Vivaldi-regering kiest voor meer bewapening en blijft vaag over nucleaire ontwapening

 

De ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken hebben afgelopen week hun beleidsnota’s voorgesteld. Ze zijn niet alleen ronduit ontgoochelend, maar voor een centrumlinkse regering met groenen en sociaaldemocraten zelfs beschamend te noemen. Van de pacifistische wortels van deze partijen is maar weinig in de beleidsplannen terug te vinden.

Twee voorbeelden van de militaire koers die de regering wil varen: het stijgende defensiebudget en de onwil om de – zelfs al bij al magere – beloftes over nucleaire ontwapening uit het regeerakkoord hard te maken.

Een stijging van het defensiebudget

België wil zijn buitenlands en veiligheidsbeleid uitdrukkelijk verder afstemmen op de NAVO, alsook met de sterkere uitbouw van militair Europa. Zo wil deze centrumlinkse Vivaldi-coalitie bij monde van minister van Defensie Dedonder verder gaan dan haar voorganger Vandeput in de centrumrechtse Zweedse coalitie. Deze laatste tekende in zijn ‘Strategische visie’ voor defensie een budgettair groeipad uit, met als doelstelling om de militaire uitgaven tegen 2030  te laten stijgen tot 1,3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). In haar beleidsnota gaat minister Dedonder een grote stap verder door te stellen dat het Belgisch defensiebudget moet worden afgestemd op dat van de ‘niet-nucleaire lidstaten’. Ze noemt geen concreet percentage, maar in een dit voorjaar door de minister besteld rapport, pleiten tien experts – van wie de meesten bekend staan omwille van hun militaire banden – daarvoor en spreken ze van maar liefst 1,7% van het BBP. Dat zijn ettelijke miljarden meer op de Belgische begroting. Ook pleit de minister voor een herziening van de programmawet om te “herkapitaliseren op gebied van uitrusting en infrastructuur”. Deze programmawet uit 2017 bepaalt dat ons land 9,2 miljard euro moet investeren in militair materieel. Blijkbaar vindt deze regering dat onvoldoende.

Dat zou alle alarmbellen moeten doen afgaan bij de progressieve partijen in de regering, inclusief die van haar eigen partij, de PS

Dat zou alle alarmbellen moeten doen afgaan bij de progressieve partijen in de regering, inclusief die van haar eigen partij, de PS. Maar die laten het dossier blijkbaar ‘rechts’ liggen in handen van de MR en gemilitariseerde academici, het leger en de belangen van de militaire industrie. Een dergelijke stijging van het militaire budget en een pleidooi om nog meer wapens aan te kopen is compleet onverantwoord, zowel op vlak van veiligheidsbeleid als op budgettair vlak. Bij monde van minister van Buitenlandse Zaken Wilmès is de NAVO de ‘hoeksteen’ van onze defensie, die nu al met 52% van de wereldwijde militaire uitgaven zwaar overbewapend is. Ter illustratie: het militair budget van Rusland bedraagt amper 7% van dat van de NAVO en is nauwelijks groter dan dat van een NAVO-lidstaat zoals Duitsland. De NAVO legitimeert deze extra militaire uitgaven door de confrontatie met onze ‘systemische’ rivalen (Rusland en China) op te voeren en het vijandbeeld op te kloppen in plaats van te kiezen voor een diplomatieke koers die gericht is op ontspanning. Een sterk staaltje van self-fulfilling prophecy dat dreigt te escaleren in een peperdure en gevaarlijke bewapeningswedloop.

Kernwapens

De sterke NAVO-koers die ons land wil volgen blijkt ook heel duidelijk op nucleair vlak. Volgend jaar is een cruciaal jaar. In januari 2022 is er de herzieningsconferentie van het non-proliferatieverdrag (NPT) uit 1970, waarin de partijen bij het verdrag er zich toe engageren de verspreiding van kernwapens tegen te gaan alsook te komen tot nucleaire ontwapening. Begin dit jaar trad een nieuw verdrag in werking dat kernwapens verbiedt (het TPNW) waartoe inmiddels al 56 landen zijn toegetreden. De betrokken landen willen zo de druk op de kernwapenstaten opvoeren om eindelijk effectief werk te maken van de ontmanteling van deze massavernietigingswapens en het ontwapeningsregime onder het NPT versterken. De kernwapenstaten en de NAVO houden vooralsnog de boot ver af. De NAVO beweert zelfs dat het TPNW het NPT ondermijnt, wat door diverse onderzoeksinstellingen en studies wordt ontkracht. Volgend jaar in maart komen de partijen van het verdrag samen in Wenen voor de eerste ‘Meeting of the State Parties” (MSP) waarop niet-leden welkom zijn als waarnemer.

2022 is dus een belangrijk jaar op vlak van nucleaire ontwapening. Dat blijkt niet uit de beleidsnota’s van de betrokken ministers. In de beleidsnota van Defensie is er gewoon helemaal niets terug te vinden over kernwapens: niets over de Belgische nucleaire taken in NAVO-verband, noch over de jaarlijkse militaire kernwapenoefeningen waaraan ons land deelneemt, de VS-kernbommen in Kleine-Brogel die tussen 2022 en 2024 worden vernieuwd en de nucleaire capaciteit van de bestelde Belgische gevechtsvliegtuigen (F-35) die in de toekomst verantwoordelijk zullen zijn voor het inzetten van de nieuwe B61-12 kernwapens in oorlogstijd.

De beleidsnota Buitenlandse Zaken maakt er zich dan weer vanaf met een paar vage regeltjes. Volgens de minister van Buitenlandse zaken is nucleaire ontwapening belangrijk, maar dat blijkt helemaal niet uit haar nota, laat staan dat dit zichtbaar is in de praktijk. Het TPNW krijgt een terloopse vermelding , hoewel in het regeerakkoord het engagement is aangegaan om te onderzoeken welke impuls het verdrag kan geven aan de multilaterale nucleaire ontwapening. Erger nog, tijdens het debat in de Commissie Buitenlandse Zaken lijkt onze minister Wilmès niet echt open te staan voor zo’n ‘onderzoek’ door ronduit te stellen dat het nucleair verbodsverdrag “niet het juiste instrument is om onze doelstelling te bereiken” en aan te kondigen dat ons land net als vorig jaar zal tegenstemmen op een resolutie in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties die het TPNW verwelkomt.

De betrokken passage in het regeerakkoord lijkt dus een compromis dat bedoeld is om groenen en Vooruit wat zoet te houden, zonder dat deze partijen er in slagen om ook maar een klein beetje te wegen in het dossier van nucleaire ontwapening.

Vlaams Vredesinstituut pleit voor concrete stappen rond kernontwapening

Het enige lichtpuntje van afgelopen week is het advies dat het Vlaams Vredesinstituut (VVI) vorige week afleverde. Het VVI is verbonden aan het Vlaams Parlement als officieel adviesorgaan waarin ook alle Vlaams politieke partijen zijn vertegenwoordigd. Hoewel het VVI een Vlaams orgaan is, positioneert het zich toch uitdrukkelijk rond kernontwapening met duidelijke stappen. Het VVI vraagt eerst en vooral dat er transparantie komt rond de kernwapens op Belgisch grondgebied. Die liggen er immers al sinds het begin van de jaren ’60, maar nog steeds heeft geen enkele regering hun aanwezigheid toegegeven. Voorts vraagt het VVI dat de regering als waarnemer aanwezig zou zijn op de eerste bijeenkomst van de leden van het nucleair verbodsverdrag in Wenen in maart volgend jaar, om in een latere fase zelfs effectief tot het verdrag toe te treden. Ook vraagt het VVI dat ons land desnoods op zijn eentje afspraken maakt met de VS om de kernwapens van het grondgebied te verwijderen. Wat houdt de politieke partijen in het VVI, die allemaal instemden met het advies, nog tegen om het advies in praktijk om te zetten?

Groenen en sociaaldemocraten hebben dus genoeg aanknopingspunten om concrete stappen te zetten en te tonen dat het hen menens is met nucleaire ontwapening in deze regering.

Zeker voor Groenen en sociaaldemocraten zijn er dus genoeg aanknopingspunten om concrete stappen te zetten en te tonen dat het hen menens is met nucleaire ontwapening in deze regering. En dat kan als ze de nodige politieke wil aan de dag leggen om van dat dossier een prioriteit te maken, wat tot vandaag, anders dan met het dossier over de kerncentrales, duidelijk niet het geval is. Absurd. Alsof de kernbommen in ons land niet een minstens even dreigend gevaar vormen voor onze veiligheid en de volksgezondheid. Blijkbaar moet er eerst iets mee mislopen om onze politici wakker te schudden.

(Visited 50 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 180 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook