Vrije pers niet gewenst in en over Irak

De Amerikanen bewijzen met de lippen dienst aan de "vrije pers", maar in Irak tonen ze zich meer dan geïrriteerd als de pers meer dan officiële informatie vergaart. De Amerikaanse beschietingen van het Palestina-hotel en van de kantoren van Al-Jazeera in Bagdad tijdens de oorlog, met samen drie gedode journalisten, zijn voldoende bekend. Maar sedert de val van Saddam Hoessein op 9 april is de houding niet veranderd.

Zo maakte Al-Jazeera op 28 juli bekend dat alleen al in de afgelopen maand haar kantoren in Bagdad onder geweervuur kwamen, dat er doodsbedreigingen werden geuit, dat er nieuwsmateriaal werd in beslag genomen en dat verschillende leden van het personeel werden opgepakt en gearresteerd. En dit alles, aldus de mededeling van Al-Jazeera, "gebeurde door Amerikaanse soldaten die nog nooit naar Al-Jazeera hebben gekeken".

Vooral de Arabische televisiestations, maar niet alleen zij, liggen – ook letterlijk – onder Amerikaans vuur. De Amerikaanse adjunct-minister van Defensie, Paul Wolfowitz, beschuldigde Al-Jazeera, een zender uit Qatar, en Al-Arabiyya, dat in Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten gevestigd is, ervan aan te sporen tot geweld tegen de Amerikaanse troepen.

Hij deed zijn beklag over "valse en bevooroordeelde berichtgeving", die zou neerkomen op aansporen tot geweld. De regeringen van de twee landen gaf hij de goede(?) raad daar een eind aan te maken. Deze regelrechte aanval tegen de persvrijheid is niet verwonderlijk van een man die eerder openlijk betreurde dat de Turkse generaals geen staatsgreep hadden gepleegd toen het Turkse parlement de euvele moed had het Amerikaanse verzoek af te wijzen om via Turkije een noordelijk front te mogen openen tegen Irak.

Het ironische van de zaak is dat de aanval gericht was tegen media van ondemocratische landen. In "democratische" landen zijn zo’n waarschuwingen blijkbaar niet nodig. De Amerikaanse en westerse pers is in principe vrij in tegenstelling tot die van niet-democratische landen, maar in tegenstelling tot de tv-zenders van Qatar en Dubai handelt zij vrijwillig onvrij. Lees hierover onder meer het stuk dat media-watcher Jan-Pieter Everaerts in vorig nummer van Uitpers publiceerde.(1)

De gevestigde media voelen zich blijkbaar verplicht de spreekbuis te zijn van regeringen en hun propaganda over te nemen. De kranten, ook de Belgische, hebben "dossiers" allerhande gepubliceerd over de massavernietigingswapens van president Saddam Hoessein van Irak, die nu gewoonweg niet blijken te bestaan. De groep neoconservatieven, die het oorlogszuchtige beleid van president George Bush, uitstippelden, konden dat beleid zonder enig probleem of kritische noot op de opiniepagina’s van de voornaamste kranten verdedigen.

De tekstverwerker van de journalisten staat dus in dienst van de oorlog. In het Latijn luidt dat Calamus ennis servus, de pen in dienst van het zwaard. Dat zou, en dit is een opinie, beter het devies worden van de nieuwbakken barones Mia Doornaert in plaats van het onduidelijke Calamus ense potentior, de pen is machtiger dan het zwaard. Het zou ook meer met de werkelijkheid overeen stemmen. Maar propaganda bestaat er nu eenmaal in het tegengestelde te zeggen van wat men feitelijk doet.

De barones bv. rekent haar als verdienste, beloond met de barones-titel, aan, dat ze altijd tegen uiterst-rechts, tegen racisme, xenofobie en intolerantie heeft geschreven. Degenen die haar anti-islamitische en anti-Arabische columns hebben gelezen zullen daar wel anders over denken. Ook de felle verdediging van een racistische staat – Israël – die zich al jaar en dag voortdurend schuldig maakt aan schendingen van de mensenrechten, aan oorlogsmisdaden, aan misdaden tegen de mensheid is daar niet mee in overeenstemming.

Dodenlijst

Maar terug naar Irak. Daar hebben al een hele reeks journalisten het leven gelaten. Enkele bij ongevallen, andere door Iraaks of Amerikaans vuur. We publiceren hier hun namen.(2)

  • Terry Lloyd, correspondent van het Britse ITV (Independent Television News), werd op 22 maart gedood bij Al-Zubayr in Zuid-Irak door Amerikaans of Brits vuur volgens de overlevende Belgische cameraman Daniel Demoustier. Twee andere journalisten van ITV in het gezelschap, de Franse cameraman Fred Nerac en de Libanese tolk Hoessein Osman, zijn nog steeds vermist.
  • Paul Moran, Australische free-lance cameraman die werkte in opdracht van de Australian Broadcasting Corporation, vond de dood op 22 maart in noord-oost-Irak bij een zelfmoordaanslag.
  • Gaby Rado, een correspondent van het Britse Channel 4 News, stierf toen hij op 30 maart van het dak van een hotel in Noord-Irak viel.
  • Kaveh Golestan, een Iraanse free-lance cameraman die werkte voor de BBC, kwam op 2 april om toen hij in Noord-Irak op een landmijn stapte.
  • Michael Kelly, journalist bij het Amerikaanse blad The Atlantic Monthly en columnist bij The Washtington Post werd op 3 april gedood toen hij op pad was met de Amerikaanse Derde Infanterie Divisie juist ten zuiden van Bagdad. Het voertuig waarin hij zat kwam onder Iraaks vuur. Toen de chauffeur het probeerde te ontwijken raakte de humvee van de weg en viel in een kanaal. Zowel de chauffeur als Kelly verdronken.
  • Kamaran Abdurazaq Muhamed, een Koerdische tolk die voor de BBC werkte, kwam op 6 april om het leven in Noord-Irak.
  • David Bloom, verslaggever van het Amerikaanse NBC News stierf op 6 april ten gevolge van een bloedklonter toen hij de oorlog versloeg ten zuiden van Bagdad.
  • Christian Liebig, verslaggever van het Duitse weekblad Focus, stierf in een Iraakse raketaanval op 7 april ten zuiden van Bagdad. Hij vergezelde de Amerikaanse Derde Infanterie Divisie.
  • Julio Anguita Parrado, kwam op 7 april om het leven in het gezelschap van Christian Liebig.
  • Tareq Ayyoub, een Jordaanse journalist van Al-Jazeera, werd op 8 april gedood toen een Amerikanse raket het hoofdkwartier van Al-Jazeera in Bagdad trof.
  • Jose Couso, een cameraman van de Spaanse tv-zender Telecinco, kwam op 8 april om het leven bij de Amerikaanse beschieting van het Palestina Hotel, waar de meeste journalisten in Bagdad verbleven
  • Taras Protsyuk, een Oekraïense cameraman die werkte voor Reuters vond eveneens de dood op 8 april bij de beschieting van het Palestina Hotel.
  • Richard Wild, een Britse free-lance cameraman, kwam op 5 juli om toen een onbekende hem van dichtbij door het hoofd schoot in een straat nabij het natuurkundig museum van Bagdad.
  • Jeremy Little, een Australische free-lance klankman die werkte voor het Amerikaanse NBC, werd op 29 gewond toen hij, in het gezelschap van Amerikaanse soldaten, in Fallujah gewond werd bij een granaataanval. Hij werd overgevlogen naar een militair hospitaal in Duitsland, waar hij overleed aan "post-operatieve complicaties".
  • Mazen Dana, een Palestijnse cameraman van Reuters, werd op 17 augustus gedood door machinegeweervuur van een Amerikaanse tank in Bagdad toen hij aan het filmen was bij de gevangenis van Abu Ghraib buiten Bagdad. Amerikaanse ambtenaren zegden dat de soldaten meenden dat zijn camera een granaatwerper was. Mazen Dana was vooral bekend door zijn werk in Palestina. In 2001 won hij de International Press Freedom Award voor zijn berichtgeving vanuit Hebron, waarbij herhaaldelijk zijn leven riskeerde.

(Uitpers, nr. 45, 5de jg., september 2003)

  1. Jan-Pieter Everaerts, Hoe de media de overval op Irak mogelijk maakten, Uitpers, nr. 45, 4de jg., september 2003, 16 blz.
  2. Met dank aan Guido Pannekoek voor het bezorgen van de adressen van websites met informatie over in Irak gedode journalisten.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 46 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook