Voor Frankrijk, Molenbeek en de rest van de wereld: een eco-sociaal pakt

Het is een ietwat bizarre vaststelling bij deze Presidentsverkiezingen in Frankrijk. Niemand in de vier grote blokken – Macron, Le Pen, Mélenchon en de blanco/nietig/onthoudingen – kan beweren dat alle stemmen achter zijn/haar naam met overtuiging voor zijn/haar programma zijn gegeven.

In de eerste ronde stemden velen voor Mélenchon omdat de linkerzijde hopeloos verdeeld is en ze toch een ‘nuttige’ stem wilden uitbrengen. Daar was ook voor opgeroepen.

In de tweede ronde stemden velen Le Pen uit weerzin voor Macron die de afgelopen vijf jaar liet zien aan welke kant hij staat. Bij hen vooral kiezers uit de arbeidersklasse die in de eerste ronde voor Mélenchon hadden gekozen. Het is een vergissing te denken dat 41 % van de Fransen extreem-rechts is of dat ‘les extrêmes se touchent’.

De stemmen voor Macron zijn allesbehalve synoniem van steun aan zijn project, het ging er immers om een dam op te werpen tegen extreem-rechts.

In de groep van blanco/nul/onthoudingen zitten heel wat mensen die helemaal geen foert tegen de politiek zeggen, maar het niet konden opbrengen te kiezen tussen pest en cholera.

Woede en machteloosheid

Commentatoren hebben zeker gelijk als ze er op wijzen dat het hele politieke landschap grondig door elkaar werd geschud. De grote traditionele centrumpartijen, Les Républicains en de social-democraten hangen in de touwen.

Ook zij die stellen dat er erg veel woede sluimert in de maatschappij hebben overschot van gelijk. Die woede heel veel te maken met de al decennialange aanslag op de openbare diensten, op de koopkracht, op de sociale zekerheid en nu op de pensioenen. De COVID 19-crisis heeft dat alles nog eens extra in de verf gezet.

Het was verbazend dat op de verkiezingsavond slechts één stem, van de rechterzijde dan nog wel, er op wees dat er geen enkel problem voor de democratie bestond in Frankrijk, het system stond stevig op zijn poten, aldus Jean-François Copé, ‘dank zij de sterkte van ons sociaal model’.

Men kan discussiëren over de vraag of dat model nog wel zo sterk staat, maar dat een oplossing voor de woede  kan gevonden worden door dat sociaal model te versterken en te moderniseren ligt wel voor de hand.

In de Republiek van Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid is men terecht – zoals elders – zeer gehecht aan sociale rechtvaardigheid, aan eerlijke kansen voor iedereen en aan solidariteit.

De teloorgang van de social-democratie kan trouwens voor een groot deel aan de verwaarlozing daarvan worden toegeschreven. Het neoliberal model, zoveel moet inmiddels duidelijk zijn, heeft economisch en sociaal gefaald. De mondialisering wordt nu teruggedraaid, maar met een gevaarlijke nationalistische draai. De ongelijkheid neemt overal toe en de zogenaamde prioriteit voor zwakken en kwetsbaren is een lachertje. De hervorming van de werkloosheidsverzekering, de schandalen in de rusthuizen, de afschaffing van de woontaks én van de vermogensbelasting, de geplande pensioenhervorming, ze tonen in Frankrijk aan dat de rechterzijde wel degelijk een ‘sociaal’ beleid kan voeren, maar dat dit allesbehalve emancipatorisch voor de laagste klassen is.

Koopkracht!

Le Pen heeft haar succes vooral te danken aan de klemtoon die ze in de laatste weken van de campagne heeft gelegd op het herstel van de koopkracht. Dat is inderdaad wat telt voor mensen, een dak boven het hoofd, de auto kunnen nemen om te werken of zich te ontspannen, een degelijk loon, genoeg pensioen, een dokter en een school in de buurt. Het is trouwens ook daarom dat de groenen met hun ont-groeien en hun verbondenheid de mensen nooit zullen overtuigen. Wat mensen verlangen, zeer terecht, in deze immens rijke wereld, is een comfortabel leven met respect voor wie ze zijn. Niets meer, maar vooral ook niets minder.

Dit geldt uiteraard niet enkel voor Frankrijk maar voor geheel Europa en bij uitbreiding de hele wereld. Dat comfortable leven kan elders anders worden ingevuld, maar het lijdt geen enkele twijfel dat dit een universeel verlangen is. Evenmin moet er getwijfeld worden aan de mogelijkheid om dit waar te maken. Wat vandaag in de weg staat is een politieke, financiële en economische macht die de ongelijkheid tot ongekende toppen doet groeien en enkel, vroeg of laat, tot een uitbarsting kan leiden.

De oorlogen, de plunderingen, de vernielingen, het neerhalen van de levensstandaard en het in bittere armoede storten van mensen die niets meer vragen dan eerlijk hun brood, rijst of tortilla te mogen verdienen: het is een mondiaal model dat zijn grens heeft bereikt.

Organiseren en macht opbouwen

Meer dan een eeuw geleden zijn arbeiders zich in onze kontreien beginnen organiseren om precies dat recht op vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid/solidariteit op te eisen. Het was een harde strijd, met een niet onbelangrijke internationale dimensie. Maar ze zijn grotendeels geslaagd in hun opzet. De verzorgingsstaten die in West-Eurtopa en enkele andere landen werden opgebouwd zijn een toonbeeld van wat mogelijk is om mensen zekerheid en welzijn te bieden. Dat dit model in België grotendeels is overeind gebleven, als één van de zeer zeldzame landen, is te danken aan ons overlegmodel en aan de vakbonden. In andere Europese landen, zoals Frankrijk, is dit lang niet het geval. In het Zuiden sterven dagelijks mensen omdat ze hun waardigheid proberen te verdedigen.

Het zou duidelijk moeten zijn, voor Macron en voor alle andere politieke leiders die de stabiliteit van hun samenlevingen willen herstellen of behouden: bouw aan een sociaal model dat, zoals Macron al zei op de verkiezingsavond in navolging van het mondiale VN-narratief: ‘nul ne sera laissé au bord du chemin’ – ‘leave no one behind’. Maar dat kan natuurlijk enkel als definitief wordt afgestapt van het neoliberale model, als opnieuw gekozen wordt voor vrijheid, gelijkheid en solidariteit.

Hoe? Het oude model van de westerse verzorgingsstaat kan niet worden verlengd, daarvoor zijn de economie en de samenlevingen te zeer veranderd. Bovendien is het zijn aantrekkingskracht voor jongeren en voor het Zuiden grotendeels verloren. Daarnaast heeft de COVID-19 crisis afdoende getoond dat er meer nodig is dan gezondheidszorg en een degelijk inkomen. Zuiver drinkwater en gezonde lucht zijn even belangrijk.

Wat wel moet behouden of versterkt worden is de filosofie die achter onze verzorgingsstaten schuilt: rechten en solidariteit. Dat betekent, alweer, dat moet worden afgestapt van de vele – vaak honderden, in het Zuiden – programma’s voor allerhande groepen van ‘kwetsbare’ mensen. Wat nodig is, is een universeel systeem van wettelijke of verdragsrechtelijke mensenrechten die mondiaal, regionaal, nationaal en lokaal concreet kunnen worden ingevuld. Wat nodig is, is een engagement om elkaar te helpen, om solidair te zijn met iedereen, naar middelen en naar behoeften. En daarvoor is ook een ecologische transitie nodig, niet met het sociaal bijpassen van wat enkel regressie kan genoemd worden, maar met het van meet af aan social uitwerken van alle milieumaatregelen die nodig zijn.

In West-Europa zijn de bestaande verzorgingsstaten wél een uitstekend uitgangspunt om te komen tot waar we moeten zijn: een nieuw eco-sociaal pakt waarin iedereen een waardige plek heeft. Een pakt waarin de sociale zekerheid, naast de openbare diensten, naast het arbeidsrecht en naast de armoedebestrijding een volwaardige plaats heeft.

De sociale zekerheid is van ons!

Dit kan een pakt worden dat ook de democratie versterkt. Er wordt vandaag gezocht naar mechanismen om burgers meer en beter te betrekken bij de politieke besluitvorming. Er wordt nagedacht over burgerinitiatieven en over referenda. Prima. Er bestaat echter nu al één systeem waarin burgers eigenaar zijn van de middelen en de regels die hun leven bepalen: de sociale zekerheid gebaseerd op bijdragen van werkende mensen, vertegenwoordigd door vakbonden, mutualiteiten en werkgeversorganisaties. Of met andere woorden: burgers zijn de eigenaars van dit systeem en het zou goed zijn dat te versterken en uit te breiden nog vóór met volksraadplegingen een fictief eigenaarschap wordt ingevoerd terwijl regeringen de sociale systemen verstaatsen en uit de handen van de samenleving halen.

Laat dit een vroege 1 meiboodschap zijn. We kunnen lessen leren uit de recente COVID-19 crisis en uit de leerrijke verkiezingen in Frankrijk. Mensen vragen niet meer dan wat zekerheid en comfort, respect voor hun waardigheid. We zijn meer dan rijk genoeg om dit mogelijk te maken, de woede in onze maatschappij weg te werken en de extreme-rechtse risico’s te vermijden. Want Molenbeek ís België.

 

 

Visited 414 Times, 1 Visit today

Tags :
Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook