Vrienden van België mogen moorden

Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel heeft zijn slag thuisgehaald, ook al diende daarvoor beroep te worden gedaan op het Vlaams Blok: de genocidewet is flink afgezwakt. Zoals de wet er nu uitziet kan de politiek beslissen wie zal worden vervolgd zodat de "vrienden", zoals de Israëlische premier Ariel Sharon, gespaard blijven. De vraag is of het Hof van Cassatie, het Arbitragehof en/of de Raad van State dit zullen slikken.

Of het parlement verstandig handelde toen het in 1993 eenparig de genocidewet goedkeurde, waaronder om het even wie voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid om het even waar, in België berecht kon worden, is zeer de vraag. Een kind – maar blijkbaar niet de ministers met hun dozijnen kabinetsmedewerkers-specialisten, de parlementsleden en partijapparatsjiks – kon weten dat België zich daarmee een hoop ellende, woede en druk op de hals zou halen.

Er was dan ook geen vuiltje aan de lucht tot in 2001 enkele Rwandezen veroordeeld werden onder de genocidewet. Als aanhangers van een verdreven regime konden ze op geen enkele steun van Rwanda rekenen. En ook al zou Rwanda zijn burgers toch hebben willen helpen, het legt internationaal maar weinig gewicht in de schaal en is niet in staat de Belgische economische belangen te schaden. Meer nog, het kan elke Belgische ontwikkelingshulp best gebruiken.

Het proces zette echter de Belgische genocidewet in de internationale schijnwerpers. De Belgische regering kwam in last toen een klacht werd ingediend tegen de toenmalige Congolese minister van Buitenlandse Zaken Yerodia. België heeft immers belangrijke economische belangen in Congo. Het ging van kwaad naar erger toen op 18 juni 2001 23 Palestijnse slachtoffers en familieleden van slachtoffers van het bloedbad in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Chatila in 1982 klacht indienden tegen de "bevriende" Israëlische premier Ariel Sharon. Meteen opperde minister Michel het idee dat de genocidewet zou moeten worden aangepast. Een belangrijk argument kreeg hij erbij toen in juli 2002 het Internationaal Strafgerechtshof, dat gelijkaardige misdaden als in de Belgische genocidewet wil beoordelen, boven de doopvont werd gehouden.

Toen Sharon op 12 februari 2003 een cruciale procedureslag verloor voor het Hof van Cassatie, ging de pro-Israëlische lobby, met steun van de Verenigde Staten, hard aan de slag. Aanvankelijk zag het er naar uit dat de kwestie na 18 mei door de nieuwe regering zou moeten worden beslecht. Maar daar nam de lobby geen genoegen mee: de wet moest zo snel mogelijk ontkracht worden en Sharon uit de wind gezet worden, nog voor de ontbinding van het parlement. En minister Michel, met op de achtergrond een hard duwende premier Guy Verhofstadt, zwichtte.

Zo kon het gebeuren dat inderhaast allerlei formules werden uitgedokterd om processen tegen burgers van bevriende landen van een proces te voorkomen. Toen Irakezen dan nog een klacht indienden tegen vader George Bush voor het bloedbad, met meer dan 400 doden, dat in 1991 werd aangericht bij een bombardement op een schuilkelder te Ameriya bij Bagdad, werd nog drastischer ingegrepen: de politiek zou voortaan beslissen of iemand vervolgd zou worden (de zgn. Bush-clausule). Wel met dien verstande dat die beslissing bij het Hof van Cassatie zou kunnen worden aangevochten. De Raad van State verwierp in een spoedadvies die bepaling al als een flagrante schending van het principe van de scheiding der machten.

Maar het parlement hield daar onder regeringsdruk geen rekening mee. Ook zocht de regering een alternatieve meerderheid omdat de groene en socialistische regeringspartijen Michel en Verhofstadt niet wilden volgen. Uiteindelijk werd de nieuwe genocidewet goedgekeurd door de liberalen met de hulp van de christen-democratische oppositiepartijen én van het Vlaams Blok, dat zich al geruime tijd als verdediger van Israël opwerpt. In de optiek van het Blok bestrijden beide dezelfde vijand: de moslimwereld.

Onder de nieuwe wet kunnen buitenlandse leiders enkel in België worden vervolgd als bij hun misdaden Belgen betrokken zijn of als hun slachtoffers al drie jaar in België wonen. Zoniet dan kan de regering beslissen het dossier door te verwijzen naar het land van herkomst van de vermoedelijke dader, ook al wordt er in dat land geen enkel gevolg gegeven aan die verwijzing. Specifiek om Ariel Sharon te redden werd, zoals eerder was voorgesteld, besloten geen datum ingeschreven, van wanneer af de wet van kracht zou zijn. Eerder was juli 2002 gezegd omdat slachtoffers van dan af een beroep kunnen doen op het Internationaal Strafgerechtshof. Maar de klacht tegen Sharon was al in juni 2001 ingediend.

De Israëli’s waren zo opgetogen over de nieuwe wet, dat ze hun ambassadeur, die in februari na het Cassatiearrest, was teruggeroepen weer naar Brussel stuurden. Misschien is dat te vroeg victorie gekraaid. Sharon is immers nog lang niet de dans ontsprongen. Er zijn daarvoor nog teveel procedures mogelijk. Als de na 18 mei te vormen regering de zaak Sharon wil doorverwijzen naar Israël, waar hij natuurlijk nooit zal worden vervolgd, kan het Hof van Cassatie daar nog een stokje voor steken. En de hele nieuwe wet kan op de helling worden gezet door procedures bij de Raad van State omtrent het principe van de scheiding der machten en bij het Arbitragehof wegens de discriminatie – vervolging of niet om louter politieke redenen – in de wet. Wordt vervolgd…

De manoeuvres van minister Michel zijn echter wel een mooi staaltje van perversie van de wet, waarbij gepoogd wordt "bevriende" misdadigers te beschermen. Hen een, om het in James Bond-termen te zeggen, "license to kill" te geven. En met moorden heeft Michel weinig problemen: als het maar door de "goeden" gebeurd. Zo gaf hij instructies aan de Belgische vertegenwoordiger in Genève zich te onthouden in de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties toen daar op 15 april een resolutie ter stemming werd gelegd waarin Israël werd veroordeeld wegens "bloedbaden door de militaire bezettingsautoriteiten" en "de likwidatiepraktijk en buitengerechtelijke executies". De resolutie werd niettemin goedgekeurd. Niet zonder reden: in de eerste drie maanden van dit jaar werden in totaal al 241 Palestijnen, onder wie 60 kinderen, gedood. Geen veroordeling waard, lijkt het Belgische standpunt te zijn.

Uiteindelijk kan men zich de vraag stellen – ze is in Uitpers al eerder geopperd – of de bedoeling van de genocidewet in 1993 niet was alleen "vijandige" misdadigers te "pakken". Nu is er een ernstige poging – die daarom nog niet geslaagd is – gedaan om dat wettelijk mogelijk te maken. Het is beangstigend dat die thesis in het parlement een meerderheid heeft gevonden en dat de voorstanders van de wet een onderscheid maakten tussen "democratische" en "niet-democratische" landen. Van de eerste reeks zouden burgers niet in België moeten terechtstaan omdat in een democratie de justitie onafhankelijk werkt. Misschien, alhoewel dat sterk te twijfelen valt. Maar zeker is dat de justitie in die landen niet correct werkt.

Zo is in Israël nog geen enkele beleidsverantwoordelijke noch een hoge militair wegens oorlogsmisdaden (die er nog elke dag plaats vinden) of misdaden tegen de menselijkheid veroordeeld. Ook in de Verenigde Staten is er nog nooit een eigen burger voor dergelijke misdaden voor de rechtbank moeten verschijnen. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger is nooit verontrust in eigen land (wel in het buitenland: hij kan nog nauwelijks de VS uit zonder risico te worden aangehouden) en evenmin is er ooit een Amerikaanse verantwoordelijke voor het likwidatieprogramma Fenix, waaronder van communisme verdachte Vietnamezen destijds zonder vorm van proces mochten worden opgepakt, gefolterd en vermoord, ter verantwoording geroepen.

Een testcase voor de nieuwe wet is, naast de zaak Sharon, de klacht die in voorbereiding is tegen de Amerikaanse opperbevelhebber in Irak, generaal Tommy Franks, wegens oorlogsmisdaden. De klacht zal worden ingediend door 19 Irakezen in verband met 17 specifieke incidenten. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft al onverbloemd laten weten dat België de zaak moet tegenhouden.

De Gucht en Israël

Louis Michel zal alvast op schouderklopjes en appreciatie van Washington en van zijn "Israëlische vrienden" – wie dit ook mogen zijn: de regering zit vol racistische rechts-extremisten en ultra-haviken – mogen rekenen. Is de nieuwe wet de prijs die de liberale VLD wil betalen om Israël te sussen? Naast Louis Michel, het boegbeeld van de Franstalige liberalen, zijn het vooral VLD’ers die door Israël zwaar werden aangepakt: premier Guy Verhofstadt, de Vlaamse minister-president Patrick De Wael, minister Annemie Neyts en partijvoorzitter Karel De Gucht.

Tegen deze laatste voerde de Antwerpse joodse organisatie Goedkosjer een hele campagne met als doel De Gucht weg te houden van een herdenking van de 60ste verjaardag van de opstand van het getto van Warschau in Antwerpen einde maart. Goedkosjer wilde daarmee protesteren tegen de "anti-Israëlische politiek" van de VLD.

Nu is het de vraag of De Gucht zich in zijn toespraak op die herdenking (zie de tekst ervan in De Morgen van 3 april 2003) heeft willen wreken voor de campagne ofwel dat hij totaal onwetend is over wat in Israël leeft en gebeurt. De tekst bevat immers zoveel (onbedoelde?) dubbele bodems. Tal van zaken die De Gucht afwijst zijn immers schering en inslag in Israël.

Enkele voorbeelden. Zo zegt De Gucht dat de uitvoerders van de holocaust over hun slachtoffers praten alsof het geen mensen zijn. "De slachtoffers worden een massa, niet meer dan ongedierte". Nu is dat precies de manier waarop vele Israëlische politici en bewindslieden over de Palestijnen praten. "Ongedierte" is een geregeld terugkerende kwalificatie van de Palestijnen.

"In een democratische samenleving, waar ook ter wereld, is geen plaats voor haat, racisme of willekeurige vergelding. Dat betekent dat verdraagzaamheid en respect, ook in het Nabije Oosten, de basis moeten vormen voor het vreedzaam samenleven van verschillende volkeren", zo luidt het verder. Anti-Palestijns racisme en discriminatie is geïnstitutionaliseerd en gelegaliseerd in Israël. Het is perfect wettig te pleiten voor het verdrijven van alle Palestijnen en bij manifestaties kan men "Dood aan de Palestijnen" horen.

De Gucht verbaast zich er ook over dat enkelingen van de joodse gemeenschap in Antwerpen toenadering zoeken tot het Vlaams Blok. Hij vraagt zich af of men wel voldoende beseft waar die partij voor staat, "wat haar achtergrond is, van wie zij de erfgename is?". En zo gaat het maar door. Moest De Gucht wat gelezen hebben over het zionisme en Israël(1) dan zou hij weten dat de zionisten steun van alle kanten voor Israël aanvaarden en alles behalve kieskeurig zijn.

Zo heeft de joodse lobby in de Verenigde Staten de beste relaties met de fundamentalistische christenen die uiteindelijk de bekering, en, bij weigering, de vernietiging van alle joden nastreven. Het enige wat voor die lobby telt zijn niet de "fundamentele principes" waarover De Gucht het heeft, maar het feit dat de christelijke fundamentalisten enthousiaste aanhangers van Israël zijn. Ook al is dat alleen maar omdat het Armageddon slechts kan gebeuren als alle joden in Israël verenigd zijn en daar hun keuze zullen moeten maken tot bekering of vernietiging…

(Uitpers, nr. 42, 4de jg., mei 2003)

(1) Enkele recente boeken:

Lucas Catherine. Palestina. De laatste kolonie? Uitg. EPO, Berchem, 2002.
Peter Edel. De schaduw van de ster. Zionisme en antizionisme. Uitg. EPO, Berchem, 2002.

Deel dit artikel

Visited 116 Times, 3 Visits today

Tags :
Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook