Voor oorlog is er altijd geld, voor hongerbestrijding niet

“De kas is helemaal leeg”, zei de Belgische minister van Begroting Guy Vanhengel eind augustus aan het weekblad Knack. De boodschap werd hem door vele Belgische politici niet in dank afgenomen. Maar ze is reëel, want overal – bv. in de gehandicaptenzorg, de kinderopvang, het onderwijs, de socio-culturele sector enz. – zijn er grote tekorten. Er wordt met de botte bijl op alles en nog wat bezuinigd.

Ook op noodhulp. Om burgers aan de Hoorn van Afrika van de hongerdood te helpen redden is er niet voldoende geld voorhanden geeft minister van Ontwikkelingssamenwerking Olivier Chastel toe. Er moet maar beroep gedaan worden op liefdadigheid.

Maar voor ten minste één post is er altijd ongelimiteerd geld ter beschikking: oorlog. Zo wordt er dit jaar € 105 miljoen nutteloos over de balk gegooid aan het voeren van oorlog in Afghanistan, waar België in Navo-verband al sedert 2002 actief aan meedoet zonder enig zichtbaar succes, maar wel ten koste van honderden miljoenen euro. De situatie was er nooit zo erg sedert de Amerikanen de door hen aan de macht gebrachte Taliban in de nasleep van 9/11 van de macht verdreven met de hulp van de lokale “warlords”, die onmiddellijk, met de zegen van het Westen, hun lucratieve papavercultuur met bijhorende heroïnesmokkel hervatten en de bevolking terroriseren. Duizenden burgers komen er jaarlijks om door Navo-bombardementen en gebruik van onbemande vliegtuigjes (drones), maar dat wordt staalhard ontkend.

Ook voor een meer dan dubieuze oorlog tegen het regime van kolonel Muammar Kadhafi in Libië is al € 21 miljoen uitgegeven, en er zal nog een pak volgen. Maar daar heeft niemand in de regering en in het parlement problemen mee. Ook zijn Belgische militairen in Zuid-Libanon nog altijd op kosten van de Belgische begroting bezig bommetjes te ruimen die daar door de Israëli’s bij hun laatste oorlog in 2006 met honderdduizenden werden rondgestrooid. Velen, ook politici, hebben de voorbije jaren vergeefs geëist dat de rekening naar Israël zou worden doorgestuurd. De vervuiler moet niet betalen, want Israël dat moeilijk anders dan als een schurkenstaat (bezit en productie van massavernietigingswapens, apartheidsysteem, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de mensheid…) kan worden beschouwd, is immers “onze” schurkenstaat. Om dezelfde reden draagt ook België bij aan het betalen van de bezetting door Israël van de Palestijnse gebieden, wat dan wordt voorgesteld als “hulp aan de Palestijnen”.

Het verschijnsel van onbeperkt geld voor oorlog is niet nieuw, want in de jaren 1990 nam België ook deel aan de oorlogen op de Balkan, waar ook toen eigenlijk geen geld voor was, en waarbij, zoals in Libië, tal van burgerdoelen onder vuur werden genomen. Zoals bv. het radio en tv-gebouw in Belgrado. Dit met de formele toestemming van de Belgische premier en zijn ministers van Defensie en van Buitenlandse Zaken.

De vernietiging van Somalië

Hoe dan ook, voor de Somaliërs is er geen geld: dat moet naar kanonnen gaan, niet naar boter. Ze moeten dus maar met tienduizenden sterven van de honger. Wat in de logica ligt van de systematische vernietiging van het land sedert de jaren 1980 door instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds. Hoe dat concreet is gebeurd werd al in 1993 minutieus beschreven door de Canadese professor Michel Chossudovsky (1) Wegens zijn schulden aan het IMF werd het land gedwongen zijn veeartsenijdiensten te privatiseren, waardoor die bijna verdwenen of onbetaalbaar werden. Een regelrechte ramp voor een land waar de uitvoer van vlees 80% van de exportinkomsten opleverde. De landbouw werd vernietigd door de invoer van “voedselhulp”. In 1989 waren de uitgaven voor gezondheidzorg met 78% gedaald tegenover 1975. De kosten voor onderwijs bedroegen in 1989 nog maar 4 $ per leerling, tegenover 82 $ in 1982, met als gevolg dat het bij gebrek aan leerboeken, goede klaslokalen en leerkrachten ineenstortte. Het overheidspersoneel werd gedecimeerd en de lonen vrijwel tot zero gereduceerd. Dat alles ook door toedoen van IMF en Wereldbank. Geen wonder dat het in 1991 tot een burgeroorlog kwam, die nog altijd voortduurt. President Ronald Reagan probeerde in 1992 met Operatie “Restore Hope” een einde te maken aan de chaos, maar trok zijn troepen in 1993 al terug toen er teveel Amerikaanse doden vielen. De hongersnood van dit jaar was al maandenlang voorspeld, maar niemand deed niets.

Niets werd ook gedaan voor de zowat vijf miljoen Congolezen die de voorbije tien jaar om het leven kwamen in het oosten van het land. Niets werd gedaan voor de 5.000 kinderen die elke maand in Irak stierven door het in 1991 opgelegd totale embargo tegen dat land. Tot de Amerikaans-Britse invasie van 2003 kwamen ten minste anderhalf miljoen mensen om het leven. Maar sedertdien de inval zijn er inmiddels nog al eens evenveel Irakezen omgekomen.

Dubieuze Libische rechter

Het is dan ook uiterst cynisch van de Navo te zeggen dat ze tussenbeide kwam om “burgers te beschermen”. Elke onderhandeling om bloedvergieten te vermijden werd geweigerd. Er moest een nieuw regime komen dat de westerse oliemaatschappijen ter wille zou zijn. En aan zo’n stromannenregime wordt gewerkt.

In Libië steunt de Navo Mustafa Abdel Jalil, de voorzitter van de Overgangsraad. De organisatie probeert het imago van de man op te krikken door hem voor te stellen als een rechter die zich tijdens het bewind van kolonel Kadhafi uitsprak tegen schendingen van de mensenrechten in het land. Maar hij was de man die tot tweemaal toe vijf Bulgaarse verpleegsters en een Palestijnse arts voor een vuurpeloton wilde brengen op beschuldiging van samenzwering tot het besmetten van Libische kinderen met het Aids-virus. De zes waren daarvan in 1998 beticht toen in een kinderziekenhuis in Benghazi werd vastgesteld dat vele kinderen drager waren van het aids-virus. Het was van meet af aan duidelijk dat de besmetting het gevolg was van de slechte hygiënische toestanden in het ziekenhuis, maar dat wou men onder geen beding toegeven. Het is uiteindelijk de regering van Kadhafi, en vooral zijn zoon Seif al-Islam, die ervoor zorgde dat de doodstraf in 2007 werd omgezet in levenslang en dat de zes die straf zouden mogen uitzitten in Bulgarije, waar ze na aankomst direct werden vrijgelaten.

Mustafa Abdel Jalil, die altijd een trouwe medewerker van het regime was geweest, werd in hetzelfde jaar 2007 bevorderd tot minister van Justitie,wat hij bleef tot hij in maart jl. de kant van de rebellen koos. Hij behoort duidelijk tot de fractie van de opportunisten die op de kar van het Westen sprongen, toen dit besloot Kadhafi te verdrijven. Een andere ouwe getrouwe van Kadhafi, Abdel Fatah Yunes, werd de leider van het rebellenleger. Als gevolg van de interne strijd in de overgangsraad om de macht in het “nieuwe Libië” werd hij begin augustus vermoord. Velen vermoeden dat Abdel Jalil daar de hand in heeft gehad om een belangrijke rivaal uit de weg te ruimen op zijn weg naar het nieuwe, pro-westerse dictatorschap van Libië. Van de moord maakte Abdel Jalil gebruik om zijn regering de laan uit te sturen. Nog eens zoveel rivalen weg dus.

Abdel Jalil is niet alleen een opportunist zonder scrupules, hij vertoont duidelijk fundamentalistische trekken. Ook fysiek. Op zijn voorhoofd is een plek te zien, die het gevolg is van het veelvuldig met het hoofd tot tegen de grond buigen tijdens het gebed. Hij is afkomstig van Al-Beida, een stad in het oosten, in Cyrenaica, die het bolwerk was van de fundamentalistische Sanoefi-confrerie, die de eerste en enige koning van Libië leverde. Het gaat om koning Idriss die door Kadhafi in 1969 werd afgezet. En Abdel Jalil studeerde islamitisch recht. Dat alles kan hem de steun opleveren van de fundamentalisten, de sterkste fractie in het verzet, die al in 1970 in opstand kwamen tegen het nieuwe regime en er in de jaren 1990 een regelrechte oorlog mee voerden. Het zal de Navo een zorg wezen wie hij is, als het maar hun “schurk” (bastard) is.

 

Steun voor Kosovaarse misdadigers

Zo’n schurken hebben ze ook in Kosovo aan de macht gebracht, een maffia die zich onder meer bezig houdt met handel in organen die werden weggenomen bij vermoorde Servische en andere Kosovaarse burgers. Niet voor niets werd het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK), dat in 1996 zijn guerrilla begon tegen Joegoslavië door de Amerikanen op de lijst van terroristische organisaties opgenomen. Dat verhinderde de VS en de Navo niet om al snel dat “leger” te steunen met illegale wapenleveringen en het in 1999 door een oorlog tegen Servië aan de macht te brengen. Dit ondanks het feit dat het zich schuldig maakte aan oorlogsmisdaden tegen Serviërs, Roma, Turken en “gematigde” Kosovaarse Albanezen. En dat gebeurde en gebeurt vrijwel straffeloos.

Zo werd in april 2008 Ramush Haradinaj, die wegens zijn inbeschuldigingstelling voor het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag ontslag had moeten nemen als premier van Kosovo, vrijgesproken. Een reeks getuigen werd vermoord, andere zo zwaar geïntimideerd dat ze hun verklaringen introkken of niet voor de rechtbank wilden verschijnen. Eerder genoot Haradinaj de steun van de “internationale gemeenschap” en hadden Amerikanen en Britten zich uitgesproken tegen zijn vervolging. Ook de Missie van de Verenigde Naties in Kosovo stelde zich achter de man op, zo zeer zelfs dat de toenmalige procureur van het Joegoslavië Tribunaal, Carla Del Ponte, ermee dreigde de Amerikaan Steven Schook, de adjunct van de missie, te vervolgen wegens belemmering van de justitie.

Een aantal ambtenaren vonden de vrijspraak van Haradinaj zo schokkend dat ze er alles aan deden om een proces in beroep te krijgen, waar ze in slaagden. Op 18 augustus herbegon de zaak in Den Haag. Vraag is of het deze keer met meer succes zal gebeuren, want de bescherming van de getuigen is door de onverschilligheid van de “internationale gemeenschap” een groot probleem.

Tot zover deze beperkte toelichting bij de nobele principes die de westerse landen en de Navo zichzelf toedichten.

(Uitpers nr. 134, 13de jg., september 2011)

(1) Dat gebeurde in een artikel in Le Monde diplomatique en Third World Resurgence. Een uitgebreidere versie ervan werd als een hoofdstuk opgenomen in zijn boek  The Globalization of Poverty and the New World Order,  first edition 1997, second edition, Global Research. Montreal,  2003. 

Een geupdatede versie van het artikel, onder de titel Somalia: the Real Causes of Famine is te vinden op volgende websites:
http://www.scribd.com/doc/60774323/Somalia-the-Real-Causes-of-Famine-by-Michel-Chossudovsky-2011-07-21

http://www.globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=25725

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 85 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook