Voor een kernwapenvrije wereld

Vredespleidooi

Dit boek verschijnt uitgerekend op een ogenblik dat de Belgische regering beslist heeft om het militaire budget op te trekken naar 2% van het bbp tegen 2035. (1) Je moet lef én uithoudingsvermogen hebben om in deze periode van vrijwel algemeen ondersteund wapengekletter en gescherm met het gebruik van kernwapens een tegendraadse vredesboodschap de wereld in te sturen. Dat doet Vrede vzw nu al 73 jaar. Dus zolang als de NATO bestaat. Inderdaad, de voorloper van Vrede heette Belgische Unie voor de Verdediging van de Vrede (BUVV- UBDP) en werd opgericht in 1949. Vrede vzw is en blijft de stem van de vredesbeweging die in ons land ooit sterker doorklonk – remember de 400.000 betogers die op 23 oktober 1983 in Brussel betoogden tegen de plaatsing van kernraketten in België –, een stem die vertrekt van structurele sociale rechtvaardigheid, om zo te bijdragen aan de opbouw van een vreedzame internationale samenleving.

Dat is ook het uitgangspunt van de twee auteurs van dit boek die allebei medewerker zijn van Vrede vzw en van wie vooral Ludo De Brabander bekend is van eerdere publicaties bij uitgeverij EPO. De concrete dreiging van een nucleaire aanval is door de Russische aanval op Oekraïne weer volop actueel. Vandaar dit boek. Het geeft een goed opgebouwd en zeer leesbaar historisch, politiek, maar ook technologisch overzicht van het nucleaire gevaar en dat vanuit het perspectief van twee vredeactivisten die overtuigend argumenteren, zoals de ondertitel zegt ‘Waarom een kernwapenvrije wereld nodig is’.

MAD-doctrine

Om de lezer goed bij de les te houden doorprikken de auteurs de MAD-veiligheidsdoctrine (Mutual Assured Destruction), gelanceerd door Robert McNamara na de Cubaanse rakettencrisis van 1962. Hoewel het een concept is uit de periode van de Koude Oorlog houdt die fabel van de nucleaire afschrikking echter nog altijd stand. Deze doctrine veronderstelt een nucleair evenwicht tussen kernwapenmachten en werkt daardoor de nucleaire wapenwedloop in de hand. Ondertussen is deze situatie achterhaald door nieuwe ontwikkelingen. Zo zijn er intussen negen gekende kernwapenstaten. De toepasbaarheid van de nucleaire afschrikkingstheorie wordt vandaag ook ondermijnd door technologische innovaties. Zo kunnen cyberaanvallen de controle over kernwapens verstoren en kunnen er nu ook kleinere, tactische kernwapens met een lagere explosieve kracht ingezet worden die door sommige politieke en militaire leiders van kernwapenstaten beschouwd worden als ‘bruikbaar’ op het slagveld. Denk maar aan de waarschuwing van Poetin om het Russisch arsenaal van tactische kernwapens in Oekraïne in te zetten.

België en de bom

‘Voordat de bom valt’ is een kleine, maar zeer rijke journalistieke dictionaire van de kernwapenproblematiek die zich onmogelijk laat samenvatten binnen het bestek van een recensie. Niet alleen de fabel van de nucleaire afschrikking en de mythe van de MAD wordt deskundig doorprikt, maar ook de nucleaire intimidatie annex atoomdiplomatie, het listige non-proliferatieregime van de vijf grote kernwapenmachten, de kernwapenproblematiek van de NATO en haar dubbelzinnige houding bij internationale conflicten (2), maar ook het Verdrag voor een Verbod inzake Nucleaire Wapens van 2017 en de hoop daaraan verbonden wordt uitvoerig in beeld gebracht in elf zeer leesbare hoofdstukken. Als smaakmaker voor dit boek focus ik op één facet, namelijk het aandeel van België in heel het nucleaire verhaal dat van in het begin niet zo onaanzienlijk is geweest, onder andere bij de aanmaak van de eerste atoombommen die op Hiroshima en Nagasaki zijn neergekomen. In 1942 sloot VS-kolonel Leslie Groves een overeenkomst met de Union Minière over de aankoop van 1250 ton uraniumerts uit Belgisch Congo. (3) Edgar Sengier, topman van de Union Minière stuurt al in 1939 een deel van de 2000 ton pekblende, het erts waarin uranium aanwezig is, die opgeslagen was in het Belgische Olen waar een uraniumfabriek stond, naar het buitenland waarvan 451 ton naar de VS. Na de Tweede Wereldoorlog sloot de Belgische overheid een geheim tripartiteakkkoord met de VS en Engeland rond de levering van uranium en in ruil daarvoor kreeg België een financiële compensatie waarmee de oprichting van de nucleaire onderzoeksite SCK in Mol grotendeels gefinancierd werd. De Israëlische geheime dienst, één van de niet-officiële kernwapenstaten, zou in 1968 onder een dekmantel tweehonderd ton uranium voor de productie van kernwapens aankopen bij de Union Minière. Business is business. Maar ook op het vlak van zijn buitenlandse politiek is België niet zuiver op de graat. Als voorbeeldige leerling in de NATO-klas loopt ons land in de pas. Dat leidt tot dubbelzinnige situaties zoals rond het Verdrag voor een Verbod inzake Nucleaire Wapens (TPNW) van 2017. In het Belgisch regeerakkoord van 30 september 2020 werd een opening gemaakt richting het TPNW, maar intussen blijft België de nucleaire lijn van de NATO volgen. Uit een opiniepeiling van 2020, uitgevoerd door YouGov, bleek nochtans dat 77 procent van de Belgen vonden dat het land lid moest worden van het TPNW. Slechts 11 was tegen toetreding. Bovendien vond 66 procent dat België een van de eerste NATO-staten zou moeten zijn die toetreedt, zelfs al staat het onder druk van de bondgenoten om dit niet te doen.

De Harmeldoctrine

 Kleine staten, zoals België, zijn niet machteloos in de kernwapenstory. Beide auteurs verwijzen daarvoor naar het optreden van Pierre Harmel, minister van Buitenlandse Zaken (1966-1973) die een belangrijke inbreng had tijdens de Koude Oorlog in de ontspanning van de relaties in Europa. Ze halen op het einde van hun boek die zogenaamde Harmeldoctrine boven om aan te tonen dat kleine landen een leidende rol kunnen opeisen in de kernontwapening. Zij hebben het voordeel dat ze meer vertrouwen kunnen inboezemen omdat ze militair geen gevaar vormen. Waarom zou België als belangrijk ontwapeningssignaal de kernbommen uit Kleine-Brogel niet laten verdwijnen en het TPNW ondertekenen? Is dat een vorm van wishfull thinking van enkele utopische vredesactivisten die de politieke realiteit, zeker dan met Oekraïne in achterhoofd, niet willen zien? Dat zal zeker de reactie zijn van het politiek establishment, nationaal en internationaal die daarmee hun grote (oorlogs)gelijk uitschreeuwen. ‘Voordat de bom valt’ gaat daar 180 graden tegenin en doet dit met zeer zinnige argumenten die helemaal niet wereldvreemd zijn, maar die de basis leggen voor de opbouw van een vreedzame internationale samenleving. In het hier en nu begint de vormgeving van die andere realiteit.

Ik zei het al: dit boek verschijnt uitgerekend op een ogenblik dat de Belgische regering beslist heeft om het militaire budget op te trekken naar 2% van het BBP tegen 2035. Wat betekent dit? ‘Als de maatregel vandaag zou worden toegepast drijft dat de factuur voor de belastingbetaler met 5 miljard euro extra omhoog. Bij een jaarlijkse economische groei van 1,5% wordt dat in 2035 al gauw 7,5 miljard extra. Dat is een smak geld voor een regering waarbinnen de blauwe vleugel ervan ons voortdurend onder de neus wrijft dat de overheidsbegroting onder zware druk staat en er weinig ruimte is om iets te doen aan de koopkracht.’ Dat schrijft Ludo De Brabander op www.uitpers.be. (4) Hij wijst ironisch op het historische karakter van die beslissing waarbij ook progressieve partijen met pacifistische roots betrokken zijn. ‘Voor een deel van de achterban moet dat een grote ontgoocheling zijn, zeker omdat ook de grote energietransitie uitblijft en de noodzakelijke investeringen in het openbaar vervoer ondermaats blijven. Het is symptomatisch dat de regering de miljardenverhoging doorvoert, met onder andere een voorziene uitbreiding van het militair personeel met enkele duizenden, op het ogenblik dat de NMBS zich verplicht ziet om aan te kondigen dat het in de toekomst met 2000 mensen minder moet. Wie vaak de trein neemt kent wel de erbarmelijke staat van een deel van de spoorweginfrastructuur.’

Andere logica

Is dat laatste utopisch? Ik denk het niet. Het is alleen een denken dat vertrekt vanuit een heel andere niet- cynische logica, de logica van het vredesdividend, van een complete herschikking van de bbp’s waarmee mondiaal betere levensomstandigheden kunnen worden gecreëerd. Want ja, alles heeft met alles te maken. Zo kan kernwapendreiging niet los gezien worden van planetaire, sociale rechtvaardigheid en planetaire klimaatverandering. Ik moest bij het lezen van die opmerking denken aan de tussenkomst van dat meisje van zeventien, Alexandria Villa-señor, de Amerikaanse oprichtster van Earth Uprising die op de NATO in Brussel over het klimaat sprak en instemming vond bij militairen en politici, behalve wanneer ze de verandering ervan in verband bracht met militaire uitgaven. Toen werd het gênant stil in de zaal…

Ludo De Brabander en Pieter Teirlinck zijn een pakje ouder en gepokt en gemazeld in de vredesbeweging maar ze leggen dezelfde verbanden. Zij schreven met ‘Voordat de bom valt’ een gedreven, sterk onderbouwd en zeer leesbaar vredespleidooi, ingeleid door een stevig voorwoord van Tom Sauer, professor internationale politiek aan de Universiteit  Antwerpen. Sterk aanbevolen.

 

(1)https://www.uitpers.be/regering-beslist-tot-ongeziene-stijging-van-het-defensiebudget/

(2)De aanvaarding van Finland en Zweden als kandidaat-leden van de NAVO was pas mogelijk als Turkije zijn veto daartegen zou laten vallen. Aan de vooravond van de pas afgelopen NAVO-top in Madrid tekenden de drie betrokken landen een ‘Trilateral Memorandum’ waarin de Turkse eisen om de Koerdische beweging te criminaliseren werden ingewilligd, wat de deur openzette voor NAVO-lidmaatschap voor beide Scandinavische landen.

(3) Deze Grooves beweerde in 1945 in een hoorzitting van een VS-Senaatscommissie over Hiroshima en Nagasaki dat het voor slachtoffers van fall-out een ‘zeer aangename manier om te sterven’ was.

(4)https://www.uitpers.be/regering-beslist-tot-ongeziene-stijging-van-het-defensiebudget/

 

 

Voordat de bom valt, Waarom een kernwapenvrije wereld nodig is
Ludo De Brabander en Pieter Teirlinck
EPO, Berchem
2022
214 blz.
9789462673588
Deel dit artikel

Visited 212 Times, 1 Visit today

Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).

Andere boeken