Waarom de oorlog in Oekraïne aan de onderhandelingstafel moet worden beslecht

De succesvolle opmars van het Oekraïense leger in de oostelijke provincie Charkov geeft niet alleen militair een nieuwe wending aan de oorlog. Achter het terugdringen van het ooit almachtige gewaande Russische leger schuilt ook een politiek signaal. Het moet de NAVO-lidstaten ervan overtuigen dat Oekraïne een militaire overwinning kan behalen als het Westen maar de militaire steun en wapenleveringen handhaaft en desgevallend zelfs verder opvoert.

Het tegenoffensief van het Oekraïense leger moet twijfelende Europese lidstaten duidelijk maken dat de oorlogsinspanningen en de sanctiepolitiek wel degelijk vruchten afwerpen. “Het is cruciaal om wapens naar Oekraïne te blijven sturen. Rusland verslaan op het slagveld betekent vrede winnen in Oekraïne”, zo oreerde de woordvoerder van het Oekraïense ministerie van Buitenlandse Zaken. In Oekraïne gelooft de politieke en militaire leiding dat de gevechten in hun acute fase zullen voortduren tot midden volgend jaar. Volgens een adviseur van het ministerie van Binnenlandse Zaken volgt dan een Oekraïense overwinning. Is dat optimisme gerechtvaardigd? En zal een militaire overwinning zorgen voor een duurzame vrede?

Zo eenvoudig ligt dat niet. Bovendien zijn de doelstellingen van de militaire inspanningen niet voor iedereen dezelfde. Eind april van dit jaar liet VS-minister van Defensie Lloyd Austin ondubbelzinnig verstaan dat de versterking van het Oekraïens leger tot doel heeft Rusland te verzwakken. Dat is een andere doelstelling dan de vlugge beëindiging van de oorlog en het ermee gepaard gaande menselijke lijden. De keuze voor een louter militaire aanpak is spelen met vuur en wel om verschillende redenen.

Vuile oorlog

Moskou is eerst en vooral een kernwapenmacht en zou wel eens hard kunnen terugslaan door opnieuw doelwitten tot ver over het front te viseren met het oog op het demoraliseren van de tegenstander en het opkrikken van het moreel van de eigen troepen. In uiterste geval zelfs als een vorm van overlevingsstrategie voor het regime in het Kremlin. Het beschikt daarvoor ook conventioneel nog over heel wat capaciteit. Met de rug tegen de muur lijkt Moskou ertoe in staat om de oorlog nog ‘vuiler’ te laten verlopen dan nu al het geval is. Zo’n scenario, waarbij op intensievere manier gebruik wordt gemaakt van raket- en luchtaanvallen op stedelijke gebieden tot ver achter de frontlijn, zal het aantal burgerslachtoffers de hoogte injagen. Dat scenario lijkt zich nu trouwens al te voltrekken.

Een uitputtingsoorlog

Het is moeilijk in te schatten in welke mate de Rusland nog over offensieve militaire capaciteiten beschikt, maar uitgeteld lijken de troepen nog lang niet. Volgens het Russische persagentschap Tass hebben de Russische troepen zich uit de noordoostelijke regio, de provincie Charkov, teruggetrokken om de Donbass-regio militair te versterken. Dat klinkt mooier dan een nederlaag te moeten toegeven. Maar toch. Het vermogen van de Russische troepen voor een verdere opmars en het moreel mag dan zwaar zijn aangetast, dat betekent niet noodzakelijk dat ze niet in staat zijn zich stevig in te graven om verder oprukken van het Oekraïens leger in het zuiden van het land te doen stokken. De burgerbevolking zal, zoals dat al acht jaar het geval is in de Donbass, de tol betalen van een dergelijke uitputtingsoorlog.

De Krim is het volle Russische militaire gewicht waard

Voor Rusland is vooral de Krim van cruciaal belang. Maritieme militaire belangen vormden in 2014 een belangrijke drijfveer voor de vlugge annexatie van het schiereiland. In het Kharkiv-pact is destijds, in 2010, afgesproken dat Rusland er zijn Zwarte Zeevloot tot 2042 kon laten aanmeren samen met 25.000 troepen, artillerie en een luchtmachtcomponent. Een verder Oekraïense toenadering tot de NAVO betekende in de ogen van het Kremlin een verzekerd einde van de Russische militaire aanwezigheid op de strategisch erg belangrijke Krim. Moskou zal er dan ook alles aan doen om dit militair steunpunt in de Zwarte Zee in Russische handen te houden.

Wat met de politieke obstakels in de Donbass?

Nog een probleem bij een militaire ‘oplossing’ is dat het geen antwoord biedt op de oorspronkelijke politieke redenen voor het uitbreken van het conflict in de Donbass, ondertussen 8 jaar geleden. De ‘Euromaidan’- protestbeweging leidde midden februari 2014 tot de val van president Janoekovitsj. De nationalistische opstelling van de nieuwe machthebbers onder leiding van Yatsenyuk tegenover de Russische minderheid leidde tot protest in de Donbass. Op enkele maanden tijd ontaardde de opstand in een open oorlog die tot aan de Russische invasie van eind februari dit jaar al aan 14.000 mensen het leven kostte. In Kiev heeft dat er niet toe geleid om in eigen boezem te kijken. De centrale regering maakte bijvoorbeeld een eind aan de bescherming van de taalrechten van de Russische minderheid. In 2019 kwam er een nieuwe taalwet die bepaalde dat het Oekraïens voor bijna alle aspecten van het publieke leven de enige aanvaarde taal is, ook al was het Russisch op dat ogenblik voor een kleine derde van de bevolking de moedertaal. Een nieuw amendement van januari dit jaar bepaalt bovendien dat het voor gedrukte media voortaan verboden is om in het Russisch te publiceren als daar geen Oekraïense versie tegenover staat, een bepaling die opmerkelijk genoeg niet geldt voor Engelstalige publicaties. Een militaire overwinning neemt dergelijke obstakels voor een politieke verzoening in het land niet weg.

Bovendien staan de staten die zich erg bedrijvig tonen in het leveren van militaire steun er niet bij stil dat een eventuele verovering van de Donbass en de Krim wel eens gepaard kan gaan met wraakacties van extreemrechtse en nationalistische krachten die zich in dit conflict aan beide zijden al erg actief hebben getoond. Er moet dus noodzakelijk een politieke dialoog zijn met de Russische minderheid om toekomstige spanningen tegen te gaan.

De internationale boemerang van de oorlog

De keuze om op het terrein verder de wapens te laten spreken zal ook tot ver buiten Oekraïne verder voor zware repercussies zorgen. De oorlog heeft bovendien een economisch verlengstuk gekregen waarbij Moskou westerse sancties beantwoordt met tegenmaatregelen. Nog niet hersteld van een verwoestende coronapandemie heeft het geweld en de economische oorlog een wereldwijde crisissituatie doen ontstaan als gevolg van sterk stijgende brandstof-, voedsel- en meststofprijzen. In juni publiceerde de Verenigde Naties een rapport met de vaststelling dat de oorlog 94 landen die de thuis vormen van 1,6 miljard mensen extra kwetsbaar maakt, vooral op vlak van voedsel en energie. De VN spreekt van de grootste crisis in de 21e eeuw door uit de pan springende kosten voor levensonderhoud. De FAO voedselprijsindex is met meer dan 20% gestegen op een jaar tijd, een record. Voor miljoenen mensen dreigt hongersnood en extreme armoede. De oorlog speelt zich af in Europa, maar het zijn de arme landen en inwoners die de zwaarste economische tol betalen. Het voortduren van de oorlog en het handhaven van het huidige sanctieregime, zal die tol alleen maar doen toenemen.

In Europa zelf wakkert het boemerangeffect van de economische oorlog de ontevredenheid aan. Bij de bevolking groeit de perceptie dat de Europese leiders met de sancties de eigen onderdanen raken die zich geconfronteerd zien met stijgende energiefacturen en een dalende koopkracht. In een aantal landen lijkt het de kiezers in de handen van extreemrechts te drijven. Hoewel de sancties de Russische economie schade berokkenen en de modale Rus (pro- of contra Poetin) collectief straffen, brengen ze het regime zelf niet in gevaar en lijken ze ook weinig invloed te hebben op het Russische optreden, behalve dan in negatieve zin door het nemen van tegenmaatregelen.

De vraagt rijst of de sancties wel productief zijn. De economische oorlog heeft de energieprijzen danig aangewakkerd dat Rusland ondanks de dalende uitvoer van fossiele brandstoffen de oorlogskas verder kan blijven spijzen. Moskou is trouwens volop in de weer een grondige ‘pivot’ (‘draai’) naar het Oosten te maken met groeiende uitvoer naar landen als China en India. Als de tegenstanders en hun medestanders het huidige militaristische pad blijven bewandelen, kan de economische en politieke schade wel eens rampzalige dimensies aannemen.

Nood aan een politieke uitweg

Het is opvallend dat politici en commentatoren het nog amper hebben over de nood aan een politieke uitweg via onderhandelingen. De laatste poging om tot een vredesproces te komen dateert al van eind maart. Toen leek het er zelfs op dat de strijdende partijen in Istanboel naar een akkoord konden toegroeien met centraal, een (militair) neutraal Oekraïne dat in ruil over afdoende veiligheidsgaranties zou beschikken. Dat werd onlangs nog bevestigd door Fiona Hill, een voormalige medewerkster van het Witte Huis, in een lang artikel in Foreign Affairs.

Twee gebeurtenissen maakten een einde aan de onderhandelingen. Een week na Istanboel verschenen er beelden uit Boetsja waar in het zog van de Russische aftocht de straten bezaaid bleken met dode lichamen met de handen soms nog vastgebonden.

De andere reden was een verrassingsbezoek van de Britse Premier Boris Johnson aan Kiev op 9 april. Volgens een Oekraïense krant torpedeerde hij een mogelijk akkoord met de mededeling dat het geen steun zou krijgen vanuit het Westen. Boris Johnson bevestigde zijn afkeer voor onderhandelingen in een onderhoud met de Franse president Macron, met wie hij zijn overtuiging deelde dat Oekraïne de oorlog kan winnen als het voldoende militaire steun krijgt.

Sindsdien is dat de beleidslijn van zowel de NAVO-lidstaten als van Kiev. Zelensky bevestigde dit weekend nog dat er geen sprake kan zijn van onderhandelingen met Rusland omdat “de maatschappij niet wil praten met terroristen”.

Nochtans is net nu het ogenblik opportuun om de onderhandelingen te proberen hervatten op de twee niveaus: tussen Rusland en Oekraïne, maar ook tussen de NAVO/Europese Unie en Rusland. Als het klopt dat Rusland in het defensief zit en de onvrede in het land over de gang van zaken in Oekraïne toeneemt, dan kan dat perspectieven openen voor een politieke oplossing waarin enerzijds Rusland geen al te groot gezichtsverlies lijdt en anderzijds respect opgebracht wordt voor de principes van het internationaal recht en het herstel van de Oekraïense soevereiniteit over het hele grondgebied. Een politieke oplossing of het perspectief daartoe is noodzakelijk om een einde te maken aan de alsmaar groeiende politieke, militaire, economische, sociale en humanitaire schade als gevolg van het aanslepen van de oorlog en de internationale spanningen.

Zowel het ontwerpakkoord uit Istanboel als de Minks-akkoorden kunnen als basis dienen. Dat wil onder meer zeggen:

  1. Een neutraal Oekraïne dat in ruil voor sluitende internationale veiligheidsgaranties geen lid wordt van een militair blok;
  2. Een zekere vorm van autonomie voor de Donbass-regio zoals eerder al in Minsk II is afgesproken en het herstel van de culturele en politieke rechten van de diverse minderheden in Oekraïne;
  3. Het overeenkomen van een meerjarig onderhandelingskader over het statuut van de Krim (het moeilijkste dossier)
  4. Een opheffing van de sancties die de bevolking collectief straffen en voor wereldwijde economische en sociale schade zorgen. De stapsgewijze opheffing van de andere sancties die effectief tegen het regime en zijn steunpilaren zijn gericht, gekoppeld aan vooruitgang in het vredesproces.
  5. Het geleidelijk terugschroeven van militaire hulp aan Oekraïne in ruil voor het sluiten en respecteren van een wapenbestand op het terrein
  6. Op termijn: werken aan ontspanning tussen de NAVO-lidstaten en Rusland door middel van bilaterale ontwapeningsakkoorden en de ontwikkeling van een nieuwe Europese veiligheidsarchitectuur.

Het is in elk geval tijd om een eind te maken aan de oorlogsretoriek en het militarisme. Europa en de wereld kan zich geen nieuwe Koude Oorlog meer permitteren. Het is niet alleen van belang om de wapens in Oekraïne te doen zwijgen, maar ook om de wereldwijde gevaarlijke wapenwedloop en de groeiende spanningen tussen grootmachten een halt toe te roepen. Ontwapening en ontspanning moeten net als vier decennia geleden een absolute politieke prioriteit worden, zodat er ruimte wordt gecreëerd voor de aanpak van de grote levensbedreigende planetaire uitdagingen, zoals klimaatveranderingen, armoede en ongelijkheid en de kernwapendreiging.

Over de Russische invasie van Oekraïne en wat eraan voorafging, de confrontatiepolitiek van de NAVO, de snel veranderende geopolitieke verhoudingen, de Koude Oorlog 2.0,…. schreven Christophe Callewaert en Ludo De Brabander zopas het boek ‘oorlogskoorts’ (EPO, 215 blz.).

Visited 268 Times, 5 Visits today

Tags :
Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook