Waarom Condoleeza Rice Harare promoveerde tot ‘Voorpost van de Tirannie’

De voorbije weken weerklonken in de volkswijken van Harare de politieke songs van oppositie en regeringspartij vanop voor de gelegenheid omgebouwde terreinwagens. Op radio en televisie verkondigden de rivaliserende partijen hun boodschap. Dit alles als opwarming voor de parlementsverkiezingen van donderdag 31 maart, waarbij regeringspartij ZANU(PF) en oppositiepartij MDC (Movement for Democratic Change) zich met elkaar zullen meten.

Toch weerklinkt hier en daar in het Westen opnieuw de haatcampagne van de tegenstanders van de regering. En bij haar aantreden als buitenlandminister van de VS voegde Condoleeza Rice aan haar lijstje van schurkenstaten Zimbabwe toe. Ze noemde het land een ‘’voorpost van de tirannie’’.

Het zal eeuwig raden blijven waarom de VS precies nu Zimbabwe nogmaals tot mikpunt van internationale druk wilden maken. Volgens sommigen was het gewoon een vriendelijke geste naar de Britse premier Blair die al van bij zijn aantreden in 1997 tegen de Zimbabwaanse plannen voor landhervorming in de aanval ging. Volgens anderen wilden de VS in elk continent wel een land brandmerken dat teveel tegen hun buitenlandpolitiek in verzet ging. En in Afrika was Zimbabwe een voor de hand liggende kandidaat.

Feit is dat de haatcampagne in de media en de isolering op het diplomatieke terrein er kwamen en tot op heden in stand gehouden worden. Daarbij is het interessant even terug te blikken hoe en wanneer dit alles op stapel werd gezet.

Zimbabwe was in de negentiger jaren een voorbeeldige leerling die een structureel aanpassingsprogramma van IMF en Wereldbank uitvoerde, maar daar slechts weinig positieve resultaten van merkte. Vrijlating van de prijzen, afschaffing van de subsidies op basisproducten en algemene loonbevriezing gedurende een paar jaar luidden een algemene verarming en afbraak van de binnenlandse koopkracht in. Daarnaast werd alle nadruk gelegd op het promoten van exportproducten en opengooien van de grenzen voor buitenlandse producten.

Het aandeel van de verwerkende nijverheid daalde op enkele jaren van 25 pct. naar 14 pct. van het bruto nationaal product. De tewerkstelling in de formele sector kalfde met een derde af.

Na vijf jaren van aanpassingsbeleid kwam het dikwijls aangekondigde einde van de tunnel nog steeds niet in zicht. De onrust onder de bevolking en de ontgoocheling bij de beleidsvoerders namen overhand toe. Het inzicht groeide snel dat industrialisering en steun van het Westen een verloren kaart waren en dat het land alles moest zetten op een herverdeling van de landbouwgrond. Dat was in de ogen van de mensen de enige echte rijkdom, zowel economisch als cultureel. Bovendien was de onafhankelijkheidsoorlog precies gevoerd om het land terug te krijgen.

In 1997 besloot de regering om het land op grote schaal en in versneld tempo terug te geven aan de zwarte bevolking. Tot dan toe hadden 6.000 overwegend blanke boerengezinnen en enkele multinationals ruim de helft van de bewerkbare landbouwgrond, en dan nog het beste deel ervan, in eigendom.

In augustus 1998 brak de tweede Congo-oorlog uit. Zimbabwe koos de zijde van de Congolese regering en steunde – samen met Angola en Namibia – president Kabila diplomatiek en militair. Vooral Zimbabwe werd daarvoor internationaal zwaar op de korrel genomen terwijl het twee jaar duurde voor diezelfde internationale (Westerse) gemeenschap openlijk erkende dat Oeganda en Rwanda een invasie in Congo gepleegd hadden.

Ondertussen was de internationale reactie al op gang gekomen. Reeds in 1997 – amper enkele maanden na het aantreden van Tony Blair in mei van dat jaar – stuurde de Britse staatssecretaris Claire Short een brief aan de Zimbabwaanse regering met de boodschap dat haar regering zich niet verantwoordelijk achtte voor de kolonisatie en dat de fondsen voor landherverdeling opgezegd werden.

In 1998 zag de Westminster Foundation het licht met geld van het Britse Foreign Office. Die Foundation financierde onder meer radiostations die vanuit Botswana en Londen anti-regeringspropaganda over Zimbabwe uitstuurden.

Op 3 mei 2000 werd de Zimbabwe Democracy Trust opgericht. Tot de patrons behoorden Chester Crocker, voormalig vice-buitenlandminister van de VS en barones Lynda Chalker, voormalig staatssecretaris voor overzeese ontwikkeling van het VK. In een open brief aan de Times of London agiteerden de kopstukken van de Trust tegen de Zimbabwaanse regering. De brief werd ondertekend door Lord Carrington, voormalig secretaris-generaal van de NAVO, en door bankiersdochter Evelyn de Rotschild.

Niet lang daarna blokletterde de krant The Observer: ‘’Brits kapitaal achter een poging om Mugabe uit het zadel te lichten’’. De krant beschreef verder de Zimbabwe Democracy Trust als volgt: “Een prominente groep van Britse en Amerikaanse zakenlui – de meesten met belangen in de energie- en mijnsector in Zimbabwe – verschuilen zich achter een internationale organisatie die de oppositie tegen Robert Mugabe financiert.” (The Observer, 21 mei 2000)

Tot daar het democratisch gehalte van de propagandisten van de democratie in Zimbabwe.

Al die manoeuvres hadden plaats tijdens de paar jaren voor er betwiste verkiezingen in Zimbabwe zouden plaats hebben. De eerste verkiezingen waarover de Westerse landen klachten uitten, hadden plaats in juni van 2000 (parlement) en daarna met de presidentsverkiezingen van maart 2002.

Maar ondertussen was er wel een formidabele oppositiepartij gevormd, het MDC (Movement for Democratic Change) dat in september 1999 het licht zag. Het MDC werd een alliantie van delen van de vakbond met leidende figuren uit de niet-goevernementele organisaties (NGO’s), het blanke patronaat en vooral de blanke boeren en hun Britse achterban. MDC werd van bij haar start fors financieel gesteund door het buitenland, vooral door Groot-Brittannië.

Vanaf 2000 richtte de Britse lobby zich op de EU. Eind 2001 (23 november) bezocht een zware delegatie van de EU de Zimbabwaanse hoofdstad Harare, zogezegd om de toestand in de DRC (Congo) te bespreken. In werkelijkheid om te ‘eisen’ dat de EU waarnemers zou mogen sturen naar de komende presidentsverkiezingen.

Zimbabwe reageerde dat het individuele landen zou uitnodigen die zich niet a a-priori vijandig opstelden tegen Zimbabwe. Zeven EU landen kregen een uitnodiging, acht landen geen. Alle zeven uitgenodigde Europese landen, waaronder ook België, stuurden een delegatie met waarnemers die door Zimbabwe geaccrediteerd werden. Op het laatste moment arriveerde in Harare de Zweedse diplomaat Pierre Schori, met een toeristenvisum. Hij verklaarde na aankomst dat hij het hoofd was van de EU-waarnemersdelegatie. Zweden was door Zimbabwe niet uitgenodigd als verkiezingswaarnemer.

Zimbabwe weigerde Schori te accrediteren als hoofd van de delegatie, waarop de EU besloot – op enkele weken voor de verkiezingen – de hele waarnemersdelegatie terug te trekken. Twee dagen na die terugtrekking kondigde de EU – onder zware Britse druk – sancties af tegen Zimbabwe. De EU heeft de verkiezingen niet waargenomen, maar ze heeft ze veroordeeld met sancties nog voor ze hadden plaats gehad. Die sancties zijn nog steeds van kracht.

De VS van hun kant reageerden het jaar daarop met de Zimbabwe Democracy Act die een verbod legde op alle investeringen in en financiële steun aan Zimbabwe. De VS ambtenaren in internationale organisaties zoals het IMF en de Wereldbank kregen opdracht alle leningen en projecten met Zimbabwe tegen te houden.

Als gevolg van die boycots droogde de meeste internationale hulp op en kwam het land in grote deviezenproblemen. Daardoor heerste er gedurende bijna twee jaar een totale schaarste aan benzine en diesel, waarbij het verkeer bijna onmogelijk werd. Er was ook totale schaarste aan geïmporteerde goederen en vervangingsonderdelen. De formele economie werd erdoor ontwricht en de inflatie steeg tot over 500 procent op jaarbasis.

Sinds die periode is het politieke klimaat veranderd. De oppositiepartij MDC loste de verwachtingen van het buitenland (‘regime change’, in de woorden van Tony Blair in het Britse parlement eind 2003) niet in. Het kreeg af te rekenen met talrijke interne conflicten en de buitenlandse financiering droogde snel op.

Bovendien is de landhervorming volledig doorgevoerd en zelfs de oppositiepartij MDC heeft al verklaard dat ze die niet ongedaan wil maken.

Groot-Brittannië lijkt er zich bij neer te leggen dat het de strijd verloren heeft. Het kan de landhervorming niet laten terugschroeven, de tegenstellingen rond de Congo-oorlog zijn door de tijd achterhaald.

Voor de VS lijken de ideologische doelstellingen nog steeds belangrijk genoeg om een politiek van de harde confrontatie met Zimbabwe voort te zetten. Het verzet van Zimbabwe tegen de dictaten van het IMF en de Wereldbank blijven een doorn in het oog. Zimbabwe verwierf bij de bevolking van andere Afrikaanse landen de status van voorvechter tegen het imperialisme. Tijdens de staatsbegrafenis van de anti-apartheidssymbool Walter Sisulu (ANC) midden vorig jaar kreeg Mugabe, na Mandela, de grootste staande ovatie van de menigte. De VS vrezen dat dit voorbeeld aanstekelijk kan werken.

Keerpunt in zicht?

Wat is dan het belang en de betekenis van de parlementsverkiezingen van eind maart ?

Het gaat wellicht om de laatste grote verkiezing vóór president Mugabe opstapt. Het wordt misschien de voorbode van een grondwetsherziening die een oplossing kan bieden voor de polarisering in het land.

Zowel regeringspartij als oppositie zijn sinds de heftige dagen van 2002 behoorlijk veranderd. Regeringspartij ZANU(PF) heeft zich de voorbije maanden ontdaan van enkele van de meest rabiate propagandisten. Meest in het oog springend is het gedwongen ontslag van informatieminister Jonathan Moyo die nu in de verkiezingen opkomt tegen zijn voormalige partij. De partij positioneert zich zonder meer rond de opvolging van Mugabe in een nabije toekomst.

Oppositiepartij MDC is gelouterd door talrijke interne rivaliteiten en probeert zich geleidelijk aan te ontdoen van zijn imago van partij van de blanke boeren en van het buitenland (Blair), van vaandeldrager van het IMF.

Op het electorale front maakt ZANU(PF) kans om een deel van de eerder verloren stedelijke kiezers terug te winnen. MDC heeft sterk campagne gevoerd op het platteland en hoopt daar nu heel wat zetels te winnen. Politieke experts in Zimbabwe voorspellen zonder uitzondering een overwinning voor ZANU(PF), maar zijn het oneens over de omvang van die overwinning.

Het is precies de omvang van die overwinning die de sleutel kan vormen tot de politieke toekomst van het land. Het is immers een publiek geheim dat zowel regering als oppositie zo gauw mogelijk tot een grondwetsherziening willen komen. En daarvoor is een tweederde meerderheid in het parlement nodig.

Indien ZANU(PF) die tweederde meerderheid haalt, kan ze de grondwet volgens eigen goeddunken doorvoeren. Als ze dat niet haalt, dan kan een vorm van cohabitation met MDC noodgedwongen tot stand komen.

Mocht het Westen daarop reageren met een versoepeling of zelfs met afschaffing van de economische en financiële boycot, dan kan dit een nieuwe start betekenen voor Zimbabwe. Wat op zijn beurt een welkome zuurstofbel kan worden voor de hele regio van Zuidelijk Afrika.

Een tweede mogelijkheid is dat het Westen elke versoepeling in de koelkast houdt tot na het politieke verdwijnen van Mugabe.

(Uitpers, nr. 63, 6de jg., april 2005)

Visited 8 Times, 1 Visit today

Tags :