Vijfhonderd jaar koloniseren en dekoloniseren (1) Amerika!

0p 12 augustus 1521 veroverde de Spanjaard Hernán Cortés de Mexica Stad Tenochtitlan, het begin van vijfhonderd jaar Europese kolonisering.

Amerika!

Een delegatie van de ‘neo-zapatisten’ uit Chiapas, Mexico, is momenteel in Europa. Dit ‘eskadron 421’ (vier vrouwen, twee mannen en één tussenin) ziet de reis als een ‘omgekeerde invasie’ en komt hier praten met Europese sociale bewegingen in verzet tegen de kapitalistische, modernistische, eurocentrische en kolonialistische wereldorde.

De reis is geen toeval. Het is op 12 augustus exact vijfhonderd jaar geleden dat de hoofdstad van het Azteekse rijk, Tenochtitlan, vandaag Mexico City, in handen viel van de Spanjaarden. Dat was het begin van een eeuwenlange kolonisatie van het Amerikaanse continent met zware gevolgen voor de bevolking, haar economie en haar cultuur.

In dit artikel en in de twee volgende – over de verovering van Mexico en over de betekenis van de kolonisatie – wil ik ingaan op het waarom en hoe van de ‘ontdekkingsreizen’ van de vijftiende eeuw.

Handelsroutes

Tot zijn dood was Christoffel Columbus ervan overtuigd dat hij Azië had bereikt – in zijn woorden India, vandaar dat er over ‘indios’, indianen werd gesproken. Dat was ook de bedoeling van zijn reis geweest. Door de groei van het Ottomaanse Rijk na de val van Byzantium in 1453 was de handelsroute naar India afgesneden en hadden de Europese elites geen toegang meer tot de kruiden, de zijde en de edelstenen uit het Oosten. Venetië, dat een belangrijke rol had gespeeld in deze handel, kreeg het moeilijk. Columbus kende de reisverhalen, o.m. die van Marco Polo, en had kaarten van vroegere reizigers naar het Oosten, zoals die van Marinus van Tyrus, een Oudgriekse geograaf. De oudste gegevens en verhalen komen trouwens van Herodotus, de historicus die in de vijfde eeuw voor Christus in Griekenland leefde. Columbus geloofde dat je ook via het Westen in het Oosten kon komen.

Het was de Europeanen niet enkel om handel te doen. In Azië had Gengis Khan een machtig rijk uitgebouwd en de Europeanen, waaronder ‘Saint Louis’ (Lodewijk IX van Frankrijk) wilden hem en zijn opvolgers – de ‘grote Khan’- graag tot het christendom bekeren om zo met een bondgenoot de moslims te kunnen verslaan en Jeruzalem te heroveren.

Eén van de boeken die een enorm succes hadden in die tijd was de ‘Roman van Alexander’, geschreven in de derde eeuw, met de – sterk vervormde – verhalen over alle avonturen van Alexander de Grote.

De vijftiende eeuw was echter de eeuw van de beginnende Renaissance en er was een groot verlangen naar kennis van de wereld, men wilde al die verhalen toetsen, de feiten en cijfers nagaan om te zien of de oude verhalen wel klopten. Men wilde de volken aan het eind van de wereld leren kennen.

Dat is de context waarin de grote ontdekkingsreizen begonnen. Portugal begon met de verkenning van de West-Afrikaanse kust en bracht slaven mee terug naar Europa. Bartolomeu Días was de eerste om in 1486 rond Kaap de Goede Hoop te varen. Vasco da Gama bereikt in 1497 Calicut (Calcutta) en de Portugees Fernando de Magallanes gaat in 1519 in opdracht van de Spaanse Koning, via de Zuidpunt van Zuid-Amerika rond de wereld varen. Zelf laat hij het leven op de Filippijnen, maar zijn schip komt in 1522 terug in Spanje. Vasco Nuñez de Balboa was de eerste om via de Oostelijke kant in 1513 de Stille Oceaan te verkennen.

Het was de Florentijn Amérigo Vespucci die op zijn tweede reis in 1501 langs de kust van Brazilië begreep dat dit niet India maar een nieuw continent was. Het werd naar hem ‘Amerika’ genoemd en deze ‘nieuwe wereld’ zou de verbeeldingskracht van de Europeanen sterk inspireren. Alle mythes die over het ‘Verre Oosten’ bestonden, verplaatsten zich nu naar Amerika. Helaas hadden de ontdekkingsreizigers enkel de oude verhalen en de christelijke leer ter beschikking om deze nieuwe wereld te benoemen, te beschrijven en te interpreteren. In een brief aan Paus Alexander VI schrijft Columbus dat hij het Aards Paradijs heeft gevonden en dat was geen beeldspraak! Dit heeft tot vandaag zware gevolgen.

De rol van de Kerk in de kolonisatie kan niet onderschat worden. Paus Nikolaas V gaf in twee encyclieken, Dum Diversas van 1452 en Romanus Pontifex van 1455 aan de koningen van Portugal het recht om moslims, heidenen en zwarten voor altijd te beroven en tot slaaf te maken, hun landen binnen te vallen en te veroveren. Wat de Spanjaarden later deden in Amerika met de ‘Requerimientos’ – het planten van de vlag en het in bezit nemen van het land voor de Koning van Spanje – deed Portugal al in 1481 in Guinea en in 1494 aan de Congorivier. In 1493 gaf Paus Alexander VI, de eerste Spaanse paus, het recht aan de Spaanse Koning om de heidenen uit te roeien en in alle barbaarse landen het christelijk geloof in te voeren. Hij verdeelde het nieuwe continent tussen Spanje en Portugal. Met het Verdrag van Tordesillas tussen beide landen werd die lijn wat aangepast en de verdeling bevestigd. Dit verklaart waarom Brazilië Portugees werd en de rest van het continent Spaans. Op verzoek van Frankrijk bepaalde de paus later dat andere christelijke koningen bezit konden nemen van nog niet bezette landen.

Tenslotte moet nog worden vermeld dat in 1492 de eenheid van Spanje was bereikt. Het huwelijk tussen Fernando de Aragón en  Isabel van Castillië – de ‘katholieke Koningen’ – was daarvoor bepalend. In Granada werd het laatste moslimrijk in Europa verslagen, de ‘reconquista’ liep ten einde en moslims én joden werden het land uitgezet.

Moorden en plunderen

Christoffel Columbus kwam op 12 oktober 1492 aan op wat nu de Bahamas heet. Hij maakte daarna nog drie reizen en veroverde de eilanden die nu Cuba, Jamaica, Puerto Rico en Hispaniola (Dominikaanse Republiek en Haiti) heten.

Ondertussen vaarden andere Spanjaarden langs de kust van Yucatán (nu Mexico) tot Panama en Columbus zelf ging tot de monding van de Orinoco (Venezuela). De grote hoeveelheid zoetwater deed hem besluiten dat dit het Aziatische continent moest zijn.

De eerste conquistadores waren hoofdzakelijk verarmde of werkloos geworden leden van de lagere adel, uit Andaloesië en Extremaduras. De bemanning van hun schepen was wel een opvallend internationaal gezelschap, met Spanjaarden, Portugezen, Italianen, Noord-Afrikanen en zwarte slaven.

Je kan het moeilijk een beschaafd gezelschap noemen. De mannen waren uit op goud, in eerste instantie voor zichzelf, in tweede instantie voor hun Koning die het nodig had om handel te voeren met het Oosten. De Afrikaanse kusten waren bezet door Portugal en daar kon Spanje geen goud meer halen.

De ‘Conquista’ was niet echt de opdracht die de Koning had meegegeven, hij wist er zelfs niets van. Columbus werd uitgestuurd om India te vinden en Japan (Cipango) en China te verkennen, vandaar zijn pogingen om de oorspronkelijke bevolking te beschermen.

Columbus ondernam in totaal vier reizen en bleef uitsluitend in het gebied van de Caraïben en de kust van Centraal Amerika tot Venezuela.

De reizen waren lang geen pretje, vooral omdat het gezochte goud niet werd gevonden. De bemanning leed honger, want de inheemsen hadden lang geen grote voorraden en waren niet geneigd om voor de vreemdelingen meer te produceren, vandaar de herhaaldelijke opstanden.

Op Hispaniola zocht men goud in het rivierzand, maar de technische kennis en de arbeidskracht ontbraken. De inheemsen werden gedwongen om mee te zoeken en in 1501 kon uiteindelijk 276 kg goud gewonnen worden. Dat betekende echter dat er snel meer arbeidskracht nodig was. Tussen 1508 en 1513 werd veertigduizend man overgebracht uit Cuba en Puerto Rico, later kwamen arbeidskrachten uit Curaçao. Ze werden bijzonder slecht behandeld en de meesten stierven vrij snel.

Cijfers uit die periode zijn niet betrouwbaar, maar men schat dat tussen 1503 en 1520 zo’n veertien tot zeventien ton goud verscheept werd naar Spanje.

Diego Velazquez verovert Cuba in 1511 en verkent de Golf van Mexico. Het is vanuit Cuba dat meer verkenningstochten langs de kust van Yucatán georganiseerd worden en zo de eerste contacten met het Azteekse rijk worden gelegd.

De wereld veroveren

Juan Cabot voer voor de Britse koning Henry VII langs de kusten van Noord-Amerika, in een tweede reis zelfs tot Florida, maar vond het economisch niet interessant genoeg.

De Portugezen varen langs de kust van Noord-Amerika en komen aan op Groenland. Vicente Pinzón, die de eerste reis in het gezelschap van Columbus was, komt in 1500 aan in Cabo San Agostín en de monding van de Amazonestroom. Pedro Alvarez Cabral vaart tot het Braziliaanse Bahía en Amérigo Vespuccio tot de Río de la Plata. Cabral eist Brazilië op maar het zal dertig jaar duren voor de kolonisatie er begint. Portugal is een klein land met minder middelen, en de kolonisatie zal er hoofdzakelijk door privé-personen gebeuren. Het is één van de verklaringen voor de verschillen tussen de Spaanse en de Portugese kolonies.

Ook andere Europese landen worden actief, Frankrijk, Nederland, Engeland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Italië en Duitsland. Het is vooral de Atlantische kust van het Amerikaanse continent, van Noord tot Zuid, die lang betwist zal worden door de Europese landen. Spanje is de grote winnaar, met een rijk dat van Patagonië tot wat nu het Noorden van de Verenigde Staten reikt.

Op de oostkust van het continent zullen scheepswerven worden gebouwd in Mexico en Panama. Van daaruit zal Francisco Pizarro in 1531 vertrekken om het Inca Rijk onderwerpen. Het Rijk was immens groot maar niet stabiel want twee halfbroers lagen in conflict rond de successie en de bevolking zag in de Spanjaarden in eerste instantie een bondgenoot tegen hun leiders. In Cajamarca – nu Peru, de Andesstad waar de nieuwe Peruviaanse President vandaan komt – probeert Atahualpa zijn hachje te redden door de veroveraars grote hoeveelheden goud aan te bieden, maar hij wordt desalniettemin vermoord, nadat hij zelf zijn broer Huascar in Cuzco liet ombrengen. Er ontstaat een Incastaat in ballingschap, maar de laatste koning, Tupac Amaru I, wordt door de Spanjaarden onthoofd in 1572. Er waren tal van conflicten tussen de Spanjaarden onderling.

Uiteindelijk werd geheel Amerika, met uitzondering van Patagonië en van wat nu Costa Rica heet, gekoloniseerd.

Genocide

De Caraïbische eilanden worden door het moorden, plunderen en ingevoerde ziektes snel ontvolkt. Op vijfentwintig jaar tijd stierven op de vier grote eilanden – Hispaniola, Cuba, Jamaica en Porto Rico – zo’n tweehonderdduizend mensen. Curacao en Aruba werden ontvolkt door de slavenhandel. Ook in Zuid-Amerika zal op enkele decennia twee derde van de bevolking verdwijnen. Bartolomé de las Casas, die al bij de eerste reis van Columbus aanwezig was, wordt na zijn Amerikaanse avonturen Dominicaan en schrijft een vlammende aanklacht tegen de Spanjaarden en pleit voor de ‘tedere lammeren die werden geconfronteerd met wolven, tijgers en leeuwen’. Hij verkrijgt in Madrid dat de ‘Nuevas leyes’ worden goedgekeurd die een einde maken aan de ‘encomiendas’ – grond die mét de bevolking aan de veroveraars werd geschonken – en de slavernij, maar deze nieuwe wetten zullen nooit worden toegepast. Tijdens de hele kolonisatie trouwens is het regel in Amerika dat ‘se acata pero no se cumple’ – we eerbiedigen de wetten maar we passen ze niet toe. De las Casas maakt ontzettend veel vijanden, zeker als hij rond 1540 een groot gebied krijgt toegewezen voor de evangelisatie en daar een ‘tierra de la vera paz’ – een land van echte vrede – wil stichten waar geen militaire interventies mogelijk zijn. Na 1544 wordt hij de bisschop van Chiapas, en de huidige hoofdstad Cristobal de las Casas is naar hem genoemd. Eén van zijn tegenstanders was de franciscaan Pedro de Gante, ofte Pieter van der Moere, over wie werd gefluisterd dat hij de zoon was van de Habsburgse Keizer Maximiliaan I en die tot vandaag een standbeeld heeft in het centrum van Mexico City. Hij stichtte de eerste school voor inheemsen in Amerika.

Zijn aanklacht werd de aanleiding tot het ontstaan van de ‘leyenda negra’ – de ‘zwarte legende’, die altijd werd betwist door Spanje. Recent nog verscheen een boek dat ‘Imperofobia’ heet en waarin wordt uitgelegd dat grote rijken altijd het slachtoffer zijn van aantijgingen, beschuldigingen en zwartmakerij. De Spaanse koningen, zo legt de auteur uit, hebben altijd geprobeerd de inheemsen te beschermen en tot op zekere hoogte klopt dat ook. Die wetten werden echter nooit toegepast en het kan onmogelijk worden ontkend dat de ontdekking, de verovering en de kolonisatie tot een ware genocide hebben geleid. De meeste doden vielen door ingevoerde ziekten, zoals pokken, mazelen, tyfus en griep. Maar de gruwelijke wreedheden en de slavernij kunnen evenmin worden ontkend.

De vraag waar de Spanjaarden mee worstelden was of de inheemsen wel een ziel hadden, of ze door God waren geschapen. Op het proces dat hierover gevoerd werd in Valladolid, midden de zestiende eeuw, werd hierover snel een akkoord bereikt door Bartolomé de las Casas en zijn tegenstander Juan Ginés de Sepúlveda, maar de vraag of ze ‘dus’ vreedzaam gekoloniseerd moesten worden dan wel met harde hand onder voogdij geplaatst, werd nooit definitief beantwoord. Het belangrijkste argument bij dit laatste was het vastgestelde kannibalisme.

De inheemsen, zo werd besloten moesten wel degelijk gekerstend worden, maar men mocht ze doden opdat zij niet zouden doden, en men mocht ze levend verbranden opdat zij elkaar niet dood zouden eten. Die absurde logica, en alle wreedheden die eeuwenlang hebben geduurd worden uitstekend beschreven in Eduardo Galeano’s ‘De aderlating van een continent’. Aanbevolen lectuur.

Hoe dan ook, er viel na vijfentwintig jaar nog nauwelijks iets te rapen in de Caraïben, geen goud en geen arbeidskracht. Vandaar dat Diego Velazquez, de gouverneur van Cuba, aan Hernán Cortés de opdracht gaf het vasteland te gaan verkennen.

 

 

(Visited 182 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 398 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook