Waarom de commerciële massamedia Obama blijven prijzen als de redder van de wereldvrede, ondanks de overduidelijke bewijzen van het tegendeel

De recente speech van Obama in Cairo op 4 Juni ll. heeft voorspelbare lofuitingen over de hele wereld met zich meegebracht. Het blijft de kritische waarnemer verbazen hoe dat mogelijk is, die speech was immers een briljante staaltje van bevlogen retoriek zonder inhoud en zonder nieuwe ideeën. Wat er niet in werd gezegd is daarentegen veelzeggend.

In deze Uitpers vind je een korte krachtige analyse van Noam Chomsky over die onuitgesproken elementen in de speech van Obama. Ik ga daar hier niet verder op in. Eerder probeer ik een verklaring te vinden voor het mediafenomeen Obama. Waarom blijven de kritische commentaren in de commerciële én de openbare massamedia achterwege?

  1. Obama is een African-American.

    De verkiezing van de allereerste zwarte president is zonder twijfel een historische mijlpaal. De desastreuze jaren van George W. Bush hebben de mentaliteitsverandering van het Amerikaanse publiek zeker versneld, maar het zat er al jaren aan te komen dat ook bekwame zwarte politici op hun verdiensten zouden worden beoordeeld. ‘Bekwaam’ moet je in de context van het tweepartijensysteem van de VS zien. Obama had met een onafhankelijk progressief of conservatief programma uiteraard geen schijn van kans gehad, maar dat geldt evengoed voor blanke kandidaten. Zijn verkiezing heeft uiteraard een stimulerend effect voor de politieke participatie van de etnische minderheden in de VS. Ook de burgerrechtenbeweging in de VS zal er vernieuwde energie uit putten. Dat is zonder meer positief.

    Voor alle duidelijkheid, de positieve emanciperende invloed die van de figuur Obama uitgaat is een gevolg van zijn etnische afkomst en niet van zijn ideologisch profiel. Integendeel, dat profiel is zelfs tegengesteld aan de verzuchtingen van de burgerrechtenbeweging in de VS. Obama is een typisch product van conservatieve Amerikaanse universiteiten. Zijn sociale en economische ideeën zijn conservatief en hyperindividualistisch. Hij gaf niet voor niets les aan de University of Chicago, waar Milton Friedman zijn theorieën ontwikkelde die vanaf 11 september 1973 zo ‘succesvol’ werden toegepast in Chili.

    Reeds tijdens de eerste periode van de presidentiële campagnes – toen de meeste mediawaarnemers er nog van uit gingen dat Hillary Clinton het zou halen – werd de kandidatuur van Obama met fluwelen handschoenen aangepakt. Een van de vele gevolgen van de politieke emancipatiestromingen sinds de jaren ’60 is dat journalisten hun tong twee keer omdraaien alvorens ze iets kritisch over een zwarte kandidaat gaan zeggen. Zeker negatieve commentaren over de ‘geschiktheid’ of de ‘capaciteiten’ van een zwarte kandidaat zijn ‘not done’. Dat mocht ook kortstondig presidentskandidaat Joseph Biden ondervinden toen hij over Obama monkelend zei dat ze nu zelfs ‘een zwarte mededinger hadden die wél normale zinnen kon uitspreken’. De media kraakten hem daar op af. Obama zag er geen graten in om hem vervolgens als zijn running mate aan te duiden. Eigenlijk juist daarom, met Biden als kandidaat vice-president toonde Obama de bange blanken de weg naar zijn verkiezing. Die terughoudendheid blijft ook voor de verkozen president Obama gelden. Het is uiteraard nog vroeg in zijn presidentschap, maar Obama kan er gerust over zijn dat eventuele commentaren over ‘onbekwame beslissingen’ nog lang op zich zullen laten wachten.

  2. Obama is een briljant redenaar.

    Tijdens de campagne was het iedereen al opgevallen. Deze man weet een publiek te bespelen. Na het gestotter van W.Bush was dat inderdaad een verademing. In een medialandschap waar vorm het haalt op inhoud, is een briljant spreker kassa. Je kan er gemakkelijk quotes uit halen die zelf buiten context nog goed klinken ook. De speechwriters van Obama schrijven zijn teksten ook met het creëren van citaten in het achterhoofd (dat is trouwens niet echt nieuw – Clinton deed dat ook redelijk goed – met W. Bush wilde dat niet echt lukken).

  3. Na de periode W. Bush had men nood aan een positieve boodschap.

    De Amerikaanse politieke elite hield aan W.Bush een serieuze maagzweer over. Nooit eerder was een Amerikaans president zo ongeloofwaardig voor het publiek. Dat is niet goed voor zakendoen (dat dat ook niet goed is voor dat publiek is daarbij irrelevant). Obama is daarna een zegen. Je WIL de man gewoon geloven. De massamedia zaten echter evengoed met een geloofwaardigheidsprobleem. Ook dat is niet echt nieuw. Media-analyses wijzen daar al jaren op. Met W. Bush was dat geloofwaardigheidsprobleem echter zeer acuut geworden. Met Obama hebben de massamedia weer iemand waarmee je positief kan uitpakken.

  4. De massamedia moeten natuurlijk wel doorgaan met het loven van een president die ze als kandidaat de hemel hebben ingeprezen.

    Dat zijn ze verplicht als ze diezelfde geloofwaardigheid die hierboven al werd besproken willen behouden. Met Obama zal in de komende jaren waarschijnlijk iets gelijkaardig gebeuren als met de massavernietigingswapens in Irak. De meeste commentatoren laten het nu uitschijnen dat ze werden ‘misleid’ door ‘foutieve informatie’ of door ‘malafide overheidsbronnen’. Niets is natuurlijk minder waar. De informatie over het niet-bestaan van die massamediawapens was ruim voorhanden. Eerder dan goedgelovig slachtoffer waren de massamedia (vooral in de VS zelf maar ook daarbuiten) bereidwillige medewerkers aan een rookgordijn dat de oorlog in Irak heeft mogelijk gemaakt tegen zowat de hele wereldopinie in.

    De verstandigste journalisten weten natuurlijk nu al dat Obama gewoon een doorsnee president is die buiten de retorische stijlbreuk met W. Bush de politiek van zijn voorganger(s) gewoon verder gezet. Dat blijkt ook nu uit de recente stemming voor nieuwe oorlogsfondsen voor Irak en Afghanistan. Het kabinet Obama heeft voor die stemming in het Congres zwaar gelobbyd. De nieuwe Congresleden die hun eerste tweejaarlijks mandaat zetelen werden zwaar onder druk gezet. Het is in de Amerikaanse politiek algemeen geweten dat nieuwe mandatarissen het hardst moeten vechten voor een herverkiezing. Het wegvallen van de steun van de president kan – ook als het om een kleine stemmenverschuiving gaat – het verschil maken. Niet bepaald wat je van een vernieuwend president zou verwachten.

  5. Een conservatieve president met een progressief imago verkoopt beter dan een openlijk conservatieve president.

Wanneer in de loop der komende jaren duidelijk zal worden dat het ook met deze president niet anders wordt, zullen de massamedia zich net als hierboven gaan concentreren op ‘gebroken beloftes’, ‘foute beslissingen’, ‘toegevingen aan de rechterzijde’. Mijn inschatting is dat dit fenomeen zich zal voortdoen vanaf het begin van de tweede termijn van Obama. Dat hij die haalt ligt bijna vast. De Republikeinse partij ligt op apegapen. Uiterst rechtse standpunten over abortus en homofobie worden in de ‘liberale’ media belachelijk gemaakt. Het uiterst rechtse Fox News schiet zichzelf constant in de voet met ronduit ridicule berichtgeving. Ideaal voor een rechts president die een links imago wil promoten is een uiterst rechts beweging waartegen je je kan afzetten. Ook de ‘liberale’ media vinden een dergelijke rechterzijde geweldig.

Net als met de massavernietigingswapens is er echter geen sprake van ‘gebroken beloftes’ en dergelijke. Zoals ik reeds eerder in vorge Uitpers-commentatoren zei, Obama doet EXACT wat hij beloofd heeft: het verderzetten van het globaal militair-economisch imperialistisch project van de Amerikaanse elite, tegen de meerderheid van de wereldopinie in (en overigens ook tegen een aanzienlijke minderheid van de Amerikaanse publieke opinie). Obama sluit de meer dan 250 Amerikaanse militaire basissen in het buitenland niet. Obama vermindert het defensiebudget niet. Obama voert zoals hij ook beloofd heeft, géén openbaar gezondheisssysteem in maar het minimalistisch programma dat minder ver ging dat het (eveneens beperkte) programma van Hillary Clinton, namelijk een soort van aanvullende openbare verzekering die op vrijwillige bijdragen is gebaseerd. Obama heft de blokkade van Cuba niet op. De destabiliseringsprogrammas van de VS in Venezuela gaan onverminderd door, daar verandert handjes schudden met Chavez niets aan. (Opvallend hoe de massamedia de titel verzwegen van het boek dat Chavez aan Obama gaf: De aderlating van een continent van Eduardo Galeano. Van selectieve berichtgeving gesproken). Beeld je even in dat Obama een boek zou geven aan Poetin en wat diezelfde media daar zouden mee doen, alleen al qua interviews met de auteur … En dat de Israël-politiek van Obama zelfs verder gaat dan die van W. Bush werd in vorige Uitpers-artikels reeds uitgelegd.

Besluit:

Obama kan voor het ogenblik niks verkeerd doen. Hij verstaat als geen ander wat de massamedia drijft en wat het publiek graag hoort. Met inhoud heeft dat niets te maken. Dat is niet nieuw. Acht jaar Clinton waren een zelfde verhaal. Maar eigenlijk is het verhaal van Obama het verhaal van de moderne massamedia van de laatste veertig jaar. Perceptie, daar draait het om. De waarheid is niet verkoopbaar. Daarom dus.

Het VS-imperium is echter zwaar verzwakt. Wat in Latijns-Amerika gebeurt is een teken aan de wand. De figuur van Obama inspireert velen, meestal onterecht, maar toch. Daar zal Obama rekening moeten mee houden, toch minstens om zijn tweede mandaat te halen. Zoals altijd, echte verandering komt van onderuit, van jarenlange strijd, van organisatie. Net zoals alle presidenten zal Obama hier op moeten reageren. Zoals Chomsky in een recent interview zei: “American presidents do not act, they React.” Aan ons om die strijd te voeren.

(Uitpers, nr. 111, 10de jg., juli-augustus 2009)

Deel dit artikel

Visited 121 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook