Volksgezondheid in de Volksrepubliek

Na een maandenlange campagne om het opduiken van een nieuwe ziekte, intussen gekend als Sars, geheim te houden, gooiden de Chinese leiders resoluut het roer om. Partijleider-president Hu Jintao trok persoonlijk de boer op om de schade aan de geloofwaardigheid van de Chinese leiders in eigen land en in de wereld te beperken.

Maar intussen zijn enkele zwarte plekken van de Volksrepubliek blootgelegd, schade is er hoe dan ook. Onder meer omdat er twijfel blijft bestaan in hoeverre de hoogste regionen van de macht bij de doofpotoperaties waren betrokken. Om nog te zwijgen over de ruchtbaarheid rond de slechte toestand van de volksgezondheid in de Volksrepubliek.

Het duurde tot 20 april eer Peking toegaf dat de epidemie toch wel ernstiger was dan tot dan toe gemeld. Op 22 april zei de nieuwe premier Wen Jiabao dat alle instanties, ook administraties en bedrijven, snel en accuraat moesten aangeven, dat geen enkel uitstel kon worden geduld.

Kort daarvoor was het verhaal helemaal anders: Er zijn geen statistieken nodig, want de ziekte komt niet voor op onze nationale lijst van besmettelijke ziekten, zei een hoge ambtenaar nog begin april. De ziekte staat niet op de lijst en bestaat dus niet? Alles is onder controle, zei minister van Volksgezondheid Zhang Wenkang begin april. Het was natuurlijk niet vol te houden. Minister Zhang en de burgemeester van Peking werden als zondebokken de laan uitgestuurd, Peking begon op een schone lei. Vanaf dan leek er openheid.

Die bereidheid tot openheid was hoofdzakelijk ingegeven door de negatieve reacties in de wereld op de weigering van Peking om met de WHO, de Wereld Gezondheidsorganisatie, mee te werken. Dat bezorgde China een slecht imago en kon dus nadelig zijn voor wat de Chinese leiders nauw aan het hart ligt: economische ontwikkeling en daaraan gekoppeld sociale stabiliteit.

Dat is een lovenswaardig motief, tenzij de volksgezondheid daar zwaar onder te lijden heeft. Het eerste geval van Sars was midden november in de buurt van Guangzhou (Kanton) gesignaleerd. Pas meer dan vier maanden later kon een delegatie van de WHO, na hevig protest over de Chinese doofpotpolitiek, ter plaatse een onderzoek instellen.

We zijn in West-Europa natuurlijk ook niet zo goed geplaatst om verontwaardigd te zijn over die doofpotoperaties, we hebben in België terzake al een en ander meegemaakt, bij voorbeeld toen Miet Smet na de ramp van Tsjernobyl de gevolgen ervan voor onze gezondheid erg kleineerde om van de dioxinecrisis nog te zwijgen. Terwijl ze in Frankrijk hun schandaal hadden rond HIV-besmet bloed. Enz. Dat is geen reden om mild te zijn voor een regering die zich toch nog altijd op het socialisme beroept en waarvan men dus kan verwachten dat ze zeer bekommerd is om de gezondheid van het volk.

Zelfdiscipline

Volgens lokale kranten uit Guangdong (provincie met Kanton) beseften de lokale autoriteiten pas begin februari dat er een ernstige crisis was. Op 8 februari meldde de overheid van die provincie de ernst van de toestand aan de leiding van staat en partij in Peking. De dag daarop stuurde Peking de vice-minister van Volksgezondheid naar de provincie, terwijl minister van Openbare Veiligheid Zhou Yongkang, lid van het Politburo van de communistische partij (CP) zijn diensten in Guangdong instructies gaf hoe de crisis aan te pakken. Ze moesten paniek tegengaan, maar ook de controle over de informatie versterken. Zo was er een order aan alle verantwoordelijken van websites in de provincie om meer "zelfdiscipline" aan de dag te leggen: zelfcensuur en het brengen van positief nieuws. De krant ‘Nanfang Bao Ye Ji Tuan’ (Dagblad van het zuiden) werd onder toezicht geplaatst van het departement propaganda omdat een journalist een internationale enquête naar de epidemie had gevraagd.

De pogingen om de crisis in de doofpot te stoppen, kwamen echter door de feiten zelf aan het licht, want massale noodmaatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan kunnen nu eenmaal niet clandestien gebeuren. Het feit alleen al dat er doofpotpogingen waren, ondermijnde het vertrouwen van zowel de Chinese als de internationale opinie. Want als de hoogste instanties in Peking op 9 februari wisten hoe het zat, dan moet toch ook Hu zelf daarvan hebben geweten? Indien hij het niet wist, dan zit er toch iets fout met de communicatie aan de top?

Er zijn precedenten die erop wijzen dat zowel lokale als nationale overheden problemen rond de volksgezondheid trachten toe te dekken. Tientallen Chinese en buitenlandse journalisten kregen moeilijkheden omdat ze trachtten te berichten over het enorme schandaal in de provincie Henan, aan de Gele Rivier, rond een handel in bloed dat met het HIV-virus is besmet en tot een Aids-epidemie in die dichtbevolkte provincie leidde.

Volgens buitenlandse journalisten in Peking zijn bijna één miljoen armere boeren uit die provincie zo besmet geraakt. In plaats van de lokale autoriteiten te bestraffen die deze moorddadige handel toestonden, viel Peking artsen en verantwoordelijken van NGO’s en journalisten lastig omdat ze het schandaal openbaar maakten. Maar met Sars is het probleem over de grenzen uitgedeind en kon de politiek van intimidatie niet werken.

Liberalisering

De volksgezondheid is anders een van de zwarte plekken van de economische liberalisering aan het worden. Het systeem van minimale gezondheidsvoorzieningen past niet in die liberalisering, in de inschakeling van China in de kapitalistische wereldmarkt. Wie nog over "communistisch China" met zijn almachtige staat spreekt, beseft blijkbaar niet dat het grote probleem meer en meer de afwezigheid van die staat in de sociale voorzieningen is. Het is nog niet op een schaal die we merken in Rusland en andere gewezen Sovjetrepublieken, het gaat wel die kant op.

Zeker, in Shanghai en andere internationale centra worden ziekenhuizen gebouwd op topniveau. Het zijn dan wel zeer dure ziekenhuizen waar privé-patiënten een ruime keuze in behandelingen krijgen, westerse en traditioneel Chinese gecombineerd. Intussen is gezondheidszorg voor veel Chinezen, vooral voor dorpsbewoners en migranten in de steden, ontoegankelijk want te duur.

Vooral in de armere gebieden in het binnenland lijden tientallen miljoenen mensen aan hepatitis B en aan TBC, een ziekte die jaarlijks 150.000 Chinezen het leven kost. De lokale potentaten trachten de problemen verborgen te houden, al doet Peking de jongste tijd inspanningen om daarin verandering te brengen. Maar door de kapitalistische logica zelf raken meer en meer mensen in precaire situaties waarin gezondheidszorg, net als degelijk onderwijs, een onbereikbare luxe is geworden.

(Uitpers, nr. 42, 4de jg., mei 2003)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 66 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook