Voor Kremlin zijn in Tsjetsjenië alle middelen goed

Vladimir Poetin houdt in Tsjetsjenië zelfs de schijn niet meer op. Het Tsjetsjeense ‘parlement’, gekozen bij schijnverkiezingen in november 2005, schaarde zich op 4 maart achter de keuze van het Kremlin voor de post van premier: Ramzan Kadyrov. Met deze benoeming bevestigt het Kremlin gewoon dat het in Tsjetsjenië voor niets terugdeinst, zeker niet voor een alliantie met de chef van een maffieus moordcommando

De nieuwe premier is de zoon van wijlen Achmed Kadyrov die in 2003 door het Kremlin was naar voor geschoven als president van Tsjetsjenië en die op 9 mei 2004 bij een spectaculaire aanslag in Grozny, samen met enkele Russische militairen, werd opgeblazen.

Vader Kadyrov, een islamitisch geestelijke, en zijn (nu 29-jarige) zoon Ramzan hadden na de inval van de Russische troepen eind 1994 deelgenomen aan het verzet tegen de Russische troepen die in de zomer van 1996 een nederlaag leden. Nadat Poetin, als premier van president Jeltsin, in september 1999 opnieuw troepen naar Tsjetsjenië had gestuurd, koos Kadyrov de zijde van Moskou. Hij had een eenvoudige verklaring: het Tsjetsjeens verzet was te veel in handen gekomen van de wahhabieten, de fundamentalistische stroming die het in Saudi-Arabië voor het zeggen heeft.

Opgeblazen

Die stroming is inderdaad aanwezig, maar het gewicht ervan wordt door Moskou zwaar opgeblazen. Er waren in 1999 sterke aanwijzingen dat enkele van de fundamentalistische Tsjetsjeense chefs onder één hoedje speelden met superoligarch Boris Berezovsky die toen op goede voet stond met Poetin. Het waren die fundamentalisten die in het naburige Dagestan een opstand ontketenden die Poetin, samen met enkele moordende aanslagen op appartementsgebouwen, een voorwendsel gaven om weer troepen naar Tsjetsjenië te sturen voor een nieuwe oorlog.

Na de aanslagen van 11 september 2001 in de VS, blies Poetin dat fundamentalistisch gevaar nog meer op om zo te bewijzend dat hij een noodzakelijke bondgenoot was in de strijd tegen het ‘internationaal terrorisme’. Maar het optreden van de Russische troepen en van Tsjetsjeense collaborateurs, joeg inderdaad Tsjetsjenen in de armen van fundamentalistische groepen. Vooral de weigering van het Kremlin om met de Tsjetsjeense verzetsleiding, voortgekomen uit vrije verkiezingen, te praten, wekte bij Tsjetsjenen de indruk dat gematigde stromingen geen uitweg boden.

Maar waar zitten de fundamentalisten als men ziet dat Ramzan Kadyrov vanaf eind vorig jaar als vice-premier enkele elementen van de sharia invoerde, zoals een verbod van alcoholproductie en verbruik en het aanmoedigen van polygamie. Dit is de logische consequentie van de in 2003 door Poetin ingeluide politiek van “tsjetsjenisering” van de oorlog – wat herinneringen oproept aan de Amerikaanse “vietnamisering” van de oorlog in Vietnam.

Poetin vond inderdaad groepen collaborateurs om aan die tsjetsjenisering mee te werken. Maar daarbij mocht niet nauw gekeken worden naar de personen die wilden meewerken en moest ook een prijs worden betaald. Ahmed Kadyrov en zijn clan werden bereid gevonden mee te werken, maar Moskou moest er dan wel de criminele bende van zoon en krijgsheer Ramzan bestaande uit 4.000 manschappen bij nemen. Om dat allemaal een legaal schijntje te geven, werden er presidentsverkiezingen gehouden die Kadyrov natuurlijk overtuigend won.

Gehate militie

Die militie van Ramzan, de ‘kadyrovtsy’, werd in Tsjetsjenië toen al wijd en zijd gehaat als een terreurbende die talrijke ontvoeringen en moordpartijen beging en die haar inkomsten vooral uit criminele bronnen haalde. Vader Kadyrov kwam echter bij een spectaculaire aanslag in mei 2004 om het leven – er zijn vele hypotheses over de daders van die aanslag: het verzet, maar mogelijk ook rivalen onder de collaborateurs of zelfs Russische kringen. Want Kadyrov had geëist dat alle olie-inkomsten naar de Tsjetsjeense autoriteiten zouden gaan . En vergeten we toch niet dat er aan de oorlogen in Tsjetsjenië een sterke oliegeur hangt, ook door de belangrijke pijpleiding die er door loopt en door de eigen industrie.

Na de dood van zijn vader werd het snel duidelijk dat het Kremlin de zoon naar voor schoof. Die had zijn militie intussen tot 10.000 manschappen uitgebreid. Ramzan werd vice-premier, met Aloen Alchanov als stroman. Die nam dan na een ‘ongeval’ (officiële versie) om gezondheidsredenen ontslag, opgevolgd door Kadyrov junior.

Het Kremlin stoort zich dus niet aan rapporten van mensenrechtenorganisaties dat de militie van Kadyrov verantwoordelijk is voor de meeste moorden, folteringen, ontvoeringen en verkrachtingen, terwijl de clanchefs intussen natuurlijk het familiefortuin verder doen aangroeien. Dat fortuin komt onder meer ook uit de grote sommen die zijn uitgetrokken voor de ‘wederopbouw’ en uit de opbrengsten van de zwarte markt.

De tsjetsjenisering komt in de praktijk dus neer op een delegatie van bestuur aan een krijgsheer die met terreur de pax russica wil opleggen. Maar er is voor Moskou een gevaarlijke keerzijde aan . In Afghanistan hebben ze ook enkele krijgsheren ingeschakeld om het land onder controle te brengen. Ze hebben in 1992 moeten vaststellen dat veel van die krijgsheren alleen maar loyaal zijn tegenover zichzelf en met het grootste gemak overlopen. Veel van die krijgsheren zitten nu in het huidige regime. Een typische vertegenwoordiger is Rashid Dostom, een Oezbeekse krijgsheer in het noorden van Afghanistan, die ineens overliep naar het andere kamp en daarmee het regime in Kabul de genadeslag hielp toebrengen. De man is een beruchte krijgsheer betrokken bij diverse smokkelcircuits. Hij wordt beschuldigd van massale moordpartijen en van talrijke verkrachtingen van jonge meisjes. Maar het is waar, ook de Amerikanen hebben zulke situaties meegemaakt.

Vergeten

Intussen slaagt Poetin er wel in de aandacht van de wereld af te houden van de terreur in Tsjetsjenië. Die oorlog is al jarenlang een vergeten conflict dat slechts in het nieuws wordt gebracht als een of ander commando dat zich op het verzet beroept, een spectaculaire actie voert – zoals de school in Beslan. Poetin heeft ervoor gezorgd dat de Russische en internationale media er niet veel kunnen gaan doen, zodat er slechts sporadisch woorden en beelden rechtstreeks uit het gebeid komen. Dat de Russische troepen en nu ook meer en meer hun lokale bondgenoten een schrikbewind voeren, valt tussen de plooien. De laagste schatting over het aantal burgerdoden sinds 1996 in Tsjetsjenië bedraagt 100.000 – rond tien procent van de bevolking. Het gaat om de laagste schatting.

(Uitpers, nr. 74, 7de jg., april 2006)

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 75 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook