Wanneer binnengrenzen staatsgrenzen worden…

Kanttekeningen bij Russische agressie tegen Oekraïne(1)

Ook al veroordeel je al 20 jaar het Poetin-systeem van plundering en onderdrukking, toch loop je het risico als Poetinvriend te worden bestempeld als je naar de voorgeschiedenis van de Russische oorlog tegen Oekraïne verwijst. Maar hoe te begrijpen dat het zover kon komen – zonder daar ook maar een greintje vergoelijking voor die agressie in te zien. Bij die voorgeschiedenis hoort zeker de implosie van de Sovjet-Unie waardoor binnengrenzen ineens staatsgrenzen werden.

Eer er ooit een Wereldfederatie zonder grenzen kan worden gevormd, zal de wereld opgedeeld blijven in staten met staatsgrenzen. Daar zullen nog enkele generaties moeten mee leven. Dus ook met betwiste of betwistbare grenzen, van Brussel-Halle-Vilvoorde tot Donetsk en Loegansk.

Van oud naar nieuw

Deryig jaar geleden vielen in Europa twee staten uit elkaar, de Joegoslavische Federatie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (USSR). Vele binnengrenzen werden grenzen tussen nieuwe staten.

Maar hoe waren die oude grenzen getrokken? In Joegoslavië waren Tito en de Liga van Communisten na de Tweede Wereldoorlog vooral beducht voor het Servisch nationalisme – terecht, zo bleek achteraf. Dat speelde mee bij het afbakenen van de grenzen tussen de zes republieken – met binnen de republiek Servië dan nog twee aparte entiteiten, Vojvodina en Kosovo.

Toen Joegoslavië in 1992 uiteenbarstte, werden enkele van die grenzen ineens staatsgrenzen waar niet kon aan getornd worden. Nochtans waren die grenzen niet voor de hand liggend; zo was Bosnië-Herzegovina een republiek geworden om zeker geen wonden tussen Serviërs en Kroaten open te rijten. Dat die wonden daarmee niet geheeld werden, blijkt zelfs nu weer overduidelijk met de opgedreven spanning in die republiek tussen het Servische deel Srpska en de rest. Het Servisch nationalisme liet ook niet toe dat de Albanese meerderheid van Kosovo zich losmaakte van de nieuwe staat Servië.

Nieuwe minderheden

Binnen de nieuwe staatsgrenzen waren er ineens nieuwe minderheden, groepen die binnen Joegoslavisch verband overal thuis waren, werden nu ‘vreemden’. Temeer omdat enkele van de nieuwe republieken etnische homogeneïteit nastreefden, bij zoverre zelfs dat er “nieuwe talen” ontstonden: het Servo-Kroatisch werd in drie ontbonden, Kroatisch, Servisch, Bosnisch… Er werd “etnisch gezuiverd”, de Serviërs werden door nationalistische Kroaten met geweld uit Krajina verdreven, in Bosnië-Herzegovina staat Srebrenica symbool voor de manier waarop Servische nationalisten “etnisch zuiverden”.

Met de afsplitsing van Kosovo kwam er in 1999 nog een grens bij. En we zijn lang niet aan het einde. Er is de droom van een Groot-Albanië, er zijn de spanningen tussen Sprska en de ‘Bosnich-Kroatische federatie’ – waarbinnen er dan ook nog spanningen zijn. Macedonië blijft een twistappel.

Wanneer een oude binnengrens een nieuwe staatsgrens wordt, zouden minstens twee punten moeten aangepakt worden: zijn er geen grenswijzigingen gewenst om verder in vrede met elkaar te kunnen leven. En twee, welke garanties krijgen minderheden binnen de nieuwe staatsgrenzen. Die problemen onder de mat vegen, helpt niet, vroeg of laat duiken ze weer op.

Na de USSR

De USSR die eind 1922 werd opgericht, kende in de loop van haar geschiedenis wijzigende binnengrenzen, naargelang de politieke berekeningen van de Sovjetleiding. De indeling in 15 republieken en tal van autonome gebieden kreeg vooral vorm in 1936. Sommige van die grensafbakeningen hielden de kiemen in voor latere problemen, die vooral opdoken bij de implosie van de Unie. Enkele voorbeelden:

Waarom het door Armeniërs bewoonde Nagorno Karabach in Azerbeidzjan terechtkwam? Omdat Moskou in 1923 goede relaties wou met Turkije. Eerder al was in een verdrag vastgelegd dat de enclave Nachitsjevan, tussen Armenië en Iran, nooit bij Armenië mocht komen. Meer dan 50.000 Armeniërs moesten het gebied verlaten – een “omvolking”.

De oorlog van 2021 tussen Azerbeidzjan (gesteund door Turkije) en Armenië, toonde aan dat honderd jaar eerder een probleem werd gecreëerd door geen rekening te houden met wat Vladimir Lenin nauw aan het hart lag: het zelfbeschikkingsrecht van volkeren. De Armeniërs van Nagorno Karabach werden opgeofferd aan diplomatieke belangen.

Separatisten

In het onafhankelijke Georgië werd de nationalist Zviad Gamsachoerdia met een ruime meerderheid tot president verkozen. Hij zag dat echter als een vrijbrief voor een autoritair beleid dat er ook in bestond de autonomie van drie regio’s op te doeken. Daaronder Abchazië en Zuid-Ossetië die zich losmaakten. Een Georgische aanval op Zuid-Ossetië in 2008 was voor Poetin het sein om Georgië binnen te vallen, waarop die twee regio’s de onafhankelijkheid proclameerden en nieuwe (internationaal niet erkende) staatsgrenzen afbakenden.

Het Abchazische Volksfront had al eerder, in 1988, zijn soevereiniteit uitgeroepen uit vrees voor het Georgisch nationalisme. Stalin had Abchazië in 1931 bij Georgië gevoegd al wilden de Abchazen liever bij de Russische Federatie. De Osseten van Zuid-Ossetië waren ook erg tegen hun wil in Georgië ingelijfd, Georgische nationalisten hadden in de jaren 1920 talrijke Ossetische dorpen platgebrand. In 1990 maakten Georgiërs enkele honderden Osseten af.

De zaken nu voorstellen alsof dat louter creaties van Moskou zijn, gaat voorbij aan de wensen van de inwoners ervan. Iets waar Poetin ook hier handig misbruik van maakt. Hij tilde er in 2008 zeer zwaar aan dat Kosovo de onafhankelijkheid uitriep. “Dit is een verschrikkelijk precedent dat de internationale relaties voor eeuwen op zijn kop zet”. Kort daarop kwam de oorlog met Georgië en de Rusissche steun aan de afscheidingsbewegingen.

Bizar begrensd

Een ander voorbeeld van probleemschepping: Moldavië. Dat bestaat grotendeels uit het Roemeense Bessarabë met een Roemeenstalige meerderheid. Omdat Moskou in 1924 de Roemeense annexatie van dat gebied betwistte, richtte het een eigen mini-Moldavische Sovjetrepubliek op die in 1939, na het beruchte “Hitler-Stalinpakt” werd uitgebreid met Bessarabië. Tot de Roemenen het in 1941 als bondgenoten van nazi-Duitsland terugnamen.

Na de oorlog werd Bessarabië opgesplitst: twee stukken gingen nar Oekraïne, de rest werd de Moldavische Sovjetrepubliek zoals die tot 1991 bestond: de overwegend Roemeense rest van Bessarabië plus een strook aan de oostkant van de Dnjester, met een Slavische (Russisch-Oekraïense) meerderheid. Die strook is vandaag het gebied Transnistrië dat onder Russische ‘bescherming’ staat. In de Sovjetperiode waren er volkomen ridicule pogingen gedaan om een Moldavische entiteit te creëren.

Het lag in 1991, door die bizarre samenstelling van de Sovjetrepubliek, dan ook niet voor de hand dat deze gewezen Sovjetrepubliek binnen de Sovjetgrenzen nu een onafhankelijke staat Moldova werd. Een staat met een duidelijk Roemense meerderheid waarin de Russen en Oekraïener zich niet erg thuis voelden en zich daarom als Transnistrië losmaakten. Tot vreugde van Moskou.

Lijkt het ingewikkeld? Dit is een grove vereenvoudiging van een bijzonder ingewikkelde geschiedenis die nu in de actualiteit zwaar vereenvoudigd wordt: het gebied Transnistrië alleen afschilderen als een marionet van Moskou, gaat voorbij aan de realiteit dat die smalle strook slechts een zeer korte artificiële eenheid heeft gevormd met wat nu de onafhankelijke staat Moldavië is – waar velen dromen op een dag weer bij Roemenië te horen.

Oekraïne

Het is een van de gevallen die illustreren welke problemen rijzen als binnengrenzen staatsgrenzen worden.

Ook zo met Oekraïne waarvan eeuwenlang vooral de buitengrenzen evolueerden. Zo was tot 1939 het westelijk deel bij Polen, met onder meer de stad Lwów, Lemberg, Lvov, Lviv – een Pools-joodse stad tot 1939 met een kleine Oekraïense minderheid. Nazi’s en hun collaborateurs roeiden de joodse bevolking uit, de meeste Polen werden na de oorlog naar het westen van Polen gebracht, naar gebieden die tot voor kort Duits waren. Pas nadien kreeg de stad een Oekraïense bevolking en werd het een centrum van de ‘Uniatenkerk’, kerk orthodoxe rites die het gezag van de paus erkent.

Tegenover dit westelijk deel, waar het Oekraïens nationalisme sterk is ingeplant, staan dan de gebieden in het oosten en noordoosten waar nauwelijks Oekraïens wordt gesproken; Dat was allemaal geen probleem zolang Oekraïne een republiek van de USSR was. Er werd in 1954 nauwelijks bij stilgestaan welke gevolgen het kon hebben dat de Krim, tot dan deel van de Russische Federatie met een overwegend Russische bevolking, werd overgedragen aan Oekraïne om 300 jaar “unie” te herdenken. Een Russisch ‘cadeau’ aan de broederrepubliek die Poetin in 2014 terugnam.

Bij de proclamatie van de Oekraïense onafhankelijkheid op 24 augustus 1991 doken al meteen de problemen op: president Boris Jeltsin van Rusland vond dat de grenzen moesten herzien worden in functie van de miljoenen Russen in het nieuwe Oekraïne. Hij bond snel in, op 29 augustus bevestigden Rusland en Oekraïne hun grenzen. Een jaar eerder al had de Krim zijn soevereiniteit uitgeroepen, maar Kiev negeerde dat. Russen vormden niet alleen plotseling een minderheid in Oekraïne, maar ook in 13 andere staten. Daaronder de Baltische waar in de Sovjettijd veel Russische industriearbeiders waren ingeweken en meestal de taal van de republiek niet hadden geleerd.

Met dat Russisch-Oekraïens waren de problemen niet weg, zoals de jongste jaren en vooral nu blijkt. Vladimir Poetin maakt de voorbije jaren en vooral nu van die problemen misbruik om gewoon de soevereiniteit van Oekraïne als dusdanig te betwisten. De taalwetten die in Oekraïne op de “Maidan-revolutie” van 2013-2014 volgden, deden sommige Russen vrezen dat Oekraïne ook de weg opgaat van homogeneïsering (Russisch wordt met die wetten een van de 13 minderheidstalen).

Met de akkoorden van Minsk, 2015, was nochtans een basis gelegd voor een mogelijke oplossing van dit probleem, dat door de afscheidingsbewegingen in Donetsk en Loegansk acuut was gesteld. Kiev heeft, ondanks westers aandringen, geen stappen ondernomen om in de grondwet autonomie voor die gebieden in te stellen. De taalwetten werden integendeel scherper gesteld.

Na een eeuw

Waarom deze beschouwingen? Men heeft een eeuw na ‘Versailles’ geen lessen getrokken uit de vergissingen die na de Eerste Wereldoorlog werden begaan en waarvan de gevolgen zich nog laten voelen. VS-president Woodrow Wilson had wel gezegd dat de grenzen van het nieuwe naoorlogse Europa rekening moesten houden met het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren. Maar in de praktijk liep het hier en daar anders.

Zo werd op Amerikaans aandringen Slovakije maar bij Tsjechië gevoegd, onder meer omdat er zogenaamd te weinig Slovaken geletterd waren om het bestuur van de Hongaren over te nemen. Hongarije werd in Trianon extra gestraft, miljoenen Hongaren kwamen buiten het ingekrompen Hongarije terecht – wat vandaag het Hongaarse nationalisme voedt. ‘Trianon’ is vandaag in Hongarije synoniem van een te wreken nationale vernedering. Zuid-Tirol was een geschenk aan Italië omdat het de kant van de overwinnaars had gekozen. Op de Balkan kwam er na de oorlog het Koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen dat al snel ten prooi viel aan Servisch nationalisme.

Twee imperiums verdwenen na 1918: Oostenrijk-Hongarije en het Turks-Ottomaanse Rijk. Eén overleefde nog 70 jaar, het Russische, in de vorm van de USSR.

De ontbinding van de Sovjet-Unie en van Joegoslavië hebben dertig jaar geleden de oude spoken weer doen herleven. Er worden oorlogen gevoerd om grenzen, met als voorlopige climax de Russische oorlog tegen Oekraïne, terwijl het op de Balkan weer rommelt. 110 jaar na een Balkanoorlog die het voorspel was van Wereldoorlog I.

Zelfbeschikking van volkeren, grenzen zoveel mogelijk daarop gebaseerd, erkenning van rechten van minderheden… het zijn eenvoudige principes. Er is al ontzettend veel oorlogsleed ontstaan door die te negeren.

Volgende Kanttekeningen: Onze vrienden de oligarchen

Zie ook:

 

Heimwee naar de USSR?

 

Zie ook:

 

Rusland, de Navo en Versailles

 

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Visited 1412 Times, 1 Visit today

Tags :
Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook