VS op botsingskoers met Koerden en Turkije

De Verenigde Staten raken met de agressieve buitenlandse politiek van de regering van president Bush steeds meer en meer in de problemen en in het isolement. De ene na de andere bondgenoot haakt af in Irak. Hetzelfde dreigt te gebeuren in Afghanistan(1). Ook met andere cruciale bondgenoten – naast Pakistan en de Afghaanse president Karza -, Turkije en de Iraakse Koerden, zit Washington op een botsingskoers.

De alliantie tussen Washington en Ankara is onder druk gekomen door de erkenning door de commissie buitenlandse zaken van het Amerikaanse Congres van de Armeense genocide in 1915. Een erkenning die tot felle protesten van de Turkse ultra’s heeft geleid. Komt daarbij dat de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), bij ontstentenis van enige beweging in de Koerdische kwestie in Turkije, haar operaties vanuit Iraaks Koerdisch gebied heeft opgedreven. Waarbij sedert begin dit jaar al meer dan honderd Turkse soldaten zijn gesneuveld. De Turken zijn in alle staten door die twee ontwikkelingen. De opflakkering van het geweld en de heibel rond de Armeense kwestie hebben zelfs tot geweld geleid in Brussel, waar Turken verschillende dagen achtereen Armeense, Koerdische en Assyrische doelwitten aanvielen.

Onder druk van de felle Turkse reacties tegen de mogelijke erkenning van de Armeense genocide is inmiddels een stemming in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden “uitgesteld”. De VS kunnen zich immers geen breuk veroorloven met Turkije. Het is niet alleen een Navo-bondgenoot, maar een noodzakelijk bruggenhoofd voor de Amerikaanse operaties in Irak en verder in Azië. Maar de vraag is of Washington een verdere verslechtering van de relaties zal kunnen voorkomen.

Centraal daarin staat de Koerdische kwestie. Die al een oud zeer is sedert 1991 toen de Amerikanen, na de Golfoorlog ter bevrijding van Koeweit, in Noord-Irak een feitelijk onafhankelijke Koerdische entiteit oprichtten. De invasie van Irak in 2003, waaraan Turkije, in het spoor van de meeste Europese landen, weigerde mee te werken, heeft het probleem verscherpt. Door de Turkse weigering in 2003 de inval te steunen, werd de medewerking en steun van de Iraakse Koerden voor de invasie van cruciaal belang. En de Iraakse Koerden zijn de enige overgebleven bevolkingsgroep in Irak, die nog altijd achter de VS staat. Mocht die alliantie teloorgaan, dan wordt de Amerikaanse positie in Irak onhoudbaar, want dan heeft Washington geen enkele vriend en bondgenoot meer in het land.

Het zal dan ook niet verbazen dat Washington de Iraakse Koerden sedert de invasie de hand boven het hoofd is blijven houden. Tot groot ongenoegen van Ankara, dat zich altijd heeft verzet tegen enige Koerdische autonomie of rechten, niet alleen in eigen land, maar ook in de buurlanden. Omdat dit een “slecht voorbeeld” zou zijn voor de eigen Koerden. En meer concreet neemt Turkije begrijpelijkerwijze aanstoot aan het feit dat de Turkse Koerden vanuit Noord-Irak opereren. Tot de recente grote botsing, waarbij 14 Turkse soldaten om het leven kwamen en acht andere krijgsgevangen werden genomen, wist Washington Turkije altijd te sussen. Nu heeft het Turkse parlement zijn zegen gegeven aan een operatie in Irak

Totnogtoe heeft Turkije zijn reactie beperkt tot bombardementen en beschietingen van Iraaks grondgebied. Op de Iraakse regering van premier Noeri al-Maliki moet het niet rekenen. Niet alleen is die regering uiterst wankel, ze heeft ook de middelen niet om de PKK-guerrillero’s te verjagen uit het Qandil-gebergte aan de grens met Iran. Het is er, ook voor de Turken, nu het seizoen niet voor. De naderende winter met zijn sneeuw en ijs maken een echte operatie in de moeilijk toegankelijke hoge bergen onmogelijk. En een grootscheepse Turkse operatie is voor de Iraakse Koerden – ook al zouden hun leiders de linkse PKK graag zien verdwijnen – onaanvaardbaar. Bij een Turkse invasie zouden de Iraakse Koerden de regering in Bagdad kunnen opblazen en zou hun alliantie met de Amerikanen op de helling komen te staan. Begrijpelijkerwijze dat Washington, en ook de Europese Unie als vazal van de VS, hemel en aarde bewegen om te verhinderen dat de Turkse generaals volop in de aanval gaan, ook al staat de PKK op hun lijst van “terroristische organisaties”.

Een ander element dat de zaken nog ingewikkelder maakt is de Amerikaanse strijd tegen Iran. Het is geen geheim dat Washington allerhande minderheden in Iran – Arabieren, Azeiri’s, Baloetsji’s en Koerden – steunt in hun strijd tegen het islamitisch bewind(2). Ook de Iraanse Volksmodjaheddin, die onder Saddam Hoessein vanuit Irak opereerden en daar nog altijd in hun basissen zitten, worden door de Amerikanen ingezet, ondanks het feit dat ook zij nog altijd op de lijst van “terroristische organisaties” staan.

De PKK heeft een afdeling in Iran, die de naam draagt van “Partij voor een vrij leven in Koerdistan” (PJAK), en die tegen Iran opereert vanuit dezelfde kampen van waaruit PKK-guerrillero’s naar Turkije trekken. Naar overlopers van de PKK aan de Turkse autoriteiten vertelden, wordt de PKK rechtstreeks bewapend door de Amerikanen. Aangenomen wordt dat een groot deel van de 190.000 wapens die de Amerikanen officieel aan de Iraakse autoriteiten leverden, bij de PKK is terechtgekomen. Andere bronnen zeggen dat PJAK wapens krijgt van Israël, een andere strategische bondgenoot van Turkije. Feit is wel dat de leider van PJAK, Rahman Haj-Ahmadi, de voorbije zomer op bezoek in Washington was, ook al zou hij daar, naar officieel verluidt, “geen directe of indirecte discussies” met Amerikaanse ambtenaren hebben gehad. De vraag is dan waarom een lid van een “terroristische organisatie” een visum kreeg.

Ondanks het feit dat iedereen in Turkije gelooft dat de Amerikanen de PKK steunen, heeft de regering van premier Recep Tayyip Erdogan van de gematigd islamistische Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP), daar nog geen zaak van gemaakt. Maar de vraag is of Washington de lont nog uit dit kruitvat kan trekken. Het is immers geen geheim dat Erdogan de Amerikaanse politiek in de regio niet volgt. Niet alleen lag hij aan de basis van de weigering van Turkije in 2003 om de Amerikanen een noordelijk front te laten openen, maar hij verwerpt ook de Amerikaanse politiek in de Palestijnse kwestie en ten overstaan van Iran. Zo ontving hij vorig jaar ambtenaren van het door de VS en de EU verketterde Hamas, die toen de Palestijnse verkiezingen had gewonnen. In juli ondertekende hij Turkse investeringscontracten in Iraanse gasvelden, waarmee hij tegen de boycotpolitiek van Bush inging. Erdogan lijkt met zijn daden op de lijn te zitten van de overgrote meerderheid van de Turken. Uit een begin dit jaar gepubliceerd onderzoek blijkt dat maar 7% van de Turken de VS kunnen appreciëren.

(Uitpers, nr 91, 9de jg., november 2007)

Voetnoten

(1) Zie hierover elders in dit nummer van Uitpers: Bush’ “secondaire” wespennesten. Bovenop Irak: Afghanistan en Pakistan van Freddy De Pauw

(2) Selig S. Harrison, Les ultras préparent la guerre contre l’Iran, in Le Monde Diplomatique, oktober 2007; Guillaume Perrier, L’alliance entre Washington et Ankara sous tension, in Le Monde, 13 oktober 2007 ; en Richard A. Oppel Jr., In Iraq, Conflict Simmers on a 2nd Kurdish Front.

Visited 11 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).