Wapenwedloop in Zuid-Amerika

Over de periode 2003-2007 stond Zuid-Amerika voor slechts 5 procent van de internationale wapenhandel. Het importvolume aan wapens bedroeg nochtans 47 procent meer dan in de periode 1998-2002. De belangrijkste kopers zijn Chili, Venezuela en Brazilië. In september 2006 verklaarde de Costa Ricaanse president, Oscar Arias, dat Zuid-Amerika aan een nieuwe wapenwedloop was begonnen.

Het International Institute for Strategic Studies zei in januari 2009 dat de militaire uitgaven van Latijns Amerika en de Caraïben tussen 2003 en 2008 met 91 procent waren gestegen tot een totaal van 47,2 miljard dollar. Dat blijft dus relatief beperkt aangezien het hele Latijnse continent minder spendeert dan Groot-Brittannië alleen. Maar de sterke opwaartse tendens kan niet ontkend worden : de regio koopt nieuwe en geüpgrade jachtvliegtuigen, verbetert de grenscontroleplatforms, koopt helikopters en zet in op counterinsurgency en drugbestrijding. De huidige Braziliaanse senaatsvoorzitter Jose Sarney (aangesteld in februari 2009) die geregeld Venezuela bekritiseert zei een tijd geleden dat “een sterk militair Venezuela de andere landen in Zuid-Amerika aanzet om elk hun eigen militair vermogen te verhogen en er zich dus jammer genoeg een wapenwedloop lijkt af te tekenen”. (1)

Heel wat analisten zijn het daar niet mee eens. Ze geven toe dat er wel enige concurrentie zit in de modernisering van de legers tussen Brazilië en Venezuela, en dat er een risico bestaat voor groeiende spanningen tussen Colombia en Venezuela. Maar de hoofdreden voor de wapenaankopen wordt gelegd bij de vervanging of upgrading van het militair materieel met het oog op het behoud van de bestaande capaciteit, of met het oog op de voornamelijk binnenlandse bedreigingen. Andere redenen die worden aangehaald zijn de relaties verbeteren met het productieland, de nationale wapenindustrie bevorderen, participatie in vredesmissies, of imagebuilding in de regio of op internationaal vlak. Heel wat formele en informele vertrouwenwekkende maatregelen hebben de negatieve kant van deze wapenaankopen gecompenseerd, heet het nog. De oprichting van UNASUR (april 2008; Unión de Naciones Suramericanas), en van de Consejo de Defensa binnen UNASUR (maart 2009), zijn daar wellicht de duidelijkste tekens van.

Door de stijgende koperprijzen op de internationale markten kon het defensiebudget van Chili ook de hoogte ingaan. Chili stond in de periode 1998-2002 38ste op de wereldranglijst van wapenimporteurs. Voor 2003-20007 schoof ze op naar de 12de plaats en voor het jaar 2008 zelfs naar de 11de. Chili is de voornaamste importeur in Zuid-Amerika.

Gedurende deze periode kwam 82 procent van de grote conventionele wapens van Chili uit EU-lidstaten, 15% uit de VS en 3% uit Israël. Onder meer ging het om 10 nieuwe gevechtsvliegtuigen F16AM uit de USA, 18 tweedehands F16 en 4 tweedehands fregatten uit Nederland, 3 tweedehands fregatten uit Groot-Brittannië, verder artillerie uit Zwitserland, tanks uit Duitsland, duikboten uit Frankrijk en Spanje, en raketten uit Israël.

Het gaat meestal om de vervanging van verouderd materieel, met uitzondering van de nieuwe F16s, de duikboten en tanks die Chili een duidelijke kwaliteitsvoorsprong geven op buurlanden. Chili wordt wellicht het eerste Zuid-Amerikaans land dat ‘NAVO-standaard’ legeronderdelen zal hebben.

Boliva en Peru zijn er niet echt gerust in. Beide landen hebben oude grensgeschillen met Chili. Een reeks vertrouwenwekkende maatregelen wil de spanningen weg krijgen zoals regelmatige vergaderingen onder de ministers van defensie. De relaties met Bolivia zijn sterk verbeterd, en met Argentinië is er een gezamenlijk bataljon dat deelneemt aan VN-peacekeeping. Argentinië, Peru en Bolivia hebben hun moderniseringsprogramma’s aangekondigd waarbij het voornamelijk gaat om de operationaliteit van het materieel op peil te houden, en niet in een wapenwedloop onder elkaar. Aldus de commentaar van SIPRI.

Venezuela‘s defensiebudget bedroeg in 2007 2,57 miljard, een verhoging van 78 procent tegenover 2003. In de vorige periode stond Venezuela op de 58ste plaats in de ranglijst van wapenimporteurs, om in de periode 2003-2007 naar de 24ste plaats te stijgen, en zelfs naar de 18de in 2008.

92% van de importen komen uit Rusland, 3 procent uit China en 2 procent uit Israël. Uit Rusland komen er gevechts- en andere helikopters, gevechtsvliegtuigen, SAM-raketten, kalashnikovs. Patrouilleboten en korvetten komen uit Spanje, radars uit China.

Ook in Venezuela betreffen de wapenaankopen voor een groot deel vervanging van verouderd materieel. Daarnaast heeft president Chavez geregeld gewezen op het gevaar van een invasie vanwege de Verenigde Staten. Sedert augustus 2006 heeft de VS zich een embargo op wapenleveringen aan Venezuela opgelegd. In dat kader werd een programma gelanceerd van ‘reservistas’ waarvoor de kalashnikovs moeten dienen. Deze interventiedreiging vormt ook de verantwoording voor de aankoop van jachtvliegtuigen en de SAM-raketten. De helikopters zullen worden ingezet voor controle van de grens (2000 km lang) met Colombia. Sommige waarnemers menen ook dat een deel van het materieel moet dienen om de goede relaties tussen de regering en het leger te bestendigen.

De regering van buurland Colombia reageerde in augustus 2007 met de aankondiging dat ze haar militaire uitgaven zou optrekken tot het hoogste niveau sedert 30 jaar. Officieel is deze zet niet tegen Venezuela gericht maar tegen de FARC, die zij als een narco-guerilla bestempelt. De politieke relaties tussen beide landen slingeren heen en weer tussen vertrouwenwekkende maatregelen en uitspraken van absolute vijandschap;

Brazilië zakte van de 21ste plaats die ze in de vorige periode bekleedde naar de 32ste in de rangschikking van grote wapenaankopers in de periode 2002-2007. Brazilië komt hiermee ver na de twee koplopers Chili en Venezuela voor de genoemde periode. Ruim 64 procent van de Braziliaanse wapenaankopen gebeurde in de EU, 17% in de VS, en 7 procent in Canada. Het gaat onder meer om tweedehands mirages uit Frankrijk, transportvliegtuigen uit Spanje, Blackhawk helikopters uit de VS. Israël levert luchtdoelraketten voor de F-5E jachtvliegtuigen. De lokale vliegtuigproducent Embraer levert een kleine honderd trainingsvliegtuigen. Maar 2008 en 2009 draaien de trend om.

Er zijn plannen om een atoomduikboot te bouwen. Brazilië is van plan om 1 miljard reals (560 miljoen dollar) te investeren de komende 8 jaar om Franse en Duitse technologie te verwerven hiervoor. Ook werd het F-X gevechtsvliegtuigenprogramma goedgekeurd dat over 2,2 miljard dollar spreekt voor de aankoop van 36 stuks. Deze programma’s hebben geweldige invloed op het budget voor militaire aankopen dat hierdoor zou stijgen van 3,64 miljard (2007) dollar naar 5,6. De bedoeling van president Lula is om het globale defensiebudget in 2010 met 50% te laten stijgen. (2)

Ondanks de globale economische crisis zijn er in Brazilië nog niet direct tekens dat dit het defensiebudget zou beïnvloeden. Waarnemers menen dat Brazilië een sterk militaire regionale speler wil zijn om zijn claim op een permanente zetel in de Veiligheidsraad kracht bij te zetten.

De verantwoording die de Braziliaanse regering zelf hieromtrent geeft betreft verschillende punten: vorige budgetverminderingen hebben het leger behoorlijk gekortwiekt in zijn capaciteiten; de nationale defensie-industrie versterken en de wapenexport aanmoedigen. Voor een deel dus een soort militair keynesiaans beleid.

Er werd een werkgroep opgericht om een Nationale Defensie Strategie uit te werken, die zeker moet focussen op de technologische achterstand op bepaalde domeinen. In november 2007 achtte de luchtmacht slechts 267 van haar 719 vliegtuigen luchtwaardig. Het huidig beleid spitst zich voornamelijk toe op de verbetering van de kustbewaking, en afgelegen gebieden zoals de Amazone-regio.

Sommige waarnemers wijzen op mogelijke rivaliteit tussen Brazilië en Venezuela, en op een bepaalde achterdocht in Braziliaanse leidende kringen na de nationalisaties in Venezuela. Maar president Lula ontkent dit ten stelligste. Vandaar ook de Braziliaanse aandrang om UNASUR ook een defensiepoot te geven die de samenwerking in de regio moet verbeteren.

Het verdrag dat de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UNASUR) werd officieel getekend op 23 mei 2008, tijdens de derde top van de staatshoofden die in de Braziliaanse hoofdstad werd gehouden. Het gaat om Argentinië, Brazilië, Bolivia, Colombia, Chili, Ecuador, Guyana, Suriname, Paraguay, Peru, Uruguay en Venezuela. Er wordt voorzien dat het hoofdkwartier van UNASUR in Quito, Ecuador komt. Het Zuid-Amerikaanse parlement zal zetelen in Cochabamba, Bolivia en de Bank van het Zuiden komt in Caracas. De ministers van defensie van de 12 landen van UNASUR kondigden op 10 maart 2009 officieel de Consejo de Defensa af om de samenwerking te bevorderen tussen de verschillende legers, om peacekeeping operations uit te voeren en transparantie te brengen in de militaire uitgaven UNASUR doet met de oprichting van de Consejo de Defensa een structurele poging om de integratie vorm te geven en de vele niveaus van onderling wantrouwen te overwinnen

(Uitpers, nr. 111, 10de jg., juli-augustus 2009)

Voetnoten:

(1) http://www.time.com/time/world/article/0,8599,1697776,00.html

(2) http://www.iiss.org

Deel dit artikel

Visited 128 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook