Wat we kunnen doen met de resultaten van de G20?

Het begin van een nieuw tijdperk’ of oude wijn in nieuwe zakken’? De meningen lopen uiteen in het beoordelen van de recente top van de 20 rijkste landen in Londen (2 april 2009). Hoewel, aan, de linkerzijde van het politieke spectrum zijn de meningen overwegend negatief. Dat kan ook moeilijk anders, aangezien de verwachtingen hoog gespannen waren. En van de huidige rijke landen kan men moeilijk verwachten dat ze een socialistisch programma bepleiten. De goedgekeurde tekst is inderdaad ontgoochelend. Maar tegelijk zitten er een aantal punten in die sociale bewegingen nuttig kunnen gebruiken om verder te werken aan hun eisenpakket.

Ik wil in dit artikel drie punten bespreken: de legitimiteit van de G20, de belangrijkste tekortkomingen in de resultaten van de vergadering en de positieve punten die sociale bewegingen verder kunnen gebruiken.

De legitimiteit van de G20

Voor sommigen heeft de G20 geen enkele legitimiteit omdat enkel de gezamenlijke VN-lidstaten (de G-192) beslissingen kunnen nemen voor de hele wereldgemeenschap. Dat klopt als een bus, hoewel het toch genuanceerd moet worden. In de internationale politiek is het moeilijk om met zuivere principes te werken als men ook een minimaal resultaat wil behalen. De G20 is zonder meer een vooruitgang in vergelijking met de G7 of met de G8, een clubje van enkel rijke landen. Zij hebben natuurlijk zoals iedereen het recht om te vergaderen, en daarom is het moeilijk te stellen dat ze niet ‘legitiem’ zouden zijn. Of hun beslissingen voor de rest van de wereld even legitiem zijn, is een andere zaak. Hier speelt enkel het recht van de sterkste, wat zij beslissen en wat zij doen is moeilijk aan te vechten door partners die veel zwakker staan. Maar uiteraard is het makkelijker om met 7 of 8 en zelfs met 20 iets te beslissen dan met 192. Het klopt zonder meer dat voor een democratisch wereldbestuur alle lidstaten van de VN zich moeten kunnen uitspreken. Maar wie een snelle en efficiënte besluitvorming even belangrijk vindt in tijden van crisis, zal kunnen leven met deze G20.

Bijzonder problematisch in de samenstelling van deze G20 is echter de rol van de Europese Unie. Vier grote lidstaten van de EU zijn ook lid van de G20 (VK, Frankrijk, Duitsland, Italië). Daarnaast werden ook Spanje en Nederland aanvaard. Op de vergadering in Londen waren ook de fungerend voorzitter van de Raad (Tsjechië), de voorzitter van de Europese Commissie en de voorzitter van de Europese Centrale Bank aanwezig. Men ziet meteen dat het vrij moeilijk is om uit te maken wie hier voor de Europese Unie spreekt en mocht het de voorzitter van de Raad zijn, of zijn stem wel opweegt tegen die van grote landen als Frankrijk en Duitsland. Dat verzwakt meteen het standpunt van de EU, terwijl tegelijkertijd die EU een overmatig groot gewicht in de schaal legt. Het geeft meteen ook aan hoe moeilijk het is de internationale instellingen te hervormen. Want één stem geven aan de EU, net zoals aan de VS of aan Rusland of aan andere landen, betekent stemmen afnemen van grote landen die dat niet zo graag zien gebeuren. Het aanstellen van een permanent voorzitter van de Raad, zoals gesteld in het nieuwe Verdrag van Lissabon lost deze problemen niet op. Of met andere woorden, hoe graag we het IMF en de Wereldbank ook willen hervormen en democratiseren, ik vermoed dat ook aan de linkerzijde de meningsverschillen over dit punt groot zijn.

Wat werd er beslist?

Deze G20 heeft geenszins een eind gemaakt aan de crisis. Wel is het mogelijk dat dit het begin inluidt van een ernstige aanpak van de zwaarste uitwassen van het neoliberale kapitalisme. Een aanpak van de fiscale paradijzen, een begin van regulering van de financiële markten en van de ‘rating agencies’, een aanpak van de waanzinnig hoge verloningen in de financiële sector. Dat heeft echter weinig met de crisis zelf te maken die structurele oorzaken heeft. Daar wordt met geen woord over gerept en daar wordt dus ook niets aan gedaan.

Het is zeer positief dat de fiscale paradijzen worden aangepakt, maar het is zeer teleurstellend dat enkel hun ‘gebrek aan medewerking’ wordt gelaakt in fraudedossiers. Het betekent dat alle ‘legale’ middelen die ze gebruiken om multinationals te helpen belastingen te ontwijken, verder worden gedoogd. Zogenaamde ‘off-shore’ centra hebben momenteel naar schatting 11.500 miljard Dollar in deposito en een groot gedeelte daarvan is ‘zwart geld’. Off-shore centra worden ook gebruikt door multinationals om in alle legaliteit winst te boeken met minimale of helemaal geen belastingen. Bananen bijvoorbeeld doen – op papier – 8 verschillende landen aan vooraleer op het bord van de consument in West-Europa te belanden(1). Wie twijfelt er aan dat deze praktijken snel kunnen ophouden als de rijke landen dat zouden willen? Trouwens, de grootste fiscale paradijzen liggen de in EU zelf, zoals de City of Londen en Luxemburg.

Even teleurstellend is alles wat met het IMF en de Wereldbank heeft te maken. Van de 1.100 miljard dollar die ter beschikking wordt gesteld, gaat 1.000 miljard via het IMF, precies de instelling wiens beleid de afgelopen decennia hopeloos heeft gefaald. Zoals Stiglitz herhaaldelijk heeft aangetoond, is het IMF een deel van het probleem en niet van de oplossing. Dat er bijzondere trekkingsrechten worden vrij gemaakt is bijzonder positief maar komt erg veel te laat. En de hervorming die voor IMF en Wereldbank in het vooruitzicht wordt gesteld moet nog concreet worden gemaakt. De enige hervorming die voor de linkerzijde aanvaardbaar kan zijn, houdt een eind in van het vetorecht van de VS en van het overgewicht van de EU-lidstaten. Het is zeer de vraag of dat zal gebeuren.

Tenslotte moet worden opgemerkt dat er géén nieuw geld komt voor een economisch relanceplan, het zijn hier enkel de nationale plannen waar naar verwezen wordt en dat is een gemiste kans. Welk gedeelte van het geld naar de armste landen zal gaan is onduidelijk, volgens sommigen nauwelijks 5 % van de 1.100 miljard Dollar, ook al beloven de G20 dat ze de millenniumdoelstellingen blijven nastreven. Maar dat betekent niet meer dan de al dertig jaar lang beloofde ‘0,7 %’ ontwikkelingshulp. Iedereen weet ondertussen dat de millenniumdoelstellingen niet zullen gehaald worden en dat de huidige crisis de armoede alleen maar zal doen toenemen.

Een tikkeltje hoop

De resultaten van de G20 in Londen bevatten niets waar de linkerzijde zich echt kan over verheugen. Dit is niet het einde van het kapitalisme, dit is niet het einde van het neoliberalisme. Hiermee kan hooguit een eind worden gemaakt aan het ‘duistere gezicht’ van de mondialisering, aan de uitwassen en de misbruiken. Niets wijst er op dat het economisch beleid een andere richting uitgaat.

Toch kunnen we niets anders dan zoeken naar wat ons hoop geeft en naar wat ons kan helpen om verder te werken aan ‘een andere wereld’. Dat zijn drie elementen.

Ten eerste is alles wat wordt gezegd over regulering, toezicht, fiscale paradijzen en dergelijke, ook een bekentenis van de machthebbers dat dit systeem grondig fout zit. Dat element kan door sociale bewegingen worden aangegrepen om verder te pleiten voor een grondiger hervorming, voor een grondige democratisering van de internationale financiële instellingen, voor een opwaardering van de VN, waar overigens een veel beter programma in de steigers staat dan wat de G20 heeft geproduceerd. Er kan en moet ook gepleit worden voor een rechtvaardiger fiscaliteit.

Ten tweede wordt ook in de tekst van de G20 aandacht gevraagd voor nieuwe banen en impliciet worden de resultaten van de ‘sociale top’ van de G8 in Rome goedgekeurd. Daarin wordt gesteld dat de werknemersrechten niet mogen worden aangetast en dat het sociaal en het economisch beleid erop gericht moeten zijn werkloosheid te vermijden. Er wordt verwezen naar het ILO (Internationaal Arbeidsbureau) en het mandaat dat de instelling heeft gekregen om aanbevelingen te formuleren, samen met andere internationale instellingen, over een minimum mondiale consensus voor ‘duurzame economische activiteit’. Daarin zitten ook de fundamentele arbeidsnormen van de ILO die weliswaar een absoluut minimum vormen maar lang niet overal gerespecteerd worden. Pleiten voor nieuwe banen en werknemersrechten houdt ook in dat kan gepleit worden voor een groen sociaal pact dat de economie een andere, ecologische en sociaal duurzame richting uitstuurt.

Tenslotte wordt alvast 50 miljard Dollar uitgetrokken voor steun aan o.m. sociale bescherming in de armste landen. Dat de tekst weliswaar spreekt over de zeer beperkte millenniumdoelstellingen, maar tegelijk over ‘sociale bescherming’ (§ 25) en over ‘inkomensondersteunende maatregelen’ (§ 26) is zeer vernieuwend. Het zet de deur op een kier om verder te werken aan sociale rechtvaardigheid die veel verder reikt dan de bestrijding van extreme armoede maar ook de ongelijkheid kan aanpakken.

Toegegeven, het zijn strohalmen. Maar strohalmen kunnen gebruikt worden om zich aan vast te klampen en van daaruit te werken aan meer en om uiteindelijk de machtsverhoudingen te doen veranderen. In elk dominant vertoog moeten beloften worden gemaakt om de boodschap aannemelijk te maken voor wie uiteindelijk toch de rekening zal moeten betalen, dit zijn de gewone mensen. Juist deze beloften kunnen telkens opnieuw worden gebruikt om nieuwe eisen te stellen en nieuwe beloften af te dwingen. Niet om tevreden te zijn met een aalmoes, wel om te nemen wat we krijgen en te eisen waar we recht op hebben. De afgelopen decennia zaten de sociale bewegingen in het defensief, er werd niet naar hen geluisterd. Vandaag zijn de machthebbers bang, ze weten zeer goed wat ze hebben aangericht en ze weten dat ook gewone mensen dat weten. Deze kans moet daarom worden gebruikt om nieuwe rechten af te dwingen, om recht te maken wat de afgelopen decennia werd krom getrokken, om ‘een andere wereld’ met ‘een andere economie’ af te dwingen.

Dit is een enorme uitdaging voor de linkerzijde. Maar nooit eerder lagen de kaarten zo goed. We moeten gebruik maken van elke strohalm die we hebben, gebruik maken van de zwakheden in het discours van onze tegenspelers, gebruik maken van onze verbeeldingskracht en van alle mooie principes die we de afgelopen jaren toch zelf naar voren hebben geschoven: een andere economie, sociale en economische rechten, participatieve en economische democratie, gendergelijkheid, respect voor verscheidenheid. Het klinkt gewoon, maar is heel subversief. Het betekent ook: ophouden met enkel kritiek te geven en dringend beginnen met vernieuwende eisen te stellen op zo’n manier dat men niet anders kan dan er naar luisteren.

(Uitpers, nr. 109, 10de jg., mei 2009)

(1) Voor details over dit en vele andere voorbeelden, zie F. Mestrum & M. Kohonen, Tax Justice. Putting Global Inequality on the Agenda, Londen, Pluto Press, 2008.

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 63 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook