd de waterbevoorrading van meer dan 70 miljoen mensen in handen. In de derde wereld en Oost-Europa verwierf ze de volledige controle in verschillende waterdistributiebedrijven, o.a. in Litouwen, Hongarije, Roemenië, Maleisië, Indonesië, China, etc.



Verzet


De toegang tot water dreigt voor velen in het gedrang te komen, maar de slachtoffers leggen zich daar niet zomaar bij neer. De multinationals en hun vazallen in de politieke wereld gaan evenwel over lijken. Dat bewijzen de recente gebeurtenissen in Bolivia. De regering van voormalig dictator, generaal Hugo Banzer, kondigde de staat van beleg af, nadat het leger in Cochabamba scherp optrad tegen duizenden betogers. De protesteerders eisten dat de waterprijs niet zou worden verhoogd en dat de distributie bij de lokale overheid zou blijven. Er vielen minstens 3 doden (sommige bronnen spreken van 7) bij betogingen en acties allerlei en meer dan 100 gewonden ten gevolge de repressie.



De wortels van de opstand leiden ons naar het begin van 1999. Onder hevige druk van de Wereldbank heeft de Boliviaanse regering toen beslist om het Openbaar Waterbedrijf Cochabamba te privatiseren en te verkopen aan “Aguas del Tunari”, een Boliviaanse dochtermaatschappij van de Multinational Bechtel Corporation uit San Francisco.



De details van de overeenkomst worden geheim gehouden met als verantwoording dat het om vertrouwelijk ‘intellectuele eigendom’ gaat. Maar simpel uitgedrukt wil Bechtel zo snel mogelijk zoveel mogelijk geld maken op de rug van de (arme) bevolking. Binnen de week nadat Aguas del Tunari overal haar vlaggen en logo’s op de waterinstallaties hadden aangebracht werd de waterprijs verdubbeld of meer. Gezinnen die een minimumloon trekken van minder dan 100 dollar per maand moesten 20 dollar en meer voor het water betalen op straffe van afsluiting.



In Januari werd de stad Cochabamba al vier volle dagen platgelegd door een algemene staking en transportblokkades. De Boliviaanse regering beloofde toen de waterprijs te zullen verlagen. Daar kwam echter niets van terecht. Op 4 februari waren er nieuwe betogingen. De regering antwoordde met traangas en repressie: 175 gewonden, twee jongeren werden blind.



Na maanden van niet gehouden beloftes en vage uitvluchten vanwege regering en watermaatschappij steeg het ongenoegen ten top. Uit een opiniepeiling bleek dat 90% zegden dat het Bechtel-bedrijf moest opkrassen en het waterbeheer weer in openbare handen moest worden geven. De bevolking van Cochabamba organiseerde zich in de Coordinadora del Agua de la Vida (Coordinatie van het water van het leven), waarin vakbonden participeren, boerenorganisaties, en lokale gemeenschappen.



Toen besloten werd om de stad lam te leggen ‘tot de finish’ koos de regering openlijk de kant van Aguas del Tunari. Vier dagen later werd de staat van beleg afgekondigd, leiders van de protestbeweging werden uit hun bed gelicht, radiostations werden gesloten, en soldaten liepen met kogelvrije vesten door de straten. Toen de eerste dode viel zei een van de leiders: “Het bloed dat vergoten wordt in Cochabamba draagt de vingerafdrukken van Bechtel”.



Een burgemeester van een van de voorsteden van Cochabamba zei dat het om een strijd ging voor rechtvaardigheid, en voor het wegsturen van een internationale onderneming die vooraleer ons meer water te verschaffen de prijzen verhoogde tot ver boven aanvaardbare normen.



Recht op water


Toch blijven multilaterale instellingen als Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds en de OESO sinds midden de jaren tachtig water beschouwen als een economisch goed, waarvan de distributie dus in privé-handen dient te komen. Een waterval aan rapporten, conferenties, officiële verklaringen moeten deze visie politiek aanvaardbaar maken. Privatiseren staat daar voor modernisering en efficiëntie. Deze stupide visie heeft als resultaat dat economische groepen, meestal gesteund door lokale machthebbers, steeds meer in aanvaring komen met kleine boeren. In Ecuador proberen grote landbouwbedrijven en de agro-industrie al sinds 1994 het water te privatiseren. Maar de kleine inheemse boeren zijn van oordeel dat water een openbaar goed dient te blijven. Als de privé-sector zijn zin doordrijft, krijgen we gegarandeerd een herhaling van wat zich in Bolivia afspeelde.



Vooral uit de hoek van niet-gouvermentele organisaties klinkt daarom de roep om water als een fundamenteel recht te beschouwen. Meer nog, drinkwater zou gratis moeten zijn. Maar op het Wereldwaterforum dat van 17 tot 22 maart plaatsvond in Den Haag, viel deze roep in dovemansoren. De meeste overheden lagen dwars en hielden het bij een vage en nietszeggende Verklaring van Den Haag. Allerlei drogredenen en mooie woorden werden ten berde gevoerd. In werkelijkheid zijn de meeste politieke leiders de ???water???dragers geworden van multinationals, die maar één ding in het achterhoofd hebben: winst.

Visited 4 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ik ben redactielid en medeoprichter van Uitpers. Je kan me ook vinden als woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van mijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Ik ben co-auteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).