VS en farmaceutische lobby’s scoren op G8

In zijn ijver om Washington te behagen vóór de top van de G8 in Evian, heeft de Franse president Jacques Chirac grote toegevingen gedaan in het dossier goedkope geneesmiddelen voor de ‘Derde Wereld’. Daarmee wordt een kruis gemaakt over de afspraken die waren gemaakt op de conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van Doha eind 2001. De Amerikaanse regering heeft bekomen dat de belangen van de farmaceutische lobby van de VS, een van de grote geldschieters van Bush, voorrang krijgen op de gezondheid van honderden miljoenen mensen.

De verklaring van Doha voorzag dat de armere landen van de wereld ruimer toegang zouden krijgen tot generische geneesmiddelen om zo onder meer de Aids-epidemie te bekampen. Daar werd het beginsel onderschreven dat recht op gezondheid primeert boven de brevetten van de geneesmiddelenindustrie. Er was voorzien dat tegen eind 2002 concreet uit te werken.

Maar bij een volgende gelegenheid, eind vorig jaar in Genève, verzette de Amerikaanse delegatie zich tegen de concrete toepassing ervan. Merck en Pfizer hadden laten berekenen dat de toepassing van Doha hen bijna 18 miljard dollar verkoop zou schelen. Deze en andere farmaceutische bedrijven zijn, na de olie- en de wapenindustrie, de belangrijkste geldschieters bij de verkiezingscampagnes van de radicale rechterzijde rond president Bush.

Om toch uit de impasse te geraken – de nood is hoog in talrijke Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen – werkte Parijs begin dit jaar een "actieplan" uit om dat voor te leggen op de top van de G8 in Evian (1 tot 3 juni). Daarin verwezen de Fransen n aar de noodsituatie in een groot deel van de wereld en naar de hoogdringendheid van concrete maatregelen. Verwijzend naar de verklaringen van Doha, pleitte de Franse nota voor een globaal kader waarin geneesmiddelen en geneeswijzen in die landen gemakkelijker – dus goedkoper – zouden worden. Met als concrete maatregelen een grotere lokale productie van geneesmiddelen en overdracht van technologie.

Dat stuitte op een veto van Washington en de Amerikaanse farmaceutische nijverheid. Parijs herschreef zijn nota: het schrapte de paragrafen over lokale productie en overdracht van technologie, maar het bleef wel verwijzen naar Doha en naar een "multilaterale oplossing in het kader van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO". Er werd uitdrukkelijk gepleit voor maatregelen om de uitvoer van goedkope geneesmiddelen uit de arme landen naar de rest van de wereld te beletten.

Maar de verwijzing naar Doha was de Amerikanen nog teveel. In een reactie op de Franse nota, liet Washington begin mei weten dat Doha moest worden geschrapt. In de plaats daarvan moest de farmaceutische nijverheid openlijk geloofd worden voor de inspanningen die ze doet om ontwikkelingslanden goedkope geneesmiddelen te leveren. Ook vonden de Amerikanen dat betere gezondheidszorg niet afhankelijk is van goedkope geneesmiddelen en dat het belangrijk is de rol van een sterke privé-sector in die industrietak te onderstrepen.

Ainsi soit-il, luidde het in Parijs. Er kwam een nieuwe nota waarin geen sprake meer was van Doha en waarin de farmaceutische nijverheid een pluim krijgt voor haar inspanningen (sic). De omvang van die inspanningen moge blijken uit de cijfers over research naar nieuwe geneesmiddelen: 0,001% van die research heeft te maken met "verwaarloosde" ziekten als slaapziekte en andere ziekten die bijna uitsluitend de armsten van de ontwikkelingslanden treffen.

Nochtans had diezelfde G8 drie jaar eerder in Okinawa gezegd dat de besmetting met het HIV-virus wereldwijd moest worden teruggedrongen. Er waren streefdoelen gesteld, maar het ging de andere kant op, de besmettingen namen toe. Alleen in landen waar een lokale productie van geneesmiddelen op gang kwam (India, Brazilië, Thailand), kon de trend worden omgebogen, vaak in combinatie met (beperkte) invoer van goedkopere geneesmiddelen. Volgens de Belgische staatssecretaris Annemie Neyts verdient onze farmaceutische nijverheid terzake een pluim.

Met de uitvoer van geneesmiddelen – daarom nog niet eens goedkope – is het echter opletten geblazen. Vorige maand (22 mei) meldde de New York Times dat Cutter Biological, een Amerikaans filiaal van de Duitse farmaceutische reus Bayer, jarenlang in Azië en Latijns Amerika bloedstollers verkocht die een verhoogd risico op HIV-besmetting inhielden. Bayer produceerde nochtans in 1984 een veiliger hemofiliemiddel, maar bleef de oude stocks buiten Europa en Noord-Amerika op de markt brengen – met een aantal Aidsbesmettingen tot gevolg.

Intussen buigt de "rijke wereld" (zeven van de G8 en Rusland) in het dossier goedkope geneesmiddelen voor de ‘Derde wereld’ het hoofd voor de Amerikaanse ultimatums die door de Amerikaanse lobby’s zijn geïnspireerd. Het is allicht geen toeval dat de Franse knieval voor de Amerikaanse lobby samenvalt met de Franse steun aan de Amerikaanse bezetting van Irak.

De Amerikaanse farma-reuzen hebben de smaak te pakken en gaan nog een stap verder in hun offensief. Alan Homer, voorzitter van de Amerikaanse bond van farmaceutische laboratoria, eist nu dat de prijzen van geneesmiddelen in Europa drastisch worden verhoogd, liefst verdubbeld. Want het kan niet dat de Amerikanen al de lasten van wetenschappelijk onderzoek dragen, aldus die man. De Amerikaanse farma-reuzen hebben aldus een eenvoudig antwoord op de eis voor goedkope geneesmiddelen voor de ontwikkelingslanden: dat de Europeanen die betalen.

Intussen blijkt uit recente statistieken dat zestig procent (60%) van alle de wereldwijde winsten in de farmaceutische nijverheid in de portefeuille van de Amerikaanse farma-reuzen belanden. Alleen in de olie-industrie liggen de winstmarges hoger dan in de farmaceutische nijverheid.

 

(Uitpers, nr.43, 4de jg., juni 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 39 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook