Wat na de oorlogsmisdaden in het Oekraïense Boetsja?

De vreselijke beelden in Boetsja, een voorstad van Kiev, maken eens te meer duidelijk waarom oorlogen ten alle prijze moeten vermeden worden. Oorlogsmisdaden zijn een bijproduct van oorlogen, zoals die zijn gedocumenteerd in Congo, Joegoslavië, Tsjetsjenië, Afghanistan, Irak, Syrië, Libië, Palestina, Myanmar,… en nu dus opnieuw in Oekraïne. Oorlogen verlopen niet volgens Hollywood scripts maar ontsporen vanop tactische tekentafels in militaire hoofdkwartieren naar een gruwelijke wrede logica op het terrein.

Rusland ontkent, maar uit satellietbeelden blijkt dat verschillende lichamen van slachtoffers al een tijdje verspreid lagen in de straten van de voorstad op het ogenblik dat de Russische troepen er de controle over hadden. Van een aantal slachtoffers waren de handen geboeid, wat erop wijst dat ze standrechtelijk zijn geëxecuteerd. Er is veel speculatie over hoe en waarom. Zoals de vraag waarom Russische troepen zelfs geen moeite deden om deze oorlogsmisdaden te verbergen, gegeven dat dit voorspelbaar zou leiden tot een nog harder internationaal optreden tegen Moskou. Een van de vele mogelijke verklaringen is dat het om een wraakactie ging omwille van zware verliezen bij de eerste Russische mislukte pogingen om de voorstad in te nemen. Sommige bronnen hebben het over de aanwezigheid van troepen van Tsjetsjeens president Kadyrov, die een bedenkelijke reputatie hebben van grove mensenrechtenschendingen in de Kaukasische autonome deelrepubliek van de Russische federatie. Onderzoek zal meer informatie moeten verschaffen over de ware toedracht van de feiten, het waarom en de verantwoordelijken van de wreedheden die begaan zijn in Boetsja.

Het staat vast dat het Russische leger zich te buiten gaat aan belegeringstactieken met meedogenloze aanvallen op dichtbevolkte gebieden, verstoringen van basisvoorzieningen en het uithongeren, mishandelen en doden van burgers.

Of het nu om gefrustreerde, gedemoraliseerde, slecht getrainde troepen gaat of gewoon een uiting is van brutaal routineus militair optreden, wat wel vaststaat is dat het Russische leger zich te buiten gaat aan belegeringstactieken met meedogenloze aanvallen op dichtbevolkte gebieden, verstoringen van basisvoorzieningen en het uithongeren, mishandelen en doden van burgers. Amnesty International verzamelde daarenboven bewijzen dat het Russische leger clustermunitie heeft ingezet in stedelijke gebieden.

De beelden van Boetsja kwamen paradoxaal genoeg aan het licht als gevolg van de Russische aankondiging tijdens onderhandelingen in Istanboel, dat Moskou zijn troepen zou terugtrekken rond Kiev en Charkiv, als een ‘geste van goodwill’. Wat wellicht een diplomatiek charmeoffensief moest worden, liep uit op een diplomatieke ramp voor Rusland. Ook al weten we dat de Russische terugtrekking veeleer een gevolg is van het weinig succesvol verloop van het offensief in Oekraïne om zo de troepen doelgerichter in te zetten in het zuidoosten van het land, waar de Russischtalige minderheden van Oekraïne zijn geconcentreerd.

Oorlog in een nieuwe fase

Wat in Boetsja is gebeurd heeft een impact hebben op de internationale reacties en het verder verloop van de oorlog. De oorlog is een nieuwe fase ingegaan, met als inzet de zuidelijke regio van Oekraïne, in de Russische terminologie ‘Nieuw Rusland’. De Europese Unie kondigde meteen nieuwe sancties aan. De kansen op een diplomatieke uitweg lijken verder verkleind. Zowel internationaal als bij de Oekraïense bevolking zal meer dan tevoren de overtuiging heersen dat de Russische troepen moeten verslagen worden en via militaire weg het land moeten uitgedreven worden. In het Westen zullen zij die oproepen voor nog hardere sancties, meer wapens en zelfs een militair optreden tegen Moskou zich gesterkt voelen in hun positie.

De discussie over het leveren van ‘defensieve’ of ‘offensieve’ wapens lijkt in een aantal Oost-Europese NAVO-lidstaten alvast beslecht. Tsjechië kondigde aan om oude T-72 Sovjettanks en artilleriegeschut te leveren. Er is speculatie dat ook Polen zal volgen met tientallen tanks, nadat een paar dagen geleden bekend raakte dat Warschau een akkoord heeft gesloten met Washington voor de aankoop van 250 Abramstanks ter waarde van 4,75 miljard dollar. Een neveneffect is dat de oorlogsindustrie goed verdient aan deze oorlog.

De bewering van de Oekraïense minister van Buitenlandse zaken Koeleba dat “hoe sneller de wapens geleverd worden, hoe meer levens er zullen gered worden en hoe meer vernielingen zullen vermeden worden’ zou wel eens op een gevaarlijke illusie kunnen uitlopen. Het Russische leger heeft dan wel niet de slagkracht waarvoor de NAVO altijd heeft gewaarschuwd, maar het heeft nog voldoende reserves om zelfs een goed gewapend Oekraïens leger te weerstaan als het in het defensief wordt gedwongen. Daarbij kan het rekenen op de geharde nationalistische strijdkrachten van de Donbass-regio die met enkele tienduizenden zijn. Zij zijn, anders dan de meeste Russische troepen, gemotiveerd om desnoods tot het bittere einde te vechten om hun ‘republieken’ te verdedigen. Laat ons niet vergeten dat het conflict in Oekraïne begonnen is in de Donbass-regio, waar het al acht jaar aan de gang is met naar schatting 14.000 slachtoffers.

Een zware prijs van een aanslepende oorlog

Het is een dilemma, Oekraïne heeft het recht om zich te verdedigen. Maar als de oorlog op het slagveld beslecht wordt, kan dat langdurig geweld met zich meebrengen met veel extra slachtoffers en de verdere vernietiging van steden en infrastructuur.

Als de oorlog op het slagveld beslecht wordt, kan dat langdurig geweld met zich meebrengen met veel extra slachtoffers en de verdere vernietiging van steden en infrastructuur.

Het aanslepen van de oorlog zal radicaalnationalistische krachten wind in de zeilen geven. Aan beide kanten. Wat als strijdkrachten van het openlijk Neo-Nazistische Azov-bataljon, dat zijn militair hoofdkwartier in Mariupol heeft opgetrokken en zich inmiddels goed heeft weten te bewapenen, oprukken in de Donbass-regio? Wat zal er gebeuren met Russisch gezinde ‘collaborateurs’? Of aan de andere kant: als de oorlog in ‘Nieuw Rusland’ slecht afloopt voor Moskou, wat zal dan de reactie zijn van het Kremlin met aan het hoofd een president die zich in de hoek gedrumd voelt. In extremis kan dit de oorlog in de gevaarlijkste fase brengen: het inzetten van tactische kernwapens op het slagveld en daarmee een wagenwijde open deur voor een echte kernwapenoorlog.

Een politieke uitweg is dringend noodzakelijk

Om te vermijden dat de oorlog verder degenereert en escaleert is het meer dan nodig dat er (verder) wordt onderhandeld, ja, ook met Poetin. Nu lijken de diplomatieke deuren zich te sluiten door vooral in te zetten op wapenleveringen, sancties en het uitzetten van honderden diplomaten. Het is daarentegen opvallend rustig op de diplomatieke lijn tussen Washington en Moskou, waar een deel van de politieke oplossing zit. Hoe dan ook moet er een compromis gevonden worden tussen Kiev en de republieken Lugansk en Donetsk die zichzelf onafhankelijk hebben verklaard.

Het is opvallend rustig op de diplomatieke lijn tussen Washington en Moskou, waar een deel van de politieke oplossing zit.

En dat brengt ons terug naar de Minsk-akkoorden van 2015 die streefden naar een of andere vorm van autonomie. Kiev leek, tot voor kort althans, akkoord te willen gaan met een neutrale status in ruil voor veiligheidsgaranties. Als beide partijen de nationalistische logica wat laten vieren en de consequenties van een aanslepende oorlog in ogenschouw nemen, dan kan er ruimte ontstaan voor onderhandelingen en een politiek akkoord. Maar daarvoor moeten de geesten in alle kampen eerst demilitariseren.

Deel dit artikel

Visited 284 Times, 3 Visits today

Tags :
Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook