Washington zoekt de weg naar Teheran

Washington zit in het “nieuwe Midden Oosten” tot over zijn oren in de problemen. Niets verloopt naar wens. De allernaaste bondgenoot, Israël, kreeg in Libanon een opdoffer van de Hezbollah. In Irak wordt het fiasco met de dag duidelijker. Iran legt alle ultimatums naast zich neer. En wat verderop, in Afghanistan, loopt ook niets zoals gewenst. Duurbetaalde ‘denktanks’ komen tot een conclusie die anderen met gezond verstand of minder oogkleppen al lang hadden getrokken: misschien kan Washington toch beter zoete broodjes bakken met Iran, een van de sterkste machten van de regio.

Iran is na het Israëlisch debacle van deze zomer in Libanon vaak als de grote winnaar van deze oorlog bestempeld. Alsof de zege van de Hezbollah het werk van Iran was. Maar dat Iran er diplomatiek sterker uitkwam, is natuurlijk. Zoals het ook, zonder zelf iets te doen, garen spint bij de crisissen in Irak en Afghanistan. De verzwakking van de Amerikanen in de regio, versterkt vanzelf de Iraanse positie.

Niet vergeten

In Washington zijn ze niet vergeten dat Iran onder het bewind van de sjah als de grote sterke pijler van het Westen in de regio werd beschouwd. De val van de sjah begin 1979 werd door de Amerikaanse regering als een zeer groot verlies gezien. Om de vernedering nog groter te maken, omsingelden ‘revolutionaire wachten’ de Amerikaanse ambassade en gijzelden het personeel. Het was wel merkwaardig dat het regime de toenmalige Amerikaanse president Jimmy Carter in volle verkiezingscampagne (1980) vernederde en zo bijdroeg tot de zege van de conservatieve Republikein Ronald Reagan. Die kreeg als cadeau na zijn zege de vrijlating van de gegijzelden.

Het bleef daar niet bij. Onder Reagan liet Washington in het geheim Amerikaanse wapens verkopen aan ‘aartsvijand’ Iran om met dat geld de contra’s (de contrarevolutionairen) van Nicaragua te financieren. Het werd het zogenaamde ‘Iran-Contra’ schandaal waarvoor geen topkoppen rolden.

Ook dat zijn ze in Washington allicht niet vergeten. In Teheran zijn nog altijd dezelfde gezindheden aan de macht, in Washington ook, nu de neocons wat plaats moeten maken voor “pragmatici”. Het is wel geen toeval dat ze iemand als James Baker, gewezen Staatssecretaris, belastten met het zoeken naar een uitweg. De man heeft bijzonder goede contacten met de meest conservatieve Arabische kringen, vooral dan de oliekringen. Baker is iemand die weinig gehinderd wordt door ideologische beschouwingen, maar vooral zakelijke belangen voor ogen heeft.

Wederzijds belang

Die zakelijke belangen zouden nu best kunnen samenvallen met de politieke en diplomatieke belangen van Washington. Waarom geen toenadering zoeken tot Teheran? Er zijn de jongste tijd trouwens al meerdere pogingen geweest om discreet met Teheran te onderhandelen. Bush gaf Condoleeza Rice vorig jaar de vrije hand om rechtstreeks met Iran te praten, maar Teheran ging niet in op de voorwaarde dat het dan voor onbepaalde tijd zijn programma voor de verrijking van uranium moest stopzetten. Er waren evenwel rechtstreekse contacten. En onlangs stond Bush op advies van Rice toe dat de voormalige Iraanse president Khatami een visum voor de VS kreeg om er een reeks conferenties te houden.

In Teheran zijn er ook genoeg bereidwillige gesprekspartners voor de Amerikanen. Het zou natuurlijk iets gemakkelijker zijn geweest hadden de Iraanse kiezers voor Rafsanjani in plaats van Ahmadinejad gekozen, die man stond veel inschikkelijker tegenover de VS. Met de huidige president ligt het moeilijker. Maar Washington moet dringend een uitweg uit de impasses zoeken en het ligt voor de hand dat Iran daar kan bij helpen.

Teheran heeft de Amerikaanse oliebelangen wel een en ander te bieden. Niet alle Amerikaanse en Europese oliekringen zijn er gelukkig mee dat er vanuit de Kaspische Zee een zeer dure pijpleiding via Azerbeidzjan, Georgië en Turkije moest worden aangelegd om Iran te omzeilen. Idem voor de olie en aardgas uit Turkmenistan en Kazachstan. Die zou veel eenvoudiger via Iran naar de olietankers kunnen. De vroegere veiligheidsadviseur van Carter, Brzezinski, heeft daarover in de jaren 1990 al onderhandeld. Het alternatief is immers een pijpleiding via Afghanistan naar Pakistan, wat nu toch ook niet de meest evidente route is.

Andere troeven

In ruil daarvoor willen machthebbers in Iran dat Washington de regionale rol van Iran in de regio erkent. Iran heeft buiten zijn eigen energierijkdommen en zijn gunstige ligging voor energieroutes, veel andere troeven, vooral geopolitieke.

Iran heeft nu eenmaal veel invloed in Afghanistan, Irak en Libanon. In Afghanistan is er de goede relatie met de Hazara’s, in meerderheid sjiieten, en is er de etnische verwantschap met de Tadzjieken die in de strijd tegen de Taliban op Iraanse steun konden rekenen. Iran heeft zeker niets te winnen bij een opmars van die soennitische Taliban die vooral uit Pathanen bestaan. Iran en de VS hebben hier deels gezamenlijke belangen.

In Libanon komen de bondgenoten van Iran, de Hezbollah, als de grote overwinnaars uit de slag met Israël. Al zijn die Hezbollah veel autonomer dan de Amerikaanse en Israëlische regeerders het voorstellen, Iran heeft hier hoe dan ook via de Hezbollah sterk aan prestige en invloed gewonnen binnen de Arabische wereld. Washington kan dat verder trachten te negeren, maar ook in Amerikaanse conservatieve kringen gaan er meer en meer stemmen op om Irans positie als belangrijke regionale mogendheid te erkennen.

In Irak ligt de situatie zeer gecompliceerd. Niet alle sjiïtische groepen staan op goede voet met Iran. Maar het Iraans regime zit zeker niet te wachten op een revanche van Saddams aanhang of van soennitische fundamentalisten. In Washington zijn er meer en meer conservatieven die in Iran een mogelijke stabiliserende factor zien. Dat erkennen betekent natuurlijk ook dat men aanvaardt dat Iran een grotere rol in de regio speelt.

EUH?

Even terzijde: Onze gewezen minister van Buitenlandse Zaken, Eyskens, heeft wel een eigen kijk op de zaak. In De Zevende Dag (tv1, zondag 22 oktober) had hij het over Iran dat de opstandelingen in Irak bewapent… Op de opmerking dat Bush drogredenen aanvoerde voor de oorlog in Irak, antwoordde Eyskens dat Al Qaida toch wel in Irak zit, eraan voorbijgaand dat Saddam ze buiten hield en de Amerikanen ze aanlokten. De VRT blijft dit soort “specialisten” aanvoeren.

En de EU, werd gevraagd. Terwijl het gonst van de geruchten dat Javier Solana zal aftreden na zijn mislukte tussenkomst in de nucleaire kwestie met Iran, wist Eyskens te vertellen dat de EU toch nog een belangrijke bemiddelende rol kan spelen. Maar waarom zou Teheran de EU ernstig nemen als het ziet hoe die Europese Unie en haar regeringen slippendragers van Washington zijn?

Zeker, er zijn enkele nuances, de Poolse regeerders zijn vel ijveriger dan bijv. de Fransen en de Belgen. Maar als we zien hoe hypocriet de meeste regeringen waren over het transport van “terreurverdachten” op hun luchthavens en boven hun grondgebied, kunnen ze ook in Teheran alleen maar tot de conclusie komen dat contacten met de EU in grote mate tijdverlies zijn en dat men beter rechtstreeks de bazen in Washington contact geert.

(Uitpers, nr. 80, 8ste jg., november 2006)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 72 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook