VN-rapporteur John Dugard: ‘Israël lijkt op het Zuid-Afrika van de apartheid’

John Dugard is een blanke Zuid-Afrikaanse jurist en hoogleraar en heeft de hoogdagen van de apartheid in zijn land nog beleefd. Vandaag werkt hij voor de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties in Genève. Dugard heeft vorige maand zijn rapport over de mensenrechten in de door Israël bezette Palestijnse gebieden aan deze VN-Raad voorgelegd. Na veertig jaar militaire bezetting is de mensenrechtensituatie van de Palestijnen slechter dan ooit. En Dugard laat het gewichtige woord vallen: apartheid. Israël is te vergelijken met het Zuid-Afrika van weleer.

De Israëlische ambassadeur bij de VN-Mensenrechtenraad in Genève, Yitzhak Levanon, reageerde volgens de regels van de Israëlische diplomatieke kunst: bitsig en met het belerende vingertje in de lucht: “Wie zijn toevlucht neemt tot ophitsende, opruiende taal, levert geen bijdrage tot het proces van constructieve dialoog tussen Israëli’s en Palestijnen”.

Welke constructieve dialoog? Die vraag zullen de belegerde en door bombardementen en militaire strafexpedities geterroriseerde Palestijnen in Gaza en hun landgenoten in de door de apartheidsmuur omringde Westelijke Jordaanoever zich met enige verbijstering stellen…

Herinneringen aan resolutie 3379

Israël is een oase van democratie, zo wil de eigen mythologie het althans. En de leiders van ‘joodse’ staat zijn steeds uiterst verbolgen als iemand hun politiek regime durft te vergelijken met het racistische apartheidsbewind in Zuid-Afrika. Op 10 november 1975 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (72 stemmen voor, 35 tegen en 32 onthoudingen) resolutie 3379 goed. In de VN-tekst werd het zionisme bestempeld als een “vorm van racisme en rassendiscriminatie”. Deze resolutie was voor de Palestijnen een niet te onderschatten opsteker, die ze voornamelijk te danken hadden aan het groeiende politieke gewicht van de Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen binnen de club der naties. In Israël vatte Yediot Aharonot, de krant met de grootste oplage in het land, het best de woede van de zionistische elite samen. De krant leuterde niet over een ‘constructieve dialoog met de Palestijnen’, maar sloeg wild om zich heen naar alle barbaren die Israël en zijn zionistische ideologie zo aan de schandpaal hadden genageld.

Het hoofdartikel van deze meest gelezen zionistische krant toonde op 14 november 1975 puntgaaf aan waarom de vertegenwoordigers van de Derde Wereld in de VN het gelijk aan hun kant hadden toen ze het zionisme een synoniem van racisme noemden. “Op een goede morgen ontwaakt daar een volkje en kijk ze roepen zich uit tot naties en beginnen meteen het zionisme te beledigen”, zo stond er. “Er is niets oneervol aan het feit dat ze pas uit de bomen komen. Integendeel. Maar het is onaanvaardbaar dat naties die gesticht zijn door een volkje dat pas uit de bomen is gekomen, zich gaan opwerpen als de leiders van de wereld. De jongste beslissing van de VN toont aan dat het leiderschap van de wereld aan het wegzinken is tot onder de drempel van de beschaving (…) In het bijzonder de Afrikaanse staten hebben een bewijs van domheid geleverd door in te stemmen met de criminele tekst die het zionisme gelijkstelt met racisme. Het is maar al te duidelijk dat de verbreking van hun betrekkingen met de staat Israël en hun stemming in de VN er alleen gekomen zijn onder druk van de olieproducerende moslimlanden. Hoe zouden die primitieven er een eigen mening op na kunnen houden?”

Sinds 1975 is de wereld echter grondig veranderd en is er opnieuw een ‘echt leiderschap’. Wat in 1991 bijvoorbeeld bleek toen onder druk van VS-president George Bush senior de beruchte VN-resolutie 3379 werd geschrapt. Het was uniek in de geschiedenis van de Verenigde Naties. Een enorme ‘morele’ overwinning voor de leiders van de staat Israël.

Drie mensenrechtenvijandige regimes

Wat allemaal niet belet dat de VN af en toe nog eens behoorlijk dwars kunnen gaan liggen met een tekst zoals die van mensenrechtenrapporteur John Dugard. Dat blijkt een rechtsdeskundige te zijn die het vraagstuk van de mensenrechten niet uitsluitend door de traditionele westerse bril bekijkt. Mensenrechten zijn meer dan de som van de in het Westen gekoesterde individuele vrijheden. In de inleiding van zijn rapport stelt de Zuid-Afrikaan John Dugard: “De internationale gemeenschap heeft drie regimes geïdentificeerd als vijanden van de mensenrechten: kolonialisme, apartheid en buitenlandse bezetting. In de bezette Palestijnse gebieden bevindt Israël zich duidelijk in de positie van militaire bezetter. Tegelijkertijd zijn bepaalde elementen van deze bezetting vormen van kolonialisme en apartheid, die in tegenspraak zijn met het internationaal recht. Wat zijn de legale gevolgen van een regime van langdurige bezetting met kenmerken van kolonialisme en apartheid voor de bezette bevolking, de bezettingsmacht en de andere staten? Deze vraag mag voor bijkomend advies en volgens de geijkte procedures worden voorgelegd aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag,” stelt John Dugard.

“De discriminatie van de Palestijnen is een feit op tal van domeinen. De ‘Internationale Conventie inzake de Afschaffing en de Bestraffing van de Misdaad Apartheid’ uit 1973 wordt in de bezette gebieden door tal van praktijken geschonden, in het bijzonder door de schending van het recht op bewegingsvrijheid van de Palestijnen.”

De opsomming van John Dugard is helaas niet nieuw: er bestonden in december 2006 op de Westelijke Jordaanoever 540 Israëlische checkpoints en wegversperringen tegenover 345 in augustus 2005. Dat maakt de bewegingsvrijheid voor de Palestijnen zo goed als onbestaande. Deze checkpoints verdelen de Westelijke Jordaanoever in vier aparte gebieden: het noorden (Nabloes, Jenin en Tulkarem), het centrum (Ramallah), het zuiden (Hebron) en Oost-Jeruzalem. De aparte wegen waarvan alleen Israëli’s mogen gebruik maken “verdelen de bezette gebieden nog eens in 10 kleine kantons of bantoestans”. “Steden worden van andere steden afgesneden, aangezien er vergunningen vereist zijn om van een gebied naar een ander te reizen en deze vergunningen zijn moeilijk te bekomen.” “Mannen van 18 tot 35 jaar hebben geen toestemming om de noordelijke Westoever te verlaten, maar er bestaat geen enkele duidelijke wetgeving op dit vlak… In de plaats is er een willekeurig en erg grillig regime.” “Onder de apartheid in Zuid-Afrika werd een gelijkaardig systeem ontworpen om de bewegingsvrijheid van de zwarten in te perken – de beruchte ‘pasjeswetten’ – dat de woede en de vijandigheid tegen het apartheidsregime alleen maar deed toenemen. Israël doet er goed aan de lessen te trekken uit deze ervaring.”

In Gaza is de bewegingsvrijheid tot nul herleid. John Dugard is de totale afgrendeling van het gebied ter plekke gaan bekijken en stelde een onderzoek in naar duidelijke gevallen van oorlogsmisdaden die de Israëli’s er tijdens hun opeenvolgende militaire offensieven in de zomer van 2006 hebben begaan.

Humanitaire crisis

John Dugard maakt gewag van een steeds toenemende humanitaire crisis in alle door Israël bezette Palestijnse gebieden. In de Gazastrook is er officieel sinds de zomer van 2005 een einde gekomen aan de Israëlische bezetting en kolonisatie. Maar “als gevolg van de Israëlische terugtrekking werd Gaza een vergrendeld, tot gevangenis omgetoverd, bezet gebied.” De Israëlische militaire offensieven in de zomer van 2006 zijn vernietigend geweest: huizen, gebouwen, moskeeën, ziekenhuizen, scholen en de enige elektrische centrale werden platgebombardeerd. Inmiddels is de elektrische centrale in Gaza hersteld. Ze werkt op 85% van haar vroegere capaciteit. “Dankzij de financiële steun van Egypte en Zweden”, schrijft John Dugard, “niet dankzij Israël dat als bezettingsmacht verplicht is de bezette bevolking van stroom te voorzien”. De gevolgen van deze bezetting die niet langer bezetting heet, noemt John Dugard “een humanitaire crisis”: meer dan 80% van de bevolking van Gaza leeft onder de armoedegrens (en moet het stellen met een inkomen van minder dan 2,10 dollar per dag. 1,1 miljoen van de 1,4 miljoen Gazanen zijn aangewezen op voedselhulp van het VN-agentschap voor de Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) en VN-voedselagentschap (World Food Programme). Op de Westelijke Jordaanoever wordt deze humanitaire crisis veroorzaakt door de verder uitbreidende kolonisatie (meer dan 460.000 Israëlische kolonisten), de checkpoints en de apartheidsmuur die het economische leven verlammen en de regelmatige militaire aanvallen van het bezettingsleger. 56% van de bevolking op de Westbank leeft onder de armoedegrens van 2,10 dollar per dag.

Sinds het begin van de militaire bezetting in juni 1967 hebben 650.000 Palestijnse gevangenen de realiteit van de Israëlische strafinstellingen leren kennen. Vandaag zitten 9000 Palestijnen in een Israëlische gevangenis – onder hen 400 kinderen en 100 vrouwen. Daarbij komen nog eens 700 administratief gedetineerden, Palestijnen die zonder enige vorm van proces of aanklacht gevangen zitten. Folteringen zijn legaal in Israël.

Israël gaat er prat op een staat te zijn die de doodstraf heeft afgeschaft. John Dugard wijst erop dat dit in geen geval voor de Palestijnen geldt. “Israël past de doodstraf wel degelijk toe via het achterdeurtje van wat ‘targeted assassinations’ (doelgerichte moorden) wordt genoemd.” Sinds de start van de tweede Palestijnse opstand in september 2000 zijn er 500 Palestijnen ‘doelgericht vermoord’. Het gaat hier om moordaanslagen tegen Palestijnse leiders en activisten. Bij deze zogenaamde doelgerichte acties zijn tussen 2000 en eind 2006 ook 168 ‘onschuldige’ burgers om het leven gekomen.

‘Internationale gemeenschap’

VN-rapporteur John Dugard is ook niet mals voor de ‘internationale gemeenschap’. De humanitaire crisis in de bezette Palestijnse gebieden werd in de eerste plaats veroorzaakt door de Israëlische bezettingsmacht. Die crisis werd nog verscherpt toen Israël na de verkiezingsoverwinning van Hamas weigerde de door Israël geïnde maar voor de Palestijnen bestemde invoertaksen door te storten aan de Palestijnse regering. Het gaat hier om een maandelijks bedrag van 50 tot 60 miljoen dollar. “Israël rechtvaardigt deze maatregel met veiligheidsargumenten, maar de echte reden is natuurlijk ingegeven door de Israëlische vastberadenheid om in de bezette Palestijnse gebieden tot een regimewissel te komen,” stelt John Dugard. Het gaat hier met andere woorden “om een collectieve straf,die in strijd is met artikel 33 van de Vierde Conventie van Genève”. Overigens zo stelt John Dugard onttrekt “Israël zich aan zijn wettelijke verplichtingen om als bezettingsmacht te zorgen voor het welzijn van de bezette bevolking.”

“Israël is echter niet de enige verantwoordelijke voor de crisis in de bezette Palestijnse gebieden. Sinds de verkiezingsoverwinning van Hamas in januari 2006 houden de Verenigde Staten, de Europese Unie en andere staten fondsen in die bestemd zijn voor de Palestijnse overheid, omdat de Palestijnse regering de staat Israël weigert te erkennen, het geweld weigert af te zweren en eerder met Israël gesloten akkoorden niet naleeft.” “In feite wordt het Palestijnse volk onderworpen aan economische sancties – het is de eerste keer in de geschiedenis dat een bezet volk op deze wijze wordt behandeld.” “Dit is moeilijk te begrijpen. Israël schendt belangrijke resoluties van de VN-Veiligheidsraad en van de Algemene Vergadering… legt de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 2004 naast zich neer over de ‘wettelijke gevolgen van de bouw van de muur in de bezette Palestijnse gebieden’ en ontsnapt aan internationale sancties. Het Palestijnse volk daarentegen – eerder dan de Palestijnse Autoriteit – wordt aan de wellicht strengste vorm van internationale sancties onderworpen, die ooit in de moderne tijd zijn opgelegd.”

De conclusies van John Dugard zijn bijzonder scherp en glashelder. De vraag is alleen of ze ooit zullen doordringen tot de regeringen van de westerse staten die al bijna zestig jaar de staat Israël als hun oogappel beschermen. “De bezette Palestijnse gebieden zijn van bijzonder belang voor de toekomst van de mensenrechten,” stelt de VN-rapporteur. “De mensenrechten in Palestina staan al zestig jaar op de VN-agenda – al veertig jaar sinds de bezetting van Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook in 1967. Jarenlang hebben de bezetting van Palestina en de apartheid in Zuid-Afrika de aandacht opgeëist van de internationale gemeenschap. In 1994 kwam er een einde aan de apartheid en werd Palestina het enige ontwikkelingsland in de wereld dat aan een bezetting werd onderworpen door een regime dat met het westen is geallieerd. Hierdoor wordt het belang bepaald van de toekomst van de mensenrechten. Er zijn andere regimes, meer bepaald in de ontwikkelingslanden, die de mensenrechten met de voeten treden. Maar er bestaat in de ontwikkelde wereld geen ander geval van een met het Westen gelieerd regime dat het recht op zelfbeschikking en de mensenrechten al zo lang schendt. Dat verklaart waarom de bezette Palestijnse gebieden voor het Westen een test zijn geworden. Een test waarop de westerse gehechtheid aan de mensenrechten zal worden beoordeeld…”

(Uitpers, nr 85, 8ste jg. , april 2007)

(*) De volledige tekst van het rapport van John Dugard is te vinden op de website van de Human Rights Council van de Verenigde Naties: www.ohchr.org

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :