Het stof over Mercosur is nauwelijks gaan liggen. De Europese Commissie sloot afgelopen week een nieuw akkoord af met Australië, met alweer belangrijke quota voor de invoer van vlees. Het protest hiertegen was nauwelijks hoorbaar, wellicht waren de betrokken sectoren niet zo goed op de hoogte en de ‘civil society’ nog aan het uitblazen van de vorige acties.
Het Europees Parlement van zijn kant gaf zowaar zijn toestemming voor het akkoord dat in juli van vorig jaar in Turnberry werd bereikt tussen President Trump en Commmissievoorzitter von der Leyen.
Er waren toen veel kreten te kort om dit te veroordelen: een eenzijdig tarief van 15 % op de import van EU-goederen in de VS, 50 % op staal en aluminium maar een nultarief voor wat wij invoeren uit de VS.
Daarnaast een belofte om de import van militaire- en defensiegoederen ‘gevoelig op te drijven’, en de particuliere sector wordt verwacht zo’n bijkomende 600 miljard US$ te investeren in de VS.
De EU, die het boetekleed aantrok om haar vroegere afhankelijkheid van Russisch gas te veroordelen belooft om voor 750 miljard US$ vloeibaar aardgas, olie en kernenergie te kopen in de VS!
Met de energiecrisis die momenteel aan de deur staat door de oorlog in Iran, heeft President Trump er meteen een nieuw wapen bij: als de NAVO-landen ons niet helpen, sluit ik de gaskraan! Over afhankelijkheid gesproken.
Op dit punt heeft de Belgische premier Bart De Wever overschot van gelijk: waarom niet praten met Rusland om opnieuw het veel goedkopere Russisch gas te kunnen kopen, in plaats van het vuile fracking-gas uit de VS? Dat ging blijkbaar een sprong te ver: ‘geen molecule gas uit Rusland, nu niet en nooit meer’ was er te horen bij de Europese Commissie in Brussel. Tja.
Er wordt naar het schijnt wel onderhandeld over een mogelijk herstel van de Nord Stream II pijplijn.
Het Europees Parlement heeft weliswaar een paar clausules aan het akkoord toegevoegd om de EU te vrijwaren ingeval Trump de tarieven toch nog zou optrekken.
ISDS
Dit alles herinnert er aan hoe verraderlijk zogenaamde ‘vrijhandelsakkoorden’ kunnen zijn.
Altijd, zonder uitzondering, speelt het recht van de sterkste, en dat zijn de grote transnationale bedrijven die de regeringen van arme landen naar hun hand kunnen zetten.
Net nu publiceert TNI een nieuw rapport over de geschillen die deze bedrijven tegen landen in Latijns-Amerika hebben aangespannen.
Telkens opnieuw gaat het over wetgeving die de winstmogelijkheden van een bedrijf zouden kunnen beknotten, zoals het intrekken van een waterconcessie, of de onteigening van een bedrijf dat schade veroorzaakt, of nog een BTW-regeling op verzekeringscontracten, enzovoort en zo verder.
Eind vorig jaar waren er in totaal 419 zaken aangespannen tegen landen in Latijns-Amerika, waarvan 23 % uit de mijnbouw, de gas- of de oliesector. 79 % van de zaken werden ingediend bij ICSID, de geschilleninstantie bij de Wereldbank.
De claims die werden ingediend lopen op tot 36,6 duizend miljard US$, of zoveel als de hele buitenlandse schuldenlast van de landen. De meest claims golden voor Venezuela, Argentinië en Mexico.
Van de zaken die al zijn opgelost werd 61 % gewonnen door de investeerder. En het zal niet verbazen dat de bedrijven die hun eisen stellen voor 85 % uit de VS, Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Spanje komen.
Dit is een bijzonder schandelijke praktijk die in alle gevallen erg veel kost. Want het gaat niet alleen om de schadevergoeding zelf, maar ook om de dure gerechtskosten. Er is in de wereld slechts een handvol internationale juristen die dergelijke zaken aankunnen en die afwisselend optreden om de Staat of de onderneming te verdedigen, dan wel als scheidsrechter. Argentinië heeft al 10 miljard US$ uitgegeven aan deze kosten, Venezuela niet minder dan 19 miljard.
Tussen de VS en de EU zullen dergelijke zaken niet voorkomen. Maar het energiedossier blijft een bijzonder pijnlijk iets. Hoe de oorlog in Iran zal aflopen, weten we niet, ook niet wat in Oekraïne zal gebeuren. We weten wel dat Europa bijzonder slecht geplaatst is om zijn belangen alsnog te verdedigen. Voorlopig betalen we meer, veel meer voor de energie die we nodig hebben. Sommige ondernemingen krijgen compensatie, burgers, in België, voorlopig niet. We stevenen af op een reusachtig verarmingsproces, gekneld als we zitten tussen de grootmachten en machteloos toekijkende Unie wegens de veel te grote meningsverscnhillen.

