Voetbaldiplomatie leidt tot Armeens-Turkse verzoening

Na maanden van stille onderhandelingen onder bemiddeling van Zwitserland, hebben Turkije en Armenië op 10 oktober in het Zwitserse Zürich twee protocollen ondertekend die moeten leiden tot herstel van de diplomatieke betrekkingen en de heropening van de grens die sinds 1993 gesloten is. De protocollen dienen als een verdrag dat nog door de afzonderlijke parlementen geratificeerd dient te worden alvorens het van kracht wordt.

Een jaar na de voetbalmatch Armenië-Turkije in het kader van de Wereldbeker en het bezoek van de Turkse president Abdullah Gül aan de Armeense hoofdstad Jerevan, lijkt de ‘voetbaldiplomatie’ zijn vruchten af te werpen. De Turkse minister van buitenlandse zaken Ahmet Davutoglu en zijn Armeense collega Edward Nalbandian hebben op 10 oktober de twee protocollen ondertekend die op 1 september bekend werden gemaakt. In het eerste protocol staat dat de diplomatieke betrekkingen na ratificatie op de eerste dag van de eerste maand zullen worden hersteld. Het andere protocol moet leiden tot samenwerking in bilaterale commissies op onder andere het gebied van energie, transport en toerisme. Het protocol stipuleert tevens het opzetten van een intergouvernementele bilaterale commissie met een subcommissie waarin de ‘historische dimensie’ of de Armeense genocide besproken zal worden.

Toch blijven de politieke verantwoordelijken erg voorzichtig gezien de hevige oppositie tegen het historische akkoord. Dit bleek nogmaals op 14 oktober, vier dagen na de ondertekening van het akkoord, toen de Armeense president Serzh Sarkisian de terugmatch van de Wereldbeker Voetbal in Bursa (Turkije) bijwoonde. In en rond het stadion was echter nog maar weinig van verzoening te merken. De Turkse fans verwelkomden de Armeense spelers met een fluitconcert en het Armeense volkslied verdronk in hun gejoel. Buiten het stadion waren de Turkse vlaggen alomtegenwoordig en werden ook vlaggen van Azerbeidzjan verkocht, als sympathiebetuiging aan de Turkssprekende Azeri’s die al 15 jaar in oorlog zijn met de Armeniërs over Nagorno-Karabach.

Vooral in de diaspora ondervond Sarkisian de afgelopen weken veel tegenstand tegen de toenadering. De diasporaverenigingen die gelinkt zijn aan de Armeense nationalistische partij Dachnak willen dat Turkije eerst erkent dat er begin vorige eeuw een genocide is uitgevoerd. Zaterdagavond verzekerde de Armeense president dan ook dat “relaties hebben met Turkije op geen enkele manier twijfel moet scheppen over de realiteit van de genocide (…) Het is een goedgekend feit dat erkend moet worden.” (1)

Ook liet de Turkse premier Erdogan de dag na de ondertekening van het akkoord al verstaan dat de opening van de grens zou afhangen van de kwestie Nagorno-Karabakh: “Wij zullen de ondertekende protocollen voorleggen aan onze parlementsleden om ze te ratificieren maar zij zullen ongetwijfeld vragen hoe het nu staat met de Armeens-Azerbeidzjaanse kwestie (…) Indien zjan en Armenië een oplossing voor hun problemen beginnen te zoeken, zal onze publieke opinie de normalisering van de relaties Turkije-Armenië meer appreciëren. En dat zal de ratificatie van de protocollen door het parlement vergemakkelijken”. (2)

Akkoord

In het protocol over het ‘Aanknopen van diplomatieke betrekkingen tussen de Republiek Turkije en de Republiek Armenië’ erkennen beide landen de bestaande grens tussen de twee landen en stemmen ze ermee in om diplomatieke betrekkingen aan te gaan conform de Conventie van Wenen over Diplomatieke betrekkingen van 1961 en om diplomatieke missies uit te wisselen.

Het tweede protocol over de ontwikkeling van betrekkingen tussen Armenië en Turkije stipuleert onder andere dat:

  • beide landen de gemeenschappelijke grens zullen openen,
  • men een intergouvernementele bilaterale commissie zal oprichten die bestaat uit verschillende subcommissies. Eén subcommissie zal de ‘historische dimensie’ behandelen en een onpartijdig wetenschappelijk onderzoek uitvoeren van de historische gegevens en archieven om bestaande problemen te definiëren en aanbevelingen te formuleren. Deze subcommissie, samengesteld uit Turkse, Armeense en ook internationale experts, zal zich buigen over de ‘gebeurtenissen van 1915’ of de Armeense genocide.
  • men zal samenwerken op het vlak van wetenschappen en onderwijs met als doel om het cultureel erfgoed van beide landen te bewaren.

Gewicht van de geschiedenis

Alhoewel Turkse en Armeense intellectuelen het grotendeels eens zijn dat er in 1915 onder het Ottomaanse Rijk zeker één miljoen Armeense doden zijn gevallen ten gevolge van een combinatie van massamoorden, uitputting en ziektes, blijven er nog een aantal twistpunten bestaan. Het belangrijkste discussiepunt blijft de vraag of het Ottomaanse Rijk de Armeniërs wilde doden omdát het Armeniërs waren. Dit is ook één van de belangrijkste criteria of een massamoord als een genocide beschouwd kan worden volgens de VN-conventie van 1948 over de Preventie en Bestraffing van Genocide.

Een onafhankelijk onderzoek, opgedragen aan het gerespecteerde International Center for Transitional Justice (ICTJ), concludeerde dat de gebeurtenissen van 1915 alle elementen bevatte van een genocide zoals die gedefinieerd werd in de conventie. Voorts stelde het ICTJ aangaande de intentie dat minstens bepaalde daders van de Gebeurtenissen wisten dat de gevolgen van hun acties de vernietiging van de Armeniërs in Oost-Anatolië zou zijn en daarom de noodzakelijk genocidale intentie bevatte.

Voorgeschiedenis

In de periode dat Armenië deel uitmaakte van de Sovjetunie, zijn de grenzen met Turkije bijna altijd gesloten geweest. Alhoewel Turkije op 16 december 1991 het eerste land na de VS was om de onafhankelijkheid van Armenië te erkennen en de eerste president van Armenië, Levon Ter-Petrosian, overtuigd was van de noodzaak om de bilaterale betrekkingen met Turkije te normaliseren, slaagde deze laatste er niet in om het Turkse ministerie van buitenlandse zaken ervan te overtuigen om diplomatieke betrekkingen aan te knopen. In 1993 brak de oorlog over Nagorno-Karabach uit waarop Ankara haar grenzen met Armenië zou sluiten. Vijf jaar later, in 1998, werd Robert Kocharian verkozen tot president van Armenië, een havik die er een erezaak van maakte om de genocide internationaal erkend te krijgen.

In 2002 kwam er een keerpunt in de Turks-Armeense relaties toen de AK-partij (Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling) Ankara veroverde en van de samenwerking met haar buurlanden een topprioriteit maakte. De verkiezing van Sarkisian tot president van Armenië heeft de aard van de gesprekken echter fundamenteel veranderd. De toenadering tussen Armenië en Turkije begon reeds in februari 2008 toen Gül de nieuwe president Serzh Sarkisian feliciteerde met zijn verkiezing. Op 6 september 2008 begon de ‘voetbaldiplomatie’: op uitnodiging van de Armeense president bracht Gül een bezoek aan Jerevan om de kwalificatiematch voor de wereldbeker voetbal tussen Armenië en Turkije bij te wonen. Het bezoek duurde maar 6 uur maar het persoonlijk gesprek zou gevolgd worden door regelmatige ministeriële ontmoetingen op topniveau.

Op 23 april, aan de vooravond van de jaarlijkse herdenking van de Armeense genocide (24 april), maakten Ankara en Jerevan bekend overeenstemming te hebben bereikt over een road map voor het herstellen van diplomatieke betrekkingen. Al snel werd het optimisme in de kiem gesmoord toen premier Erdogan op 13 mei tijdens een bezoek aan Baku verklaarde dat het Turks-Armeense verzoeningsproces onlosmakelijk verbonden was met het conflict over Nagorno-Karabakh: totdat Armenië zijn troepen terugtrekt, blijft de grens gesloten.

Op 1 september 2009 maakten beide landen dan toch bekend diplomatieke banden aan te zullen gaan. Idealiter zou dit pakket nog gevolgd moeten worden door een akkoord tussen de Armeniërs en de Azeri’s voor een oplossing (3) van het Nagorno-Karabakh conflict op basis van de basisprincipes van de Minsk groep van de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE).

Kritische stemmen van oppositie

Zowel in Turkije als in Armenië komt er vanuit nationalistische hoek kritiek op het historische akkoord.

Onder invloed van het machtige Turkse leger hebben opeenvolgende Turkse regeringen er een punt van nationale trots van gemaakt om de genocide niet te erkennen en er zelfs een misdaad van te maken indien men nog maar sprak over de Armeense massamoord. Erdogan zette dus reeds een grote stap door zich bereid te verklaren een speciale historische commissie op te richten zodat deze kwestie de diplomatieke inspanningen niet in de weg zou staan.

Daarnaast beweert de Turkse oppositie ook dat Armenië geen afstand zou willen doen van de territoriale claims op Oost-Turkije. De Armeense regering zegt echter dat zij de grens zoals die werd bepaald door het Verdrag van Kars van 1921 niet in vraag stelt. In het protocol op het aangaan van diplomatieke betrekkingen staat bovendien duidelijk dat beide landen bevestigen de bestaande grens tussen de twee landen, zoals die werd bepaald door relevante verdragen, te erkennen.

“Dat protocol is als een rode loper die wordt uitgerold voor Sarkisian,” (4) zei Deniz Bölükbasi, parlementslid van de Turkse Nationalistische Actiepartij (MHP). De oppositie verwijt de regering Erdogan dan ook vooral toe te geven op de kwestie van Nagorno-Karabakh, de Azerbeidzjaanse provincie met een Armeense meerderheid die onder controle staat van Jerevan en sinds 1994 voorwerp van een bevroren conflict is tussen Armenië en zjan. Zo vroeg een parlementslid van de kemalistische Republikeinse Volkspartij (CHP), Onur Öymen, zich af of Armenië nu officieel bevestigde zich terug te trekken uit Nagorno-Karabakh. De Turkse minister van buitenlandse zaken Ahmet Davutoglu verzekerde dat men rekening zal houden met de belangen van ‘onze vrienden’ van Azerbeidzjan.

De elite van Armenië is al lange tijd bereid om de grenzen onvoorwaardelijk te openen. Armeense nationalisten verzetten zich echter tegen de clausule in de akkoorden die de bestaande grenzen erkent. Ze vinden dat delen van oostelijk Turkije eigenlijk bij Armenië horen. Uit protest tegen het akkoord stapte de belangrijkste nationalistische partij, Dashnaktsutiun, al uit de regering. Nationalisten hebben tevens anti-Turkse affiches gehangen in het centrum van Jerevan en zeker bij de oudere generaties slaan ze aan. Volgens bepaalde analisten, zoals de directeur van het Armeense Centrum voor Nationale en Internationale Studies, Richard Giragosian, heeft de Armeense regering te weinig gedaan om die negatieve boodschappen tegen te gaan. “Armenië heeft het akkoord op een pijnlijk slechte manier uitgelegd”, zegt hij. “Er is niet echt een voorbereiding op het terrein geweest, en het gebrek aan informatie heeft tot desinformatie geleid. Het toont ook de ruimere politieke realiteit hier – het is de arrogantie van de macht.” (5)

Driehoeksverhouding

Het onopgeloste conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan over Nagorno-Karakbakh zou de verzoening tussen Armenië en Turkije wel eens in de weg kunnen staan. In april zei premier Erdogan in deze zin nog het volgende: “Zolang dit probleem niet is opgelost, is het voor ons onmogelijk om een gezonde beslissing te nemen maar we hebben al bepaalde stappen gezet om de weg voor te bereiden en we proberen de regio klaar te maken voor deze ontwikkeling”.

De Turks-Armeens-Azerbeidzjaanse driehoeksverhouding markeert de complexiteit van het proces waarin niet alleen historische maar ook geopolitieke en economische overwegingen een rol spelen.

De ‘bezetting’ door Armeense troepen van Nagorno-Karabakh, een enclave in Azerbeidzjan met een Armeense meerderheid, in 1993 was de oorzaak van de Turkse beslissing om haar grenzen met Armenië te sluiten. Zestien jaar later is de kwestie, ondanks enige vooruitgang, nog verre van opgelost. Armenië vindt intussen dat de normalisering met Turkije niet mag afhangen van de kwestie Nagorno-Karabakh. Voor Turkije zou het echter gemakkelijker zijn om haar relaties met Armenië te normaliseren indien er vooruitgang wordt geboekt in de kwestie Nagorno-Karabakh. Serzh Sarkisian en de Azerbeidzjaanse president Ilham Aliev hebben elkaar op 8 oktober in Moldavië gesproken over het vredesproces. Aliev zei voor het gesprek dat hij ‘een positieve dynamiek’ voelde en dat de onderhandelingen in de laatste fase waren beland.

In het conflict zijn er echter nog een aantal heikele kwesties waarover nog veel onenigheid bestaat. Het meest gevoelige twistpunt is de uiteindelijke status van de regio. Er is sprake van een interimstatus voor Nagorno-Karabakh maar Azerbeidzjan staat er op dat de regio altijd wettelijk deel zal blijven uitmaken van haar territorium. Armenië en de feitelijke autoriteiten van Nagorno-Karabakh vinden dan weer dat de bewoners van de regio zelf het recht hebben om te beslissen over hun toekomstige status, als deel van Armenië of als een onafhankelijke staat.

Azerbeidzjan vreest dat de opening van de grens tussen Armenië en Turkije de geïsoleerde positie van Armenië zou beëindigen waardoor het haar grote hefboom zou verliezen in de Nagorno-Karabach onderhandelingen. Ankara probeert Baku te kalmeren, onder andere door te stellen dat de normalisering van haar relaties met Armenië zou kunnen leiden tot een versnelling van het vredesproces van het Nagorno-Karabakh conflict.

De Armeense en Azerbeidzjaanse regeringen zouden volgens de International Crisis Group (6) veel meer moeite moeten doen om hun publieke opinie te overtuigen van de noodzaak van een regionale vrede. Vooral in Armenië vreest men dat een verandering in de status van Nagorno-Karabakh nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee zou brengen.

Turkije heeft een speciale relatie met Azerbeidzjan die gebaseerd is op nauwe handelsrelaties, gedeelde olie- en gaspijpleidingen en een gevoel van een gemeenschappelijk lot in een etnische, culturele en linguïstische Turkse wereld. Ankara streeft ernaar zich te ontwikkelen als energiecorridor tussen Europa en de gas- en olierijke gebieden in het Midden-Oosten, Centraal-Azië en de Kaukasus. Baku zet het Turkse belang bij Azerisch gas in om haar positie inzake het Turks-Armeense verzoeningsproces kracht bij te zetten. De Azerbeidjaanse president Ilham Aliev dreigde er al mee om de gaslevering aan Turkije te blokkeren. Baku heeft Ankara echter meer nodig dan omgekeerd, zeker nadat Rusland haar macht en invloed na de oorlog in Georgië in de regio heeft geconsolideerd. Hoe ongelukkig de Azerbeidjaanse leiders zich ook moge voelen over de Turkse zet om Armenië in haar armen te sluiten, ze zijn er zich maar al te goed van bewust dat Turkse leiders steeds meer gefrustreerd zijn geworden over hun beperkte opties in de regio. Jarenlang werd het Turkse buitenlandse beleid virtueel immers gegijzeld door Azerbeidzjan daar haar beleid ten aanzien van Armenië was gekoppeld aan de kwestie Nagorno-Karabakh. Nu zelfs Rusland een normalisering van de Turks-Armeense relaties steunt, kan Azerbeidzjan een Turks-Armeense normalisering nog moeilijk verhinderen.

Rol van Rusland

Het bezoek van de Russische premier Vladimir Poetin op 6 augustus gaf de ontwikkelingen in de regio een nieuwe wending. Poetin’s bezoek resulteerde in afspraken over mogelijke samenwerking bij de aanleg van een olie- en gaspijplijn en de bouw van een kerncentrale in Turkije. Eind juni sloot Rusland ook al een gasdeal met Azerbeidzjan. Bovendien is Rusland nog steeds de belangrijkste strategische bondgenoot van Armenië. Tot slot is Rusland ook de medevoorzitter van de zogeheten Minsk Groep belast met de onderhandelingen tussen Armenië en Azerbeidzan. Armeense waarnemers vrezen dan ook dat Armenië steeds meer geïsoleerd zal geraken nu de dynamiek in de regio steeds meer bepaald wordt door energiebelangen en de relatieve waarde van Armenië voor Rusland afneemt.

Rusland heeft zich lange tijd verzet tegen enige vorm van verbetering in de relaties tussen Armenië en Turkije. De gesloten grens was voor Moskou een handig middel om haar dominantie over Armenië te behouden. Sinds de oorlog in Georgië in augustus 2008 is de Russische houding danig veranderd; een mogelijke Armeense-Turkse toenadering paste perfect in haar strategie om Georgië nog meer te isoleren en te marginaliseren. Daarnaast zou Rusland ook op economisch vlak voordeel doen bij een opening van de grens, zoals de verkoop van elektriciteit aan Oost-Turkije van Russische energienetwerken in Armenië.

Rusland heeft het geweer van schouder veranderd en probeert nu door betere relaties met Turkije aan te knopen de VS, EU en andere ‘extra-regionale machten’ buiten de Zuidelijke Kaukasus te houden. Daarnaast wil Moskou Georgië ook verder isoleren en marginaliseren.

Zero problemen beleid

Het akkoord zal van groot belang zijn voor de regio. De zuidelijke Kaukasus zou eindelijk een stabiele en aantrekkelijke regio kunnen worden voor investeerders. Bovendien zullen het niet de Verenigde Staten en de Europese Unie zijn die deze regio zullen domineren maar wel Turkije en Rusland.

De grootste winnaar zou wel eens de Turkse AKP-regering kunnen zijn die onder impuls van de nieuwe minister van buitenlandse zaken, Ahmet Davutoglu, haar buitenlandbeleid fundamenteel veranderde. De Turkse generaals hebben altijd een krachtig pro-Amerikaans buitenlands beleid ten koste van goede relaties met hun buren gesteund. Bovendien hield het leger de angst onder de bevolking levendig onder het motto dat de enige vriend van Turkije de Turken zelf zijn. Dit onderwaardeerde echter Turkije’s strategische rol tussen Europa en Centraal-Azië. Sinds augustus 2008, na de oorlog in Georgië, probeert Turkije de banden met haar buren te verbeteren en lanceerde Davutoglu het ‘zero problemen beleid’. Hij ontwikkelde een buitenlandbeleid waarin Turkije’s nationale belangen steeds meer zouden worden bepaald door de betrekkingen met haar buren – Bulgarije en Syrië, Azerbeidzjan en Georgië, Irak en Iran. En Armenië, de lastigste buur van allemaal. Volgens Richard Giragosian is de beslissing om te komen tot een normalisering van de relaties met Armenië dan ook een Turks initiatief. Volgens hem draait het allemaal rond Turkije’s nationale belangen.

(Uitpers nr. 116, 11de jg., januari 2010)

Voetnoten:

(1) Le Figaro, 10/10/09.

(2) Le Monde, 11/10/09.

(3) Een oplossing van het conflict over Nagorno-Karabakh zou enkel mogelijk zijn indien de betrokken partijen een akkoord zouden bereiken om geen geweld meer te gebruiken en om internationale waarnemers toe te laten. Daarnaast zouden de gewapende troepen van Nagorno-Karabakh, gesteund door Armenië, zich volledig moeten terugtrekken, zou de ‘Lachin corridor’ tussen Armenië en Nagorno-Karabakh een speciaal statuut moeten krijgen, Nagorno-Karabakh een interim-status moeten toegekend worden en zouden de Armeniërs en de Azeri’s van Karabakh via een stembusgang moeten kunnen beslissen over de toekomstige status van Nagorno-Karabakh.

(4) Turquie et Arménie vont normaliser leurs relations, Le Monde, 02/09/2009.

(5) Armenië en Turkije staan dichtbij akkoord, IPS, 18/09/2009.

(6) Nagorno-Karabakh: Getting to a Breakthrough, International Crisis Group Policy Briefing, 07/09/2009.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 65 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook