Waarom de VS Iran viseren

De Iraanse bevolking heeft Mahmoed Ahmadinejad verkozen tot nieuwe president. Ahmadinejad is een nationalist en houdt vast aan de verwezenlijkingen van de islamitische revolutie. In het buitenland wordt zijn verkiezing met argwaan bekeken, zeker in de VS. Daar worden al enkele maanden allerlei scenario’s getekend om de Iraanse leiding ten val te brengen en te vervangen door een pro-westers regime.

Officieel draait het (opnieuw) om massavernietigingswapens, in werkelijkheid zijn daarnaast de Israëlische belangen, olie, oliedistributie en de nog altijd gevreesde invloed van de politieke islam in het geding.

Iran is een van de drie landen die Bush in zijn beruchte ‘state of the Union’ van 29 januari 2002 bedacht met de term ‘as van het kwaad’. Tegen een ander lid van de as, Irak, is alvast een oorlog gestart die weliswaar gauw een einde heeft gemaakt aan het Saddam-regime, maar niet zo gemakkelijk te beëindigen is. Deze oorlog heeft al tientallen miljarden dollars gekost en vele duizenden mensenlevens. Toch aarzelt Washington niet om opnieuw militaire plannen te smeden die ditmaal Iran op de knieën moet bedwingen. De onderzoeksjournalist Seymour Hersh onthulde in januari 2005 dat er al zeker sinds de zomer van 2004 speciale VS-eenheden met de hulp van Pakistaanse inlichtingendiensten verkenningsoperaties in Iran uitvoeren.(1) Ze moeten nucleaire, chemische en raketsites lokaliseren zodat deze later met precisieaanvallen en commandoraids kunnen worden uitgeschakeld. Daarnaast rekent men er op dat een beperkte aanval op Iran het regime aan het wankelen kan brengen. Voor de hele operatie werken de VS intens samen met Israël, dat al enige ervaring heeft met dat soort militaire acties. In 1981 bombardeerden Israëlische vliegtuigen de Iraakse nucleaire reactor in Osirak.

Islamitische revolutie

Iran kwam voor het eerst in het VS-vizier toen de gevreesde Sjah Mohammad Reza Pahlavi na een volksopstand in januari 1979 het land moest ontvluchten. De Sjah was een trouwe westerse bondgenoot, met een sterke moderniseringsdrift die de rol van de islam in de staat wilde inperken. De opstand was in de eerste plaats een reactie op het despotisch regime van de Sjah en zijn gevreesde (geheime politie) Savak, maar kreeg al gauw een anti-westerse dimensie. De Iranezen waren nog niet vergeten dat de verkozen regering van eerste minister Mohammad Mossadeq in 1953 omver werd gegooid door een Brits-Amerikaanse geheime operatie (Operation Ajax) om zo de in het buitenland verblijvende dictator Mohammad Reza Pahlevi terug op de troon te krijgen. In november 1979 bezetten studenten en aanhangers van Khomeini de VS-ambassade in Teheran. Ditmaal werden de VS ervan beschuldigd de Sjah verder te steunen en ook anti-revolutionaire activiteiten aan te moedigen. De gijzelingsactie zou 444 dagen duren en de relaties tussen beide landen tot een dieptepunt doen zakken. De geestelijke leider (faqih, ‘leider van de revolutie’), Ayatollah Khomeini gebruikte de gijzelingsactie om zich te ontdoen van de progressieve en nationalistische krachten van de revolutie om zo een conservatief theocratisch regime te installeren.

Ondanks (of dankzij) de oorlog die Irak in 1980 overmoedig startte tegen Iran, bleef het islamitisch revolutionair idealisme overeind. Tijdens de oorlog bleek hoe geïsoleerd Teheran stond. Verschillende westerse landen, de Sovjetunie, Koeweit, Saudi-Arabië en andere Arabische staten schoten Irak ter hulp met wapens en militair materieel. De VS namen aanvankelijk een neutrale positie in maar toen Irak in 1982 zwaar werd teruggeslagen kreeg het de steun van de VS. Het was de huidige minister van Defensie, Donald Rumsfeld (toen adviseur), die eind 1983 de handen ging schudden met Saddam Hoessein, waarbij hij een brief van president Reagan overhandigde met het voorstel om militair samen te werken.(2) Iran van zijn kant kreeg internationaal geen gehoor voor zijn protesten over de massale inzet van chemische wapens door het Irakees leger. Vanaf 1987 groeide de confrontatie tussen de VS-marine en Iraanse troepen. Een VS-marineschip zou per ongeluk een Iraans burgervliegtuig (3 juli 1988) uit de lucht schieten waarbij 290 mensen omkwamen. De VS bekenden helemaal kleur toen de neutrale olietankers richting Irakese havens onder VS-vlag begonnen varen. Aan de andere kant leverden de VS ook wapens aan Iran (Iran-Contra affaire).

Iran komt uitgeput uit de oorlog. Een jaar later overlijdt Ayatollah Khomeini. Meteen daarna al wordt er een nieuwe grondwet gestemd. De Hezbollah moest het veld ruimen voor een nieuwe generatie van pragmatici. Radicale fundamentalisten werden uit het kabinet en de Majlis (parlement) geweerd. Belangrijke posten werden niet langer verdeeld louter op basis van islamitische verdiensten, maar veel meer op basis van technische en administratieve expertise. Internationaal kwam Iran ook iets minder in het blikveld. De invasie van Irak in Koeweit, zorgde er voor dat de VS hun handen meer dan vol hadden met de Irakese dictator. Iran leed economisch heel erg onder het isolement. De slabbakende economie kon slechts door export en buitenlandse investeringen uit het slop worden gehaald. Vandaar ook dat de nieuwe president Rafsanjani de ambitie om de islamitische revolutie te exporteren opgaf en verving door het terug aanknopen van diplomatieke banden. Maar de radicale islamisten laten niet zomaar begaan. Iran balanceert sindsdien voortdurend tussen ‘radicalen’ en ‘pragmatici’. Ook de clerus blijft vooralsnog diep in het staatsapparaat genesteld. Toen tegen de verwachtingen in de reformist Khatami het haalde van zijn conservatieve tegenstander in de presidentsverkiezingen van 1997 leek het erop dat Iran definitief de bladzijde van de islamitische revolutie zou omdraaien. Later haalden de hervormers een klinkende overwinning tijdens de parlementsverkiezingen van 2000. Toch slaagden president, noch parlement erin om ernstige politieke en sociale vrijheden door te drukken.

Iran bezit een complex politiek systeem van verkozen en niet-verkozen politieke organen. Naast de president is er de hoogste (geestelijke) leider, een post die bezet wordt door Ayatollah Ali Khamenei. Hij wordt verkozen door een 86-koppig ‘parlement van experten’ waarin enkel geestelijken kunnen zetelen. Hij bezit een aanzienlijke machtspositie. Zo duidt hij alle belangrijke militaire commandanten aan, evenals het hoofd van het gerechtshof, zes leden van de machtige Raad van Wachters, de leiding van radio en TV, enz… In dit netwerk van verkozen en niet-verkozen instituten, van democratie en islamitische theocratie, is het niet altijd de wil van de kiezer die het haalt. Zo is het de 12-koppige Raad van Wachters die de door het parlement gestemde wetten screent op hun grondwettelijkheid. De Raad heeft de macht om parlementskandidaten te weigeren, wat ook effectief en op grote schaal gebeurt.

Argumenten voor optreden tegen Iran

Washington lijkt niet langer te willen wachten op de dag dat de hervormers werkelijk de macht in handen hebben. Het zou kunnen dat de verkiezing van Mahmoed Ahmadinejad de deur opent voor de uitvoering van een aantal scenario’s waarbij een militair optreden niet is uitgesloten. Er zijn heel wat redenen te bedenken waarom Washington Iran in het vizier heeft. Hierna volgen er een vijftal :

  1. Het officiële argument is hetzelfde als dat wat gebruikt werd tegen Irak: massavernietigingswapens. Volgens Washington werkt Iran aan een atoomwapenprogramma. Vorig jaar maakte het Internationaal Atoomenergieagentschap publiek dat er geen bewijzen zijn gevonden die deze beschuldigingen staven. Iran zelf houdt trouwens vol dat het nucleair programma enkel vreedzame doelen dient. Het trio Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk probeert desondanks al een tijdje Iran te overtuigen om definitief te kappen met het verrijken van Uranium. Dit diplomatiek initiatief lijken de neoconservatieven in Washington niet echt te appreciëren. Zij blijven eisen dat er harde maatregelen komen. Op een AIPAC-conferentie, een invloedrijke pro-Israëlische lobbygroep, lieten prominente politici uit het Republikeins en Democratisch kamp daar geen misverstand over bestaan.(3) De senatrice van New York, Hilary Clinton, zei dat een nucleair bewapend Iran ‘onaanvaardbaar’ is. Een andere democrate, Nancy Pelosi zei dat “de grootste dreiging tegen Israëls bestaansrecht, met vooruitzicht op verwoestend geweld , nu komt van Iran”.
  2. De veiligheid van Israël, dat uiteraard rechtstreeks verband houdt met de problematiek van de atoomwapens, vormt duidelijk een tweede bekommernis van het Bush-regime. Israël, dat al een tijdje zwaar lobbiet voor een militaire campagne tegen Iran, heeft al geprobeerd bewijzen over een atoomwapenprogramma in Iran op tafel te leggen en kwam met foto’s voor de dag.(4) Het lobbyen lijkt succes te hebben. Op dit ogenblik zou een meerderheid van de VS-parlementsleden achter de ‘Iran Freedom Support Act’ staan. Indien gestemd komen er nog hardere sancties tegen Iran en zal er steun gaan naar pro-democratische oppositie activisten. Toch zullen de VS, met het Irak-debacle in het achterhoofd, er zich voor hoeden om zich zomaar opnieuw in een militair avontuur te storten. Zelfs in het conservatieve kamp vindt men dat de VS zich niet verder in het moerras mogen laten slepen omdat Israël dat graag zo zou willen.

    Iran heeft al eens voorgesteld om te komen tot een nucleair wapenvrije zone in het Midden-Oosten, wat de uitvoering zou betekenen van een resolutie tijdens de herzieningsconferentie van het Non-Proliferatie Verdrag in 1995. Ten eerste worden “alle staten in het Midden-Oosten die dat nog niet hebben gedaan, opgeroepen om zonder uitzondering zo vlug mogelijk tot het verdrag toe te treden en hun nucleaire faciliteiten onder de volledige controle te plaatsen van het IAEA”. De resolutie vraagt verder, net zoals in de ‘Irak’-resolutie 687 en resolutie 49/71 van de Algemene Vergadering van de VN, dat er effectief werk wordt gemaakt van een zone die vrij is van massavernietigingswapens.

    Washington is daar niet happig op. Er is op dit ogenblik maar één echte nucleaire wapenstaat in het Midden-Oosten en dat is Israël. Het land beschikt over 100 tot 200 kernkoppen, onderzeeërs, vliegtuigen en andere dragers om ze af te vuren.Washington kiest dus niet voor nucleaire ontwapening, wel voor een nucleair oligopolie. De VS bepalen wie tot het kernwapenclubje mag behoren en wie niet. Zeer consequent is dat niet. Het vormt wel onderdeel van een klassieke imperialistische machtspolitiek waar recht en rechtvaardigheid ver te zoeken zijn.

  3. Een derde reden voor de belangstelling van de VS tegenover Iran is de rijke ondergrond. Grondstoffen waren ook de rechtstreekse reden voor het Anglo-Amerikaanse optreden tegen het regime van Mossadeq. Mohammad Mossadeq was eerste minister van Iran van 1951 tot aan de staatsgreep van 1953. Nadat onderhandelingen voor hogere royalities mislukten stemde het Iraans parlement in met de nationalisering van de Iraanse olie-industrie en nam de controle over van het Britse Anglo-Iranian Oil Company. De Britten antwoordden eerst met een blokkade. Later maakte de CIA 1 miljoen dollar vrij om in een operatie met de Britten Mossadeq af te zetten. Sinds de Islamitische revolutie is de olie-industrie volledig onder controle van de staat. Iran is de tweede olieproducent van de OPEC en zou in het bezit zijn van 10 procent van de bewezen reserves in de wereld. Na Rusland beschikt het land over de grootste gasreserves. Het spreekt vanzelf dat bij een dergelijke belangrijke voorraad aan fossiele brandstoffen, het Westen er alle belang bij heeft dat er een pro-westers regime komt.
  4. De oliedistributie vormt een vierde reden voor de belangstelling van de VS voor Iran. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie kwam er plots een heel oliegebied in het bereik van westerse oliemultinationals. Voor de distributie van de olie wilden de VS vermijden dat ze te veel afhankelijk zouden worden gemaakt van Rusland (de lijn via Noworossiisk, aan de Zwarte Zee) en Iran (naar de Perzische Golf). Vanaf midden jaren negentig maakten de VS en westerse oliemultinationals werk van een alternatief nieuw maar ook duurder traject van Bakoe over Tbilisi (Georgië) tot in Ceyhan (Turkse Havenstad). Deze BTC-lijn is meteen van strategisch belang omdat zo de olie noch via Rusland, noch via Iran moet verscheept worden. Nadeel is dat het om een duurder traject gaat. Sinds kort is de BTC-lijn open. Iran probeert nu de oliedistributie via BTC te ondergraven door goedkopere voorstellen te lanceren voor de distributie van Russische en later ook Turkmeense en Khazakse olie via de Perzische Golf.(5)
  5. Een vijfde kopzorg voor Washington blijft het islamitisch regime. Niet dat Washington nog langer vreest voor de export van de islamitische revolutie. Wel wordt Iran verweten islamitische terreurorganisaties te steunen in het buitenland. De Libanese Hezbollah, die Israël het leven zuur maakt, kan al jaren rekenen op steun vanuit Teheran. Tegenwoordig wordt Iran ervan beschuldigd Ansar Al-Islam te steunen, een al-Qaida afdeling die opeert in het Koerdische grensgebied van Iran en Irak.(6) Mullah Krekkar, een leider van Ansar Al-Islam die enkele jaren terug in Amsterdam is gearresteerd, verbleef jaren in Iran. Daarnaast blijft Washington de invloed vrezen die vanuit Iran uitgaat op de sjiitische geestesverwanten in Irak, die er tenslotte de grootste bevolkingsgroep uitmaken.

Nu Mahmoed Ahmadinejad tot nieuwe Iraanse president is verkozen, zal het regime in Washington minder moeite moeten doen om harde maatregelen tegen Teheran te verkopen. Ahmadinejad is een voormalig lid van de Revolutionaire Wacht en nationalist die zich verzet tegen te veel invloeden vanuit het Westen. De nieuwe sterke man in Iran laat er geen twijfel over bestaan dat het nucleaire programma gewoon doorgaat. Genoeg stof dus om het conflict tussen de VS en Iran te doen escaleren.

(Uitpers, nr. 66, 6de jg., juli-augustus 2005)

Bij Vrede vzw verschijnt binnenkort een nieuw Vredescahier waarin verschillende auteurs Iran uitgebreid onder de loep nemen. Als u een exemplaar wenst te bestellen, mail dan naar vrede@vrede.be

Voetnoten:

(1) Hersh Seymour M. The coming wars. In: The New Yorker, 24 en 31 januari 2005

(2) Zie voor een uitvoerige bespreking: Battle, Joyce (ed.) Shaking Hands with Saddam Hussein: The U.S. Tilts toward Iraq, 1980-1984. National Security Archive Electronic Briefing Book No. 82, 25 februari 2003 (http://www.gwu.edu/~nsarchiv/NSAEBB/NSAEBB82/)

(3)Frank, Joshua. The facts don’t matter. Bombing Iran. In: Counterpunch, 3 juni 2005 (http://www.counterpunch.org/frank06032005.html). AIPAC staat voor ‘American Israel Public Affairs Committee (zie: http://www.aipac.org)

(4) Nimmo, Kurt. Israeli Blackjack with Iran. In: Counterpunch, 13 april 2005 (http://www.counterpunch.org/nimmo04132005.html)

(5) Soner Cagaptay and Nazli Gencsoy . Startup of the Baku-Tbilisi-Ceyhan Pipeline: Turkey’s Energy Role. In: Turkish Weekly, 27 mei 2005.

Iran keen to conclude 25-year Caspian crude swap deals with Russia. Persbericht van Irna, 8 juni 2005

(6) Schanzer, Jonathan. Ansar Al-Islam : Back in Iraq. In : Middle East Quarterly, winter 2004

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ik ben redactielid en medeoprichter van Uitpers. Je kan me ook vinden als woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van mijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Ik ben co-auteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).