VS op vinkenslag in Moskou

Washington en Moskou zijn eind september in Sint-Petersburg overeengekomen nauwer samen te werken op het vlak van olie. Die samenwerking neemt de jongste twee jaar steeds concretere vormen aan. Amerikaanse oliekringen willen echter tegelijk hun groeiende belangen op de Russische oliemarkt onder controle houden. Vandaar ook hun toenemende belangstelling voor de Russische politiek en voor de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 7 december.

Olie, politiek en diplomatie lopen in Moskou steeds meer door elkaar. President Wladimir Poetin haalde deze zomer in eigen land een grote slag thuis door de campagne van de ‘veiligheidsdiensten’ tegen olie-oligarch Michail Chodorkovsky, de baas van oliereus Joekos. Die campagne tegen een van de grootste plunderaars van het land valt in zeer goede aarde bij veel Russen. Die hopen dat dit de aanloop is tot een ruimere strijd tegen de oligarchen in het algemeen die rijk werden met de nep-privatiseringen uit de tijd van Boris Jeltsin; een overgrote meerderheid van de bevolking wil dat die plundering-privatiseringen gewoon ongedaan worden gemaakt.

Dat is ijdele hoop. Want het is Poetins groep er om te doen (1) de bevolking in de aanzet tot de verkiezingen een rad voor de ogen te draaien door de indruk te wekken dat het Kremlin het grote onrecht van de jaren 1990 ongedaan wil maken; en (2) enkele oligarchen een deel van hun buit afnemen om die te verdelen onder wat ze in Moskou de ‘tsjekisten’ noemen, de mannen van de geheime dienst FSB, opvolgster van KGB en Tsjeka, Poetins springplanken naar de macht.

Amerikaanse baronnen

Sommige Amerikaanse oliekringen zijn evenwel niet erg gerust in Poetins campagne. De ploeg van George W. Bush is gewonnen voor een strategische oliesamenwerking met Rusland. In oktober vorig jaar was er, na heel wat heen en weer bezoeken, een Amerikaans-Russische energietop in Houston, Texas, thuisland van Bush. Die top is nu gevolgd door de recente top in Sint-Petersburg, thuisstad van Poetin. Tussenin zijn er talrijke contacten geweest tussen de Russische oliebaronnen, Chodorkovsky voorop, en Amerikaanse collega’s en politici. Het viel op hoe talrijke Russische oliebaronnen er tijdens de aanloop tot de oorlog tegen Irak bij het Kremlin op aandrongen Washington te volgen.

Zij willen zoveel mogelijk rechtstreeks aan de VS leveren, iets waar Chodorkovsky zelf mee begonnen is. Nu bedragen de Russische olieleveringen aan de VS hoop en al vier procent van de globale Amerikaanse invoer, maar er zijn perspectieven om dat percentage gevoelig op te drijven. Daarvoor zijn er echter buitenlandse investeringen in de Russische olie-industrie nodig, aldus hun redenering. De sleutel daartoe is de haven van Moermansk, in het noorden, vanwaar tankers in negen dagen de oostkust van de VS kunnen bereiken (32 dagen vanuit Saoedi-Arabië). Chodorkovsky en zijn collega’s klagen dat de pijpleidingen in Rusland onvoldoende capaciteit hebben, dat er dringend uitbreiding en modernisering nodig is. Daarvoor moeten de bestaande leidingen geprivatiseerd worden en is er Amerikaans kapitaal nodig voor nieuwe. De Amerikanen willen wel, maar eisen garanties voor hun investeringen en die van hun partners. De campagne tegen Chodorkovsky verontrust hen.

Die campagne wordt in oliekringen ook uitgelegd met het verzet van het Kremlin tegen een plan om 25 procent van de geplande fusie Joekos (Chodorkovsky) en Sibneft (Roman Abramovitsj) te verkopen aan Chevron Texaco. Het Kremlin ziet in de Russische oliesector een strategische troefkaart en wil de controle over pijpleiding zelf in handen houden, terwijl de olieproductie in Russische handen moet blijven. Maar de olie-oligarchen zijn allesbehalve patriotten en zouden er geen graten in zien hun oliebelangen aan Amerikanen, Britten of anderen te verkopen.

Bush Sr, Kissinger…

Chodorkovsky kan daardoor op enige natuurlijke sympathie van de Amerikaanse oliekringen rekenen. De Amerikaanse ambassadeur in Moskou, Alexander Vershbow, steunt openlijk de Russische oliereus tegen de Kremlin-campagne. Maar er is grover geschut ingezet. Henry Kissinger, gewezen chef van de Amerikaanse diplomatie, is al weken druk in de weer om de belangen van Chodorkovsky, en zijdelings ook van Chevron, te verdedigen.

Kissinger is een dure vogel, maar hij heeft zijn entrees in het Witte Huis en via dat kanaal in het Kremlin. Chodorkovsky kan zich de diensten van Kissinger veroorloven. Misschien ook wel die van gewezen president Bush, vader van junior, die midden september in Rusland opdook. In Moskou gaat men ervan uit dat vader Bush de zaak van Chevron Texaco én van Chodorkovsky, die mee aanzat aan een diner met Bush, is komen bepleiten. Maar hij kwam ook als vertegenwoordiger van de Carlyle Group, een militair-industriële belangengroep die stevig ingeplant zit in het Pentagon en zowel gewezen Staatssecretaris James Baker als de Britse ex-premier John Major tewerkstelt. De Carlyle Group zit te azen op nauwe samenwerking met de machtige Russische Alfa groep van Michail Fridman.

Chodorkovsky krijgt ook steun van een rijke collega, Boris Berezovsky, de man die het schoon weer maakte tijdens Jeltsin en die in 1999 een hoofdrol speelde in het aantreden van Poetin. Berezovsky kreeg in september politiek asiel in Groot-Brittannië (na allerlei geruchten over mislukte aanslagen op zijn persoon). Berezovsky heeft nog talrijke belangen in Rusland, hij heeft ook nog heel wat entrees in de geheime diensten. Berezovsky stelt Chodorkovsky nu een alliantie van oligarchen met het oog op de verkiezingen voor.

Wellicht zijn de Amerikaanse oliekringen, en Washington, een dergelijke alliantie niet ongenegen. Het laat hen toe Poetins positie te verzwakken en hem sterker onder druk te zetten. Die affaires kwamen tijdens de gesprekken in Camp David tussen Bush jr. en Poetin misschien niet uitdrukkelijk aan bod, maar ze speelden op de achtergrond ongetwijfeld mee.

Het is natuurlijk niet de eerste keer dat de Amerikanen zich rechtstreeks in de politieke strijd in Moskou gaan mengen. Washington vond reeds onder Gorbatsjov (1985-1991) trouwe bondgenoten in het Kremlin, met name minister van Buitenlandse Zaken Edward Sjevardnadze, huidig president van Georgië, die toen met verve de belangen van Chevron in Kazachstan behartigde. Er is vooral de inmenging geweest in 1996 toen Jeltsin er zeer slecht voorstond, maar kon rekenen op de zeer gulle steun van het IMF en van Washington geld en adviseurs kreeg om zijn campagne te voeren. Poetin weet maar al te goed waartoe de Amerikaanse geldmilieus in staat zijn om hun belangen in Moskou te verdedigen.

Nerveus

Die dreigingen maken Poetin nerveus, vooral omdat opiniepeilingen zijn partij, Ruslands Eenheid, weinig succes voorspellen. Poetin kreeg een voorsmaakje bij de gouverneursverkiezingen in Sint-Petersburg: hij steunde zeer actief een kandidate die echter een tweede ronde nodig had om te worden verkozen. Wat vooral opviel was de lage opkomst: 28 %. Poetin hoopt het gevaar te bezweren door het belangrijkste opiniepeilingsinstituut, VTsIOM, onder zijn controle te brengen zodat de komende peilingen wat gunstiger zijn.

Maar er wordt steeds anders gekeken naar de verkiezingen. Die zullen officieel nog wel met partijen en lijsten gebeuren; in feite gaat het echter meer en meer over de verdeling van de macht onder oligarchen. Enkele partijen, zoals het liberale Jabloko, worden openlijk gul gefinancierd door Chodorkovsky, terwijl Berezovsky zijn eigen liberale partij heeft. Het zijn niet zozeer de partij-etiketten die tellen, wel het aantal zetels dat de respectieve oligarchen zelf zullen controleren, over de partijgrenzen heen. Zelfs de Communistische Partij ontsnapt daar niet aan. Zeker niet, want zij is een van de meest corrupte partijen waarvan talrijke parlementsleden te koop zijn – op de eerste plaats door de oligarchen van wie de meeste toch nog altijd op goede voet staan met het Kremlin, ook al omdat ze hopen een stukje van het imperium van hun rivalen binnen te doen.

Tegen die dreiging is voor Poetin de verleiding zeer groot om nog autoritairder op te treden. De mediawet over de strikte neutraliteit van de media in de campagne is daar al een uiting van. In Tsjetsjenië kregen ze ook al een voorsmaak: alle mogelijke rivalen van de kandidaat van het Kremlin trokken zich vóór de verkiezingen wijselijk terug.

(Uitpers, nr. 46, 5de jg., oktober 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 76 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook