VS zitten met Pakistaanse kater

Pakistan is al lang een van de grootste kopzorgen voor VS-president Barack Obama. En sinds 26 november 2011 is dat alleen nog wat erger geworden. De dood van 24 Pakistaanse soldaten bij een Navo-bombardement aan de grens met Afghanistan, heeft een zware domper gezet op een bondgenootschap dat ooit zo hecht was. De Pakistaanse legerleiding gebruikt het incident om president Asif Ali Zardari en de regering Gilani nog meer vleugellam te maken, drijvend op de toegenomen afkeer bij de bevolking tegen de Amerikanen.

De dood van de 24 Pakistaanse militairen was voor veel Pakistani de druppel teveel. De onbemande vliegtuigen die bijna dagelijks plaatsen in het land bestoken, de operatie tegen Osama Bin Laden zonder Pakistaans medeweten (officieel althans), het Amerikaans optreden in Afghanistan en de begeleidende druk op Pakistan, de groeiende vriendschap tussen de VS en India, het ligt zowel militairen als veel burgers zwaar op de maag. Het incident van 26 november leidde tot massaal protest tegen het bondgenootschap met de VS. De regering besliste, eerder tegen haar zin, om de konvooien van de Navo via Pakistan naar Afghanistan voor onbepaalde tijd te blokkeren. De Navo stelt het voor alsof dat niet zo erg is, volgens de Navo gaat sinds september al twee derde van de bevoorrading via de “noordelijke route”, namelijk Baltische en Kaukasische havens. Maar dat is veel duurder en geeft Moskou een grotere kijk op die transporten.

Ook krijgen Amerikaanse vertegenwoordigers het steeds moeilijker om aan een visum voor Pakistan te geraken. Tegelijk kregen de CIA-agenten op de basis Shamsi, in Baloetsjistan, twee weken om er hun biezen te pakken. Shamsi was een logistieke basis voor militaire operaties met onder meer onbemande vliegtuigen; die zijn overgebracht naar enkele CIA-basissen in Afghanistan zelf.

Andere kijk op Kabul

De regering van Yousef Raza Gilani staat onder druk van zowel militairen als een groot deel van de bevolking. De militairen onder leiding van generaal Ashfaq Kayani bepalen steeds meer het buitenlands beleid van Pakistan. Ze hoeven geen staatsgreep uit te voeren, ze oefenen de macht zo al uit, aldus defensieanalist Hasan AskarRizvi (The Guardian 29-09-2011).

Dat buitenlands beleid draait vooral rond Afghanistan, de VS en voorop India. En dat heeft alles met defensie te maken, India zijnde de grootste vijand met Afghanistan het “natuurlijke hinderland” van Pakistan en de VS als bondgenoot en financier van het leger.

Het probleem is echter dat de VS en de Pakistaanse militairen in Afghanistan andere doeleinden hebben. De VS willen na hun terugtrekking, in 2014 of later, vooral een Afghanistan waarin de Taliban geneutraliseerd zijn, terwijl de Pakistaanse militairen in Kabul een bewind willen waar ze kunnen op rekenen – en op de Taliban kunnen ze rekenen.

ISI en Haqqani

Vandaar de al langer oplopende spanningen tussen Washington en de Pakistaanse generaals. Amerikanen nemen steeds minder een blad voor de mond om de samenwerking tussen de Pakistaanse militaire geheime dienst ISI en sommige Talibangroepen aan de kaak te stellen. Dat gebeurde volop na de aanval van 13 september op de VS-ambassade in Kabul, het werk van de groep Haqqani, een zeer radicale beweging in de jaren 1980 opgericht met steun van ISI, CIA en rijke Arabieren uit de Golfstaten en Saudi-Arabië. Haqqani huist in Noord-Waziristan, een van de Pakistaanse tribale gebieden langs de grens met Afghanistan, in de buurt van een legerbasis.

De ISI ontkent niet dat ze in contact staat met Haqqani, maar ontkent de beschuldiging dat zij achter de aanslag in Kabul zat. Veel Amerikanen met kennis van zaken geloven dat niet. Ze zijn ervan overtuigd dat de banden tussen hoge Pakistaanse militairen en allerlei jihadgroepen die in Pakistan, Afghanistan en India opereren daarentegen zeer innig zijn. Ze zien de hand van de ISI in de moord van 20 september 2011 op de Afghaanse oud-president Burhanuddin Rabbani. Ook volgens de regering in Kabul en vooral de aanhangers van de vroegere “Noordelijke Alliantie” (vooral Tadzjieken, Hazara’s en Oezbeken) wil Pakistan met dergelijke aanslagen elke vredesregeling in Afghanistan saboteren – Rabbani was voorzitter van de “Hoge Raad voor de Vrede” die een vredesproces zou moeten op gang brengen.

Volgens sceptische Amerikanen was het incident van 26 november door Pakistaanse militairen geprovoceerd, zij spinnen er immers garen bij in hun kritiek op de Amerikaanse politiek in de regio – die hen vooral te vriendelijk is voor India. Maar dat klinkt zwak als men ziet hoe vaak de Amerikaanse en Navo-troepen zich als in bezet gebied gedroegen. Dat is dan ook zoals ze door de meeste Afghanen en Pakistani worden gezien: als bezetters.

Memo

Zardari en de regering Gilani, behorend tot de Pakistaanse Volkspartij PPP van de familie Bhutto, zouden het liever anders zien. Zij staan op goede relaties met geldschieter Washington, maar dat maakt hen niet populair.

Een zogenaamde “memo-affaire” drijft Zardiri en co in de hoek. Op 10 oktober bracht een Amerikaanse zakenman van Pakistaanse afkomst, Mansoor Ijaz, in de Financial Times aan het licht dat een hooggeplaatste Pakistaanse leider de Amerikaanse opperbevelhebber admiraal Mike Mullen in mei een memorandum had bezorgd waarin steun werd gevraagd tegen de militairen in ruil voor hardere strijd tegen de netwerken rond Al Qaida en toezicht over het kernwapenarsenaal van Pakistan. Admiraal Mullen bestempelde de groep Haqqani als een gewapende arm van de ISI. Maar het memo bleef zonder gevolg. De onthulling ervan gaf generaal Kayani sindsdien kruit voor grof geschut tegen een toch al zo zwakke president en regering die gebukt gaan onder de verdenkingen van corruptie.

Washington moet het voorlopig met Gilani en co doen. Gilani die verklaarde “Ze kunnen het met ons niet stellen. Maar ze konden het ook niet zonder ons stellen”. De militairen zien dat anders, zij hebben in Afghanistan nu eenmaal andere oogmerken dan Washington. De tijd dat ze samen moslimfundamentalistische groepen bewapenden en financierden is verleden tijd. Jammer voor Obama die de regeling van AfPak als een van zijn grootste uitdagingen zag.

(Uitpers, nr. 138, 13de jg., januari 2012)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 51 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook