Washington heeft belang bij opblazen Russische dreiging

Eind vorige week waarschuwde president Biden voor een Russische invasie die “elk ogenblik” kan plaatsvinden. “Amerikaanse burgers zouden nu moeten vertrekken” zo klonk het vanuit het Witte Huis, waarna het een deel van het diplomatiek personeel uit Kiev terugtrok. Meteen na deze alarmerende oproep namen ook Europese hoofdsteden hun toevlucht tot maatregelen gaande van het terugroepen van landgenoten, het verminderen van de diplomatieke aanwezigheid in Kiev, het schrappen van vluchten (KLM), het terugtrekken van Britse OVSE-waarnemers die toezicht houden aan het front in Oost-Oekraïne,… Niemand minder dan de Oekraïense president Zelensky toonde zich verbaasd over wat hij “paniekzaaierij” noemde en vroeg naar informatie om dat te staven.

Rusland als agressor

Moskou ontkent al wekenlang in alle toonaarden dat het een agressie plant tegen Oekraïne. Zopas heeft Rusland na intens diplomatiek overleg, aangekondigd dat het de eerste troepen heeft teruggetrokken uit de grensregio met de woorden: “Willen wij oorlog? Natuurlijk niet?” Desondanks reageert NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg dat “we geen enkel teken van Russische de-escalatie” zien en herhaalt hij het credo dat “alles nu in in gereedheid is voor een nieuwe aanval.”

Poetin beschuldigde het Westen twee weken geleden ervan om opzettelijk een scenario te creëren om een oorlog uit te lokken en Ruslands veiligheidszorgen over Oekraïne te negeren. De belangrijkste daarvan zijn heus niet zo moeilijk om tegemoet te komen. Een langdurig moratorium op de uitbreiding van de NAVO met een instabiel land dat weinig lidstaten sowieso bereid zijn op te nemen, kan als basis dienen voor een uitgebreid akkoord. Zo wordt alvast een gevaarlijk conflict tussen kernwapenmachten vermeden. De eis om NAVO-troepen terug te trekken uit de oostelijke zone kan in een deal worden verwerkt om van de Russen hetzelfde te vragen aan de andere kant van het betrokken grensgebied. De Russische eisen worden als onredelijk en (door de Britse krant The Guardian) zelfs als agressief bestempeld. Het hangt er natuurlijk vanaf van welke kant je dat bekijkt.

En zo zijn we al weken getuige van een zich steeds herhalend fenomeen: in tijden van oorlog is informatie een wapen en de waarheid het eerste slachtoffer. Is Poetin betrouwbaar als hij zegt dat er geen invasie op komst is? Dat vinden zijn tegenstanders alvast niet, zo blijkt nog steeds. Gezien de gespannen situatie is het inderdaad iets dat moeilijk 100 procent uit te sluiten valt. Een kleine vonk kan immers voldoende zijn om het wapengekletter alsnog te laten losbarsten. Maar als Poetin, zoals we ook dikwijls horen, effectief een sluwe strateeg is, dan lijkt het weinig waarschijnlijk dat hij zich in een duur oorlogsavontuur wil laten meeslepen. Oekraïne is inmiddels zo stevig bewapend en opgeleid, dat Moskou ook wel weet dat de Oekraïners zich zomaar gewonnen zullen geven. En zelfs als dat het geval zou zijn, dan is het weinig waarschijnlijk dat Rusland zo’n groot land langdurig bezet kan houden, gezien de grote te verwachten weerstand. Dit is niet de Krim, waar de meerderheid uit Russen bestaat en waarvan de annexatie zonder zware lokale militaire gevolgen kon gebeuren. Heeft Rusland bovendien belang bij een oorlog die niet alleen duur is maar ook de handel met Europa, waar het afhankelijk van is, in gevaar brengt? Als je alles optelt haalt Rusland eerder voordeel uit goede relaties.

VS-propaganda: een beproefd recept

Laat ons eens kijken aan de andere kant. Is Washington, dat eigenaardig genoeg de hoofdrol speelt in een Europees conflict, zoveel betrouwbaarder? Nog geen twintig jaar geleden voerde het een destabiliserende oorlog tegen Irak door zwarte propaganda en gefabriceerde bewijzen te gebruiken over zogenaamde ‘massavernietigingswapens’ (die nooit gevonden zijn). Washington was daarmee niet aan zijn proefstuk toe. Een compleet verzonnen getuigenis over de Iraakse moord op 15 couveusebaby’s na de Iraakse inval in Koeweit (1990), was een belangrijk argument voor verschillende senatoren om te beslissen dat het monsterlijke regime in Bagdad – dat even te voor in de oorlog tegen Iran nog de steun van Washington genoot –  een halt moest worden toegeroepen. Nog vroeger in de geschiedenis, vormde een verzonnen aanval op 4 augustus 1964 in de Golf van Tonkin de directe aanleiding voor massale luchtaanvallen op Noord-Vietnam en het begin van een langdurige bloedige oorlog. Enkele uit de vele voorbeelden tonen dat we ons best argwanend kunnen opstellen voor de huidige waarschuwingen uit Washington.

Russische relaties met Europa dwarsbomen

Washington heeft er immers belang bij om de Russische dreiging op te blazen. De spanningen spelen zich af in een gewijzigde internationale context met China als sterk opkomende macht en met een groeiend Russisch zelfbewustzijn om zich opnieuw te manifesteren als grootmacht. Een recent belangrijk NAVO-rapport omschreef beide landen als ‘systemische rivalen’ wat een centraal gegeven zal worden van het nieuwe strategische concept dat op de komende NAVO-top in Madrid (juni 2022) moet worden goedgekeurd. De VS zijn bezorgd over groeiende handelsrelaties en economische banden tussen Europa enerzijds en Rusland en China anderzijds. Sinds enkele weken weerklinkt de roep in Washington voor nieuwe sancties – vanuit het Witte Huis en vanuit het Congres – als reactie op de Russische militaire opbouw in en rond Oekraïne alsmaar luider. Dergelijke sancties kunnen gaan over grotere beperkingen op transacties met Russische financiële instellingen en Amerikaanse technologie-export of kunnen zich richten tegen de Russische energiesector, zoals de opschorting van Ruslands hangende Nord Stream 2-aardgaspijpleidingproject. In 2018 liet VS-minister van Buitenlandse Zaken, Rex Tillerson verstaan dat Washington zich verzet tegen de Nord Stream 2 pijpleiding omdat die “de Europese energieveiligheid zou ondergraven”. Dat hij op die post terechtkwam, was niet vreemd aan de internationale energiepolitiek van de VS. De VS exporteert zelf gas in de vorm van LNG naar Europa, maar die is duurder dan Russisch gas. Tillerson was net voor zijn aantreden tien jaar lang de CEO van ExxonMobil, dat zichzelf in de markt zet als “pionier van LNG”. Als Nord Stream 2 voltooid zou geraken kan dat de capaciteit van Russisch gas naar Duitsland verdubbelen, waar het nood aan heeft. Washington stelt dat Nord Stream 2 door Rusland voor politieke doeleinden kan ingezet worden. Washington doet evenwel exact hetzelfde door te dreigen met sancties tegen Nord Stream 2. Europa zou dan afhankelijker worden van gas uit de VS dat met een groeiende exportcapaciteit zit. Angela Merkel en Donald Trump sloten al een akkoord voor de bouw van een LNG havenfaciliteit ter waarde van 1 miljard dollar, maar het plan werd afgevoerd nadat verkiezingen in de VS en Duitsland andere machthebbers opleverden. Een sluiting van Nord Stream kan dat project nieuw leven inblazen.

‘Systemische rivalen’

Het strategische doel van de VS is om Europa weg te houden van de ‘systemische rivalen’ en Brussel economisch aan de VS te blijven binden, ook al betekent dat voor Europa in het geval van gas een hogere factuur. Het militair tromgeroffel zorgt ook voor een groeiende omzet van de machtige wapenindustrie die uitermate goede banden onderhoudt met het politiek establishment en elk jaar miljoenen doneert aan politici. Een agressief Rusland helpt de bestaansreden van de NAVO te legitimeren en duwt de lidstaten naar fel hogere militaire budgetten. De Europese Unie die streeft naar ‘strategische autonomie’, delft zelf het graf ervan.

Visited 601 Times, 3 Visits today

Tags :
Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook