Washington voert uitzichtloze oorlog

Op 7 oktober begonnen de Verenigde Staten hun oorlog tegen Afghanistan uit wraak voor de aanslagen van 11 september in New York en Washington van islamitische fundamentalisten. Vier weken later is er geen uitzicht op enig resultaat. Het Taliban-regime zit nog stevig in het zadel. Van Osama Bin Laden, zo gaf ook de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld toe, geen spoor. Meer nog, van een echte coalitie tegen "het terrorisme" is geen sprake. Integendeel, de oude alliantie tussen de VS en Saoedi-Arabië staat op springen.

Washington lijkt aan een avontuur te zijn begonnen dat tot een nieuw Vietnam kan leiden. Om het gedeukte imago van enige supermogendheid te herstellen heeft het actie ondernomen zonder goed na te denken. Bewijzen dat Osama Bin Laden achter de aanslagen op het World Trade Centrum in New York en op het Pentagon in Washington zit, hebben de Amerikanen nog altijd niet geleverd. In plaats van in Afghanistan lijkt het complot eerder gesmeed in Saoedi-Arabië: veertien van de negentien vliegtuigkapers zijn uit dat land afkomstig.

Pakistan onderhield de beste relaties met de Taliban en met de Arabische modjaheddin in Afghanistan. Zowat in alle Europese landen zijn inmiddels islamistische cellen ontdekt. Zowat overal kunnen de aanslagen zijn beraamd. Er is nu eenmaal een internationale islamistische beweging, die zo niet door het Westen is opgericht, dan toch door dat Westen is aangemoedigd, getraind en bewapend.

Om opportuniteitsredenen is één van de islamisten, Osama Bin Laden, tot grote boeman uitgeroepen: een oorlog tegen iemand met een gezicht is gemakkelijker te verkopen dan een oorlog tegen ongrijpbaar anoniem terrorisme. De man houdt zich bovendien schuil in Afghanistan, waar een fundamentalistisch regime – dat aan de macht is gebracht door de VS, Pakistan en Soedi-Arabië – de plak zwaait en dat, om het zacht uit te drukken, een slechte pers heeft in het Westen zodat een oorlog ertegen op veel begrip kan rekenen. Meer nog, het land bekleedt een sleutelpositie wat betreft de exportroutes voor olie en gas uit Centraal-Azië. Een pro-Amerikaans regime en Amerikaanse basissen ter plekke zouden Washington bijzonder goed uitkomen.

Fragmentatiebommen

Er is echter geen rekening gehouden met een aantal factoren. In de eerste plaats de geografische positie van Afghanistan en de aard van het terrein. De bombardementen hebben volgens getuigen ter plaatse in het land dat al 22 jaar lang in oorlog leeft, maar weinig supplementaire schade kunnen aanrichten aan de reeds lang verwoeste infrastructuur. Zoals gewoonlijk zijn de burgers het slachtoffers. "Per vergissing", zo wil men doen geloven, zijn dezelfde opslagplaatsen met hulpgoederen van het Rode Kruis tweemaal gebombardeerd. En ook fragmentatiebommen, die bedoeld zijn om zoveel mogelijk mensen te doden, zijn gebruikt. Wat de beweringen tegenspreekt dat men de burgerbevolking zoveel mogelijk probeert te sparen.

Een eerste Amerikaanse poging troepen te land in te zetten is op een fiasco uitgelopen. De elitesoldaten moesten snel de benen nemen en zeker één van hun helikopters werd neergehaald. Tot hun verbazing bleken de Taliban-strijders geduchte krijgers die zonder vrees hun aanvallers onder vuur namen

Het tijdstip waarop president George Bush jr. zijn actie begon is ook niet al te verstandig. De winter komt er aan en dan zijn acties te land zo goed als uitgesloten. Bovendien begint half november de ramadan, de islamitische vastenmaand. Oorlogvoering in die maand kan de al sterke anti-Amerikaanse gevoelens in de islam-wereld – in de eerste plaats in het onontbeerlijke Pakistan – alleen maar versterken en de "anti-terrorisme-coalitie" slechts ondermijnen.

Achterdochtige bondgenoten

De vraag is of er zo’n coalitie is. Iedereen heeft "ja" gezegd tegen de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme. Van Russen over Chinezen en Iraniërs tot de (ex?)bondgenoten van de Taliban zoals Pakistan en Saoedi-Arabië. Maar dat is geen "ja" tegen de doelwitten en de manier van oorlogvoeren van Washington noch wat betreft de veronderstelde doeleinden van de Amerikanen. Washington probeert onder het mom van terrorismebestrijding een vrijbrief te krijgen voor optreden waar ook ter wereld. Irak is al meerdere keren met name genoemd als volgende doelwit. Sommige Amerikaanse regeringskringen dringen aan op een definitieve afrekening met Saddam Hoessein. Vandaar dat wordt gepoogd de miltvuurbrieven aan het regime in Bagdad toe te schrijven. De buren van Irak zijn echter niet gelukkig met het idee van een Amerikaanse oorlog tegen Irak. En ook landen als Syrië, Jemen, Libië en Soedan staan op de Amerikaanse lijst van mogelijke doelwitten.

De Arabische landen tonen zich, ondanks hun verbale steun, uiterst sceptisch tegenover de Amerikaanse oorlog. Niet alleen omwille van de dreigementen tegen Arabische landen, maar vooral omwille van het feit dat er een "kruistocht" wordt gevoerd tegen moslims, zoals Bush jr. het uiterst ongelukkig uitdrukte. Dit terwijl Israël de vrije hand heeft om, met het geld en de wapens van de Verenigde Staten en van de Europese Unie, te moorden en te branden in de Palestijnse gebieden. Zelfs uiterst trouwe Arabische bondgenoten, om niet te zeggen vazallen, zoals Oman, Egypte en Saoedi-Arabië staan geen militaire acties tegen Afghanistan vanaf hun grondgebied toe.

Wahhabisme

De 50 jaar oude speciale relatie tussen Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten, die gebaseerd is op de nood aan bescherming van het koningshuis tegen binnen- en buitenlandse vijanden en op de behoefte aan hulp bij de olie-exploitatie, staat onder sterke druk. De Saoedische publieke opinie staat in grote meerderheid achter Afghanistan. Het Taliban-regime vertoont immers sterke trekken van de wahhabitische islam, die in Saoedi-Arabië de officiële leer is. Dankzij Saoedisch geld heeft het wahhabisme zich sedert de oorlog tegen de Sovjet-troepen in Afghanistan (1980-1990) verspreid in Afghanistan en Centraal-Azië.

Ook nemen de Saoedi’s het niet dat zij in de Amerikaanse pers voortdurend worden aangevallen in verband met de aanslagen van 11 september. Dat leidde tot een scherpe, en wat Saoedi-Arabië betreft uiterst ongewone publieke aanval van kroonprins Abdullah, de feitelijke heerster van het land. Tegenover een gehoor van ministers en hoofdredacteuren weet hij de aanvallen aan religieuze vooroordelen tegen de islam.

Ook de buren van Afghanistan – Iran, Pakistan en China – plus Rusland staan uiterst argwanend tegenover de Amerikaanse Afghanistan-plannen. De Iraanse leiders weten maar al te goed dat de oprichting van de uit Pathanen bestaande Taliban in 1994 en hun verovering van ruim 90% van Afghanistan ook een anti-Iraanse actie van Washington was. Teheran kan niet aanvaardden dat de Amerikanen een regime van stromannen in Kaboel zouden vestigen. Het wil geen Amerikanen in hun achtertuin. Geen wonder dat de Noordelijke Alliantie tegen de Taliban, voor een groot deel bestaande uit sjiieten en Iraanstaligen, ondanks de nieuwe militaire steun van Washington dan ook maar weinig vorderingen maakt in haar oorlog tegen de Taliban. Teheran staat duidelijk op de rem. En de in Iran gevestigde Afghaanse oppositieleider Hekmatyar kondigde al aan dat hij, samen met de Noordelijke Alliantie en ook met de Taliban de Amerikanen in Afghanistan wil bestrijden zoals destijds de Russen werden bevochten.

Pakistan heeft zijn strategie gebaseerd op de grootse Afghaanse bevolkingsgroep, de Pathanen, die ook in Pakistan zelf een belangrijke groep vormen. Door de zege van de minderheidsgroepen op de Taliban zou Islamabad zijn invloed in Afghanistan – en zijn toegangswegen naar het energierijke Centraal-Azië – verliezen. Alhoewel het omwille van zijn oud en broodnodig strategisch bondgenootschap met Washington – zonder hetwelk Pakistan een makkelijke prooi voor India zou zijn – ook nu lid is van de alliantie tegen het terrorisme, heeft Pakistan enorm veel te verliezen als zijn Pathaanse Taliban-beschermelingen zouden worden gewipt.

Energie-oorlogen

Het Rusland van president Poetin is al jaren in een strijd om de olie en het gas, van Centraal-Azië en de Kaukasus, en vooral over de uitvoerroutes ervan, verwikkeld. Eén van de redenen waarom Washington destijds de Taliban aan de macht hielp, was de mogelijkheid om de energiebronnen uit Centraal-Azië via Afghanistan en Pakistan naar zee te brengen. Waarbij Iran en Rusland buiten spel zouden worden gezet. Het voortduren van de burgeroorlog, dankzij steun van Iran en Rusland voor de oppositie tegen de Taliban, verhinderde de realisatie van de plannen voor de zuidelijke uitvoerroute. De Amerikaanse oorlog in Afghanistan lijkt een nieuwe poging en past in het kader van de andere "energie-oorlogen", in Tsjetsenië en de Balkan.1

China, dat in het Karakorum-gebergte, tussen Tadzjikistan en Pakistan, een korte grens heeft met Afghanistan, heeft ook volmondig "ja" gezegd aan de strijd tegen het terrorisme. Het acht zich het slachtoffer van de Taliban die in de olierijke provincie Xinjiang de Oeigoerse opstandelingen steunen. Maar Peking is er zich ook zeer goed bewust van dat een versterking van de Amerikaanse positie in Azië in de eerste plaats tegen China gericht is.2 Het wil niet van de regen in de drop komen.

Volgens sommige berichten zou China al moslim-soldaten naar Afghanistan hebben gestuurd om het Taliban-bewind te helpen in de strijd tegen de Amerikanen.

Washington moet er dus rekening mee houden dat het op het terrein wel eens een ruime coalitie tegen zich in het geweer kan krijgen.

(Uitpers, november 2001)

1 Zie over die problematiek: Michel Collon, Bluf Poker. De grootmachten, Joegoslavië en de komende oorlogen, EPO, 2000, blz. 130-137.

2 Zie Freddy De Pauw, VS azen ook op winst in Azië, in: Uitpers, oktober 2001.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 57 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook