INTERNATIONALE POLITIEK

Wat wij van dieren kunnen leren (Westerman 17)

Image

Een nieuw boek van Westerman lezen is voor mij al jaren een feestje. Ik loop even langs de rekken van mijn bibliotheek en onder de ‘w’ vind ik er zeventien, inclusief dit laatste werk. Daarmee bedoel ik niet dat Westerman een veelschrijver zou zijn – een stilist zoals hij kan dat per definitie niet zijn en ook de rechearcher  niet die enkele jaren nodig heeft om een nieuw boek te componeren. Kijk maar eens achterin naar de veelvuldige bronnen die hij heeft geraadpleegd. Wanneer een auteur mij bevalt, lees ik alles van hem/haar. Kapuscinski behoort daar ook toe en dat zal wel niet toevallig zijn, want Westerman bekent wel vaker in zijn boeken dat hij ‘in de  schoenen van Maestro Kapu’ loopt, die in al zijn werken ook op de grens op de tussen non-fictie en literatuur balanceert.

Een indrukwekkend oeuvre

 Als schrijver is Frank Westerman een laatbloeier. In 1994, op zijn dertigste, debuteerde hij  – Westerman was toen een de Volkskrant correspondent in Belgrado – met ‘De brug over de Tara’, het relaas van zijn reis langs de frontlinies van ex-Joegoslavië. Oost-Europa. Dat was een geografische en professionele carrièreswitch voor de Wageningse landbouwingenieur die in de Altiplano van Peru als stagiair mee waterwerken had helpen ontwerpen. In de plaats van dammen aanleggen in Latijns-Amerika belandde hij echter in de journalistiek onder meer als verslaggever van NRC Handelsblad en zo kwam hij terecht in vele internationale brandhaarden in Oost-Europa en verder. Samen met collega-journalist Bart Rijs wist hij als enige journalist door te dringen tot Srebrenica ten tijde van de val in 1995. Zij schreven daarover het boek ‘Het Zwartste Scenario’ waarbij ze geheime VN-documenten en interviews met ooggetuigen gebruikten om de oorlogsjaren van Srebrenica te reconstrueren. Tussen 1997 en 2002 was Westerman correspondent voor NRC Handelsblad in Moskou. Daar rondde hij zijn derde non-fictieboek af, ‘De Graanrepubliek’, dat in 1999 verscheen. ‘De Graanrepubliek’ laat zien hoe het Nederlandse landschap in de afgelopen honderd jaar veranderd is, en wat de gevolgen daarvan zijn geweest voor mens en natuur. Het is een thema dat  in vrijwel al zijn schrifturen aanwezig is. Westerman volgt in dat boek vooral de levensgeschiedenis van Sicco Mansholt, nazaat van rijke herenboeren die zijn grootschalige landbouwpolitiek tot diep in Europa zal laten doordringen – tot hij later, maar te laat, zelf van zijn geloof valt en de ecologische landbouw zal propageren.

Westerman wisselt van standplaats en na vier jaar correspondentschap in Moskou schrijft hij ‘Ingenieurs van de Ziel’(2002), een boek over de megalomane waterbouwprojecten van Jozef Stalin en de socialistisch-realistische romans die hierover geschreven werden. Met dat boek dat herhaaldelijk in de prijzen viel, vestigde de journalist zijn naam als schrijver. De grote doorbraak kwam er met ‘El Negro en ik’ (2004), een fascinerende reisreportage over ras, cultuur en identiteit waarvoor hij een flink stuk van de aardbol afreist. Dit boek werd bekroond met de Gouden Uil literatuurprijs 2005, de shortlist-nominatie AKO Literatuurprijs 2005 en een nominatie voor de Bob den Uylprijs 2005.

Na ‘Ararat’ (2007) dat zich afspeelt op het breukvlak van godsdienst en wetenschap, mythologie en geologie verschenen er prompt Duitse, Spaanse en Engelse, Franse, Poolse, Italiaanse en Kroatische uitgaven. In ‘Dier, bovendier’ dat in 2010 verschijnt, balanceerde Westerman weer op het snijvlak van verschillende disciplines: geschiedenis, paardenfokkerij, etologie, eugenetica, epigenetica, darwinisme, nazisme, stalinisme en – natuurlijk – journalistiek. Een mysterieuze ramp in Kameroen waarbij zeker 1200 mensen het leven lieten. Dat is dan weer het uitgangspunt van ‘Stikvallei’ uit 2013 en het werd voor hem een ideale kapstok om op zoek te gaan naar de geboorte van verhalen en hoe die terugslaan op de werkelijkheid waar ze uit voortkomen. In ‘Een woord een woord’ uit 2016 probeert Westerman op zijn geëigende manier het fenomeen ‘terreur’ en ‘radicalisering’ te benaderen. Actueler kan haast niet. Wat kan een redenaar uitrichten tegen een moordenaar? Kunnen woorden opgewassen zijn tegen kogels? En welke woorden dan wel? Of nog anders geformuleerd: als taal en terreur het duel met elkaar aangaan, welke van die twee legt het dan af? In ‘Wij, de mens’ uit 2018 neemt Westerman de lezer dan weer mee op een filosofische wereldreis – van de Maasvallei tot op de vulkaanhellingen van Indonesië. De inzet is hoog. Want als wij de overtreffende trap van het dier zijn, waarin schuilt dan het onderscheid? Dat vraagt hij zich af. In ‘De kosmische komedie’ (2021) komt Westerman met alweer andere, grote vragen voor de dag ‘Wat was er ‘in den beginne?’ Richten we ons daarvoor naar God of naar de oerknal, naar dat ‘schitterend ongeluk’ waaruit het leven is voortgekomen? Waarom willen we de kosmos bevaren? Uit een gevoel van leegte? Een gemis? Wat denken we op de maan of op Mars te vinden dat we op aarde niet hebben?

In die reeks van zeventien zijn er nog drie verzamelbundels van verhalen waarin zijn werk van iets kortere adem bij elkaar wordt gebracht: ‘In het land van de ja-knikkers. Verhalen uit de polder (2017), ‘De wereld volgens Darp. De nagalm van de Koude Oorlog sinds de val van de muur (2019) en  ‘Te waar om mooi te zijn’.

Kennismaking met Snow

 In die laatste verzamelbundel is de verhouding mens versus uitdrukkelijk aanwezig Een van die reportages die hij uit die bundel overnam gaat over zijn verblijf in Longyearbyen op Spitsbergen. Daar, op de meest noordelijk gelegen camping ter wereld, werd in augustus 2020 de Nederlandse kampeerder Job Kootte in zijn tentje gedood door een ijsbeer. Niet veel later leefde ook ijsbeer Snow niet meer – doodgeschoten, niet ver van de camping. Westerman wilde voor zijn boek op Spitsbergen de dood van de man en die van de ijsbeer reconstrueren. Wat was er op die onzalige zomerdag precies gebeurd? En wat bezielde de ijsbeer? Normaliter wandelen die geen camping op, en gaan ze al helemaal niet kijken wie er in die tentjes slaapt. Samen met zijn dochter trekt hij naar Spitsbergen om het verhaal achter het verhaal in beeld te krijgen. Het perspectief dat hij zoekt is niet de tragedie van die doodgebeten Nederlander, maar die andere tragedie van de ijsbeer Snow die doodgeschoten wordt omdat hij als zijn soortgenoten uit zijn natuurlijke omgeving verdreven is geworden. Gaat het over Spitsbergen, dat geen oorspronkelijke bewoners kent, dan kun je je met recht afvragen: wie dringt er wiens leefgebied binnen? Hoe ervaart dit dier het smelten van zijn wereld, nu wij de temperatuur op aarde opvoeren? Westerman probeert de natuur niet door een mensenbril te zien en er niet voetstoots ervan uit gaan dat een boomschurende beer jeuk heeft.

Dwaalgast’ Willem Barentsz

Voor de verandering is Willem Barentsz in dit verhaal eens niet de held. Natuurlijk koestert een avonturier als Frank Westerman een fascinatie voor de ontdekkingsreiziger die in 1596 tijdens zijn befaamde poging om ‘langs de Noord’ te varen met zijn flottielje vastvroor bij Nova Zembla, de dood vond in de poolcirkel, en mede dankzij deze glorieuze mislukking de geschiedenisboeken in is gegaan als een van de grootste Nederlanders aller tijden, maar daar gaat zijn nieuwe boek niet over. Barentsz is niet meer dan een ‘dwaalgast’. Meestal wordt die term gebruikt om dieren (vaak vogels) te beschrijven die uit koers zijn geraakt en terecht zijn gekomen in een habitat die niet de hunne is. Dat geldt ook voor Barentsz, schrijft Westerman: hij kwam op plekken waar een mens zich eigenlijk niet hoort te wagen. Maar hij is ook een dwaalgast in overdrachtelijke zin, een personage dat zo nu en dan opduikt op de bladzijden van ‘Zeven dieren bijten terug’, als rode draad en figurant tegelijk, want in dit boek is het hoofdtoneel gereserveerd voor de narwal, de lemming, de paling, de rotgans, de ijsbeer, het rendier en de koningskrab. Wat dit zevental gemeen heeft is, dat het dieren zijn die Barentsz en zijn mannen op hun tocht tegenkwamen en daarom een plekje hebben gekregen in Westermans bestiarium. Want ja, Westerman noemt dit geschrift gerust een vorm van zoöprora. En zo is ook dit boek opgebouwd: in  zeven hoofdstukken, telkens gewijd aan een van die zeven dieren. De ijsbeer die, zoals op de cover van het boek gesuggereerd wordt, door een raam probeert te kruipen doet hem volgende vragen stellen. ‘We gebruiken normaal gesproken knalpistolen en daaraan zijn ze meestal gewend. Maar onlangs moesten we zeven maal knallen, voordat een ijsbeer wegging.’ Westerman vraagt zich af hoe men dit citaat moet lezen  als men de rol van de ijsbeer en van de mens verwisselt: ‘We gebruiken normaal gesproken onze klauwen en daarvan gaan ze meestal lopen. Maar onlangs moesten we zeven keer bijten, voordat een mens wegging.’ De hoofdpersonages in deze Westerman zijn niet de ijszeeverkenners uit  de 16de eeuw, maar wel de  dieren waarmee zij onderweg de confrontatie zijn aangegaan. Dat gaat ook op voor de zes andere dieren uit zijn bestiarium. Ze bijten allemaal terug en roepen ons ter verantwoording.

De taal van de glacioloog                  

Frank Westerman gebruikt geen wetenschappelijke taal en geen wetenschappelijke gegevens om over de klimaatverandering te schrijven. Dat doet glacioloog Peter Kuipers Munneke in ‘Alles smelt’ wel – en dan wel zeer gedetailleerd – wanneer hij het in zijn boek over Groenland heeft. Hij schrijft daarin dat het eiland sinds de eeuwwisseling netto gemiddeld rond de 280 gigaton ijs per jaar verliest. Dat is intussen ongeveer vijf biljoen ton water van het eiland dat in zee stroomt en dat geeft 1,3 centimeter zeespiegelstijging wereldwijd, van de kust van New York tot op het strand van Katwijk. Zeggen die cijfers (280 gigaton of 2.800.000.000.000 ton ijs!) meer dan zijn onrechtstreekse benadering van het probleem? Wat maakt het meeste effect: platgeslagen worden door cijfers of door een Westerman die in de huid van een ijsbeer probeert te kruipen om een tragedie bloot te leggen?

Westerman en Latour

Westermans als waterbouwkundig ingenieur heeft tijdens zijn studies voornamelijk geleerd dijken te bouwen naar het voorbeeld van de afsluitdijk van 30 kilometer lang en die van de Zuiderzee een binnenmeer heeft gemaakt, maar daardoor de doorgang van de lange palingroute heeft verstoord. Misschien heb ik voor de verkeerde zaak gestreden, vraagt hij  zich af. Als mijn vroegere idealisme om water tegen te houden achterhaald is, wat schortte er dan aan, een generatie geleden? En daarvoor komt hij onder meer terecht bij de Franse filosoof Bruno Latour, die de gevestigde politieke arena wil vervangen door een parlement des choses. Die gedachtegang is niet aan Frank Westerman  besteed. Hij noemt zich op dat vlak eerder oldskool. Hij steekt op zijn onovertroffen manier de draak bij het werk van studenten en promovendi van de universiteit van Groningen bij  de aanleg van een nieuw zeegrasveldje in de Waddenzee. ‘Zoals ze daar staan, met gekromde ruggen in kuitdiep water, lijken ze bezig met een seculiere boetdoening onder de blote hemel. Het toont een taferereel van een groepje verdrevenen uit de Hof van Eden, die al zwoegend in doorweekte T-shirts het paradijs willen herscheppen.’ (p. 167) Ook dat soort zinnen is ook Westerman ten voeten uit. Westerman volgt inderdaad dat de dieren terugbijten voor de ecologische gevolgen voor hun natuurlijk habitat, maar hij bijt ook terug wanneer hij vindt dat figuren als Latour en zijn volgelingen daarin te ver gaan. ‘En de afsluitdijk afbreken? Dit is kolder. Een paar regenpijpen erdoorheen zou moeten volstaan’ En dat is ook een uitspraak van de scepticus Westerman op zijn best, die met dit boek alweer een fameus visitekaartje aflevert. Zijn zoveelste.

 

Print Friendly, PDF & Email

Laatste bijdrages

Lithiummijnen in Europa, niet in mijn buurt

Neveneffecten van de transitie In het Franse departement Allier loopt een openbaar onderzoek naar de ontginning van een grote lithiummijn. De weerstand is groot. Die was zeker even groot…

Print Friendly, PDF & Email

Israëlisch parlement verwerpt toekomstige Palestijnse staat

De Knesset, het Israëlische parlement, heeft met een overweldigende meerderheid een resolutie aangenomen die de oprichting van een Palestijnse staat afwijst. “De vestiging van een Palestijnse staat in het…

Print Friendly, PDF & Email

Macronie zet links een neus

De vier partijen van het Nouveau Frot populaire (NFP) waren het dan toch eens geraakt over een gezamenlijke kandidaat voor het voorzitterschap van de Nationale Assemblée. Als grootste blok…

Print Friendly, PDF & Email
India. De Onzichtbare Gigant

You May Also Like

×